Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011

Date :
24-05-2011
Language :
French Dutch
Size :
7 pages
Section :
Regulation
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

impôt sur les revenus - rémunération - principe de pleine concurrence - avantage anormal ou bénévole - établissement stabl

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011
Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011
Document date : 24/05/2011
Publication date : 04/11/2011
Keywords : impôt sur les revenus / rémunération / principe de pleine concurrence / avantage anormal ou bénévole / établissement stable
Document language : FR
Name : Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011
Version : 1

Décision anticipée n° 2011.071 du 24.05.2011

 

Impôt sur les revenus

Rémunération

Principe de pleine concurrence

Avantage anormal ou bénévole

Etablissement stable

 

Résumé

 

Il a été décidé que (i) la rémunération proposée pour du soutien technique et administratif et des activités d'information par X est conforme au principe de pleine concurrence au sens de l'article 185 §2 du Code des impôts sur les revenus (CIR92) et ne constitue pas un avantage anormal ou bénévole au sens des articles 26 et 79 combiné avec l'article 207 du CIR92 (ii) les activités de X ne peuvent pas être considérées comme étant un établissement stable de Y.

 

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

 

I.        Voorwerp van de aanvraag

 

1.              De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat :

 

1.1.        X niet zal worden geacht een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 26, 79 en 207 WIB92 te verlenen of te verkrijgen voor zover X een 5,5% net cost plus vergoeding aanrekent voor de door haar geleverde diensten;

 

1.2.        de activiteiten van X, zoals hierna beschreven, er niet toe zullen leiden dat Y geacht kan worden een Belgische vaste inrichting te hebben in de zin van art. 5 van de overeenkomst tussen België en het desbetreffende land tot het vermijden van dubbele belasting.

 

II.            I dentiteit van de aanvrager en de groep

 

2.              X is een Belgische vennootschap die deel uitmaakt van een groep die wereldwijd aktief is. De moedervennootschap van de Groep is Y.

 

III.     Analyse van functies, risico's en activa

 

III.A. X oefent ondersteunende activiteiten uit

 

3.              Werkzaamheden die van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheid hebben.

 

3.1.        Organisatie namens Y van opleidingssessies voor vertegenwoordigers, verdelers en eindgebruikers, hetzij in de kantoren van X in België, hetzij bij de vertegenwoordigers, verdelers of eindgebruikers in België of in het buitenland.

 

3.2.        Evaluatie van het bestaande netwerk van vertegenwoordigers en verdelers en op basis daarvan het formuleren van aanbevelingen aan Y met betrekking tot de beëindiging en de aanduiding van vertegenwoordigers en verdelers binnen Europa, het Midden Oosten en Afrika.

 

3.2.1.  Bijvoorbeeld kan X een aanbeveling doen aan Y met betrekking tot de aanstelling van een bijkomende vertegenwoordiger of verdeler voor een deel van de markt binnen Europa, het Midden Oosten en Afrika indien blijkt dat voor dat deel de vertegenwoordiging of verdeling van de  producten niet optimaal verloopt.

 

3.2.2.  Echter, alle vertegenwoordigings- en distributiecontracten worden rechtstreeks gesloten en onderhandeld tussen de vertegenwoordiger of de verdeler en Y. X prospecteert echter op geen enkele wijze zelf de markt met het oog op het sluiten van vertegenwoordigings- of distributiecontracten.

 

3.3.        Organisatie en coördinatie van publiciteitscampagnes op EMEA niveau. Deze activiteit bestaat voornamelijk in het verdelen en aanpassen van brochures, het plaatsen van advertenties in gespecialiseerde bladen en, eventueel, het verstrekken van informatie op gespecialiseerde beurzen. De eventuele deelname aan beurzen is steeds gericht op het verstrekken van informatie en niet op de verkoop van de producten.

 

3.4.        Betaling van de leveranciers van Y in de EMEA regio in naam en voor rekening van deze laatste via de bankrekening(en) van X in België. Hiertoe verstrekt Y op voorhand de nodige fondsen aan X zodanig dat X geen financieringslasten draagt voor deze activiteit. De aankooporders waarop deze betalingen betrekking hebben worden geplaatst en beheerd door Y in de Verenigde Staten. X draagt geen enkel risico in verband met de aankooporders.

 

4.              Activiteiten inzake informatieverstrekking

 

4.1.        Het verstrekken en mededelen van prijsinformatie aan vertegenwoordigers en verdelers maar niet aan eindgebruikers.

