Parlementaire vraag nr. 183 van de heer Kelchtermans dd. 10.12.2003

Date :
10-12-2003
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Parliamentary questions
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Sociale huisvesting - Kosteloze registratie

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Parlementaire vraag nr. 183 van de heer Kelchtermans dd. 10.12.2003
Parlementaire vraag nr. 183 van de heer Kelchtermans dd. 10.12.2003
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Parlementaire vraag nr. 183 van de heer Kelchtermans dd. 10.12.2003
Document date : 10/12/2003
Keywords : kosteloze registratie / openbare instelling van de Staat / nationale Huisvestingsmaatschappij / nationale Landmaatschappij / sociale huisvesting
Document language : NL
Version : 1
Question asked by : Kelchtermans

Parlementaire vraag nr. 183 van de heer Kelchtermans dd. 10.12.2003

Vragen en Antwoorden, Kamer, 2003-2004, nr. 20, blz. 2915-2917

Sociale huisvesting - Kosteloze registratie


VRAAG

Artikel 161 van het Wetboek der registratierechten voorziet de mogelijkheid van een kosteloze registratie onder meer ook ten gunste van de Nationale Maatschappij voor de huisvesting en de Nationale Landmaatschappij. Beide instellingen zijn inmiddels opgeheven en geregionaliseerd. Daarnaast voorziet artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van de honoraria der notarissen een halvering van de honoraria en de rechten van het afschrift voor zowel de Nationale Maatschappij voor huisvesting, de Nationale Landmaatschappij als de door hen erkende plaatselijke of gewestelijke maatschappijen, onder meer in geval van verkrijging van onroerende goederen.

In de praktijk is sinds de regionalisering de uitvoering van het huisvestingsbeleid meer en meer gedecentraliseerd en hebben de geregionaliseerde rechtsopvolgers van voornoemde instellingen zich teruggeplooid op hun administratieve en voogdij-opdracht. Het bouwen en het grondbeleid berusten nu bij de erkende maatschappijen.

1. Is het niet aangewezen - naast een updating van de namen van de geregionaliseerde instellingen - de kosteloze registratie bepaald in artikel 161 van het Wetboek der registratierechten ook in te schrijven voor de lokale bouwmaatschappijen voor de verkrijging van onroerende goederen in der minne? Zoniet wordt de huidige bepaling quasi inhoudsloos door de taakherschikking op het werkveld. Ik verneem trouwens dat verschillende ontvangers van de registratie ook op die wijze willen interpreteren.

2. Zo neen, om welke redenen?

 

ANTWOORD

Een "updating" van de vermeldingen "Nationale Maatschappij voor de huisvesting" en "Nationale Landmaatschappij" in artikel 161, 1°, vierde lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, dringt zich niet op. De gewestelijke rechtsopvolgers van deze ontbonden nationale maatschappijen genieten immers reeds de kosteloze registratie op grond van het bepaalde in artikel 161, 1°, eerste lid - en dus niet op grond van het bepaalde in het vierde lid - van genoemd Wetboek. In tegenstelling tot hun nationale rechtsvoorgangers, beantwoorden de regionale huis- en landmaatschappijen immers wel aan de criteria om hen het statuut van openbare instelling van de "Staat", daarmee wordt bedoeld niet alleen instellingen van de federale overheid maar ook instellingen van de gewest- en gemeenschapsoverheden) toe kennen. De administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen heeft de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de Vlaamse Landmaatschappij dan ook reeds sedert jaren opgenomen in de lijst van openbare instellingen die op grond van artikel 161, 1°, eerste lid, kosteloze registratie genieten. Er weze opgemerkt dat de vrijstelling op grond van het eerste lid van voornoemd artikel 161, 1° ruimer is dan de vrijstelling op grond van het vierde lid van dat artikelonderdeel. Zij geldt in het kader van artikel 161, 1°, eerste lid, ook voor de aan de erin bedoelde instellingen gedane schenkingen, terwijl dat niet geldt voor schenkingen aan de in artikel 161, 1°, vierde lid, vermelde instellingen.

Een dergelijke updating zou voor de door het geachte lid bedoelde rechtshandelingen trouwens enkel door het Vlaams (c.q. Waals of Brussels hoofdstedelijk) Parlement kunnen worden doorgevoerd; de gewesten zijn immers ingevolge de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989 uitsluitend bevoegd om wijzigingen aan te brengen in de vrijstellingsbepalingen betreffende de gewestelijke registratierechten die in hun gewest moeten gelokaliseerd worden.

Om dezelfde reden kan enkel het Vlaams (c.q. Waals of Brussels hoofdstedelijk) Parlement oordelen over de opportuniteit om de aankopen van onroerende goederen door de plaatselijke erkende huisvestingsmaatschappijen kosteloos te laten registreren en dus niet meer te belasten aan het in artikel 51 bepaalde verminderd recht van 6 % (recht dat trouwens, onder aftrek van het algemeen vast recht, wordt teruggegeven in geval van wederverkoop bij authentieke akte binnen 10 jaar na de datum van de verkrijging - artikel 213 W. Reg.).