Parlementaire vraag nr. 1419 van de heer de Clippele dd. 13.07.2001

Date :
13-07-2001
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Parliamentary questions
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Waardering van aandelen - Koerswijziging na overlijden (Lernout & Hauspie

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Parlementaire vraag nr. 1419 van de heer de Clippele dd. 13.07.2001
Parlementaire vraag nr. 1419 van de heer de Clippele dd. 13.07.2001
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Parlementaire vraag nr. 1419 van de heer de Clippele dd. 13.07.2001
Document date : 13/07/2001
Keywords : niet genoteerde effecten / venale waarde / voorafgaande schatting
Document language : NL
Version : 1
Question asked by : de Clippele

Parlementaire vraag nr. 1419 van de heer de Clippele dd. 13.07.2001

Vragen en Antwoorden, Senaat, 2001-2002, nr. 2-46, blz. 2413-2415

Waardering van aandelen - Koerswijziging na overlijden (Lernout & Hauspie)

 

VRAAG

De Belgische justitie heeft beslist het parket te sturen naar het kantoor van de bedrijfsrevisoren dat belast was met de controle van de bedrijfsrekeningen van de maatschappij Lernout & Hauspie, die op de amerikaanse Nasdaq-beurs genoteerd staat.

Zoals u weet, hebben zeer veel Belgische gezinnen in dit aandeel geïnvesteerd.

De onthulligen die in deze zaak zijn gebeurd, tonen aan dat de beurskoers van deze maatschappij kunstmatig de hoogte is ingejaagd op basis van valse informatie die bedoeld was om de aandeelhouders te bedriegen.

De bestuurders van deze maatschappij zijn preventief in de gevangenis opgesloten.

Zonder in details te treden over een juridische procedure die riskeert zeer lang te duren, zijn de financiële analyses het er unaniem over eens dat de waarde van dit aandeel om het zo te zeggen negatief was, en dat al sinds heel lang. Maar wegens valse informatie was de beursnotering tijdens deze periode abnormaal hoog gebleven.

Met andere woorden : het is duidelijk dat dit aandeel zijn kunstmatige waarde had door middel van bedrog. Zodra het geheim ontdekt was, verloor de beursnotering onmiddellijk 99 % van haar waarde.

Op hoeveel moeten we dan bijgevolg de waarde van de Lernout & Hauspie-aandelen schatten in een nalatenschap die vrijgekomen is voordat de beurs van technologische waarden kennis heeft genomen van de gerechtelijke onderzoeken tegen de bestuurders van Lernout & Hauspie ?

Artikel 19 van het Wetboek der successierechten spreekt over « verkoopwaarde » : deelt de geachte minister mijn mening over het feit dat we onder verkoopwaarde de reële waarde op de dag van het overlijden kunnen verstaan, rekening houdend met de elementen die zouden kunnen opduiken op het moment van het overlijden, maar die al bestonden op het moment van het overlijden ?

Mogen de erfgenamen de verkoopwaarde van dit soort van titel, deze zelf evalueren op zijn reële waarde en zich daarbij distantiëren van de balansen en de informatie waarvan justitie momenteel veronderstelt dat ze vals waren op de dag van het overlijden, en dit zonder dat ze eraan gehouden zijn deze verkoopwaarde te evalueren volgens de beursnotering op de dag van het overlijden ?

 

ANTWOORD

Wat betreft de aandelen of deelbewijzen van een vennootschap niet-genoteerd op een beurs van het Rijk, dus niet opgenomen in de prijscourant, zijn de algemene principes inzake de schatting van de venale waarde op de dag van het overlijden toepasselijk.

Overeenkomstig artikel 19 van het Wetboek der successierechten moet men, voor de heffing van het successierecht, ervan de venale waarde bepalen, namelijk de handelswaarde of de verkoopwaarde, het is te zeggen de prijs die men zou kunnen bekomen voor het goed door het te verkopen onder normale voorwaarden van publiciteit, na de mededinging van voldoende gegadigden, volgens de wet van vraag en aanbod.

Zodoende zijn de verkregen prijzen tijdens een openbare verkoop evenals koersen, op de dag van het overlijden, van een buitenlandse beurs, een betrouwbare basis en geven ze normaliter gezien de venale waarde weer van het effect op de dag van het overlijden.

Latere gebeurtenissen, welke ze ook zijn, kunnen geen enkele invloed meer hebben op deze venale waarde op de dag van het overlijden.

Hoewel de prijs van een aandeel niet losstaat van de waarde van de maatschappelijke goederen, kan hij er niet noodzakelijk mee geïdentificeerd worden wegens het onzekere karakter dat inherent is aan elk aandeel of deelbewijs van een vennootschap.

De koers houdt met name rekening met positieve of negatieve factoren onafhankelijk van de « boekhoudkundige » waarde van de vennootschap, zoals het maatschappelijk doel, de toekomstperspectieven van de markt, de concurrentie, speculatie, enz.

Zo zijn talrijke zeer speculatieve aandelen van de nieuwe economie overgewaardeerd terwijl ze betrekking hebben op vennootschappen die diep in de schuld zitten en omgekeerd kunnen niet-speculatieve aandelen van de traditionele economie ondergewaardeerd zijn.

Het komt aan de administratie toe te oordelen of de door de erfgenamen vermelde schatting van de effecten opgenomen in de ingediende aangifte van nalatenschap, in overeenstemming is met de beschikkingen van het Wetboek der successierechten. Krachtens artikel 19 van het Wetboek der successierechten (volgens hetwelk de belastbare basis de verkoopwaarde op de dag van het overlijden is) is het niet mogelijk rekening te houden met elementen opgetreden na het overlijden; het is bovendien niet toegelaten aan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde ambtenaar terzake een minnelijke schikking te treffen.

Dit zou overigens neerkomen op een schending van artikel 172 van de Grondwet volgens hetwelk geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet.

Vermits het in casu gaat om aandelen in een Belgische vennootschap, zal de controleschatting voorzien in de artikelen 111 tot 122 van het Wetboek der successierechten kunnen worden gevorderd door de administratie in geval van onenigheid betreffende de schatting van de venale waarde; de erfgenamen hebben de mogelijkheid een voorafgaande schatting te vragen (artikel 20 van hetzelfde wetboek).