We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 19.03.2002

Date :
19-03-2002
Language :
French Dutch
Size :
5 pages
Section :
Regulation
Type :
Belgian justice
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Avantage de toute nature,Obtention à titre gratuit des constructions à l'expiration du contrat

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 19.03.2002
Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 19.03.2002
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 19.03.2002
Tax year : 2005
Document date : 19/03/2002
Document language : FR
Modification date : 29/03/2006 09:15:30
Name : A1 02/7
Version : 1

ARRET A1 02/7


Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 19.03.2002



FJF 2002/217

Le Courrier Fiscal 2002/409

Cet jugement a été confirmé par arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 27.09.2005

Avantage de toute nature - Obtention à titre gratuit des constructions à l'expiration du contrat

Un administrateur accorde à sa société un droit d'usufruit sur une parcelle de terrain dont il est propriétaire. Un contrat de superficie est conclu pour une durée de 15 ans. Il prévoit que la société paiera à son administrateur une indemnité annuelle de 1 BEF.

Le contrat de superficie prévoit également qu'à son expiration, les constructions qui auront été érigées sur le terrain par la société deviendront la propriété de l'administrateur. Il est convenu qu'aucune indemnité ne sera due par l'administrateur à la société.

L'Administration est d'avis que puisque l'administrateur a obtenu le magasin gratuitement, il doit être imposé sur un avantage de toute nature. 

Selon le tribunal, il ne peut être question d'un avantage de toute nature que si le contrat conclu entre l'administrateur et la société a un caractère anormal ou bénévole. C'est à l'Administration qu'il appartient d'en apporter la preuve.

Si la durée du contrat de superficie est normale et qu'aucune indemnité ou une indemnité réduite a été payée par le superficiaire, on ne peut considérer sans plus que le contrat a un caractère anormal ou bénévole.

Puisque le propriétaire du terrain n'a en outre reçu qu'une indemnité symbolique en contrepartie de l'utilisation du terrain, il doit être admis que l'obtention gratuite des constructions ne vise qu'à compenser la perte de revenus subie par le propriétaire du terrain pendant la durée du contrat de superficie.

Le tribunal décide en conséquence que l'Administration n'a pas établi que la société a accordé à son administrateur un avantage anormal ou bénévole à l'occasion de l'expiration du contrat de superficie.



Enig rechter : M. V.
Advocaten : Mr. D.B. loco Mr. D., Mr. A.

J.F.C.
tegen
de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 juni 2000,
- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 februari 2002.

***

Gelet op de aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 1997, kohierartikel 799893813, supplement aan kohierartikel 781262706, uitvoerbaar verklaard op 20 december 1999 en verzonden aan de belastingplichtige op 22 december 1999.
Gelet op het bezwaarschrift tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen op 12 januari 2000 wat de aanslagjaar 1997 betreft.
Gelet op de bestreden beslissing gekend onder nummer 2/01/00/40343 van de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijke directeur der directe belastingen te Antwerpen II op 13 april 2000 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij het bezwaarschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond werd verklaard.
Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 28 juni 2000 waarbij afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.

De vordering strekt ertoe

- De voorziening ontvankelijk en gegrond te verklaren,
- de beslissing van de gewestelijk directeur van 13 april 2000 met nr. 2/01/0040343 te vernietigen,
- de aanslag in de personenbelasting aanslagjaren 1997, onder het artikel 799893813, supplement aan artikel 781262706, integraal te ontheffen minstens te vernietigen,
- terugbetaling te bevelen van alle sommen die op de aldus ontheven aanslag werden geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten, zoals voorzien bij artikel 418 van het WIB 1992,
- de kosten ten laste te leggen van de Belgische Staat, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding,
- het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, niettegenstaande enig rechtsmiddel en zonder borgstelling of kantonnement.

