Voorafgaande beslissing nr. 2016.626 dd. 08.11.2016
Summary :
Inkomstenbelasting - Beleggingsvennootschap - Dividend - DB
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 2016.626 dd. 08.11.2016
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 2016.626 dd. 08.11.2016 Tax year : 2016 Document date : 08/11/2016 Keywords : beleggingsvennootschap / dividend / definitief belast inkomen / aftrek van DBI Document language : NL Name : Voorafgaande beslissing nr. 2016.626 dd. 08.11.2016 Version : 1
Voorafgaande beslissing nr. 2016.626 dd. 08.11.2016
Inkomstenbelasting Beleggingsvennootschap Dividend DBI
Samenvatting X kwalificeert als een "beleggingsvennootschap" in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, zodat de Belgische vennootschappen die in het Fonds geïnvesteerd hebben kunnen genieten van de DBI-aftrek op de dividenden die door het Fonds zullen worden uitgekeerd uitsluitend mits naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 203 WIB92, zodat - zoals bepaald in artikel 202, §2, vierde lid, 3° WIB92 - niet moet voldaan worden aan de participatievoorwaarde vermeld in artikel 202, §2, eerste lid WIB92 (met name de 10% of een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR voorwaarde).
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvrager wenst bevestiging te bekomen dat X kwalificeert als een "beleggingsvennootschap" in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, zodat de Belgische vennootschappen die in het Fonds geïnvesteerd hebben kunnen genieten van de DBI-aftrek op de dividenden die door het Fonds zullen worden uitgekeerd uitsluitend mits naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 203 WIB92, zodat - zoals bepaald in artikel 202, §2, vierde lid, 3° WIB 92 - niet moet voldaan worden aan de participatievoorwaarde vermeld in artikel 202, §2, eerste lid WIB 92 (met name de 10% of een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR voorwaarde).
II. Beslissing 2. Z is een vennootschap die verschillende experts tewerk stelt in de sector van de investering in en ontwikkeling van vastgoed. 3. Z plant de oprichting van X (“het Fonds”). 4. Het doel van het Fonds is om te investeren in vennootschappen die brownfields aankopen, saneren en er een nieuwe bestemming aan geven. De effectieve opvolging van de sanering en de herbestemming gebeurt door Z. De financiering van de projecten gebeurt door het Fonds. 5. Op heden loopt de zoektocht naar investeerders voor het Fonds. Rekening houdend met de aard en het aantal investeerders en het minimumbedrag dat de investeerders in het Fonds dienen te investeren doet het Fonds bij het zoeken naar investeerders geen openbaar beroep op het spaarwezen, zoals bepaald in de Belgische financiële wetgeving. 6. Op heden hebben reeds t investeerders formeel of informeel toegezegd om te investeren in het Fonds. Het betreft hier zogenaamde financiële investeerders, met name investeerders die niet tot doel hebben om onderling een groep te vormen. Het totale bedrag dat de investeerders reeds hebben toegezegd aan het Fonds bedraagt ongeveer EUR t. 7. Het bestuur van het Fonds zal worden waargenomen door de raad van bestuur van het Fonds. Naast Z (twee zetels) zal de raad van bestuur samengesteld zijn uit personen voorgedragen door investeerders die voor een bepaalde omvang investeerden in het Fonds en door drie onafhankelijke bestuurders. Z zoekt, evalueert en volgt de investeringsmogelijkheden voor het Fonds op. 8. Gelet op de fiscale definitie zoals bedoeld in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, dient een beleggingsvennootschap het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel te hebben. Het gemeenschappelijk beleggen impliceert alleszins dat er een pluraliteit van beleggers is. 9. In een eerste fase, die op heden loopt, worden investeerders gezocht die in het Fonds willen investeren. Op heden zijn er reeds acht investeerders die principieel hebben toegezegd om in het Fonds te stappen. Daarnaast lopen nog gesprekken met verschillende andere investeerders. Het betreft zowel investeerders uit de financiële sector als private investeerders. Eens het Fonds zal worden opgericht is het Fonds in principe gerechtigd om verder op zoek te gaan naar bijkomende investeerders, en dit gedurende een periode van één jaar. De enige beperking bij het verder aantrekken van bijkomende investeerders is dat het totale bedrag dat kan worden aangetrokken gedurende de eerste fase niet groter kan zijn dan EUR t. Eens deze periode van één jaar is afgelopen, kunnen er als algemene regel geen bijkomende investeerders worden aangetrokken gedurende een bepaalde periode. 10. In een tweede fase, met name na het aflopen van een periode van t jaar, kunnen er opnieuw bijkomende investeerders worden aangetrokken (. Op dat moment kunnen er dus mogelijks nieuwe investeerders aan boord komen. 