Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 31.03.1998
Summary :
Avis de rectification,Réponse aux observations du contribuable,Caractère rectificatif
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 31.03.1998
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 31.03.1998 Tax year : 2005 Document date : 31/03/1998 Document language : FR Name : A 98/40 Version : 1 Court : appeal
ARRET A 98/40 Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 31.03.1998 FJF 99/17 Avis de rectification - Réponse aux observations du contribuable - Caractère rectificatif Aucune cotisation nouvelle ne peut être établie en application de l'article 260 du CIR si l'administration établit une cotisation illégale avant l'expiration du délai de réponse prévu à l'article 251 du CIR en vue d'éviter la prescription. Un courrier du fonctionnaire taxateur du 28 décembre 1992 en réponse aux observations du contribuable sur l'avis de rectification du 25 novembre 1992, ne constitue pas un nouvel avis de rectification. Dans ce courrier, en effet, ni la base de taxation proposée n'est majorée, ni la méthode et les bases de calcul ne sont modifiées. Aussi l'administration a-t-elle valablement établi les cotisations le 30 décembre 1992 après l'expiration du délai de réponse d'un mois après l'avis de rectification du 25 novembre 1992. Voorzitter : Mevr. Bertrand Raadsheren : M. Wetsels, Mevr. Winants Advocaten : Mr. Bijens loco Mr. Lenaerts, Mr. Dumez N.V. A. tegen de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën Het Hof, na beraadslaging zitting houdende in openbare zitting, wijst het volgend arrest : Gelet op de aanslag in de vennootschapsbelasting, gemeente Genk, aanslagjaar 1990, artikel 273210, supplement aan artikel 2020583, toegezonden aan de belastingplichtige op 6.01 1993; Gelet op het bezwaarschrift, tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur op 8.02 1993; Gelet op de beslissing waartegen voorziening, genomen door de ambtenaar gedelegeerd door de directeur van de directe belastingen van de gewestelijke directie Hasselt op 24.01 1994, dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingschuldige : - waardoor de bestreden aanslag werd vernietigd wegens onregelmatige vestiging doordat het op 25 november 1992 verzonden bericht van wijziging van aangifte met miskenning van artikel 251 W.I.B./64 onvoldoende gemotiveerd was; - waarbij werd gesteld dat de administratie krachtens artikel 260 van dat wetboek het recht heeft om een nieuwe en rechtsgeldige aanslag te vestigen op grond van dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan; - waarbij het volledig bedrag van de bestreden aanslag (180 080 Fr.) werd ontheven; Gelet op het verzoekschrift tot voorziening tijdig ingediend ter griffie van het Hof van beroep te Antwerpen op 21.02 1994, samen met het origineel van het exploot van kennisgeving d.d. 11.02 1994; Overwegende dat eiseres doet gelden dat geen nieuwe aanslag meer mogelijk zou zijn en zij de inwilliging van de voordelen van haar bezwaarschrift nastreeft; Overwegende dat de aanslag artikel 273210 ingevolge bezwaar van eiseres bij de bestreden beslissing reeds werd vernietigd wegens een andere reden dan de prescriptie; Dat eiseres in haar bezwaarschrift eveneens deed gelden dat het antwoord van de administratie d.d. 28.12 1992 op haar aanvullende opmerkingen d.d. 22.12 1992 tegen de bij bericht van wijziging d.d. 25.11 1992 aangekondigde aanslag te beschouwen is als een nieuw bericht van wijziging, dat de bestreden aanslag werd gevestigd binnen de termijn van één maand voor antwoord op dat nieuwe bericht van wijziging en dat de bestreden aanslag binnen die termijn werd gevestigd om prescriptie te vermijden; Overwegende dat eerst de verjaring moet worden onderzocht vooraleer de nietigheid op grond van een andere procedureregel na te gaan; dat de bestreden aanslag niet getroffen is door verjaring; Dat geen nieuwe aanslag in toepassing van artikel 260 W.I.B./64 mogelijk is indien de administratie binnen de antwoordtermijn van artikel 251 W.I.B./64 een onwettige aanslag vestigde omdat nadien de aanslagtermijn zou zijn verstreken en bijgevolg geen tijdige aanslag meer zou kunnen worden gevestigd; Overwegende dat de brief van de hoofdcontroleur d.d. 28.12 1992, waarin wordt geantwoord op de opmerkingen die eiseres formuleerde in verband met het bericht van wijziging d.d. 25.11 1992 geen «nieuw bericht van wijziging van aangifte is»; Dat in dat antwoord niet werd aangekondigd dat de in het vroeger bericht van wijziging voorgestelde aanslagbasis verhoogd zou worden of dat de methode en de grondslagen van de berekening zouden worden gewijzigd; dat daarbij uitsluitend een discussie met eiseres werd aangegaan omtrent haar opmerkingen; Dat de administratie de bestreden aanslag op 30.12 1992 tijdig heeft gevestigd na het verstrijken van de antwoordtermijn van één maand na het bericht van wijziging d.d. 25.11 1992; dat zij niet moest wachten totdat een bijkomende termijn van één maand zou zijn verstreken na haar brief d.d. 28 december 1992; Dat de bestreden aanslag niet werd gevestigd met miskenning van de termijn van artikel 251 W.I.B./64 vóór het verstrijken van de ultieme aanslagtermijn van artikel 259, 1º lid W.I.B./64; Overwegende dat, aangezien de betrokken aanslag op bezwaar van eiseres bij de bestreden beslissing werd vernietigd omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel met uitzondering van een regel betreffende de prescriptie, de administratie ingevolge artikel 260 W.I.B./64 ten name van eiseres en op grond van dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan een nieuwe aanslag kon vestigen; Dat de bestreden beslissing op juiste gronden werd gewezen en te bevestigen is; Dat het Hof thans niet gevat is van het bezwaar van eiseres tegen die nieuwe aanslag; Om die redenen, Het Hof, na beraad, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 bis van de wet van 15 juni 1935, Gehoord in openbare terechtzitting, het rapport van Raadsheer J.M. Wetsels, Verklaart de voorziening toelaatbaar doch ongegrond, Bevestigt de bestreden beslissing, Verwijst eiseres in de kosten. |
|||||||