 

4.1.1.  Deze informatie is gebaseerd op hetzij een in dollars uitgedrukte hetzij een in Euro uitgedrukte prijslijst.

 

4.1.2.  Bijzondere prijsinformatie mag aan de vertegenwoordigers en verdelers worden verstrekt, maar enkel na doorverwijzing en beslissing door Y. X heeft geenszins de bevoegdheid om prijzen vast te stellen of te bepalen. Het deelt enkel prijzen mee zoals bepaald of vastgesteld door Y.

 

4.2.        Nazicht van de stand van bestellingen en het informeren van vertegenwoordigers over de beschikbaarheid en leveringstermijnen. X kan geen bestellingen opnemen noch aannemen.

 

4.3.        Het verstrekken namens Y van telefonische ondersteuning aan vertegenwoordigers, verdelers en eindgebruikers teneinde technische informatie te verschaffen over om het even welk Y product, zoals (maar niet beperkt tot) typenummers, verbindingsdiagrammen, technische kenmerken, dimensionale tekeningen, correcte plaatsingsrichtlijnen, enz. In dit opzicht is het mogelijk dat het personeel van X namens Y verdelers en eindgebruikers bezoekt om een uitsluitend technische ondersteuning op het terrein te verstrekken. X voert geen herstellingen uit.

 

5.              Beperkingen van de activiteiten van X

 

5.1.        X neemt geen bestellingen aan. Bestellingen van eindgebruikers kunnen enkel worden geplaatst via de plaatselijke vertegenwoordigers die vervolgens de bestelling rechtstreeks bij Y plaatsen. X mengt zich niet actief bij de rechtstreekse verkoop van de producten en is op geen enkele wijze betrokken bij de onderhandelingen betreffende de verkoop, de prijs of de overige verkoopsvoorwaarden. Dit is strikt voorbehouden aan de plaatselijke vertegenwoordigers en verdelers.

 

5.2.        X houdt zich niet bezig met de opslag of materiële verhandeling van producten en neemt evenmin deel aan het eigenlijke productieproces.

 

III.B. X heeft geen enkel ondernemingsrisico

 

6.              X is zoals gezegd niet bij de productie, verkoop of opslag van de goederen betrokken.

 

7.              X draagt derhalve geen ondernemingsrisico's. Alle financiële risico's en risico's met betrekking tot klantenkrediet of de goederenvoorraad (bijv. aanspraken van waarborgen en dergelijke) worden gedragen door Y of de plaatselijke vertegenwoordigers en verdelers.

 

 

IV.     Motivering

 

          Analyse van de geschikte verrekenprijsmethode

 

8.              De OESO Richtlijnen voor verrekenprijzen voorzien in meerdere methoden om een vergoeding vast te stellen die het "at arm's length" principe respecteert.

 

9.              De transactionele nettomargemethode:

 

9.1.        De transactionele nettomargemethode (de "TNMM") onderzoekt de nettowinstmarge met betrekking tot een geschikte basis (bijv. kosten, verkopen, activa) die door een belastingplichtige wordt gerealiseerd in het kader van een verbonden transactie.

 

9.2.        De TNMM analyseert of de vergoeding voor een verrichting tussen verbonden ondernemingen "at arm's length" is op basis van de nettowinstmarges verwezenlijkt door onafhankelijke ondernemingen die gelijkaardige functies uitoefenen in vergelijkbare omstandigheden.

 

9.3.        Aangezien er betrouwbare financiële informatie beschikbaar is van ondernemingen die vergelijkbare activiteiten verrichten, werd de TNMM in casu weerhouden als een aanvaardbare verrekenprijsmethode.

 

9.4.        Gebruik van gegevens over verschillende jaren: in de toepassing van de TNMM worden gegevens over verschillende jaren gebruikt, en dit om rekening te houden met de mogelijke invloed van conjuncturele cycli en de levenscyclus van producten van vergelijkbare ondernemingen die een materiële weerslag kunnen hebben op de voorwaarden die bij het bepalen van de vergelijkbaarheid moeten worden ingeschat.

 

9.5.        Er werd een verrekenprijsstudie gemaakt die slaat op vier boekjaren (2006, 2007, 2008 en 2009).

 

9.6.        Selectie van vergelijkbare ondernemingen : vergelijkbare ondernemingen met een vergelijkbaar economisch profiel als dat van X werden onderzocht. De vergelijkbaarheid werd geëvalueerd rekening houdende met de geleverde diensten, de uitgeoefende functies, de gedragen risico's, de benutte activa en andere pertinente economische omstandigheden. Het onderzoek van ondernemingen die mogelijk vergelijkbaar zijn aan X werd aangevat met opzoekingen in de Amadeus databank. De methodologie wordt hierna meer in detail toegelicht.

