Artikel 178, KB/WIB 92 (inkomsten 2014)

Date :
21-02-2014
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Royal decrees
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

aangifte in de PB - personenbelasting - niet-hernieuwbare - vrijstelling van aangifte

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Artikel 178, KB/WIB 92 (inkomsten 2014)
Artikel 178, KB/WIB 92 (inkomsten 2014)
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : Art. 178 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014
Document type : Royal decrees
Title : Artikel 178, KB/WIB 92 (inkomsten 2014)
Document date : 21/02/2014
Keywords : aangifte in de PB / personenbelasting / niet-hernieuwbare / vrijstelling van aangifte
Document language : NL
Name : Artikel 178, KB/WIB 92
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

Afdeling VIII : Vrijstelling van aangifteplicht in de personenbelasting

 

Artikel 178, KB/WIB 92

(Art. 306, WIB 92)

Art. 178 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 (art. 1 en 2, KB 21.02.2014 – B.S. 26.02.2014)

 

§ 1. De belastingplichtigen zijn, krachtens artikel 306, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vrijgesteld van aangifteplicht in de personenbelasting en ze ontvangen, krachtens artikel 306, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, een voorstel van vereenvoudigde aangifte voor het aanslagjaar waarvan het belastbaar tijdperk volgt op een kalenderjaar waarin ze geen andere belastbare inkomsten en elementen hebben aangegeven dan die als bedoeld in § 2, en voor zover ze niet worden uitgesloten van de vrijstelling krachtens § 3.

§ 2. Belastingplichtigen worden van aangifteplicht in de personenbelasting vrijgesteld en ontvangen een door de administratie opgesteld voorstel van vereenvoudigde aangifte, wanneer ze geen andere belastbare inkomsten en elementen moeten aangeven dan:

1° wettelijke pensioenen verkregen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd en de achterstallen daarvan;

2° overlevingspensioenen en de achterstallen daarvan;

3° andere pensioenen, renten, omzettingsrenten, als renten of pensioenen geldende kapitalen, afkoopwaarden en als zodanig geldende toelagen en de achterstallen daarvan;

3°/1 uitkeringen, toelagen, renten en omzettingsrenten van kapitalen voortvloeiend uit de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten wegens blijvende ongeschiktheid en de achterstallen daarvan;

3°/2 sommen die afkomstig zijn van een in het kader van het pensioensparen geopende spaarrekening of spaarverzekering;

4° werkloosheidsuitkeringen en de achterstallen daarvan;

5° wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de achterstallen daarvan;

6° uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen;

7° uitgaven betaald voor prestaties betaald met dienstencheques;

8° bedrijfsvoorheffing en voorafbetalingen;

9° persoonlijke gegevens en gezinslasten;

10° niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen ;

11° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten, die na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van een in België of in het buitenland gevestigde onderneming of rechtspersoon.

12° giften.

13° bezoldigingen, die, na aftrek van de forfaitaire beroepskosten bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, niet hoger zijn dan de belastingvrije som;

14° in artikel 90, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 beoogde onderhoudsuitkeringen die niet hoger zijn dan de belastingvrije som wanneer de belastingplichtige een minderjarige jonger dan 16 jaar is.

§ 3. In afwijking van § 2 geldt de vrijstelling van aangifteplicht niet voor de belastingplichtigen die:

1° inkomsten van buitenlandse oorsprong moeten aangeven;

2° een of meer rekeningen of individuele levensverzekeringsovereenkomsten in het buitenland bezitten;

3° in de loop van het belastbare tijdperk overleden zijn. De vrijstelling geldt dan evenmin voor hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden die de aangifte van de overledene moeten indienen;

4° van ambtswege uit de bevolkingsregisters geschrapt zijn;

5° hun woonplaats in het buitenland hebben;

6° geen gekend adres hebben;

7° beroepsinkomsten hebben die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op hun andere inkomsten;

8° echtgenoot van een in 3° of 7° bedoelde belastingplichtige zijn;

9° een deel 2 van de aangifte hebben ingevuld of moeten invullen.

§ 4. Voor zover ze niet worden uitgesloten van de vrijstelling krachtens § 3 blijven de belastingplichtigen die bij toepassing van de §§ 1 en 2 of van deze paragraaf voor het voorgaand aanslagjaar van aangifteplicht in de personenbelasting waren vrijgesteld en een voorstel van vereenvoudigde aangifte hadden ontvangen, en die op grond van de aangebrachte wijzigingen aan dat voorstel van vereenvoudigde aangifte in beginsel niet meer aan de voorwaarden van § 2 voldoen om voor het daaropvolgende aanslagjaar van aangifteplicht te worden vrijgesteld, voor dat aanslagjaar toch vrijgesteld van aangifteplicht in de personenbelasting en blijven zij een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen op voorwaarde dat zij geen andere aan te geven belastbare inkomsten hebben dan de inkomsten als bedoeld in § 2, 1° tot 5° en 11°.

 

[historische versies]