Beslissing nr. E.T.103.851/2 dd. 14.11.2006
Summary :
Vrijstellingen,Diensten inzake schaderegelingen,Averijcommissaris,Tussenpersoon bij verzekeringen,Schade-expert
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Beslissing nr. E.T.103.851/2 dd. 14.11.2006
Document
Search in text:
Properties
Document type : Decisions Title : Beslissing nr. E.T.103.851/2 dd. 14.11.2006 Tax year : 0 Document date : 14/11/2006 Keywords : Vrijstellingen / Diensten inzake schaderegelingen / Averijcommissaris / Tussenpersoon bij verzekeringen / Schade-expert Document language : NL Modification date : 17/11/2006 13:10:50 Name : ET103851/2 Version : 1
BESLISSING ET103851/2 Beslissing nr. E.T.103.851/2 dd. 14.11.2006 Vrijstellingen - Diensten inzake schaderegelingen - Averijcommissaris - Tussenpersoon bij verzekeringen - Schade-expert De beslissing E.T. 103.851 dd. 25.04.2005 die verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 3 maart 2005 in de zaak C-472/03 (Arthur Andersen & C° Accountants c.s.) sluit van de vrijstelling uit de diensten die worden verricht door averijcommissarissen in het kader van het mandaat dat hen werd toegekend door verzekeringsmaatschappijen met het oog op het regelen van schadegevallen. Inmiddels werd een werkgroep met leden van de Europese commissie en de Lidstaten belast met een nieuw onderzoek van het toepasbaar BTW-regime van financiële en verzekeringshandelingen met het oog op de aanpassing van de desbetreffende bepalingen van de zesde richtlijn. In afwachting van concrete voorstellen van deze werkgroep, heeft de Europese commissie de Lidstaten verzocht om hun nationale bepalingen met betrekking tot deze handelingen niet te wijzigen. Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, werd bovengenoemde beslissing dan ook ingetrokken zodat hetgeen wordt gezegd onder de nrs. 9-15 van de aanschrijving nr. 10 van 19 maart 1979 voorlopig van toepassing blijft. De handelingen verricht voor verzekeringsmaatschappijen door averijcommissarissen en meer algemeen door personen belast door deze maatschappijen met schaderegelingen ( ongeacht of het land-, maritieme of luchtvaartverzekering betreft) kunnen bijgevolg de vrijstelling van toepassing voor tussenpersonen bij verzekeringen blijven genieten. In dit opzicht wordt er op gewezen dat enkel de dienstverrichtingen die kaderen in de opdracht van het regelen van schadegevallen de vrijstelling kunnen genieten. De "back-office" diensten die niet kaderen in een dergelijke opdracht (bvb. diensten met betrekking tot het invorderen van de onbetaalde verzekeringspremies, audit-verrichtingen, het verstrekken van informatie, advies en raad, het verstrekken van statistieken, enz….) verricht ten behoeve van verzekeringsmaatschappijen zijn altijd belastbaar geweest en zullen het ook blijven. Tot slot wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de personen belast met het regelen van schadegevallen, indien ze dit wensen, zich kunnen beroepen op de bepalingen van het voornoemd arrest van het Hof van Justitie en de handelingen die ze verrichten in het kader van het beheer van schadegevallen onderwerpen aan de belasting. In dit geval is de optie onherroepelijk. |
|||||||