1.  Feiten

Op 3 september 1969 kocht eisende partij samen met zijn toenmalige echtgenote een perceel grond aan, gelegen te Kontich aan de ... met een oppervlakte van 1730 m 2.
Ingevolge akte van 24 september 1985 verleden door notaris P.H., met standplaats te Antwerpen, werd op dit perceel grond een recht van opstal gevestigd ten gunste van N.V. E., met maatschappelijke zetel te ..., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nummer ....
Het recht van opstal, toegekend aan de N.V. E., werd gevestigd voor een termijn van 15 jaar, ingaande op 1 januari 1982 om te eindigen op 31 december 1996. Het opstalrecht werd toegestaan en aanvaard tussen beide partijen mits betaling van 1 frank per jaar. Tussen beide werd bovendien uitdrukkelijk overeengekomen dat, in geval eisende partij op het einde van het opstalrecht eigenaar zou worden van de door de opstalhouder opgerichte gebouwen, eisende partij uit dien hoofde geen enkele terugbetaling of vergoeding zou zijn verschuldigd.
Eisende partij is bestuurder van de N.V. E. sinds de oprichting van de vennootschap op 28 december 1978.
Door de N.V. E. werd op het perceel te Kontich een magazijn opgericht met een totale aanschaffingswaarde van 3 876 375,- BEF.
Op het einde van het opstalrecht bedroeg de residuwaarde van het gebouw nog 969 093,- BEF.
Ingevolge natrekking verwierf eisende partij de volle eigendom over het door N.V. E. op zijn terrein opgerichte gebouw.
Eisende partij diende tijdig aangifte in de personenbelasting in voor het aanslagjaar 1997. Op 12 oktober 1999 ontving hij een bericht van wijziging van aangifte met betrekking tot het aanslagjaar 1997.
Verwerende partij was van oordeel dat het gratis verkrijgen van de gebouwen door eisende partij diende te worden aanzien als een belastbare bezoldiging (voordeel van alle aard).
Dit voordeel werd door verwerende partij vastgesteld op 8 miljoen BEF. Tevens werd een belastingverhoging van 10 % vooropgesteld.
Eisende partij schreef aan verwerende partij dat zij niet akkoord kon gaan met de voorgestelde taxatie, doch de aanslag werd gevestigd conform de in het bericht van wijziging voorgestelde wijziging van de aangifte.
Eisende partij diende tijdig bezwaar in. Het bezwaar werd ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard in die mate dat het voordeel van alle aard werd begroot op 5 000 000,- BEF. De belastingverhoging van 10 % werd behouden.
Eisende partij diende tijdig een verzoekschrift in bij de rechtbank van eerste aanleg.

2.  Beoordeling

a.  Toelaatbaarheid

Het verzoekschrift is tijdig neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen en is regelmatig naar vorm. Er worden noch door partijen redenen van ontoelaatbaarheid opgeworpen, noch worden er door de rechtbank ambtshalve op te werpen redenen van ontoelaatbaarheid vastgesteld, zodat de vordering toelaatbaar is.

b.  Ten gronde

Betreffende de motivering van het bericht van wijziging

Krachtens artikel 346 van het WIB 1992 dient verwerende partij eisende partij in kennis te stellen van de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke aangegeven of schriftelijk erkend zijn, en vermeldt zij de redenen die naar haar oordeel de wijziging rechtvaardigen.
Het bericht van wijziging (stuk 79-81 bundel verwerende partij) is in casu zeer uitgebreid gemotiveerd en vermeldt duidelijk welke categorie inkomsten gewijzigd wordt, het bedrag van het toe te voegen voordeel en de motivatie zelf van de wijziging.
Het bedrag van het toe te voegen voordeel is op zich niet uitgebreid gemotiveerd, doch uit het bericht van wijziging blijkt dat dit voordeel werd geschat op basis van de normale verkoopwaarde van de gebouwen zonder grond door de eerstaanwezend inspecteur van het kantoor der registratie te Kontich na een plaatsbezoek op 10 juni 1999.
Bijgevolg bevat voormeld bericht van wijziging de volgende drie elementen :

- de redenen waarom de procedure werd toegepast,
- het bedrag van de inkomsten en de andere gegevens waarop de aanslag zal steunen,
- de wijze waarop deze inkomsten en gegevens zijn vastgesteld.

Het geheel van de elementen vervat in het bericht van wijziging laat eisende partij zonder enige twijfel toe om een dialoog aan te gaan met verwerende partij betreffende de voorgestelde wijziging teneinde deze al dan niet te betwisten.
Bijgevolg werden de bepalingen van artikel 346 van het WIB niet geschonden.
De aanslag die gevestigd werd conform het bericht van wijziging is derhalve geenszins willekeurig.

Betreffende de bevoegdheid van de inspecteur der registratie

Zoals verwerende partij terecht stelt kan zij krachtens artikel 335 van het WIB 1992 alle inlichtingen nemen, opzoeken en inzamelen om de juiste heffing van alle door eisende partij verschuldigde belastingen te kunnen verzekeren.
De aanslagambtenaar vroeg in casu een inlichting bij een ambtenaar van een andere administratie namelijk aan de eerstaanwezend inspecteur Registratie te Kontich.
Het verkrijgen van deze inlichtingen is uitdrukkelijk geregeld in artikel 336 van het WIB 1992.
Het argument van eisende partij dat de inspecteur der registratie terzake niet bevoegd zou zijn om inlichtingen te verstrekken is derhalve niet gegrond.

Betreffende de schending van het beginsel van onpartijdigheid

De ambtenaar aan wie het onderzoek van het bezwaarschrift werd toevertrouwd kwam inderdaad tussen als diensthoofd van de geschillenafdeling van het controlecentrum Boom.
Hij is echter niet opgetreden als aanslagambtenaar en heeft evenmin de uiteindelijke beslissing over de betwiste aanslag genomen.
Bijgevolg is het onpartijdigheidsbeginsel niet geschonden.

