Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24.02.2006

Date :
24-02-2006
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Regulation
Type :
Belgian justice
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Termijn tijdige neerlegging van het verzoekschrift ingevolge de wet 13.12.2005

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24.02.2006
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24.02.2006
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24.02.2006
Tax year : 0
Document date : 24/02/2006
Document language : NL
Modification date : 25/10/2006 09:12:41
Name : LE1 06/2
Version : 1

ARREST LE1 06/2


Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24.02.2006



Termijn tijdige neerlegging van het verzoekschrift ingevolge de wet 13.12.2005

    Feiten

    De beslissing van de gewestelijke directeur wordt aangetekend verzonden op 26.09.2005.

    De postdiensten bieden de beslissing aan bij de woning van eisers op 27.09.2005.

    Het verzoekschrift van eisers wordt ter griffie ontvangen op 29.12.2005.

    De rechtbank

    Krachtens art. 1385undecies, 2 e lid Ger.W begon de termijn te lopen op 28.09.2005 (art. 52 Ger.W) zodat de laatste dag om de vordering in te stellen 27.12.2005 was ( artikel 53 Ger.W. ) en de op 29.12.2005 ingestelde vordering laattijdig is.

    Ook volgens art. 53bis Ger.W, ingevoerd bij W 13.12.2005 (BS 21.12.2005) en in werking getreden op 31.12.2005, is de ingestelde vordering laattijdig.

    Op 31.12.2005, datum van inwerkingtreding van de W 13.12.2005 was de termijn om de vordering in te stellen reeds verstreken en een nieuwe wet kan het verval dat reeds was ingetreden niet opheffen (Cass. 29.04.1993).

    Maar ook volgens art. 53bis Ger.W zou de termijn zijn beginnen lopen op 29.09.2005, te weten de derde dag die volgt op de dag waarop de brief aan de postdiensten werd overhandigd, zodat de laatste dag om de vordering in te stellen 28.12.2005 was.
   



 

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN.
AFDELING BURG ERLIJKE RECHTBANK.
twaalfde kamer.

zitting: 24 februari 2006
eindvonnis


Rol nr..: 06/ 1/ A

J.O.Z., zonder gekend beroep, wonende te …: - eiseres, ter zitting persoonlijk aanwezig,

tegen:

De BELGISCHE STAAT . Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector der directe Belastingen, in de persoon van de heer Gewestelijke Directeur te 3001 Leuven, Philipssite 3 A bus I;

- verweerster, ter zitting vertegenwoordigd door de heer J.S., directeur bij een fiscaal bestuur te Leuven.

 _________________________

De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 27 januari 2006 in beraad werd genomen.

De procedure verliep met inachtneming van de wet van !5 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

De rechtbank nam onder meer kennis van:

- de beslissing van de gewestelijke directeur van Leuven van 26 september 2005;
- het verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neergelegd op 29 december 2005;

Eiseres en een ambtenaar die de BELGISCHE STAAT vertegenwoordigt werden gehoord op de openbare zitting van 27 januari 2006.

I. DE FEITEN EN VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering strekt ertoe de volledige ontheffing te horen verlenen van de aanslag in de personenbelasting, aanslagjaar 1995 kohierartikel ...0.

II. BEOORDELING

1. Ter zitting van 27 januari 2005 werd het debat beperkt tot de vraag of het verzoekschrift tijdig werd neergelegd.

2. Uit de door eiseres neergelegde stukken blijkt dat de beslissing van de gewestelijke directeur op 26 september 2005 naar eiseres werd verzonden. De verzending werd op 27 september 2005 door de postdiensten aan de woning aangeboden maar kon niet aan eiseres worden overhandigd omdat zij afwezig was.

Eiseres heeft haar verzoekschrift op 27 of 28 december 2005 met gewone post verzonden. Het verzoekschrift werd op 29 december 2005ter griffie ontvangen.

3. Krachtens artikel 1385undecies, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek dient de vordering tegen de belastingadministratie te worden ingesteld uiterlijk binnen een telmijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het administratief verhaal.

De kennisgeving is de datum van aanbieding van de beslissing aan de woonplaats van de belastingplichtige (vergelijk Arbitragehof 166/205 en 170/203).

4. De termijn om de vordering in te stellen heeft een aanvang genomen op 28 september 2005 (artikel 52 van het Gerechtelijk Wetboek) zodat de laatste dag om de vordering in te stellen 27 december 2005 was (artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek).

De vordering die op 29 december 2005 werd ingesteld werd laattijdig ingesteld.

5. Volledigheidshalve wijst de rechtbank er op dat artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2005 houdende bepalingen betreffende de termijnen, het verzoekschrift op tegenspraak en de procedure van collectieve schuldregeling in casu niet van toepassing is.

De wet van 13 december 2005 is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 december 2005 en artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd door deze wet, is in werking getreden de tiende dag nu deze publicatie, hetzij 31 december 2005.

Op dat ogenblik was de termijn om de vordering in te stellen reeds verstreken en een nieuwe wet kan het verval dat reeds was ingetreden niet opheffen (Cass., 29 april 1993, www.cass.be)

6. Trouwens, ook volgens artikel 53bis zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2005 is de vordering laattijdig ingesteld.

In dat geval zou de termijn immers zijn beginnen lopen de derde dag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, dit is 29 september 2005 zodat de laatste dag om de vordering in te stellen in dat geval 28 december 2005 was.
   

DE RECHTBANK
Beslist het volgende.

De rechtbank doet uitspraak na tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering werd laattijdig ingesteld en is niet ontvankelijk.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten en stelt deze als volgt vast:
- voor eisende partij: 0 (nul) euro
- voor verwerende partij: 0 (nul) euro

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting, van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 24 februari 2006, waar zetelden
- de heer L.W., rechter;
- mevrouw G.D., e.a. adjunct-griffier