Vraag nr. 390 van de heer Borginon dd. 08.06.2000
Summary :
Parkeergarages
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 390 van de heer Borginon dd. 08.06.2000
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 390 van de heer Borginon dd. 08.06.2000 Tax year : 2005 Document date : 08/06/2000 Keywords : Parkeergarages Document language : NL Name : 00/390 Version : 1 Question asked by : Borginon
VRAAG 00/390 Vraag nr. 390 van de heer Borginon dd. 08.06.2000 Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 104, blz. 12144-12146 Bull. nr. 823, pag. 812-815 Parkeergarages VRAAG De overvloedige automobiliteit heeft aanleiding gegeven tot de bouw van talloze private of geconcessioneerde parkings in de steden. Eén van de opvallende zaken die vele van die parkings met mekaar gemeen hebben is het merkwaardige gebruik om het ticket dat men bij het binnenrijden van een betaalparking krijgt, terug te nemen bij het buitenrijden ervan. De automobilist heeft - tenzij hij dit uitdrukkelijk vraagt meestal geen bewijs van wat hij betaald heeft. Omgekeerd rijst de vraag of de overheid wel weet hoeveel er effectief betaald werd. De mogelijkheid tot fraude lijkt ernorm, vooral ook omdat heel wat betaalparkings geen enkele inspanning doen om met moderne betaalmiddelen (Visa, Bancontact, Proton, enz.) te werken, terwijl dit eigenlijk economisch kostenefficiënter is. In tegendeel, betaalparkings prefereren overduidelijk het gebruik van cash geld. 1. a) Op welke wijze worden betaalparkings gecontroleerd voor de inkomsten en BTW-belasting? b) Bestaan er specifieke afspraken met de sector? c) Is er een verplicht fiscaal controle-element bijvoorbeeld door een gewaarborgde telling van de lezers van de parkeertickets? 2. Kan de minister maatregelen nemen om bijvoorbeeld het gebruik van krediet- en debetkaarten te verplichten ten einde de fiscale controle te vergemakkelijken? 3. a) Heeft u enig idee van wat de capaciteitsbenutting van een normale stadsparking is? b) Wordt op basis daarvan vergeleken met de fiscale inkomsten? ANTWOORD Belasting over de toegevoegde waarde Inzake de belasting over de toegevoegde waarde, zijn de ontvangsten voortkomende uit de activiteit van de uitbaters van betalende parkings onderworpen aan de voornoemde belasting tegen het normaal tarief dat thans 21 % bedraagt. Deze uitbaters zijn overigens gehouden tot alle verplichtingen die voortvloeien uit de belastingplicht en die onder andere voorzien zijn in het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Zo de verplichting tot facturatie de regel is in uitvoering van artikel 1 van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, indien de belastingplichtige een handeling stelt in de uitoefening van zijn activiteit (in dit geval een dienstverrichting), of bij het opeisbaar worden van de belasting, vóór de voltooiing van de verrichting, ingevolge een andere oorzaak dan het belastbaar feit, is deze belastingplichtige er toch van ontheven een factuur uit te reiken in de mate waarin hij deze handelingen verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik. De ontvangsten, belasting inbegrepen, moeten opgenomen worden in een register (dag-ontvangstenboek) in overeenstemming met hetgeen wordt voorgeschreven door de artikelen 14, § 2, 3°, en 15, § 3, van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. De inschrijvingen in het dag-ontvangstenboek moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard. De vermeldingen op de verantwoordingsstukken en het systeem en de middelen waarmee die stukken worden gegenereerd moeten minstens toelaten de BTW op het juiste bedrag van de verstrekte diensten correct toe te passen, en die toepassing te verantwoorden en te controleren. Gegevens die de parkinguitbater genereert op de verantwoordingsstukken of anderszins maar die hij niet gebruikt ter verantwoording van de inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten moeten eveneens worden bewaard en bij controle ter inzage worden voorgelegd. De bewarings- en voorleggingsplicht strekt zich immers uit tot alle stukken met betrekking tot de beroepsbekwaamheid (artikelen 60 en 61 van het BTW-Wetboek). Om de belasting vast te stellen, beschikt de administratie over de rechten van onderzoek en de specifieke bewijsmiddelen voorzien in het BTW-Wetboek. Geen enkele bepaling van dit Wetboek laat haar echter toe om het gebruik van krediet- of debetkaarten te eisen teneinde de toepassing van de belastingheffing beter te kunnen verifiëren. Inkomstenbelastingen Inzake inkomstenbelastingen worden aan exploitanten van parkeergarages geen specifieke wettelijke verplichtingen opgelegd. Zij moeten hun inkomsten aangeven op grond van hun boeken en bescheiden en hun fiscale toestand wordt periodisch onderzocht zoals deze van alle andere belastingplichtigen. Om het onderzoek en de vestiging van de belasting uit te voeren, beschikt de administratie over de door het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 ter beschikking gestelde rechten van onderzoek en bewijsmiddelen die terug te vinden zijn in titel VII, hoofdstukken III en IV van dat wetboek. De taxatiediensten en de opsporingsdiensten kunnen ter plaatse elke nodige controle en vaststelling uitvoeren. Het onderzoek van de fiscale toestand van de betrokken belastingplichtigen houdt rekening met het geheel van de elementen eigen aan elk geval. Het voornoemde wetboek bevat geen bepalingen die mij toelaten het gebruik van krediet- of debetkaarten op te leggen om de fiscale controle te vergemakkelijken. |
|||||||