Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013

Date :
26-04-2013
Language :
French Dutch
Size :
5 pages
Section :
Regulation
Type :
Prior agreements RD 03.05.99
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Impôt des personnes physiques - Plus-value sur actions -

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013
Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements RD 03.05.99
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013
Document date : 26/04/2013
Keywords : inbreng / vennootschap / vrijstelling of vermindering / vrijstelling / vermindering / tarief / gemengde inbreng / heffingsregel / evenredig recht / personenbelasting / vennootschapsbelasting / aandeel / normaal beheer van het privé vermogen / belastingontduiking / belastingontwijking / meerwaarde op aandelen / Anti-misbruikbepaling
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 2013.062 dd. 26.03.2013

     Vennootschapsbelasting

     Belastingneutrale partiële splitsing

     Zakelijke overwegingen

     Belastingfraude of -ontwijking

     Personenbelasting

     Meerwaarde op aandelen

     Divers inkomen

     Normaal beheer privé-vermogen

     Inbreng van aandelen

     Interne meerwaarden

     Verkoop van aandelen

     Anti-misbruikbepaling

     Registratierechten

     Partiële splitsing

     Inbreng van roerende goederen

     Inbreng van onroerende goederen

 

Samenvatting

     De partiële splitsingen van de NV A en de NV B alsook de inbreng van onroerend goed door de heer X strekken ertoe de eigendomsrechten van de bedrijfssite die thans in het bezit zijn van de NV A, de NV B, de NV Holding en de heer X, te centraliseren bij de NV Holding teneinde het beheer van de bedrijfssite efficiënter te laten verlopen en een kapitaalkrachtige holding te creëren die het aantrekken van financieringen moet vergemakkelijken. De partiële splitsingen beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

     De geplande overdracht van de aandelen NV A en NV B aan de NV Holding door de heer en mevrouw X kan, gelet op de in de beslissing opgenomen overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen zodat de meerwaarde die naar aanleiding van deze overdracht zal worden gerealiseerd, niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92.

     De keuze van de opeenvolgende rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bepaald in artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

     De partiële splitsing van de NV A kan met toepassing van de artikelen 115, 115bis juncto 120 W.Reg. plaatsvinden, evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 25 € bij toepassing van artikel 167 W.Reg.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de partiële splitsingen van NV A en NV B waarbij hun aandeel in de eigendom van de bedrijfssite alsook een schuldvordering op NV Holding zullen worden overgedragen aan NV Holding, beantwoorden aan artikel 211, § 1, vierde lid, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en aldus geen belastingfraude of -ontwijking als hoofddoel of één der hoofddoelen hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

1.2. de daaropvolgende overdracht door de heer en mevrouw X van hun aandelen in de operationele groepsvennootschappen aan NV Holding, deels door middel van een koop/verkoop en deels middels een inbreng in natura, kan worden gekwalificeerd als een normale verrichting van beheer van dit deel van hun privévermogen zoals bedoeld in artikel 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 zodat de gerealiseerde meerwaarden geen aanleiding zullen geven tot een belastingheffing overeenkomstig dezelfde artikelen;

1.3. de voormelde verrichtingen verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bepaald in artikel 344 § 1, derde lid, WIB 92;

1.4. naar aanleiding van de partiële splitsing van NV A geen evenredig registratierecht verschuldigd is en de partiële splitsing met toepassing van de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek der Registratierechten (hierna W.Reg.) kan plaatsvinden.

 

II. Beslissing

II.A. Wat betreft de partiële splitsing

2. De Groep X bestaat uit NV Holding, NV A en NV B.

3. De eigendomsstructuur van de bedrijfssite is omwille van historische redenen zeer complex waarbij zowel NV Holding, NV A, NV B als de heer en mevrouw X eigenaar zijn van één of meerdere kadastrale percelen en gebouwen op de site, hetgeen een efficiënt beheer van de site niet ten goede komt.

