Circulaire nr. AFZ/Intern. IB/98-0170 (AFZ 6/2003) dd. 25.03.2003

Date :
25-03-2003
Language :
French Dutch
Size :
5 pages
Section :
Regulation
Type :
Circular letters
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

CONTROLEMAATREGEL,Samenwerking tussen de lidstaten van de EU,INTERNATIONALE OVEREENKOMST,Arbitrageprocedure,Europese Unie,Regeling voor onderling overleg,Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen,VERBONDEN ONDERNEMING,Verrekenprijzen,Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen,VERREKENPRIJZEN,Dubbele belasting

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Circulaire nr. AFZ/Intern. IB/98-0170 (AFZ 6/2003) dd. 25.03.2003
Circulaire nr. AFZ/Intern. IB/98-0170 (AFZ 6/2003) dd. 25.03.2003
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Circular letters
Title : Circulaire nr. AFZ/Intern. IB/98-0170 (AFZ 6/2003) dd. 25.03.2003
Tax year : 2005
Document date : 25/03/2003
Keywords : CONTROLEMAATREGEL / Samenwerking tussen de lidstaten van de EU / INTERNATIONALE OVEREENKOMST / Arbitrageprocedure / Europese Unie / Regeling voor onderling overleg / Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen / VERBONDEN ONDERNEMING / Verrekenprijzen / Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen / VERREKENPRIJZEN / Dubbele belasting
Document language : NL
Name : 25.03.03/2
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

CIRC 25.03.03/2

Circulaire nr. AFZ/Intern. IB/98-0170 (AFZ 6/2003) dd. 25.03.2003


Bull. nr. 837, pag. 1369-1375

CONTROLEMAATREGEL
   Samenwerking tussen de lidstaten van de EU

INTERNATIONALE OVEREENKOMST
   Arbitrageprocedure
   Europese Unie
   Regeling voor onderling overleg
   Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen

VERBONDEN ONDERNEMING
   Verrekenprijzen
   Winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen

VERREKENPRIJZEN
   Dubbele belasting


Toepassing van het Verdrag van 23 juli 1990 tussen de Lidstaten van de Europese Unie ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen.

Addendum bij de circulaire AFZ/INTERN.IB/98-0170 van 7 juli 2000.

    Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie van de invordering (sector directe belastingen) en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.

    Deze circulaire wijzigt de circulaire van 7 juli 2000 die de toepassingsmodaliteiten verduidelijkt van het Verdrag van 23 juli 1990 dat werd afgesloten tussen de Lidstaten van de Europese Unie. Dat Verdrag heeft tot doel een einde te maken aan de economische dubbele belasting die voortvloeit uit de herziening door een verdragsluitende Staat van de vergoedingen die bestemd zijn voor transacties tussen verbonden ondernemingen die gevestigd zijn in verschillende verdragsluitende Staten.

    Deze circulaire wijzigt de circulaire van 7 juli 2000 op de volgende drie punten :

- wijziging van de toepassing van het Verdrag van 23 juli 1990 in de betrekkingen van België met Oostenrijk, Finland en Zweden wegens de inwerkingtreding van het Verdrag van 21 december 1995 betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot het Verdrag van 23 juli 1990;
- wijziging van de toepassing van het Verdrag van 23 juli 1990 voor de periode van 1 januari 2000 tot de datum van inwerkingtreding van het Protocol dat voormeld Verdrag verlengt, aangezien de Belgische belastingadministratie haar manier van behandelen van de tijdens die periode ingediende verzoekschriften heeft gewijzigd;
- rechtzetting van een fout uit de circulaire aangaande de wachttijd om een raadgevende Commissie op te richten of om een regeling overeen te komen schikking te treffen wanneer de op de nationale wetgeving gebaseerde bezwaartermijn nog niet verstreken is.

    Momenteel onderzoekt het Gemeenschappelijk Forum van de Europese Unie voor de verrekenprijzen de beste manier om de toepassing van het Verdrag van 23 juli 1990 te verbeteren. Na het beëindigen van de werkzaamheden van het Forum, zal de circulaire van 7 juli 2000 gewijzigd en vervolledigd worden, rekening houdend met de resultaten van die werkzaamheden.

    Ter herinnering, het Verdrag van 23 juli 1990 werd gesloten door de twaalf Staten die op die datum lid waren van de Europese Unie. Dit Verdrag werd gesloten voor een periode van 5 jaar, lopende van 1 januari 1995 tot 31 december 1999. Het is van toepassing op al de procedures die tijdens die periode werden ingeleid.

    Het Verdrag van 21 december 1995 voorziet in de toetreding tot het Verdrag van 23 juli 1990 van drie op dat tijdstip "nieuwe" Lidstaten van de Europese Unie, met name Oostenrijk, Finland en Zweden. Dat Verdrag is op 1 april 2002 van kracht geworden in de betrekkingen van België met die drie landen, met andere woorden op een tijdstip waarop het Verdrag van 23 juli 1990 tijdelijk niet kon worden toegepast.

