Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 06.04.1999
Summary :
Ontheffing van ambtswege,Dubbele belasting,Onderhoudsuitkering
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 06.04.1999
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 06.04.1999 Tax year : 2005 Document date : 06/04/1999 Document language : NL Name : A 99/38 Version : 1 Court : appeal
ARREST A 99/38 Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 06.04.1999 FJF 99/206 Ontheffing van ambtswege - Dubbele belasting - Onderhoudsuitkering Er is sprake van dubbele belasting wanneer eenzelfde inkomen of eenzelfde bestanddeel van het inkomen tweemaal wordt belast ten name van één of verschillende belastingplichtigen terwijl één van deze aanslagen de andere uitsluit. Het verwerpen, zoals in casu, van de aftrek van de door de ouders aan hun kinderen betaalde onderhoudsuitkeringen, enerzijds, en het belasten van dezelfde uitkeringen in hoofde van de kinderen, anderzijds, maakt een dergelijke dubbele belasting uit. Voor deze dubbele belasting had de directeur, gelet op het bepaalde in artikel 376 WIB, ambtshalve ontheffing moeten verlenen. Voorzitter : Mevr. Bertrand Raadsheren : M. Thys, M. Winants Advocaten : Mr. van Dievoet, Mr. Suykens loco Mr. van Huffelen H.B., G.D. tegen de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën Het Hof, na beraadslaging zitting houdende in openbare zitting, wijst het volgend arrest : Gelet op het arrest uitgesproken door dit Hof op 30 juni 1998 waarbij de voorziening ontvankelijk en deels gegrond werd verklaard ten aanzien van artikel 376 Wetboek van de Inkomstenbelastingen en het debat heropend werd ten einde partijen toe te laten ten gronde te concluderen; Overwegende dat de betwisting een aanslag betreft in de personenbelasting waarvoor een tijdige aangifte werd ingediend; Dat eisers in deze aangifte een bedrag van 645 130 F. ten titel van onderhoudsgelden voor hun zonen P. en X. in aftrek brachten doch de administratie deze aftrek weigerde op grond van de overweging dat beide zonen nog deel uitmaakten van het gezin van eisers; Dat voor de zoon M de aftrek der onderhoudsgelden slechts werd aanvaard vanaf juli 1985 derwijze dat de aftrekbare onderhoudsuitkeringen werden herleid naar 259 422 F.; Dat niet wordt betwist dat de verkrijgers belast werden op de ontvangen onderhoudsuitkeringen; Overwegende dat verweerder betwist dat de grief van een gebeurlijke dubbele belasting kan onderzocht worden binnen het kader van artikel 277 Wetboek van de Inkomstenbelastingen, twistpunt dat evenwel reeds beslecht werd door vermeld tussenarrest zodat de rechtsmacht van het Hof wat dit punt betreft uitgeput is; Dat niet de aftrekbaarheid der onderhoudsgelden aan de orde is doch wel het al dan niet bestaan van de dubbele belasting; Overwegende dat verweerder stelt dat er geen sprake kan zijn van een dubbele belasting nu een dergelijke dubbele belasting enkel in hoofde van de verkrijger van de onderhoudsgelden ontstaat; Overwegende dat er dubbele belasting is wanneer eenzelfde inkomen of eenzelfde bestanddeel van het inkomen tweemaal wordt belast ten name van een of verschillende belastingplichtigen terwijl een van deze aanslagen de andere uitsluit; Dat in casu het verwerpen van de aftrek der onderhoudsuitkeringen door de ouders betaald aan hun kinderen en het belasten van deze zelfde uitkeringen in hoofde van de kinderen een dubbele belasting uitmaken; Dat overeenkomstig artikel 376 Wetboek van de Inkomstenbelastingen de directeur ambtshalve ontheffing verleent van de overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen en uit dubbele belasting; Dat derhalve in casu niet de aftrek der onderhoudsuitkeringen aan een onderzoek worden onderworpen doch het Hof vaststelt dat er een dubbele belasting voorhanden is waarvoor de directeur ambtshalve ontheffing had moeten verlenen; Dat de voorziening dan ook in die mate gegrond is; Om deze redenen, Het Hof, recht doende op tegenspraak : Gelet op artikel 24 bis van de Wet van 15 juni 1935; Gehoord in openbare zitting het verslag van raadsheer A. Winants; Het tussenarrest d.d. 30.6. 1998 verder uitwerkend, beveelt de ontheffing van de overbelasting voortvloeiende uit de dubbele belasting van het bedrag van 375 708 F.; Verwijst verweerder in de kosten. |
|||||||