Vraag nr. 605 van de heer Dalem dd. 04.02.1994

Date :
04-02-1994
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Regulation
Type :
Parliamentary questions
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Verplaatsingskosten

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 605 van de heer Dalem dd. 04.02.1994
Vraag nr. 605 van de heer Dalem dd. 04.02.1994
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 605 van de heer Dalem dd. 04.02.1994
Tax year : 2005
Document date : 04/02/1994
Document language : NL
Name : 94/605
Version : 1
Question asked by : Dalem

VRAAG 94/605

Vraag nr. 605 van de heer Dalem dd. 04.02.1994


Bull. nr. 739, pag. 1373

Verplaatsingskosten

    Iemand meldt mij dat zijn echtgenote, die bediende is in een privé- firma, over een bedrijfswagen beschikt. De afstand die zij aflegt van haar woonplaats naar haar plaats van tewerkstelling bedraagt ongeveer 160 kilometer heen en terug, of ongeveer 35 000 kilometer per jaar.

    Volgens het bestuur komen die verplaatsingen ten laste van de bediende, waardoor zij voor een bedrag van 352 000 frank aan allerhande voordelen wordt belast.

    De enige oplossing zou hier zijn de werkelijke beroepskosten te bewijzen. In dat geval is de aftrek voor deze post echter beperkt tot 211 200 frank. Daaruit vloeit een automatische belasting voort op een bijkomende basis van 140 800 frank, zonder rekening te houden met het feit dat het gewone forfaitaire bedrag voor de bezoldigden verloren zou gaan en dat het, naar zijn zeggen, niet gemakkelijk is om andere werkelijke kosten te bewijzen, wat deze persoon ontmoedigt.

    Graag vernam ik uw standpunt over de redelijkheid van zo'n belasting.

    Kunt u mij ook mededelen of het hier wel gaat om de maatregel die door het Parlement is gewild ?

    Zou het bestuur in dat geval geen gebruik kunnen maken van de teleologische interpretatie van de tekst, een techniek waarin het zich anders zo bedreven toont ?

ANTWOORD

    Artikel 66, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 10 van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1992) vloeit voort uit de wil van de wetgever om de aftrek van de werkelijk bewezen kosten van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen te vervangen door een forfaitaire aftrek van 6 frank per afgelegde kilometer voor de verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.

    De enige uitzondering die uitdrukkelijk op de toepassing van dit artikel wordt gemaakt heeft betrekking op de voertuigen die als persoonlijk vervoermiddel door sommige invaliden of gehandicapten worden gebruikt en die als dusdanig van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld.

    Behalve dit geval, heeft de wetgever duidelijk als zijn bedoeling te kennen gegeven alle andere voertuigen dan die welke voor het openbaar vervoer bestemd zijn, te willen treffen (zie inzonderheid gedr. stuk Kamer nr. 444/1, buitengewone zitting 1991-1992, blz. 15).

    Een situatie waarin dezelfde problematiek als door het geachte lid bedoeld, wordt geschetst, werd overigens door de commissie voor de Financiën onderzocht (zie gedr. stuk Kamer nr. 444/9, buitengewone zitting 1991-1992, blz. 126).

    Hoe dan ook, ik zie geen enkele reden om een uitzondering op die bepaling te overwegen alleen ten gunste van belastingplichtigen die gebruik maken van een voertuig van hun werkgever. Het spreekt inderdaad voor zich dat het grootste deel van degenen die hun eigen voertuig gebruiken eveneens meer belasting betalen ingevolge de forfaitaire beperking tot 6 frank per afgelegde kilometer van de aftrek van de verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.