Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.01.2001

Date :
12-01-2001
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Belgian justice
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Cassation,Point de départ,Notification de l'arrêt faisant l'objet du pourvoi

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.01.2001
Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.01.2001
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.01.2001
Tax year : 2005
Document date : 12/01/2001
Document language : FR
Name : C 01/3
Version : 1
Court : cassation

ARRET C 01/3


Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.01.2001



FJF 2001/114

Cassation - Point de départ - Notification de l'arrêt faisant l'objet du pourvoi

La notification de l'arrêt par laquelle, en matière d'impôts sur les revenus, le délai pour se pourvoir en cassation commence à courir, intervient à la date à laquelle le greffe de la cour d'appel a envoyé une copie de l'arrêt au domicile ou au siège, tel que renseigné dans cet arrêt, de la partie à laquelle la notification doit être faite.



Waarnemend Voorzitter : M. Waûters
Raadsheren : M. Bourgeois, M. Londers, M. Stassijns, M. Matray
Advocaat-generaal : Mr. Goeminne
Advocaten : Mr. Coopman, Mr. Claeys Boùùaert

Immobiliën F. en B.
tegen
de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën

Het Hof, Gehoord het verslag van raadsheer Londers en op de conclusie van advocaat-generaal Goeminne;
Gelet op het bestreden arrest, op 20 februari 1995 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;
Gelet op het verzoekschrift tot cassatie, dat aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt;
Over het door verweerder opgeworpen middel van nietontvankelijkheid : de voorziening is laattijdig ingesteld :

Overwegende dat, krachtens artikel 388, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), het verzoekschrift waarmee de voorziening in cassatie wordt ingesteld en het exploot van betekening van het verzoekschrift, op straffe van verval, ter griffie van het hof van beroep afgegeven worden binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de kennisgeving van het arrest, bij een ter post aangetekende brief door de griffie aan de in bedoeld arrest opgegeven woonplaats gedaan;

Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat :

1. het bestreden arrest als maatschappelijke zetel van eiseres opgeeft Schalmlei 64 te 's Gravenwezel;
2. aan eiseres kennis werd gegeven van het arrest bij een op 24 februari 1995 ter post aangetekende brief aan het adres Schalmlei 64 te 's Gravenwezel;
3. deze ter post aangetekende brief teruggezonden werd met als vermelding «niet afgehaald»;
4. het verzoekschrift aan verweerder betekend werd bij gerechtsdeurwaardersexploot op 19 augustus 1999 en ter griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen neergelegd werd op 23 augustus 1999;

Dat het verzoekschrift en het exploot van betekening derhalve neergelegd werden buiten de daartoe in artikel 388, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) bepaalde termijn;

Overwegende dat eiseres het Hof verzoekt, voor zover het zou oordelen dat de voorziening in cassatie laattijdig zou zijn, volgende prejudiciële vraag aan het Arbitragehof te stellen :
«Is artikel 388 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), dat de kennisgeving door de griffie voorschrijft van het arrest van het hof van beroep aan het adres dat opgegeven is in het arrest, in strijd met de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet, in de mate dat het geïnterpreteerd zou worden in die zin dat aldus de kennisgeving aan een verkeerd adres de vervaltermijn van drie maanden om een cassatievoorziening in te dienen, kan doen ingaan, terwijl zulks in gemeenrechtelijke aangelegenheden niet het geval is, gelet op het feit dat het eindvonnis of eindarrest moet worden betekend of ter kennis gebracht aan het juiste adres (artikel 1073 Gerechtelijk Wetboek of 792 Gerechtelijk Wetboek) ?»;

Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat :

1. het verzoekschrift waarbij de voorziening in beroep werd ingesteld, alsmede het exploot van betekening van dit verzoekschrift aan de directeur der belastingen, het adres van de maatschappelijke zetel van eiseres Schalmei 64 te 's Gravenwezel vermeldden;
2. eiseres in de loop van de procedure voor het hof van beroep gaan andere maatschappelijke zetel ter kennis van de griffie heeft gebracht;

Dat hieruit volgt dat de in artikel 388 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) bedoelde kennisgeving aan eiseres door de griffie aan het enig mogelijke adres werd toegezonden;
Dat het verzoek om een prejudiciële vraag te stellen bijgevolg op de onjuiste veronderstelling berust dat de kennisgeving aan een verkeerd adres is gebeurd, zodat geen grond bestaat om een dergelijke vraag aan het Arbitragehof te stellen;

Overwegende dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is;

Om die redenen, Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten.
Gezegde kosten begroot op de som van zeshonderd en een frank door de eiseres betaald.