Vraag nr. 834 van mevrouw Nyssens dd. 12.10.2000

Date :
12-10-2000
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Regulation
Type :
Parliamentary questions
Sub-domain :
Fiscal Discipline

Summary :

Geen factuur,Intracommunautaire verwerving

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 834 van mevrouw Nyssens dd. 12.10.2000
Vraag nr. 834 van mevrouw Nyssens dd. 12.10.2000
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 834 van mevrouw Nyssens dd. 12.10.2000
Tax year : 2005
Document date : 12/10/2000
Keywords : Geen factuur / Intracommunautaire verwerving
Document language : NL
Name : 00/834
Version : 1
Question asked by : Nyssens

VRAAG 00/834

Vraag nr. 834 van mevrouw Nyssens dd. 12.10.2000


Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-35, blz. 1710-1712

BTW-Revue nr. 152, blz. 588

Geen factuur - Intracommunautaire verwerving

VRAAG

    Als een persoon die in België BTW-plichtig is, intracommunautair goederen aankoopt en de verkoper hem om welke reden dan ook geen factuur bezorgt, mag of moet hij dan spontaan een document opstellen dat als factuur dient en de BTW betalen? Kan hij met dit document dat als factuur dient, de BTW aftrekken die hij betaald heeft?

    Als een persoon die in België BTW-plichtig is, diensten als bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek ontvangt van een buiten België gevestigde leverancier, en deze leverancier, die gevestigd is in of buiten de Europese Gemeenschap, hem om welke reden dan ook geen factuur bezorgt, mag of moet hij dan spontaan een document opstellen dat als factuur dient en de BTW betalen? Kan hij met dit document de BTW aftrekken? Als in andere lidstaten van de Europese Unie geen verplichting bestaat om een factuur op te stellen als de leverancier in het buitenland gevestigd is en de BTW niet verschuldigd is in het land waar de leverancier gevestigd is, vindt u dan niet dat het ontbreken van de aftrekmogelijkheid een belemmering vormt voor de vrije dienstverlening in de interne markt?

    Bij het elektronisch downloaden van software gebeurt het regelmatig dat een leverancier enkel een bevestiging van de bestelling en van de betaling via kredietkaart doorstuurt per e-mail. Is deze elektronische bevestiging, die in overeenstemming is met de wetgeving van het land waar de leverancier gevestigd is, voldoende om de koper die in België gevestigd is, de mogelijkheid te bieden de BTW te betalen en af te trekken?

ANTWOORD

    Wanneer de belastingplichtige een belastbare intracommunautaire verwerving van goederen verricht die plaatsvindt in België of wanneer hij ontvanger is van een dienst die krachtens artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek in België plaatsvindt, is hij over die handelingen de belasting verschuldigd overeenkomstig artikel 51, § 1, 2°, of § 2, 1°, a), van dat wetboek.

    Indien, in die twee situaties, de leverancier of de dienstverrichter hem geen factuur of een als zodanig geldend stuk uitreikt met betrekking tot die handelingen, legt artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, de belastingplichtige verwerver of ontvanger de verplichting op, om uiterlijk bij het verstrijken van de maand tijdens dewelke de belasting opeisbaar wordt over die handelingen, een stuk op te maken. Dat stuk bevat de vermeldingen voorzien in § 2 van voormeld artikel 9.

    Bovendien moet de belastingplichtige, krachtens artikel 3, § 1, 5°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, om de belasting geheven van de intercommunautaire verwervingen van goederen te kunnen aftrekken, in het bezit zijn van een door zijn medecontractant uitgereikte factuur of, bij gebreke van een dergelijke factuur, het stuk bedoeld in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, en de belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt.

    Daarentegen, wanneer een belastingplichtige bij toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a), van het wetboek, ertoe gehouden is zelf de belasting te voldoen die opeisbaar is voor de aan hem verleende dienst, moet hij, om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, overeenkomstig artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3 in het bezit zijn van een door de dienstverrichter uitgereikte factuur en de over deze dienst verschuldigde belasting hebben voldaan op de door deze bepaling voorziene wijze. Deze factuur dient de naam, het adres en het voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde uitgereikte identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard en de hoeveelheid van de verrichte diensten, de prijs en het toebehoren ervan te vermelden; ze moet door voormelde belastingplichtige, ontvanger van de dienst, worden aangevuld met de overige vermeldingen voorzien in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1.

    Hieruit volgt dat de belastingplichtige ontvanger van de dienst de belasting geheven van de dienst waarvoor hij schuldenaar van de belasting is krachtens voormeld artikel 51, § 2, 1°, a), niet kan aftrekken wanneer de dienstverrichter hem geen factuur of als zodanig gelden stuk heeft uitgereikt, zelfs indien deze belastingplichtige, ontvanger van de dienst, het stuk voorzien in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 heeft opgemaakt.

    Deze onmogelijkheid voor de ontvanger van de dienst om de belasting, waarvan hij de schuldenaar is, af te trekken, vindt zijn oorsprong niet in het feit dat de buitenlandse dienstverrichter geen factuur heeft opgemaakt om reden dat hij, in voorkomend geval, niet gehouden is tot het uitreiken van een dergelijk stuk door de fiscale wetgeving van zijn eigen land, maar wel in het feit dat die dienstverrichter de Belgische wetgeving niet naleeft, inzonderheid het bepaalde van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 dat hem verplicht tot het opmaken van een factuur wanneer hij, zoals blijkbaar het geval is, een dienst verricht die plaatsvindt in het land bij toepassing van artikel 21, § 3, 7°, van het wetboek. Aangezien het gaat om een inbreuk tegen de Belgische fiscale wetgeving, begaan door de dienstverrichter, die op die manier de ontvanger zijn recht op aftrek ontneemt, is in die omstandigheden geen sprake van enige belemmering van het vrij verkeer van diensten in de eenheidsmarkt.

    In de door het geachte lid beoogde specifieke situatie, is de overdracht van software, via elektronische weg, door een belastingplichtige gevestigd in het buitenland aan een in België gevestigde belastingplichtige, een dienst die overeenkomstig artikel 21, § 3, 7°, d), van het wetboek plaatsvindt in België en waarvoor de ontvanger van de dienst schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, a), van het wetboek.

    Aangezien de bevestiging van een bestelorder en het stavingsdocument bij betaling door middel van kredietkaart niet kunnen beschouwd worden als een factuur in de zin van artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3, kan de ontvanger van de dienst derhalve op basis daarvan de belasting geheven van de overdracht van software niet aftrekken.

    Het verplicht bezit van een factuur of van een als zodanig geldend stuk als voorwaarde voor de uitoefening van het recht op aftrek in de hiervoor beoogde situatie is overigens conform de bepalingen voorzien in artikel 18, eerste lid, d), van de zesde richtlijn van de Raad (77/388/EEG) van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelastinggemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd door artikel 28septies van de richtlijn 91/680/EEG van de Raad van 16 december 1991 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging, met het oog op de afschaffing van de fiscale grenzen, van de richtlijn 77/ 388/EEG.