Nummer R 53-2/03-04
Summary :
Begrip ?woning?
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Nummer R 53-2/03-04
Document
Search in text:
Properties
Document type : Comments Title : Nummer R 53-2/03-04 Document date : 05/09/2006 Document language : NL Name : R 53-2/03-04 Version : 1
Nummer R 532/03-04 03. - Begrip "woning". 04. - Een voormalig nijverheidsgebouw werd samen met andere kopers aangekocht met het oog op verbouwing tot drie woningen. Bij gebrek aan een afzonderlijk kadastraal inkomen voor het door iedere koper aangekocht gedeelte werd in de aankoopakte artikel 57 W. Reg. ingeroepen. Bij voorlegging van het kadastraal uittreksel voor het aangekochte deel weigert de Administratie de teruggave omdat het niet om een woning gaat. Slechts na de verbouwing van het nijverheidsgebouw tot woning kan eventueel teruggave bekomen worden op basis van het nieuwe kadastraal inkomen. (art. 57 W. Reg.). Het kadastraal inkomen na de verbouwing gaat het toegelaten maximum te boven en de teruggave op basis van art. 57 W. Reg. wordt geweigerd. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat de definitie van woning zoals vermeld in artikel 53, 2° W. Reg. zeer ruim is en enkel stelt dat het onroerend goed in de toekomst moet dienen tot huisvesting. De kopers konden van bij de aanvang toepassing maken van artikel 53, 2° W. Reg. Uit het voorgelegde kadastraal uittreksel met een afzonderlijk kadastraal inkomen voor het aangekochte deel, doch vóór verbouwing overtrof het kadastraal inkomen het toegelaten maximum niet. Hetgeen boven het verminderd recht geheven werd diende teruggegeven te worden. De Administratie stelde beroep in tegen deze interpretatie. In beroep beslist het Hof dat de woorden "dient of zal dienen" in artikel 53, 2° W. Reg. slaan op de al dan niet effectieve bewoning door het gezin op het ogenblik van de aankoop, niet op de toestand van het pand, en dit veronderstelt dat het gekochte pand er een is dat vatbaar is voor bewoning op het ogenblik van de aankoop. Dit was in deze zaak niet het geval, het betrof een deel van een industrieel complex dat diende verbouwd te worden tot woning. Het Hof van cassatie bevestigt de uitspraak in beroep op dit punt. Uit voormelde bepaling kan niet worden afgeleid dat de Koning zou hebben willen afwijken van de gebruikelijke betekenis van het woord woning en dat een goed dat op het ogenblik van de overdracht uit zijn aard niet bestemd was voor bewoning of huisvesting in aanmerking zou kunnen komen voor de toepassing van de verlaging van het registratierecht. De interpretatie van de Administratie dat artikel 57 W. Reg. toepasselijk is op de verkoop van een gebouw dat bestemd is om tot woning te worden verbouwd is niet strijdig met dit artikel vermits dergelijke verkoop ook impliceert dat grond gekocht wordt (waar weliswaar een gebouw op staat) om een woning te bouwen. Artikel 57 W. Reg. werd door de Administratie terecht toegepast. Ook op dit punt werd de uitspraak van het Hof van beroep door het Hof van cassatie bevestigd. Het kadastraal inkomen na de verbouwing tot woning overtrof het toegelaten maximum en de teruggave werd door de Administratie bijgevolg terecht geweigerd. (Arresten van het Hof van beroep te Gent dd. 5 september 2006, bevestigd door arresten van het Hof van Cassatie dd. 19 juni 2008, bl. nrs. E.E./99.680 en 99.681) ---------- JANUARI 2009 - 243/3 en 243/4
|
|||||||