Betreffende de beweerde tegenstrijdigheid van de directorale beslissing

De directorale beslissing is in casu te beschouwen als een bekrachtiging van het standpunt in rechte ingenomen door de taxatieambtenaar.
Het loutere feit dat de waardering van het voordeel van alle aard werd teruggebracht na diepgaand onderzoek van 8 000 000,- BEF naar 5 000 000,- BEF houdt geen tegenstrijdigheid in.
Alle gegevens met betrekking tot de waardebepaling werden op correcte wijze aan eisende partij medegedeeld zodat de beslissing van de directeur voldoende gemotiveerd is ter zake.

Betreffende het oorzakelijk verband tussen het mandaat en het voordeel

Artikel 32 van het WIB 1992, zoals het van toepassing was voor aanslagjaar 1997 luidde als volgt :
«Bezoldigingen van bestuurders zijn alle beloningen die voor de verkrijger de opbrengst zijn van zijn opdracht of taak als bestuurder of vereffenaar of van een gelijksoortige functie.
Daartoe behoren inzonderheid :

vaste of veranderlijke bezoldigingen, met inbegrip van tantièmes, die kapitaalvennootschappen anders toekennen dan als terugbetaling van eigen kosten van de vennootschap;
voordelen, vergoedingen en bezoldigingen die in wezen gelijkaardige zijn aan die vermeld in artikel 31, tweede lid, 2º tot 5º.

...»
Deze voordelen in welke vorm ook verkregen en waarvan de oorsprong al dan niet rechtstreeks in de uitoefening van zijn bestuurdersmandaat van de begunstigde bestuurder van een vennootschap is terug te vinden zijn belastbaar; het is niet noodzakelijk dat de aan de bestuurder betaalde bezoldiging de tegenprestatie is van een beroepswerkzaamheid. (Cass., 16 januari 1992, RW, 1991-1992, p. 1265).
Krachtens artikel 36 van het WIB 1992 gelden andere dan in geld verkregen voordelen van alle aard voor de werkelijke waarde bij de verkrijger.
In casu dient te worden nagegaan of er een voordeel werd toegekend aan eisende partij en of dit voordeel rechtstreeks of onrechtstreeks in verband staat met het bestuurdersmandaat van eisende partij in de N.V. E..

Betreffende de beoordeling van de overeenkomst

In casu vond de overdracht van goederen van de vennootschap N.V. E. naar eisende partij van rechtswege plaats ingevolge natrekking. Natrekking gebeurde ingevolge het recht van opstal gevestigd ten gunste van N.V. E..
Teneinde na te gaan of er in casu een voordeel van alle aard is dient te worden nagegaan of het door de opstalhouder aan de grondeigenaar verleende voordeel werkelijk abnormaal of goedgunstig is.
Verwerende partij draagt de bewijslast hiervan.
Het contract dient in zijn volledige context te worden bekeken doch het belangrijkste element in dit geheel betreft, wanneer er geen natrekkingsvergoeding werd bedongen, de looptijd van de overeenkomst.
Zoals eisende partij terecht stelt compenseert de derving van inkomsten in hoofde van de opstalgever die geen opstalvergoedingen heeft bedongen de afwezigheid van enige natrekkingsvergoeding.
De effectieve belastbaarheid is een feitenkwestie. Wanneer de looptijd van de opstalovereenkomst als normaal kan worden bestempeld, kan de kosteloze eigendomsverkrijging door de grondeigenaar niet worden beschouwd als een abnormaal of goedgunstig voordeel, doch als het normale gevolg van een gewone civielrechtelijke constructie (S. Van Crombrugge, Fiscale aspecten van erfpacht en opstal, XVIIIº postuniversitaire cyclus Willy Delva 1991-1992 «Zakenrecht, absoluut niet een rustig bezit», Kluwer, Antwerpen, 1992, p. 400-401).
Verwerende partij toont in casu niet aan dat de looptijd van de overeenkomst, namelijk 15 jaar, abnormaal kort is gelet op het type gebouw dat op de in opstal gegeven grond werd opgericht, namelijk een magazijn opgericht met eenvoudige materialen (stuk 118 bundel verwerende partij).
Derhalve bewijst zij niet dat er aan eisende partij een voordeel van alle aard verleend werd door N.V. E..
De overige argumenten zijn gelet op het voormelde niet meer ter zake dienden.

Betreffende de uitvoerbaarheid bij voorraad

Krachtens artikel 377 van het WIB 1992 (nieuw) schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing, zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard.

Om die redenen
De Rechtbank,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige middelen verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.
Wijzigt de bestreden beslissing van de gewestelijk directeur van 13 april 2000 met nummer 2/01/0040343.
Verleent volledige ontheffing van de bestreden supplementaire aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 1997, gekend onder kahierartikel 799793813, supplement aan kohierartikel 781262706.
Beveelt de terugbetaling van alle sommen die op de aldus ontheven aanslag werden geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten, conform artikel 418 van het WIB 1992.
Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding aan de zijde van eisende partij begroot zijnde.
Wijst het meer- en andersgevorderde af.