 

9.7.        Selectie van de "profit level indicator" : Als "profit level indicator" werd een net cost plus formule toegepast:          Bedrijfswinst- Omzet - Bedrijfswinst

de voorgestelde formule resulteert in een vergelijkbare netto winstmarge die de ondernemingen in de vergelijkingsgroep realiseren op hun bedrijfskosten. Al de bedrijfskosten zullen worden opgenomen in de net cost plus basis van X. De bedrijfskosten zijn alle kosten opgenomen onder de rubrieken 60-64 van het M.A.R. en omvatten onder meer de personeelskosten, de kosten van diensten en diverse goederen en de afschrijvingen.

 

9.8.        Doorrekenen van financieel verlies: in overeenstemming met de Voorafgaande Beslissing zal enig financieel verlies, zijnde het verschil tussen de financiële opbrengsten (75 M.A.R.) en de financiële kosten (65 M.A.R.), aan kostprijs worden doorgerekend.

 

9.9.        Vaststellen van net cost plus percentage: op basis van de verrekenprijsstudie die hierna wordt toegelicht, wordt een net cost plus voor van 5,5% voorgesteld.

 

9.10.    Duurtijd : de voorafgaande beslissing die het voorwerp uitmaakt van dit verzoek zal gelden voor een nieuwe periode van 5 opeenvolgende boekjaren, met aanvang op 1 januari 2011.

 

IV.B.  Verrekenprijsstudie

 

IV.B.1 Samenstelling van een vergelijkingsgroep van ondernemingen voor 3 types   activiteiten

 

10.          Met de databank Amadeus kan men een vergelijkingsgroep van ondernemingen samenstellen, d.w.z. een groep van ondernemingen die gelijkaardige activiteiten uitoefenen als X en die hetzelfde profiel hebben.

 

11.          De belangrijkste factor bij de samenstelling van zo'n vergelijkingsgroep is uiteraard de uitgeoefende activiteit. Ondernemingen worden inderdaad onderscheiden naargelang hun activiteiten zoals die zijn opgenomen onder de Nace Rev. 2 codes.

 

12.          Zoals de meeste vennootschappen die intragroepsdiensten leveren, vallen de door X uitgeoefende activiteiten onder verschillende NACE Rev. 2 codes:

 

12.1.    Code 7311 - Reclamewezen: de organisatie en coördinatie van publiciteitscampagnes, is een activiteit die onder de code "Reclamewezen" kan worden gecatalogeerd.

 

12.2.    Code 8220 - Callcentra: de activiteiten inzake informatieverstrekking, zijn activiteiten die erg gelijkaardig zijn aan die van een callcentrum.

 

12.3.    Code 8230 - Organisatie van tentoonstellingen, salons en beurzen: de organisatie van opleidingssessies, kan onder deze code worden gecatalogeerd.

 

13.          De andere activiteiten zijn activiteiten die dicht aanleunen bij deze drie hoofdactiviteiten of die maar van secundair belang zijn; voor deze activiteiten werd dan ook geen aparte studie uitgevoerd. Deze activiteiten zijn trouwens ook moeilijk onder een specifieke code te catalogeren.

 

14.          X stelt momenteel 6 werknemers tewerk. Alle werknemers zijn in min of meerdere mate betrokken bij al de verschillende types activiteiten die onder II.A werden opgesomd; ze dragen dan ook allen bij aan de geïntegreerde dienstverlening die X levert, waarin elk type van activiteit nagenoeg hetzelfde belang heeft. Precies ook wegens het geïntegreerd karakter van de dienstverlening is het praktisch gezien niet mogelijk om aan elk van de activiteiten een relatief gewicht toe te kennen.

 

15.          Het gewogen gemiddelde van de mediaanwaarde en van het interkwartiel interval van de drie vergelijkingsgroepen werd daarom vastgesteld door een factor 1 toe te kennen aan elk van de drie activiteitencodes.

 

IV.B.2 Criteria gebruikt voor de samenstelling van de vergelijkingsgroep

 

16.          Voor elke activiteitscode werd een groep van ondernemingen samengesteld op basis van de volgende criteria:

 

16.1.    Enkel actieve ondernemingen.

 

16.2.    Enkel ondernemingen opgericht vóór of gedurende 2004 (dit laat toe om startende ondernemingen te elimineren; financiële gegevens van starters zijn doorgaans geen correcte weergave van het algemene marktrendement).