    Het Protocol van 25 mei 1999 verlengt het Verdrag van 23 juli 1990. Vanaf de datum van inwerkingtreding ervan zal het Verdrag van 23 juli 1990 opnieuw van toepassing zijn en dit met terugwerkende kracht : vanaf 1 januari 2000 voor de vijftien Lidstaten van de Europese Unie die het Verdrag van 23 juli 1990 ondertekend hebben en vanaf 1 april 2002 in de betrekkingen van België met Oostenrijk, Finland en Zweden. Het Protocol van 25 mei 1999 is momenteel nog niet van kracht.

1. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG VAN 23 JULI 1990 : VERDRAGSLUITENDE STATEN

    De tweede alinea van punt II, A, wordt geschrapt en vervangen door wat volgt :

    "Op 21 december 1995 hebben alle Lidstaten van de Europese Unie een Verdrag gesloten dat betrekking heeft op de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot het Verdrag van 23 juli 1990. Dit Toetredingsverdrag werd door België geratificeerd. Het is op 1 april 2002 van kracht geworden in de betrekkingen van België met Oostenrijk, Finland en Zweden. De wet houdende instemming met het Toetredingsverdrag werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25.7.2002.

    Het Toetredingsverdrag van 21 december 1995 voorziet niet in een retroactieve uitwerking. Het Verdrag van 23 juli 1990 is dus met ingang van 1 april 2002 van toepassing geworden in de betrekkingen van België met Oostenrijk, Finland en Zweden. Op grond van het Verdrag van 23 juli 1990 en in het kader van de betrekkingen met die landen, zal de Belgische belastingadministratie dus elk verzoekschrift dat vanaf 1 april 2002 werd ingediend behandelen overeenkomstig de regels bepaald door het Verdrag van 23 juli 1990. Het is evenwel duidelijk dat, voor de periode tussen 1 april 2002 en de inwerkingtreding van het Protocol van 25 mei 1999, de hierna vermelde regels van toepassing zijn. Indien de belastingplichtige daartoe een aanvraag indient, zal elk verzoekschrift met betrekking tot die drie landen dat werd ingediend vóór 1 april 2002 behandeld worden in het kader van de dubbelbelastingverdragen (DBV) die met die drie landen werden gesloten."

2. TOEPASSINGSDUUR VAN HET VERDRAG VAN 23 JULI 1990 : VERLENGING

     Punt III, B, wordt geschrapt en vervangen door wat volgt :

    "Op 25 mei 1999 hebben de Lidstaten een Protocol ondertekend tot wijziging en verlenging van het Verdrag van 23 juli 1990 voor nieuwe opeenvolgende periodes van vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2000. Het Verdrag zal automatisch worden verlengd voor opeenvolgende periodes van vijf jaar op voorwaarde dat geen enkele verdragsluitende Staat ten minste zes maanden vóór het verstrijken van de in aanmerking genomen periode van vijf jaar schriftelijk zijn bezwaar betekent.

    Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het neerleggen van de akte van bekrachtiging, van aanvaarding of van goedkeuring door de ondertekenende Staat die deze handeling als laatste verricht. Het Protocol wordt retroactief van kracht op 1 januari 2000. Het Protocol werd nog niet door alle Lidstaten bekrachtigd, is dus nog niet in werking getreden en is momenteel niet van toepassing.

    Tussen 1 januari 2000 en de datum van inwerkingtreding van het Protocol bestaat er geen enkele juridische grondslag op basis waarvan de procedures die door het Verdrag van 23 juli 1990 zijn ingesteld, kunnen worden toegepast. Het is slechts wanneer het Protocol in werking treedt, dat de regels ingesteld door het Verdrag opnieuw van toepassing zullen zijn, en dit met terugwerkende kracht.

    De Belgische belastingadministratie neemt het standpunt in dat de verzoekschriften die werden ingediend tussen 1 januari 2000 en de datum van inwerkingtreding van het Protocol ten bewarenden titel werden ingediend en met terugwerkende kracht geldig verklaard zullen worden van zodra het Protocol in werking zal zijn getreden.

    Zolang het Protocol niet in werking getreden is, zullen de verzoekschriften die door de ondernemingen op grond van het Verdrag van 23 juli 1990 werden ingediend niet als dusdanig kunnen onderzocht worden. De Belgische belastingadministratie neemt evenwel het standpunt in dat een onderneming die haar zaak voorlegt op grond van het Verdrag van 23 juli 1990 zulks automatisch heeft gedaan in het kader van de regeling voor onderling overleg, waarin is voorzien in de DBV die België heeft gesloten met de andere Lidstaten van de Europese Unie.

    De DBV die België heeft gesloten met de andere Lidstaten van de Europese Unie zijn van tweeërlei aard : enerzijds de DBV, momenteel het talrijkst, die geen artikel 9 paragraaf 2 bevatten en waarin dus geen correlatieve herziening voorzien is en anderzijds de DBV die wel een artikel 9 paragraaf 2 bevatten en waarin wel een passende correlatieve herziening voorzien is.

