Art. 110 Wetboek Succ. - Federale wetgeving

Date :
04-05-1940
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Regulation
Type :
Codes and legislation
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Federale wetgeving

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Art. 110 Wetboek Succ. - Federale wetgeving
Art. 110 Wetboek Succ. - Federale wetgeving
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 18/05/1940
Document type : Codes and legislation
Title : Art. 110 Wetboek Succ. - Federale wetgeving
Comments :
Document date : 04/05/1940
Keywords : bewijsmiddel / wettelijk vermoeden / brandkast / inhoud brandkast / gedeponeerd op naam van de overledene / tegenbewijs
Document language : NL
Name : Art. 110, W.Succ. federaal
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

Belangrijk bericht

 

Artikel 110 (van toepassing vanaf 18.05.1940)

(vervangen door art. 4 van de Besluitwet van 4 mei 1940 (B.S., 08.05.1940). Tekst van toepassing vanaf 18 mei 1940 (art. -))

 

Worden voor de heffing van het successierecht geacht den overledene voor een hoofdelijk aandeel toe te behoren, behoudens tegenbewijs voorbehouden zowel aan het bestuur als aan de belastingschuldigen, de effecten, sommen, waarden of om 't even welke voorwerpen, die gedeponeerd zijn in een brandkast welke door de overledene en door één of meer andere personen samen of solidair wordt in huur gehouden of dusdanig wordt beschouwd door artikelen 1022 en 102³ alsook de gehouden zaken en de verschuldigde sommen die bedoeld worden in artikel 99.

Worden geacht de overledene voor het geheel toe te behoren, behoudens tegenbewijs, de effecten, sommen, waarden of om 't even welke voorwerpen die in een gesloten koffer, omslag of colli op naam van de overledene alleen gedeponeerd zijn bij een der in artikel 97 aangeduide fysieke of morele personen, of die zich bevinden in een brandkast welke door de overledene alleen wordt in huur gehouden of als dusdanig wordt aangezien door artikelen 102² en 102³.

Het tegenbewijs van deze vermoedens van eigendom mag worden geleverd door alle rechtsmiddelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens, maar met uitzondering van de eed.

----------------------

historische versie(s)