Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013

Date :
07-03-2013
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Parliamentary questions
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

commissieloon - geheim commissieloon - afzonderlijke aanslag - verworpen uitgave - aangifte in de Ven.B

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013
Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013
Document date : 07/03/2013
Keywords : commissieloon / geheim commissieloon / afzonderlijke aanslag / verworpen uitgave / aangifte in de Ven.B
Document language : NL
Name : Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013
Version : 1
Question asked by : Veerle Wouters

Parlementaire vraag nr. 188 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/131 dd. 14.10.2013, blz. 267

Afzonderlijke aanslag geheime commissielonen.- Geringe voordelen

VRAAG

De verstrengde aanpak van de aanslag geheime commissielonen (de monsterbelasting) blijft voor de nodige beroering zorgen in de fiscale wereld. Kan u voor de hierna vermelde voorbeelden per voorbeeld aangeven of de aanslag als bedoeld in artikel 219 WIB92 van toepassing kan zijn? De werkgever was in eer en geweten van oordeel dat het in casu geen voordeel van alle aard betrof of een niet-belastbaar en niet-aftrekbaar sociaal voordeel terwijl de controleur van oordeel is dat het belastbaar voordeel van alle aard betreft.

1. Een vennootschap geeft aan al zijn medewerkers een geboortepremie van 250 euro bij de geboorte van een kind en heeft dit bedrag opgenomen onder de verworpen uitgaven (sociale voordelen) in de aangifte vennootschapsbelasting.

2. Een vennootschap geeft aan al zijn medewerkers per tien jaar anciënniteit een anciënniteitspremie van 500 euro en heeft dit bedrag opgenomen onder de verworpen uitgaven (sociale voordelen) in de aangifte vennootschapsbelasting.

3. Een vennootschap organiseert voor zijn kaderpersoneel en hun partners en kinderen in het kader van teambuilding een plezierreis van vijf dagen met een gemiddelde kostprijs van 500 euro per persoon. De totale kostprijs werd fiscaal ten laste genomen door de vennootschap.

4. Een managementvennootschap koopt voor zijn bedrijfsleider jaarlijks voor 1.000 euro niet specifieke beroepskledij en heeft dit opgenomen onder de verworpen uitgaven (kledijkosten) in de vennootschapsbelasting.

5. Een vennootschap geeft aan alle personeelsleden met studerende kinderen aan de hogeschool of universiteit een studiebeurs van 300 euro per jaar per kind en heeft dit bedrag opgenomen onder de verworpen uitgaven (sociaal voordeel) in de aangifte vennootschapsbelasting.

6. Aan bepaalde werknemers wordt een forfaitaire kostenvergoeding toegekend voor thuiswerk, kleine representatiekosten en parkingkosten van 200 euro per maand. Dit bedrag werd opgenomen op de fiche 281.10 - vak 23 - JA ernstige normen. De controleur aanvaardt slechts 150 euro per maand als kost eigen aan de werkgever.

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Ik verwijs naar de rondzendbrief van 1 december 2010 inzake de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB92, en de verschillende addenda bij deze rondzendbrief, waarin bevestigd werd in welke gevallen reeds rekening kan gehouden worden met de "goede trouw" die het Geachte lid in zijn vraagstelling aanhaalt. Ik verwijs het geachte lid tevens naar de bepalingen van de artikel 197, 198, § 1, 219, 223 en 225, WIB92, zoals die gewijzigd zijn door de wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en betreffende de duurzame ontwikkeling en naar de circulaire van 22 juli 2013 die deze nieuwe bepalingen verduidelijkt. In de "voorafgaande opmerking" bij deze laatste rondzendbrief heeft de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit uitdrukkelijk onderstreept dat ingevolge de voormelde wetswijziging "het vestigen van de bijzondere aanslag voortaan nog slechts als uitzonderingsmaatregel" mag worden toegepast "indien en slechts indien, de effectieve definitieve belasting in de personenbelasting ten name van de verkrijger niet (meer) mogelijk is binnen de termen van de gewijzigde wetgeving". Specifiek voor de door het geachte lid aangehaalde voorbeelden, kan met betrekking tot zijn vragen 1 tot 3 en 5, verwezen worden naar de bepalingen van het addendum van 23 december 2011 waardoor van de vestiging van de afzonderlijke aanslag wordt afgezien voor de bedragen waarvan het ontbreken van de verantwoording voorkomt uit een redelijk verschil in interpretatie van de fiscale bepalingen met betrekking tot de voordelen met een sociaal of cultureel karakter zoals bedoeld in artikel 38, § 1, 2e lid, 11° en 25°, WIB92, op voorwaarde dat deze bedragen binnen de wettelijke termijnen worden belast in hoofde van de genieters (zie nr. 4 van het addendum van 23 december 2011 aan de circulaire nr. Ci.RH.421/605.074 (AAFisc Nr. 71/2010) van 1 december 2010).

4. Ter zake wordt verwezen naar het antwoord dat door mijn voorganger werd verstrekt op de punten 1 tot 4 van de parlementaire vraag nr. 102 van 29 april 2008, gesteld door mevrouw de volksvertegenwoordiger Ingrid Claes (Vragen en Antwoorden Kamer, 2007/2008, nr. 31, blz. 7923-7925). De afzonderlijke aanslag, zoals bedoeld in artikel 219, WIB92, is ter zake niet van toepassing in geval het genoten voordeel nog het voorwerp kan uitmaken van een definitieve belasting in hoofde van de genieter, overeenkomstig hetgeen te lezen staat in de voormelde rondzendbrief van 22 juli 2013.

6. In geval de werkgever de bevoegde taxatiedienst niet het dubbele bewijs kan bijbrengen dat de forfaitaire vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die hem eigen zijn en dat die vergoeding ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten is besteed, moet worden besloten dat die vergoeding geheel of gedeeltelijk in hoofde van de genieter belastbaar kan zijn. Uit het voorbeeld van het Geachte lid kan niet worden uitgemaakt of de werkgever al dan niet dit dubbel bewijs heeft kunnen leveren. (zie nr. 31/37 van de administratieve commentaar op het WIB92). Als dat bewijs niet geleverd is, kan op een dergelijke vergoeding in principe, bij gebreke aan passende rapportering op individuele fiches en samenvattende opgaven, de bijzondere aanslag van toepassing zijn (artikel 219 juncto artikel 57,3° WIB92). Het spreekt voor zich dat hierbij eveneens de bepalingen van het addendum van 20 juli 2012 en van de circulaire van 22 juli 2013 gelden en dat het opleggen van de bijzondere aanslag bijgevolg ook hier slechts als een uitzonderingsmaatregel moet worden beschouwd, voor het geval "de effectieve definitieve belasting in de personenbelasting ten name van de verkrijger niet (meer) mogelijk is binnen de termen van de gewijzigde wetgeving" (zie hoger).