Vraag nr. 530 van de heer Schellens dd. 08.12.2000
Summary :
Forfaitaire onkostenvergoeding,Beheerders VZW
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 530 van de heer Schellens dd. 08.12.2000
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 530 van de heer Schellens dd. 08.12.2000 Tax year : 2005 Document date : 08/12/2000 Document language : NL Name : 00/530 Version : 1 Question asked by : Schellens
VRAAG 00/530 Vraag nr. 530 van de heer Schellens dd. 08.12.2000 Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11887-11889 Forfaitaire onkostenvergoeding - Beheerders VZW VRAAG Gelijklopend met de regeling zoals deze is uitgewerkt voor de vrijwilligers zoals verschenen in de circulaire Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 rijst de vraag of deze regeling eveneens kan toegepast worden voor statutair onbezoldigde beheerders dewelke een forfaitaire vergoeding van maximum 40.000 frank per jaar ontvangen ter vergoeding van de onkosten dewelke worden geacht gemaakt te zijn ter uitoefening van hun mandaat als beheerder, zoals daar zijn, verplaatsingskosten, en andere kosten waarvoor het wegens de aard en het geringe bedrag niet gebruikelijk is bewijsstukken voor te leggen zoals daar zijn, telefoonkosten, faxkosten, gebruik van PC en internet, briefwisseling, documentatie en ander klein materiaal. Heden wordt vastgesteld dat de Belastingadministratie deze forfaitaire vergoeding voor de VZW's niet als uitgave aanvaardt, meer, zij passen de taxatie van 300 % toe als geheim commissieloon, daar deze forfaitaire vergoedingen niet werden aangegeven door de VZW dit bij ontstentenis van de bepalingen inzake verworpen uitgaven zoals deze bestaan in de vennootschapsbelasting. Dit houdt een aanzienlijk verschil in tussen de toegepaste tarieven op gelijkaardige uitgaven afhankelijk van het belastingsstelsel dat wordt toegepast. Deze niet-aangifte kent zijn oorzaak in het feit dat het gaat over geringe bedragen, dewelke de kosten niet overschrijden. 1. Kunnen de bepalingen zoals hogervermeld en beschreven in de circulaire Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 ook van toepassing zijn voor de forfaitaire vergoedingen, ontvangen door statutair onbezoldigde beheerders van een VZW? 2. Kan deze regeling ook toepasbaar zijn voor de periode voorafgaand aan deze circulaire? ANTWOORD Het geachte lid beoogt klaarblijkelijk een concreet geval en zal begrijpen dat ik me niet kan uitspreken zonder kennis te hebben van de juridische en feitelijke elementen die de beschreven situatie kenmerken. Ik ben evenwel bereid deze zaak door mijn diensten te laten onderzoeken indien mij het adres en de identiteit van de betrokkenen, alsmede de noodzakelijke beoordelingselementen worden meegedeeld. Zonder een definitief standpunt in te nemen kan ik evenwel meedelen dat statutair onbezoldigde beheerders van een VZW niet expliciet worden uitgesloten in de in uw vraag bedoelde administratieve circulaire. In die circulaire wordt een vrijwilliger immers aangemerkt als een natuurlijke persoon die, op onbaatzuchtige wijze, onbezoldigd en in een georganiseerd of gereglementeerd verband, zijn activiteiten uitoefent. Het gelegenheidswerk moet bovendien activiteiten betreffen die onbaatzuchtig en rechtstreeks voor de opdachtgever worden verricht zonder dat de vrijwilliger één of andere beroepsrelatie heeft met de opdrachtgever. Voor zover de vergoedingen de aard zouden hebben van presentiegelden is echter niet voldaan aan de voorwaarden van de voormelde circulaire, aangezien presentiegelden in principe als belastbare beroepsinkomsten in de zin van artikel 23, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden aangemerkt. De richtlijnen van die circulaire treden in werking vanaf 5 maart 1999 (onmiddellijke inwerkingtreding) en zijn tevens van toepassing op hangende geschillen. Voor de periode die voorafgaat aan die circulaire, kunnen die richtlijnen dus enkel worden ingeroepen in het kader van een hangend geschil. |
|||||||