4. De partiële splitsingen van NV A en van NV B alsook de inbreng van Kavel Y door de heer X strekken er dan ook toe het eigendomsrecht van de bedrijfssite te centraliseren bij NV Holding. De onroerende goederen die behoren tot Kavel Z en die eigendom zijn van de heer en mevrouw X, worden niet ingebracht gelet op het feit dat de toekomstige bestemming ervan (privé-gebruik dan wel gebruik in het kader van de exploitatieactiviteiten van de groep) op dit ogenblik nog niet vaststaat.

5. De aanvragers hebben bevestigd dat bij NV A en NV B geen schulden meer rusten op de over te dragen onroerende goederen.

6. De aanvragers hebben bevestigd dat er een marktconforme huurvergoeding zal worden aangerekend door NV Holding voor het gebruik van de onroerende goederen door NV A en NV B.

7. Ten gevolge van de partiële splitsingen zullen NV A en NV B zich volledig kunnen focussen op hun bedrijfsactiviteit zonder zich nog te moeten bezighouden met het beheer van onroerend goed. Deze verrichtingen zullen tevens bijdragen tot een sterkere kapitaalstructuur bij NV Holding, wat het aantrekken van toekomstige financieringen voor de groep moet vergemakkelijken.

8. De bij de partiële splitsingen betrokken vennootschappen bezitten geen fiscaal overdraagbare bestanddelen.

9. De partiële splitsingen leveren geen fiscaal voordeel op inzake de aftrek voor risicokapitaal.

10. De aanvragers hebben bevestigd dat er, behoudens de gedeeltelijke inbreng/verkoop van de aandelen NV A en NV B in/aan NV Holding door de heer en mevrouw X gevolgd door de latere schenking van de naakte eigendom van de ingevolge de verkoop ontstane schuldvordering op NV Holding aan de niet in het bedrijf actieve zoon en van de naakte eigendom van de aandelen NV Holding aan de in het bedrijf actieve zoon, geen intentie  bestaat tot overdracht van de aandelen NV A, NV B en NV Holding binnen de drie jaar vanaf de juridische datum van de partiële splitsingen.

11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen zullen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of - ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

II.B. De overdracht van de aandelen in de operationele groepsvennootschappen aan Michel Holding NV is een normale verrichting van beheer van privé-vermogen in de zin van artikel 90,1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92

12. De geplande overdracht (gedeeltelijke inbreng en gedeeltelijke verkoop) door de heer en mevrouw X van hun aandelen NV A en NV B aan NV Holding vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92.

13. De aandelen NV A en NV B behoren tot het privévermogen van de aanvragers.

14. De overdracht door de heer en mevrouw X van hun aandelen NV A en NV B aan  NV Holding kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92:

14.1. de meerderheid van de over te dragen aandelen NV A zijn in handen van de heer X sinds de oprichting. De overige aandelen NV A zijn in het (niet zo recente) verleden in zijn bezit gekomen (via aankoop van aandelen die in het bezit waren van verschillende personen en bij het overlijden van zijn vader). Ook de over te dragen aandelen NV B zijn sinds de oprichting van de vennootschap van de heer en mevrouw X;

14.2. de geplande inbreng/verkoop door de heer en mevrouw X van hun aandelen NV B en de inbreng/verkoop van de aandelen NV A door de heer X kadert in de reorganisatie van de groep Michel met de bedoeling de structuur van de vennootschappen te vereenvoudigen;

14.3. de overdracht aan een holding maakt het mogelijk liquide middelen van de ene dochtervennootschap te laten opstromen om vervolgens aangewend te worden voor de financiering van bijkomende investeringen door een andere dochtervennootschap;

