Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011
Summary :
Verzuim levensverzekeringen ? Boete verzuim ? Dwangbevel - Art. 38, 1° en 126 W.Succ
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011 Document date : 08/06/2011 Keywords : aangifte van nalatenschap / persoon verplicht tot aangifte / algemene legataris / strafbepaling / boete / verzuim / dwangbevel Decision : Gunstig Document language : NL Name : Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011 Version : 1 Court : firstAuthority/Antwerpen_firstAuthority
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 08.06.2011 Verzuim levensverzekeringen - Boete verzuim - Dwangbevel - Art. 38, 1° en 126 W.Succ. EE/103.809 De algemeen legataris had levensverzekeringen verzuimd in de aangifte van nalatenschap. De begunstigden zelf dienden hiervoor wel een aangifte in en betaalden de rechten hierop door hen verschuldigd. Aangezien van de algemeen legataris in der minne geen betaling kon worden bekomen van de door haar verschuldigde sommen, werd een dwangbevel betekend. De rechtbank oordeelt dat deze fiscale vordering gewettigd is in hoofdsom, boetes en toebehoren: de opgeworpen grieven door de algemeen legataris worden door geen enkel controleerbaar gegeven onderbouwd
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op acht juni tweeduizend en elf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden:
In zake: A.R.Nr. 09/6854/A
J. L. A. J, bediende, geboren te S. op 9 november 1955, wonende te S. EISENDE PARTIJ - niet verschijnend. tegen: DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door eerstaanwezend inspecteur van het 12de registratiekantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 3. VERWERENDE PARTIJ - verschijnende bij meester P. B. loco meester P. V. d. S., advocaat, kantoorhoudende te A.
* * *
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer: - het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 20 oktober 2009, - de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 januari 2010, - de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 25 juni 2010. Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro. Overwegende dat eisende partij niet is verschenen, alhoewel behoorlijk in kennis gesteld van de beschikking conform artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, en verwerende partij een op tegenspraak gewezen vonnis vordert overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek. Gehoord de verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 18 mei 2011.
* * *
Eiseres is algemeen legataris van J. H. die overleed op 25 december 2005. Zij erfde daardoor diens gehele nalatenschap in volle eigendom. Zij diende laattijdig aangifte in. Andere twee aangiften werden ingediend door begunstigden zelf van levensverzekeringen. Eiseres had die levensverzekeringen evenwel niet aangegeven in haar aangifte en herstelde dit verzuim ook niet in een bijvoeglijke aangifte. Nochtans was zij als algemeen legataris wettelijk de aangifteplichtige (art. 38, 1° Wetboek van Successierechten, verder W.Succ.). Uit de berekening volgden rechten in hoofde van de drie vermelde personen. De rechten in hoofde van hoger vermelde begunstigden werden (door hen) gekweten. De rechten in hoofde van eiseres werden (door haar) niet voldaan. Eiseres verbeurde ook een boete krachtens art. 126 2de lid W.Succ., gemoduleerd krachtens het algemeen reglement van KB van 31 maart 1936 (niet aangifte). Zij verbeurde ook een boete krachtens art. 124 W.Succ. (laattijdige aanvankelijke aangifte). De Ontvanger stelt dat hij pogingen deed tot inning in der minne. Op 29 augustus 2008 vaardigde hij dwangbevel uit. Het werd op 2 september 2008 uitvoerbaar verklaard. Het werd aan de woonplaats van eiseres betekend middels exploot van 15 september 2008. Een raadsman legde op 20 oktober 2006 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie. Afschrift van het dwangbevel is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht. Enkel verweerder concludeerde. Ontvankelijkheid der rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren. De fiscale vordering blijkt gewettigd in hoofdsom, boetes en toebehoren. De daarbuiten door eiseres in haar inleidend verzoekschrift opgeworpen grieven worden door geen enkel controleerbaar gegeven onderbouwd. Enkel verweerder nam standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding (die wettelijk wordt berekend tegen 110%).
OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij vonnis op tegenspraak overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek ten opzichte van eiseres. Alle andere en strijdige conclusies verwerpend, Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk, maar ongegrond, Veroordeelt eiseres tot de kosten, Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.210,00 (twaalfhonderd en tien) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding. (…)
|
|||||||