11. De uiteindelijke bedoeling van het Fonds is dat deze na verloop van tijd (op heden is een periode van t jaar voorop gesteld) zou worden omgevormd naar een beursgenoteerde Gereglementeerde Vastgoedvennootschap ("GVV"). 12. Indien dit effectief zou gebeuren, zal het aantal investeerders nog verder toenemen. Op heden is het echter niet met zekerheid te stellen dat een dergelijke omvorming daadwerkelijk zal plaatsvinden. 13. Rekening houdend met het aantal en de aard van de investeerders in het Fonds, zal voldaan worden aan de voorwaarde dat het Fonds een veelheid van investeerders heeft. 14. Naast een veelheid van investeerders, dient een beleggingsvennootschap ook in een veelheid aan investeringen te beleggen zodat het investeringsrisico wordt gespreid. 15. De risico spreiding wordt in voorliggende geval gegarandeerd door verschillende regels. De algemene investeringspolitiek van het Fonds bestaat erin te investeren in een gediversifieerde portefeuille van selectieve projecten in België en de buurlanden, en in bijkomende orde eventueel in andere Europese landen. De investeringen die het Fonds kan doen worden echter verder bepaald door verschillende parameters, die samen zorgen voor enerzijds een specifieke focus van het Fonds en anderzijds voor een grote risicospreiding. 16. Het Fonds investeert in vastgoedprojecten of vennootschappen met activiteiten in vastgoedprojecten. 17. De investeringen door het Fonds in de hiervoor bepaalde projecten nemen verschillende vormen aan. In het bijzonder kan het gaan om de volgende soorten van investeringen: • investeringen in het kapitaal van de vennootschap die een specifiek project uitvoert; • investeringen middels achtergestelde leningen in de vennootschap die een specifiek project uitvoert. 18. Het investeren in vastgoedprojecten door middel van een afzonderlijke vennootschap, waarin dan een participatie (meerderheid of minderheid) wordt genomen, is een noodzaak om verschillende redenen, met name: • Omwille van het verkrijgen van deze subsidies dient elk gesubsidieerd project afgeschermd te worden van andere projecten die niet door die overheid worden gesubsidieerd, en moet de vennootschap aan wie deze overheden deze subsidies verlenen haar maatschappelijke zetel in het betreffende Gewest hebben. Deze vereiste laat dus niet toe dat alle projecten samen in één vennootschap te realiseren. • naast de risico’s die eigen zijn aan elke investering in een vastgoed ontwikkelingsproject, zoals bijvoorbeeld de tienjarige aansprakelijkheid van de bouwheer, brengt een vastgoedproject ook een aantal bijkomende specifieke risico’s met zich mee, omdat men de saneringsplicht met betrekking tot de vervuilde grond op zich neemt. Dit houdt bepaalde ongekende risico’s in die moeten afgezonderd worden van andere projecten teneinde die niet te beïnvloeden indien dergelijke ongekende risico’s zich materialiseren. Omwille van dit soort van risico’s is het dan ook eigen aan de sector om het risico van elk project af te zonderen in een afzonderlijke vennootschap, teneinde te vermijden dat de globale rentabiliteit van de verschillende projecten door één mislukt project teniet zou gaan. • enkel door het werken met afzonderlijke vennootschappen is het mogelijk om andere partners aan te trekken om een specifiek project te verwezenlijken. Het is inderdaad zo dat het praktisch niet mogelijk is om een bepaald project te beheren samen met een andere partij zonder dit in een afzonderlijke vennootschap af te zonderen, aangezien enerzijds zo'n afzonderlijke vennootschap de beste manier is om, middels een aandeelhoudersovereenkomst of de vennootschapsstatuten, afspraken te maken met betrekking tot het beheer van het project, en anderzijds het opzetten van zo'n afzonderlijke vennootschap ook nodig is met het oog op het wederzijds risicobeheer tussen het Fonds en een eventuele partner. Enkel door het opzetten van een afzonderlijke vennootschap voor elk project wordt immers de partner beschermd tegen het risico verbonden aan de andere projecten, en worden op hun beurt de andere projecten beschermd tegen de nadelige gevolgen die eventuele fouten van de partner met zich mee zouden brengen. • de projecten worden steeds deels gefinancierd door externe schuldfinanciering, normaal verstrekt door banken. Aangezien hierbij de voorwaarden en eventuele zekerheden steeds per project worden vastgesteld, en de financierende instelling tevens het risico van zijn financiering tot dit ene project beperkt wilt zien blijven, zonder invloed van bestaande of toekomstige projecten, zal deze tevens vereisen dat het betrokken project in een afzonderlijke vennootschap wordt ondergebracht. • ook voor administratieve doeleinden is het eenvoudiger om elk project binnen een afzonderlijke vennootschap te realiseren. 19. Ook buiten het kader van de bedoelde sector is het investeren in onroerend goed door middel van afzonderlijke vennootschappen zeer gebruikelijk. In het kader van de wetgeving inzake de gereglementeerde vastgoedvennootschap kan bijvoorbeeld worden verwezen naar artikel 4, §1, lid 1, (b) van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen dat binnen de toegelaten activiteiten het bezitten van "vastgoed" vermeldt. Terzake omschrijft het artikel 2, 5° van deze wet het concept "vastgoed" niet enkel als "onroerende goederen als gedefinieerd in artikel 517 van het Burgerlijk Wetboek, en de zakelijke rechten op onroerende goederen", maar ook als "aandelen met stemrecht uitgegeven door vastgoedvennootschappen". "Vastgoedvennootschappen" worden dan weer in artikel 2, 4° van deze wet omschreven als vennootschappen"(…) met als statutair hoofddoel de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing of de verkoop, alsook de verhuur van vastgoed voor eigen rekening, of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel". 20. Bovendien kan deze werkmethode niet zomaar gelijkgesteld worden met een holdingactiviteit. Aangezien het fiscaal recht dit concept niet omschrijft, moet hiervoor het gemeen recht (en in casu het financieel recht) worden gebruikt om dit begrip een zinnige invulling te geven. 21. De AICB Wet definieert een holding daarentegen als volgt: "een vennootschap met een deelneming in een of meer andere vennootschappen, die als zakelijk doel heeft om, via haar dochtervennootschappen, verbonden vennootschappen of deelnemingen, een bedrijfsstrategie of bedrijfsstrategieën uit te voeren met de bedoeling aan hun langetermijnwaarde bij te dragen, en die (a) [...]; of (b) ofwel niet is opgericht met als hoofddoel voor haar beleggers winst te genereren door haar dochtervennootschappen of verbonden vennootschappen af te stoten, zoals blijkt uit haar jaarverslag of andere officiële stukken 22. Een holding wordt derhalve gedefinieerd als een vennootschap die participaties neemt in andere vennootschappen zonder hierbij als hoofddoel te hebben binnen een bepaalde termijn deze vennootschappen te vervreemden om alzo de aandeelhouders van de holding van een bepaald rendement op hun in de holding gedane investeringen te voorzien. De holding vormt derhalve een soort van tegenpool van een beleggingsvennootschap. 23. Uit het feit dat het Fonds voldoet aan de criteria om als een alternatieve instelling voor collectieve belegging te worden beschouwd, en meer algemeen de hoger opgesomde kenmerken van het Fonds (beperkte duur, hoeveelheid en aard van de investeerders en investeringen, investeringspolitiek, investeringsperiode, duidelijke focus op rendement en op het uitkeren van gerealiseerde winsten etc.) blijkt dat het Fonds volledig in lijn ligt met wat onder de AICB Wet als een "alternatieve instelling voor collectieve belegging" wordt beschouwd, en dus ook het tegenovergestelde is van een vennootschap die als een "holding" moet worden beschouwd. 24. Het exclusieve doel van het Fonds bestaat er derhalve in om de middelen die zij bij (private en institutionele) investeerders aantrekt gemeenschappelijk te beleggen in bepaalde vennootschappen en projecten. De hiervoor beschreven talrijke bepalingen en beperkingen die de investeringspolitiek van het Fonds definiëren garanderen een grote risicospreiding, zorgen er voor dat het Fonds slechts gedurende een beperkte periode investeringen kan doen en beogen dat het Fonds de middelen die ze realiseert zo spoedig mogelijk aan haar investeerders terugbetaalt. Dit alles is in lijn met de typische kenmerken van een beleggingsvennootschap, die voor een beperkte duur wordt opgericht en waarbij er onder de investeerders en in hoofde van het Fonds geenszins de bedoeling bestaat een "groep" te vormen. 25. Hoewel het Fonds juridisch-technisch in beginsel voor onbepaalde duur wordt opgericht, is het niet de bedoeling dat de investeerders voor onbepaalde duur aandeelhouder blijven van het Fonds. Net zoals het geval is bij quasi alle private equity fondsen, wordt er na een periode van (in voorliggend geval) acht à tien jaar in een realisatie van de investering in het Fonds voorzien. 26. Dit gebeurt in voorliggend geval in eerste orde door een op heden beoogde omvorming van het Fonds in een GVV. Indien dit niet mogelijk zou zijn, wordt de realisatie door een verkoop beoogd. Tenslotte is de ontbinding van het Fonds voorzien, indien noch de omvorming noch een verkoop kunnen worden gerealiseerd. 27. Door te voorzien in deze verschillende realisatie mogelijkheden is het dus duidelijk niet de intentie dat de investeerders voor onbepaalde duur aandeelhouder blijven van het Fonds. Dit wijzigt dus geenszins de kwalificatie als beleggingsvennootschap. 28. Op basis van de hierboven vermelde elementen, kan X beschouwd worden als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.
|
|||||||