Vraag nr. 800 van de heer van Weddingen dd. 02.10.2001
Summary :
Fiches 281.50,Domicilie van de verkrijgers
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 800 van de heer van Weddingen dd. 02.10.2001
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 800 van de heer van Weddingen dd. 02.10.2001 Tax year : 2005 Document date : 02/10/2001 Document language : NL Name : 01/800 Version : 1 Question asked by : van Weddingen
VRAAG 01/800 Vraag nr. 800 van de heer van Weddingen dd. 02.10.2001 Bull. nr. 829, pag. 2395-2397 Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 105, blz. 12339-12341 Fiches 281.50 - Domicilie van de verkrijgers VRAAG Op het huidige model van de fiches 281.50, die overgelegd moeten worden door personen die in het kader van hun beroepswerkzaamheid een beroep gedaan hebben op de diensten van een beoefenaar van een vrij beroep, of die, eveneens voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid, anderszins erelonen of commissies hebben betaald, moet onder meer het "domicilie" van de verkrijger worden vermeld. Niettegenstaande het beroepsmatige karakter van de relatie tussen de cliënt en de verkrijger van de vergoeding menen sommige controleurs nu dat op de fiche het privé-domicilie van de verkrijger opgegeven moet worden, met andere woorden het domicilie waarop de betrokkene ingeschreven is in het bevolkingsregister. Fiches met het domicilie waar de betrokkene kantoor houdt, worden derhalve verworpen, met alle gevolgen van dien op het stuk van de aftrekbaarheid van de betaalde vergoedingen in de personenbelasting, en zelfs op het stuk van de heffing van een bijzondere bijdrage op geheime commissielonen voor vennootschappen en rechtspersonen. Die onlogische interpretatie door sommige controlediensten staat haaks op de werkelijkheid van het beroepsleven en is in de praktijk onrealistisch voor de personen die de fiches opstellen. Iemand die bijvoorbeeld een beroep doet op een notaris of een advocaat of een gerechtsdeurwaarder, doet dat ten kantore van de betreffende notaris of advocaat of gerechtsdeurwaarder, en krijgt achteraf een ereloonnota waarop enkel het domicilie van kantoor vermeld zal staan. De cliënt heeft geen mogelijkheid om het privé-domicilie van zijn advocaat of notaris aan de weet te komen, en genoemde advocaat of notaris is wettelijk geenszins verplicht zijn privé-domicilie aan zijn cliënten bekend te maken. Soms wil men dat trouwens ook niet bekend maken, kwestie van privé niet gestoord te worden. De eisen van de controlediensten lijken mij derhalve in het onderhavige geval onredelijk. Ik weet wel dat het voor de administratie gemakkelijker is om uit te gaan van het privé-domicilie, aan de hand waarvan de fiches aan de bevoegde controleur kunnen worden doorgezonden. Dat is echter geen reden om de belastingplichtige op te zadelen met het achterhalen van dat privé-domicilie, zeker wanneer die belastingplichtige, die niets uit te staan heeft met de aanslag van de verkrijger, wettelijk geen enkele mogelijkheid heeft om dat domicilie op te zoeken, terwijl de administratie dat wél probleemloos kan, want zij heeft toegang tot de gegevens in het rijksregister en andere gecomputeriseerde fiches. Deelt de minister deze mening? ANTWOORD Artikel 57, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (afgekort WIB 1992) bepaalt dat de als commissies, makelaarslonen, enz., gestorte bedragen die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn, slechts als beroepskosten kunnen worden aangenomen wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave als vermeld in artikel 30 van het koninklijk besluit tot uitvoering van voornoemd wetboek. Dienaangaande wordt in het nummer 9 van het bericht aan de schuldenaars van commissies, makelaarslonen, enz., dat in het Belgisch Staatsblad van 11 februari 2000 is gepubliceerd, verduidelijkt dat op de fiches 281.50 en de samenvattende opgave 325.50 de woonplaats (postnummer) van de verkrijger van de inkomsten op 1 januari van het jaar dat volgt op datgene waarop de formulieren betrekking hebben, moet worden vermeld of, ten minste, het door de schuldenaar van de inkomsten laatstgekende adres vóór die datum. Het vermelden van de woonplaats strekt ertoe de genieter van de inkomsten te identificeren, te meer daar de verificatie van de fiscale toestand van een belastingplichtige uitsluitend toekomt aan de dienst van het ambtsgebied waar die belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd is. Desalniettemin mag de bevoegde ambtenaar niet zonder meer de aftrek als beroepskosten weigeren van gestorte bedragen waarvoor de schuldenaar van de inkomsten, te goeder trouw, fiches 281.50 heeft opgesteld met vermelding van de plaats waar het beroep wordt uitgeoefend. Indien de administratie, met alle middelen waarover zij beschikt (informaticamiddelen of andere), er evenwel niet in slaagt de gegevens nodig voor de identificatie van de genieter van de gestorte bedragen te achterhalen binnen de termijnen waarover zij beschikt om deze laatste te belasten, kan alleen maar worden vastgesteld dat het bepaalde in artikel 57, 1°, WIB 1992 niet is nageleefd. |
|||||||