Vraag nr. 1196 van Mevrouw Nelis-Van Liedekerke dd. 26.08.1994
Summary :
BTW,Tarieven,Alcoholhoudende dranken,Controle op het intracommunautair verkeer,Goederen onderworpen aan accijns.
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Vraag nr. 1196 van Mevrouw Nelis-Van Liedekerke dd. 26.08.1994
Vraag nr. 1196 van Mevrouw Nelis-Van Liedekerke dd. 26.08.1994
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 1196 van Mevrouw Nelis-Van Liedekerke dd. 26.08.1994 Tax year : 2005 Document date : 26/08/1994 Keywords : BTW / Tarieven / Alcoholhoudende dranken / Controle op het intracommunautair verkeer / Goederen onderworpen aan accijns. Document language : NL Name : 94/1196 Version : 1 Question asked by : Nelis-Van Liedekerke
VRAAG 94/1196 Vraag nr. 1196 van Mevrouw Nelis-Van Liedekerke dd. 26.08.1994 Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 128, blz. 13363-13366 BTW - Tarieven - Alcoholhoudende dranken - Controle op het intracommunautair verkeer - Goederen onderworpen aan accijns. VRAAG Inzake indirecte belastingen, en meer bepaald inzake BTW-tarieven en accijnzen voor wijnen en distillaten, zijn tussen de verschillende EG- lidstaten onderling grote verschillen waar te nemen. Bij een vergelijking met de tarieven in de ons direct omringende landen en belangrijkste handelspartners, blijkt het huidige Belgische BTW-tarief van 20,5 % het hoogst te zijn (ter vergelijking : Luxemburg 12 %, Frankrijk 18,6 %, Nederland 17,5 % en Duitsland 15 %). Een dergelijk hoog BTW-tarief en zulke grote verschillen met de tarieven van de ons omringende landen hebben heel wat nefaste gevolgen voor de Belgische markt. Indien het verschil in BTW-tarieven en accijnzen tussen twee landen-handelspartners meer dan 5 % bedraagt, ontstaat er een secundaire markt met als gevolg concurrentievervalsing voor de Belgische ondernemingen. Een tweede element dat concurrentievervalsend werkt, is het feit dat er een bepaalde accijnsloze markt ontstaat. Frankrijk, Italië en Spanje heffen geen accijnzen meer op stille en mousserende wijnen en sinds het wegvallen van de grenzen, bevoorraden talrijke afnemers zich massaal in deze landen. Een georganiseerde zwarte markt berokkent veel schade aan handelaars en distributeurs. 1. Welke stappen werden al gedaan om een eenvormig BTW-stelsel tot stand te brengen met het oog op de competitiviteit van de ondernemingen in deze sector ?
ANTWOORD De BTW-tarifering wordt op Europees vlak geregeld door de Richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van de zesde BTW-Richtlijn (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven) (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 316 van 31 oktober 1992, blz. 1). Deze Richtlijn bepaalt dat de Lid-Staten een normaal tarief dienen toe te passen dat tot en met 31 december 1996 niet lager mag zijn dan 15 %. Bovendien kunnen de Lid-Staten één of twee verlaagde tarieven toepassen voor de in bijlage H van de Richtlijn genoemde categorieën van goederen en diensten. Alcoholhoudende dranken zijn evenwel niet opgenomen in deze bijlage en bijgevolg is het niet mogelijk hiervoor een verlaagd tarief in te voeren. De Lid-Staten die op 1 januari 1991 een verlaagd tarief toepasten voor andere dan in bijlage H genoemde goederen en diensten, kunnen voor die goederen en diensten evenwel een verlaagd tarief toepassen dat echter niet lager mag zijn dan 12 %. België kan hiervan geen gebruik maken daar alcoholhoudende dranken hier te lande op 1 januari 1991 onderworpen waren aan de tarieven van 19 % of 25 %. De regeling zoals die momenteel van toepassing is, biedt een tijdelijke oplossing, die in principe slechts geldt tot 31 december 1996. Artikel 12, lid 3, a), tweede alinea van de Zesde Richtlijn bepaalt immers dat de Raad, op basis van het verslag over de werking van de overgangsregeling en op basis van voorstellen voor de definitieve regeling die de Commissie moet indienen, vóór 31 december 1995 met eenparigheid van stemmen moet beslissen over het niveau van het minimumtarief dat na 31 december 1996 voor het normale tarief zal gelden. Anderdeels bepaalt artikel 12, lid 4, van de Zesde Richtlijn : "Aan de hand van een verslag van de Commissie onderwerpt de Raad, voor de eerste maal in 1994 en vervolgens om de twee jaar, de werkingssfeer van de verlaagde tarieven aan een onderzoek. De Raad kan op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluiten wijzigingen aan te brengen in de lijst van goederen en diensten in bijlage H." Door de Commissie werd tot op heden nog geen verslag bij de Raad ingediend. Uiteindelijk volgt uit de bepalingen van artikel 28, lid 2, e) van de Zesde Richtlijn dat het tarief van 12 %, dat gehanteerd wordt door Luxemburg - en dat slechts geldt voor wijn en niet, zoals uit de vraag blijkt, voor alcohol en bier - slechts kan gehandhaafd blijven zolang de overgangsregeling van toepassing blijft, en deze overgangsregeling eindigt in principe eveneens op 31 december 1996. Op het stuk van accijnzen werden in Richtlijn 92/84/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken minimumtarieven vastgesteld voor wijn en gedistilleerde dranken. Het instellen van die minimumtarieven heeft de verschillen tussen de accijnstarieven van de verschillende Lid-Staten niet opgeheven. Om budgettaire redenen heeft België besloten de hogere tarieven die reeds werden geheven vóór 1 januari 1993 te behouden. Het is niet onbekend dat het wegvallen van de fiscale grenzen en het vrije verkeer van de goederen binnen de Europese Unie in het geval van ongelijke tarieven leveringen via een parallelle markt met zich kan brengen. Daarom stelt de Administratie der douane en accijnzen zich tot doel er op toe te zien dat op alle in het land binnengebrachte goederen de in ons land verschuldigde belastingen worden betaald. De controle op de juiste inning geschiedt inzonderheid door een streng onderzoek van de vervoersdocumenten. Vermits door het opheffen van de binnengrenzen aldaar geen systematische controle kan geschieden, werd besloten de controles op het accijnsverkeer te verrichten over het hele grondgebied door middel van georganiseerde en snelle interventies. Een controle uitgevoerd door één enkele Lid-Staat kan echter niet het gewenste resultaat opleveren. Om die reden werd tussen de accijnsadministraties van de verschillende Lid-Staten overeengekomen om elkaar misbruiken in het intracommunautair verkeer te melden is de mogelijkheid gecreëerd om volgens een uniform systeem, in de andere Lid- Staten inlichtingen over een bepaald vervoer in te winnen. Binnen de administratie werden specifieke diensten, verantwoordelijk voor alle accijnsprodukten, opgericht om de produktie en de handel in accijnsgoederen te controleren. Deze controlediensten werden opgeleid om naast de gebruikelijk fysieke controles ook meer en meer de beweging van de goederen boekhoudkundig te volgen, wat zeker leidt tot een vollediger inzicht van de handel in goederen die aan accijnzen onderworpen zijn. Een oordeelkundig nazicht van de boekhouding zal immers in vele gevallen toelaten bedrieglijke handelingen op het spoor te komen. |
|||||||||