    Vroeger nam België het standpunt in dat, bij afwezigheid van een artikel 9 paragraaf 2, geen enkele bepaling van een DBV aan verbonden ondernemingen het recht toekent om een verzoekschrift in te dienen met het oog op het vermijden van een economische dubbele belasting in het kader van de regeling voor onderling overleg waarin dat DBV voorziet. Van nu af aan sluit België zich aan bij het standpunt dat wordt ingenomen in de OESO-commentaar bij artikel 25 van het OESO-Model van belastingverdrag (punt 9 en 10 van de commentaar). Krachtens die commentaar bewijst het opnemen van een tot paragraaf 1 beperkt artikel 9 dat de verdragsluitende Staten de bedoeling hebben om de economische dubbele belasting in te schrijven in het toepassingsgebied van het DBV. Bijgevolg valt de economische dubbele belasting die ontstaat door de herziening van de verrekenprijzen binnen het toepassingsgebied van de regeling voor onderling overleg waarin dat DBV voorziet.

    Wanneer een onderneming haar geval voorlegt op basis van het Verdrag van 23 juli 1990, zal de Belgische belastingadministratie dus een op het DBV gebaseerde regeling voor onderling overleg opstarten, zelfs wanneer het DBV geen artikel 9, paragraaf 2 bevat. Voorwaarde hiervoor is evenwel dat het geval wordt voorgelegd binnen de termijnen die bepaald zijn door het Verdrag van 23 juli 1990 en door het betreffende DBV. Bij de inwerkingtreding van het Protocol zal de regeling die eventueel op grond van het DBV wordt overeengekomen, beschouwd worden als zijnde eveneens tot stand gekomen in het kader van het Verdrag van 23 juli 1990.

    Eens het Protocol van kracht, zal de onderhandelingsperiode in het kader van de regeling voor onderling overleg waarin het DBV voorziet, bepalend zijn voor de berekening van de termijn van twee jaar na dewelke een raadgevende Commissie wordt opgericht overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 23 juli 1990.

    Voorbeelden :

        Het geval wordt op 15 januari 2002 op geldige wijze voorgelegd aan de bevoegde Belgische autoriteit. Het Protocol treedt in werking op 20 juli 2003. De termijn van twee jaar na dewelke een gemengde Commissie wordt opgericht, gaat in op 15 januari 2002 en loopt af op 15 januari 2004. De gemengde Commissie wordt opgericht met ingang van 16 januari 2004.

        Het geval wordt op 1 februari 2000 op geldige wijze voorgelegd aan de bevoegde Belgische autoriteit. Het Protocol treedt in werking op 20 juli 2003. De termijn van twee jaar na dewelke een gemengde Commissie wordt opgericht, gaat in op 1 februari 2000 en loopt af op 1 februari 2002. De gemengde Commissie wordt evenwel pas opgericht na de inwerkingtreding van het Protocol, met andere woorden met ingang van 21 juli 2003.

    De gevallen die aan de Belgische belastingadministratie worden voorgelegd op basis van het Verdrag van 23 juli 1990, binnen de in dat Verdrag bepaalde termijn maar buiten de termijn waarin is voorzien in het betreffende DBV, kunnen niet worden behandeld in het kader van de regeling voor onderling overleg waarin is voorzien in dat DBV. Er zal evenwel een vooronderzoek worden ingesteld door de Belgische belastingadministratie, die eventueel overleg zal plegen met de andere verdragsluitende Staat. De Belgische belastingadministratie zal met de andere verdragsluitende Staat echter geen enkele regeling overeenkomen zolang het Protocol niet van kracht is. De termijn van twee jaar na dewelke een gemengde Commissie wordt opgericht overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 23 juli 1990, gaat pas in vanaf de inwerkingtreding van het Protocol.

    Deze regels zullen door de Belgische belastingadministratie worden toegepast op voorwaarde dat de andere verdragsluitende Staat in de mogelijkheid verkeert om ze eveneens toe te passen ."

3. VERDRAGSPROCEDURE EN INTERNE RECHTSMIDDELEN TEGELIJKERTIJD

     Punt VII, A, 2, c) wordt vervangen door wat volgt :

    "Een raadgevende Commissie zal slechts na afloop van de in artikel 7, § 1 bedoelde termijn van twee jaar worden opgericht wanneer de termijn van 3 maanden, waarin voor de indiening van een bezwaarschrift is voorzien, verstreken is. Zo ook zullen de bevoegde autoriteiten het akkoord, dat ze eventueel binnen de termijn van twee jaar hebben bereikt, slechts bekrachtigen wanneer die termijn van 3 maanden verstreken is.

    Er bestaat geen aanleiding toe om, alvorens een raadgevende Commissie op te richten of een beslissing te nemen in het kader van de regeling voor onderling overleg, de termijn te laten verstrijken die bepaald is door artikel 376 WIB 92 om een verzoek tot ontheffing van ambtswege in te dienen.

    Rekening houdend met de bijzonder korte termijn waarin is voorzien in artikel 371 WIB 92, gaat het hier om een eerder theoretische situatie. Mocht ze zich toch voordoen, dan zou ze in elk geval moeten geregeld worden zoals hierboven voorgeschreven."

De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE