Voorafgaande beslissing nr. 700.431 dd. 07.05.2008
- Section :
- Regulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sub-domain :
- Fiscal Discipline
Summary :
Vennootschapsbelasting
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 700.431 dd. 07.05.2008
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 700.431 dd. 07.05.2008 Tax year : 0 Comments : voorafgaande beslissin Document date : 07/05/2008 Keywords : Vennootschapsbelasting Document language : NL Name : 700.431 Version : 1
Voorafgaande beslissing nr. 700.431 dd. 07.05.2008 Vennootschapsbelasting Samenvatting De inbrengverrichtingen waarbij enerzijds de NV "A" haar vastgoedactiviteit en anderzijds de NV "B" en de NV "C" hun algemeenheid van goederen inbrengen in de buitenlandse vennootschap "D" beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92, aangezien de herstructurering kadert binnen de politiek van de groep om het vastgoed van de groep te groeperen en te beheren door gespecialiseerde vastgoedvennootschappen. De inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, 1ste lid, 2°, WIB 92. De inbrengverrichtingen kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime zoals voorzien in de artikelen 117, § 1 en § 2, W.Reg. I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat : Wat de vennootschapsbelasting betreft : de inbreng van de vastgoedactiviteit door de Belgische vennootschap NV "A" in de buitenlandse vennootschap "D" kan worden aangemerkt als een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92); de inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" en de inbreng van een algemeenheid van goederen door de NV "B" en de NV "C" in de buitenlandse vennootschap "D" beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92 ; Wat de registratierechten betreft : de voormelde inbrengverrichtingen door de NV "A", de NV "B" en door de NV "C" geen aanleiding geven tot enig proportioneel registratierecht, vermits het gaat om een inbreng van een bedrijfstak (inbreng door de NV "A") c.q. inbreng van een algemeenheid van goederen (inbrengen door de NV "B" en de NV "C") die vrijgesteld zijn van inbrengrechten overeenkomstig artikel 117, § 1 en 2, van het Wetboek der Registratie-, hypotheek, en griffierechten (W. Reg). * II. Beslissing De inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" in de buitenlandse vennootschap "D" kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 omwille van de volgende redenen : 2. De NV "A" behoort tot de wereldwijde groep die actief is in sector X. Naast haar activiteit X beheert de NV "A" onroerende goederen die hoofdzakelijk aan derden worden verhuurd. Een aantal gebouwen worden gedeeltelijk door de NV "A" zelf (zie randnummer 3 hierna) of door andere groepsvennootschappen betrokken. 3. Gebouw 1 wordt voor een beperkt gedeelte gebruikt door de NV "A". Dit gebouw werd destijds opgetrokken door de NV "A". Door het feit dat de NV "A" 100 % eigenaar is van het gebouw, bestaat er geen basisakte van mede-eigendom met een duidelijke omschrijving van de afzonderlijke gedeelten van het gebouw die betrokken worden door de NV "A" en het daarmee overeenstemmende gedeelte in de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Gebouw 2, waarvan de eigendom in onverdeeldheid toebehoort aan de NV "A" en de NV "B", wordt voor een zeer beperkt gedeelte door de NV "A" gebruikt als archiefruimte. Gelet op het voorgaande kan worden aanvaard dat deze gebouwen integraal deel uitmaken van de inbreng. 4. De inbreng van de bedrijfsafdeling door de NV "A" omvat naast de inbreng van het vastgoed tevens de inbreng van de participatie die verbonden is met de vastgoedactiviteit. De inbreng van deze participatie zal de buitenlandse vennootschap "D" toelaten een zodanig aandeel te verwerven in deze vennootschap ("D" heeft reeds zelf een bepaald aandeel in de vennootschap) waardoor in principe een zetel in de Raad van Bestuur zal kunnen ver-kregen worden. 5. De inbreng door de NV "A" omvat alle activa en (personeels)schulden die betrekking hebben op de vastgoedactiviteit van deze vennootschap. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen financieringsschuld meer aanwezig is op de overgedragen onroerende goederen. Een aantal personeelsleden die instaan voor het algemeen beheer van de vastgoedactiviteit, zullen mee overgaan naar de (Belgische inrichting van de) buitenlandse vennootschap "D". De ingebrachte bestanddelen vormen derhalve samen een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" en de inbreng van de algemeenheid van goederen door de NV "B" en door de NV "C" in de buitenlandse vennootschap "D" beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92 omwille van de volgende redenen : 6. Het Belgische vastgoed van de groep zit momenteel verspreid bij de NV "A", de NV "B" en de NV "C". 7. De geplande inbrengverrichtingen strekken ertoe het vastgoed te centraliseren in de buitenlandse vennootschap "D", waarin reeds het gehele vastgoed van de groep is ondergebracht, met uitzondering van het gedeelte bestemd voor eigen gebruik. Naar aanleiding van deze inbrengverrichtingen zal er een Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap "D" ontstaan. Deze Belgische inrichting zal een aanzienlijk vastgoedpatrimonium beheren en een x-tal werknemers tewerk stellen die afkomstig zijn van de NV "A" en de NV "B". 8. Het onderbrengen van het Belgische vastgoed in een afzonderlijke vennootschap past beleidsmatig in de politiek van de groep waarbij het onroerend goed gegroepeerd wordt en beheerd wordt door aparte gespecialiseerde vennootschappen. Het gehele vastgoed van de buitenlandse tak werd reeds ondergebracht in de buitenlandse vennootschap "D", met uitzondering van het gedeelte bestemd voor eigen gebruik. 9. Deze internationale dimensie en de concentratie van de expertise van alle personeelsleden die zich bezighouden met het Belgische en het buitenlandse vastgoed in één vennootschap laten een meer professioneel en gespecialiseerd beheer toe, met de mogelijkheid om alert te reageren op internationale tendensen binnen de vastgoedmarkt. 10. De voorgenomen inbrengverrichtingen zullen een belangrijke schaalvergroting met zich meebrengen, waardoor de vrijgekomen liquiditeiten bij de verkoop van onroerende goederen efficiënter kunnen worden wederbelegd. 11. De verrichtingen zullen er eveneens toe leiden dat de volledige eigendom van bepaalde onroerende goederen die thans in onverdeeldheid worden aangehouden door de verschillende inbrengende groepsvennootschappen in één en dezelfde entiteit zal worden ondergebracht. 12. De buitenlandse vastgoedtak bestaat uit winkels, kantoorgebouwen en residentieel vastgoed, in tegenstelling tot de Belgische vastgoedtak (dat enkel uit kantoorgebouwen bestaat). Deze diversificatie laat een grotere risicospreiding toe en beperkt het investeringsrisico, waarbij negatieve fluctuaties op de vastgoedmarkt kunnen worden afgevlakt. 13. De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd dat de inbrengoperaties geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling, gezien het huidig personeel locaal dezelfde activiteit blijft uitoefenen zowel in België als in het buitenland. 14. De inbrengverrichtingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92, voor zover de herstructurering door middel van de inbrengverrichtingen geen overdracht beoogt van de naar aanleiding van de inbreng uitgegeven nieuwe aandelen van de buitenlandse vennootschap "D". Zulks zal inzonderheid het geval zijn indien : 14.1 de aandelen van de buitenlandse vennootschap "D" niet worden overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergaderingen die de geplande verrichtingen zullen goedkeuren; 14.2 50 % van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een periode van 24 maanden vanaf het einde van voormelde periode van 12 maanden; 14.3 Bij de overdracht van deze aandelen naar aanleiding van latere herstructureringen, t.t.z.
de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden niet worden vervreemd. De in het vooruitzicht gestelde inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" in de buitenlandse vennootschap "D" kan worden verricht onder het vrijstellingsregime zoals voorzien in artikel 117, § 2, W.Reg. omwille van de volgende redenen : 15. Volgens artikel 117, § 2, W. Reg. is het bij artikel 115 bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken. 16. De inbreng dient het geheel te omvatten van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatinggeheel vormen (K.B. 18 juli 1972, art. 1) en de ingebrachte of afgesplitste bedrijfstak moet een geheel zijn dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. 17. Uit de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt dat de inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV "A" een bedrijfstak vormt. De inbreng beantwoordt aan de vereiste dat het geheel op eigen kracht kan functioneren, waarbij het "geheel" bestaat uit de vermogensbestanddelen en het personeel dat de taken met betrekking tot het vastgoed uitoefent. 18. De inbreng omvat alle onroerende goederen van de NV "A" met inbegrip van twee onroerende goederen die deels worden gebruikt door de NV "A" en deels worden verhuurd aan derden. Gebouw 1 wordt voor een beperkt gedeelte gebruikt door de NV "A". Dit gebouw werd destijds opgetrokken door de NV "A". Door het feit dat de NV "A" 100 % eigenaar is van het gebouw, bestaat er geen basisakte van mede-eigendom met een duidelijke omschrijving van de afzonderlijke gedeelten van het gebouw die betrokken worden door de NV "A" en het daarmee overeenstemmende gedeelte in de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Gebouw 2, waarvan de eigendom in onverdeeldheid toebehoort aan de NV "A" en de NV "B", wordt voor een zeer beperkt gedeelte door de NV "A" gebruikt als archiefruimte. Gelet op het voorgaande kan worden aanvaard dat deze gebouwen integraal deel uitmaken van de inbreng. 19. Al de activabestanddelen die worden aangewend in het kader van de in te brengen bedrijfstak (met inbegrip van een deelneming in een vastgoedvennootschap), zullen worden overgedragen aan de buitenlandse vennootschap "D". Het in deze bedrijfstak tewerkgestelde personeel, twee personeelsleden, wordt mee overgedragen. Er is dus voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng het geheel omvat van de goederen van de bedrijfstak. 20. Het passief dat aan de buitenlandse vennootschap "D" wordt overgedragen heeft uitsluitend betrekking op de ingebrachte bedrijfstak en niet op andere schulden van de vennootschap. 21. De inbreng zal worden gedaan door de Belgische vennootschap, de "A". Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen. 22. De inbreng wordt gedaan in een bestaande buitenlandse vennootschap "D". Artikel 120, derde lid, W. Reg. is ook van toepassing bij de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak in een buitenlandse vennootschap. 23. De vergoeding van de inbreng gebeurt uitsluitend en volledig door toekenning van aandelen. 24. De vervulling van de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 120, derde lid, W. Reg. juncto artikel 117, § 2, W. Reg. te bekomen wordt bevestigd, hetzij in de akte van inbreng, hetzij in een onderaan deze akte gestelde verklaring of bijgevoegd schrijven, die vóór de registratie door de partijen of, in hun naam, door de instrumenterende notaris zal ondertekend worden. De in het vooruitzicht gestelde inbreng van de universaliteit van de goederen door enerzijds de NV "B" en anderzijds de NV "C" in de buitenlandse vennootschap "D" kan worden verricht onder het vrijstellingsregime zoals voorzien in artikel 117, §1, W.Reg. omwille van de volgende redenen : 25. Volgens artikel 117, § 1, W.Reg. is het bij artikel 115 bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen. 26. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde : 26.1 dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen; 26.2 dat, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. 27. De inbrengen zullen worden gedaan door twee Belgische vennootschappen, de NV "B" en de NV "C". Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen. 28. De inbreng wordt gedaan in een bestaande buitenlandse vennootschap "D". Artikel 120, derde lid, W. Reg. is ook van toepassing bij de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak in een buitenlandse vennootschap. 29. De vergoeding van de inbreng gebeurt uitsluitend en volledig door toekenning van aandelen. 30. De vervulling van de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 120, derde lid, W. Reg. juncto artikel 117, § 1, W. Reg. te bekomen wordt bevestigd, hetzij in de akte van inbreng, hetzij in een onderaan deze akte gestelde verklaring of bijgevoegd schrijven, die vóór de registratie door de partijen of, in hun naam, door de instrumenterende notaris zal ondertekend worden. |
|||||||