 

16.3.    Ondernemingen die voldoen aan de onafhankelijkheidsindicator A+, A, A-: deze indicator sluit alle ondernemingen uit waarvan één of meerdere aandeelhouders rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 25% van de aandelen bezitten. Het is belangrijk dat geen enkele onderneming in de vergelijkingsgroep een controlerende aandeelhouder heeft aangezien dit de verrekenprijzen van de onderneming kan beïnvloeden. Ondernemingen waarvan deze informatie niet opgenomen is in Amadeus werden in de zoekresultaten behouden en manueel gescreend.

 

16.4.    Ondernemingen die geen dochterondernemingen bezitten: dit criterium sluit alle ondernemingen uit die één of meerdere dochterondernemingen bezitten. Het is belangrijk dat geen enkele onderneming in de vergelijkingsgroep dochtervennootschappen bezit aangezien dit de verrekenprijzen van de onderneming kan beïnvloeden.

 

16.5.    Beschikbaarheid van het omzet- en bedrijfswinstcijfer in elk van de onderzochte boekjaren. Deze cijfers moeten beschikbaar zijn ten einde de net cost plus ratio correct te berekenen.

 

16.6.    Ondernemingen die in elk van de onderzochte boekjaren geen voorraad goederen hebben. Dit criterium werd toegepast om te vermijden dat de net cost plus ratio en de daarop gebaseerde statistische distributieanalyse worden beïnvloed door "het cijfer van de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen". X heeft inderdaad geen zulke kosten aangezien zij geenszins betrokken is bij de aan- en verkoop van handelsgoederen of bij het productieproces.

 

16.7.    Ondernemingen gevestigd in de 15 oorspronkelijke lidstaten van de Europese Unie. Het is immers opportuun om ondernemingen uit te sluiten die gevestigd zijn in landen met een verschillend economisch profiel.

 

16.8.    Ondernemingen die een werknemersbestand hebben voor elk van de onderzochte boekjaren dat tussen de 1 en 10 werknemers ligt.

 

16.9.    Bijkomende criteria voor de code 8230 (Organisatie van tentoonstellingen, salons en beurzen): om het grote aantal zoekresultaten na toepassing van de voorgaande criteria verder te verminderen werden twee bijkomende criteria gehanteerd:

 

16.9.1.  Er werd gezocht op ondernemingen die in de beschrijving hun activiteiten één of meerdere van de volgende woorden hadden: "organisation" of "convention" of "trade" of "show" of "salon" of "professionel" of "congrès".

 

16.9.2.  Er werd gezocht op ondernemingen die voor elk van de vier boekjaren een omzet hadden van maximum EUR 500.000, teneinde ondernemingen te vinden met een gelijkaardig economisch profiel als X.

 

IV.B.3 Analyse van resultaten

 

17.          Het gecombineerde gemiddelde van de mediaanwaarde is 4,25% en het gecombineerde gemiddelde van de onderste en bovenste ijkpunten van het interkwartiel interval bedraagt -0,36% en 10,5%.

 

18.          De voorgestelde net cost plus van 5,5% ligt beduidend hoger dan de mediaanwaarde en ligt ontegensprekelijk binnen het interkwartiel interval.

IV.C.  Y beschikt niet over een Belgische vaste inrichting

19.          Artikel 5(3) van de Overeenkomst tussen België en het desbetreffende land tot het vermijden van dubbele belasting luidt als volgt:

 

          Niettegenstaande de bepalingen van § (1) en (2) wordt een vaste inrichting niet aanwezig geacht indien een vaste bedrijfsinrichting slechts voor één of meer van de volgende doeleinden gebruikt wordt:

          (…)

          (d) aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting om voor de verblijfhouder goederen aan te kopen of inlichtingen in te winnen

 

          (e) aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting voor reclamedoeleinden, voor het geven van inlichtingen, voor wetenschappelijk onderzoek of voor soortgelijke werkzaamheden die voor de verblijfhouder van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben (...).

 

20.          Zoals hiervoor uiteengezet zijn de werkzaamheden die X uitvoert werkzaamheden van informatieverstrekking enerzijds en werkzaamheden van voorbereidende aard of die het karakter van hulpwerkzaamheid hebben anderzijds.

 

21.          Y kan bijgevolg niet worden geacht een Belgische vaste inrichting te hebben.

 

V.  Beslissing

 

V.A.    M.b.t. de arm's length vergoeding voor X

 

22.          Gelet op de hierna vermelde overwegingen / elementen kan de gebruikte verrekenprijsmethode en de voorgelegde profit level indicator aanvaard worden :

 

22.1.    X verricht technische en administratieve ondersteuning en verstrekt informatie aan groepsvennootschappen.

 

22.2.    In zijn intra-groepdienstverlening loopt X geen van belang zijnde bedrijfsrisico's. X bezit evenmin waardevolle materiële of immateriële activa.

