Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 22.04.1996

Date :
22-04-1996
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Belgian justice
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

BTW,Dwangbevel,Afschrift proces-verbaal,Ontbreken handtekening

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 22.04.1996
Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 22.04.1996
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 22.04.1996
Tax year : 2005
Document date : 22/04/1996
Document language : NL
Name : A 96/19
Version : 1
Court : appeal

ARREST A 96/19


Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 22.04.1996



FJF 96/191

BTW - Dwangbevel - Afschrift proces-verbaal - Ontbreken handtekening

    Het afschrift van het proces-verbaal geldt voor de belastingplichtige als origineel. Wanneer dit afschrift de handtekening van de opsteller ervan niet draagt, is het door nietigheid behept. De nietigheid van het proces-verbaal brengt ook de nietigheid van het dwangbevel met zich mee.

    Het dwangbevel dat is gebaseerd op een ongeldige ambtelijke aanslag moet als nietig worden beschouwd. De afwezigheid van een geldig proces-verbaal verhindert de vestiging van een geldelijke ambtelijke aanslag. Het dwangbevel dat hierop is gebaseerd, moet eveneens nietig worden verklaard.



Voorzitter: Mevr. Bosmans

Raadsheren: Dhr. Dirix, Dhr. Adriaensen

Advocaten: Mr. van Lidth de Jeude, Mr. Claes loco Mr. Dubois

Belgische Staat, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen

appellante

tegen

N.J.

geïntimeerde

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, op 24 februari 1992 op tegenspraak tussen de partijen uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, waarvan geen akte van betekening voorligt en waartegen tijdig en geldig naar vorm hoger beroep werd ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 2 oktober 1992;

Overwegende dat de oorspronkelijke vordering uitging van geïntimeerde bij exploot d.d. 20 april 1988 en strekte tot het verzet tegen de uitvoering van het dwangbevel R.C.I.V. nr. 286.0805.08186 betekend op 7 april 1988 gebaseerd op een ambtshalve aanslag d.d. 28 december 1987 en strekkende tot de betaling van 303.040 fr. BTW en 90.000 fr. boete; dat wordt aangevoerd dat de aanslag willekeurig is en dat het dwangbevel nietig is; dat de ambtshalve aanslag verwijst naar de vaststellingen vervat in een P.V. d.d. 3 maart 1987;

Overwegende dat de eerste rechter beslist heeft dat het proces-verbaal d.d. 3 maart 1987 nietig moet worden verklaard wegens afwezigheid van ondertekening; dat de gevolgen van deze nietigheid zich ook uitstrekt tot al hetgeen op dit P.V. wordt gebaseerd; dat dienvolgens het verzet ontvankelijk en gegrond werd verklaard;

Overwegende dat appellante de vernietiging nastreeft van het bestreden vonnis en dienvolgens concludeert tot de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde; dat geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het eerste vonnis;

Overwegende dat appellante doet gelden dat het origineel van het P.V. wel de handtekening van de ambtenaar draagt; dat verder wordt betoogd dat het ontbreken van de handtekening de nietigheid niet tot gevolg heeft;

Overwegende dat de eerste rechter op goede gronden de nietigheid van het dwangbevel heeft aangenomen en het Hof hiernaar voorzover als nodig verwijst;

Overwegende dat de dagtekening en de ondertekening van het P.V. gelden als onmisbare vermeldingen voor de geldigheid ervan;

Overwegende dat de kennisgeving van het voornemen om een ambtelijke aanslag op te leggen d.d. 24 augustus 1987 en de ambtelijke aanslag d.d. 28 december 1987 beide verwijzen naar een P.V. d.d. 3 maart 1987; dat het afschrift van dit P.V. telkens werd bijgevoegd; dat dit afschrift van het proces-verbaal voor de belastingplichtige als origineel geldt; dat wanneer dit de handtekening van de opsteller ervan niet draagt, het door nietigheid behept is; dat de nietigheid van het proces-verbaal ook de nietigheid van het dwangbevel met zich brengt (cfr. Hof Antwerpen, VI o Kamer, 30 januari 1995, A.R. 1995/604, onuitgeg.);

Overwegende dat anders dan door appellante wordt betoogd geenszins wordt aangetoond dat het origineel door de opsteller werd ondertekend; dat immers gebleken is dat afschrift van het P.V. gehecht in de kennisgevingen d.d. 24 augustus en 28 december 1987 een nummer 866 draagt dat op het afschrift werd getypt en melding maakt van vaststellingen op 3 maart 1987; dat bij het dwangbevel d.d. 16 juni 1987 dat werd betekend op 2 juli 1987 eveneens een P.V. d.d. 3 maart 1987 wordt gevoegd; dat dit afschrift echter een handgeschreven nr. 866 draagt; dat verder in dit P.V., dat zoals gezegd gedateerd is op 2 maart 1987, melding wordt gemaakt van vaststellingen verricht door de opsteller ervan op 3 maart 1986 (terwijl in de beide eerder genoemde afschriften die vaststellingen zouden hebben plaatsgehad op 3 maart 1987); dat er dus klaarblijkelijk door de administratie meerdere versies werden opgemaakt van het P.V. d.d. 3 maart 1987;

Overwegende dat op deze wijze ook niet meer te achterhalen is wat het 'origineel' is van het P.V. en of dit origineel al dan niet werd ondertekend door de opsteller ervan; dat op deze handelwijze de geloofwaardigheid van de door de administratie opgemaakte akten volledig in het gedrang komt;

Overwegende dat hieruit voortvloeit dat de feiten die de ambtelijke aanslag moeten rechtvaardigen niet worden bewezen;

Overwegende dat het dwangbevel gebaseerd op een ongeldige ambtelijke aanslag als nietig moet worden beschouwd; dat de afwezigheid van een geldig proces-verbaal de vestiging van een geldige ambtelijke aanslag verhindert; dat het dwangbevel dat hierop gebaseerd is eveneens nietig moet worden verklaard;

Om die redenen,

Het Hof,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Rechtdoende op tegenspraak;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis;

Veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.