14.4. de holdingstructuur laat ook toe aan de heer en mevrouw X om op een meer eenvoudige en efficiënte wijze hun successieplanning te regelen, wat zowel de familiale verankering als de continuïteit van de groep ten goede komt. In dit verband, wordt er door de aanvrager aan herinnerd dat de heer en mevrouw X 2 kinderen hebben. Slechts 1 van de kinderen is actief binnen het bedrijf en is voorbestemd om zijn vader op te volgen als bedrijfsleider. Met de bedoeling om (uiteindelijk) de controle over de groep aan het ene kind toe te kennen, zullen de heer en mevrouw X hun aandelen in de operationele vennootschappen deels inbrengen en deels verkopen aan NV Holding. Meer bepaald zullen aandelen ter waarde van x Euro ingebracht worden in het kapitaal van NV Holding en zullen de overige aandelen met een waarde van y Euro verkocht worden aan NV Holding. Hierbij is het de bedoeling is om een schuldvordering op NV Holding te creëren die, qua ordegrootte aansluit bij de waarde van de aandelen NV Holding die de heer en mevrouw X aanhouden na de reorganisatie. Vervolgens (binnen een termijn van 18 maanden) zullen zij de blote eigendom van de schuldvordering schenken aan het ene kind en de blote eigendom van de aandelen NV Holding aan het actieve kind. Hierdoor wordt vermeden dat het ene kind, dat niet over de nodige fondsen beschikt, de andere later zou moeten uitkopen en dat, ten gevolge van mogelijke conflicten tussen de 2 kinderen, de continuïteit en de familiale verankering van de groep alsnog in gevaar zou komen;

14.5. het betreft geen complexe verrichting noch spitsvondig feitencomplex;

14.6. door de heer en mevrouw X worden engagementen aangegaan;

14.7. voor de waardering van de in te brengen aandelen NV A en NV B werd beroep gedaan op de heer Y. De DVB heeft geen bijzondere opmerkingen bij dit waarderingsverslag. Een kopie van het verslag inzake de waardering van de aandelen zal onmiddellijk na de verrichting aan de lokale controle van de aanvragers worden overgemaakt;

14.8. de meerwaarde die bij de overdracht van de aandelen wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

II.C. Artikel 344, § 1, WIB 92

15. Het geheel van de verrichtingen heeft tot doel om het familiebedrijf op een zo efficiënt mogelijke manier te structureren (o.a. creatie van een kapitaalkrachtige holdingvennootschap door het samenbrengen van onroerend goed in één enkele vennootschap) en vervolgens over te dragen naar de volgende generatie, waarbij getracht wordt om het familiaal karakter van de groep en haar continuïteit zoveel mogelijk te vrijwaren door het risico op conflicten tussen de 2 zonen zoveel mogelijk te vermijden.

16. De DVB is van mening dat de keuze van de opeenvolgende rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bepaald in artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

II.D. Toepassing van de artikelen 115, 115bis en 120 W.Reg.

17. Artikel 115 W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van roerende goederen in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

18. Artikel 115bis, W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen - andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden - in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

19. Artikel 120, W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis W. Reg. en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg.

20. Artikel 120 W. Reg. is in casu niet van toepassing omdat bij de partiële splitsing door NV A naar NV Holding enerzijds geen overname van passief zal zijn op het juridische moment van de inbreng en anderzijds eveneens geen opleg in geld. Er is geen sprake van enerzijds de inbreng van een algemeenheid van goederen en anderzijds van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in se om de zuivere partiële splitsing van roerend (schuldvordering op NV Holding) en onroerend goed.

21. Artikel 120 W.Reg. is in casu niet van toepassing omdat bij de partiële splitsing van NV A naar NV Holding enerzijds geen overname van passief zal zijn op het juridische moment van de inbreng en anderzijds eveneens geen opleg in geld. Er is geen sprake van enerzijds de inbreng van een algemeenheid van goederen en anderzijds van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in se om de zuivere partiële splitsing van roerend (schuldvordering op NV Holding) en onroerend goed.

22. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de partiële splitsing beoordeeld op het juridische tijdstip van de partiële splitsing zelf.

23. De partiële splitsing van NV A kan derhalve met toepassing van de artikelen 115, 115bis juncto 120 W.Reg. plaatsvinden, evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 25 € bij toepassing van artikel 167 W.Reg.