 

22.3.    Gelet op deze functionaliteit kan de TNMM met als PLI de "Net Cost Plus" worden aanvaard.

 

22.4.    Door de aanvrager werd een Benchmarking analyse van 3 types aktiviteiten uitgevoerd.

 

22.4.1.  Voor het vinden van data werd gebruik gemaakt van de gegevensbank Amadeus.

 

22.4.2.  Er werden gegevens verzamelt omtrent niet-verbonden ondernemingen met een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met de activiteiten die door X worden uitgeoefend.

 

22.4.3.  Ondernemingen met een niet vergelijkbare bedrijfsactiviteit werden uitgesloten.

 

22.4.4.  De selectiecriteria die gebruikt zijn om deze analyse door te voeren zijn gebaseerd op de functionaliteit en het risicoprofiel van X.

 

22.5.    Gelet op de hiernavermelde overwegingen / elementen kan het vooropgestelde winstopslagpercentage aanvaard worden :

 

22.5.1.  Bovenvermelde studie ondersteunt het voorgestelde 5,5 % winstopslag percentage.

 

22.5.2.  De winstopslag van 5,5 % valt binnen het interkwartiel interval van de vergelijkbare ondernemingen. De OESO Richtlijnen aanvaarden het gebruik van een marktconforme interval.

 

22.5.3.  De 5,5 % winstopslag is gesitueerd tussen de mediaan en het hoger kwartiel.

 

22.6.    Gelet op de in randnummer 22 opgenomen overwegingen/ elementen kan de DVB akkoord gaan met de voorgestelde vergoeding, voor zover :

 

22.6.1.  100% van de bedrijfskosten zal doorgerekend worden (# rekening 60/64 van het Belgische Minimum Algemeen Rekeningstelsel), plus een winstopslag van 5,5 % berekend op basis van alle bedrijfskosten, met uitzondering van "voorschotten".  Onder voorschotkosten wordt verstaan diensten die rechtstreeks ten goede komen aan de groepsvennootschappen waaraan de aanvrager geen toegevoegde waarde bijbrengt en door de dienstverlener met een normale winstmarge aan de aanvrager worden gefactureerd, terwijl ze direct hadden kunnen worden doorgerekend aan de genieters van de diensten; 

 

22.6.2.  de netto-financiële kosten, zijnde het positief netto kosten saldo (verschil tussen rekeningen 65 en 75 van het M.A.R.) zullen worden doorgerekend zonder winstopslag.

 

V.B.    M.b.t. het al dan niet weerhouden van een vaste inrichting

 

23.          Er werd bevestigd dat de activiteiten (werkzaamheden van informatieverstrekking enerzijds en werkzaamheden van voorbereidende aard of die het karakter van hulpwerkzaamheid hebben anderzijds) door X uitsluitend ten behoeve van Y zullen worden uitgevoerd.

 

24.          De aanvrager bevestigt eveneens dat het verstrekken van informatie van technische aard niet inhoudt dat er plannen op maat worden gemaakt voor de behoeften van individuele klanten.

 

25.          X bezit geen machtiging om namens Y op regelmatige basis contracten af te sluiten die betrekking hebben op de activiteiten van Y.

 

26.          Y beschikt volgens de aanvrager in België niet over een eigen kantoor, noch over eigen bestuurders of werknemers die vanuit België leidinggevende taken verrichten.

 

          Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB in zitting van 24/05/2011 dat :

 

27.          de voorgestelde vergoeding die  X ontvangt voor haar technische en administratieve ondersteuning diensten voldoet aan het arm's length karakter in de zin van artikel 185, § 2 WIB92 en vormt op zich geen abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 26 en 79 juncto 207 WIB92, voor zover deze bepaald wordt op basis van een "net cost plus" met een mark up van 5,5%;

 

28.          de activiteiten van X er niet toe zullen leiden dat Y geacht kan worden een Belgische vaste inrichting te hebben in de zin van art. 5 van de overeenkomst tussen België en het desbetreffende land tot het vermijden van dubbele belasting;

 

29.          de onderhavige beslissing getroffen wordt voor een periode van 5 opeenvolgende boekjaren met ingang vanaf 1 januari 2011. Deze beslissing kan desgewenst worden verlengd of gewijzigd voor zover daartoe - bij voorkeur 3 maanden voor het verstrijken van bovenvermelde periode - een nieuwe aanvraag bij de DVB wordt ingediend;

 

30.          deze beslissing slechts geldig is voor zover noch de activiteiten van de aanvrager, noch de omstandigheden waarin zij worden uitgeoefend betekenisvol wijzigen gedurende de periode tijdens dewelke deze beslissing van toepassing is.