We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Artikel 358, WIB 92 (inkomsten 2015)

Date :
20-07-2006
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Codes and legislation
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

inkomstenbelasting - vestiging van de belasting - vestiging van de aanslag - aanslagtermijn - bijzondere aanslagtermij

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Artikel 358, WIB 92 (inkomsten 2015)
Artikel 358, WIB 92 (inkomsten 2015)
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 01.08.2006
Document type : Codes and legislation
Title : Artikel 358, WIB 92 (inkomsten 2015)
Document date : 20/07/2006
Keywords : inkomstenbelasting / vestiging van de belasting / vestiging van de aanslag / aanslagtermijn / bijzondere aanslagtermijn
Document language : NL
Name : Artikel 358, WIB 92
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

Artikel 358, WIB 92

 

Art. 358, § 2 en § 3, is van toepassing vanaf 01.08.2006 (art. 4 en 5, W 20.07.2006 - B.S. 28.07.2006) [Wanneer de aanslagtermijn bedoeld in artikel 358, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, zoals hij bestond voor de wijziging door artikel 4 van deze wet, niet verlopen is op de datum van de inwerkingtreding van de voormeld artikel, kan de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in artikel 358, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek (art. 6)]

 

[Historiek] [Vlaams Gewest]

 

§ 1. De belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bedoelde bepaalde termijn is verstreken ingeval:

1° een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de inkomstenbelastingen ten name van een welbepaalde belastingplichtige uitwijst, dat die belastingplichtige de bepalingen van dit Wetboek of van ter uitvoering ervan genomen besluiten inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing heeft overtreden, in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar van de vaststelling van de inbreuk;

2° een controle of een onderzoek door de bevoegde autoriteit van een land, waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten, in verband met een belasting waarop die overeenkomst van toepassing is, uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de resultaten van die controle of dat onderzoek ter kennis van de Belgische administratie werd gebracht;

3° een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld;

4° bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens.

§ 2. In de gevallen bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de twaalf maanden te rekenen vanaf de datum:

1° waarop de in § 1, 1°, bedoelde inbreuk werd vastgesteld;

2° waarop tegen de beslissing over de in § 1, 3°, genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend;

3° waarop de administratie kennis krijgt van de in § 1, 4°, vermelde bewijskrachtige gegevens.

§ 3. In het geval bedoeld in § 1, 2°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in § 1, 2°.