Vraag nr. 848 van de heer Didden dd. 12.09.1994
Summary :
Dubbelbelastingverdrag
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 848 van de heer Didden dd. 12.09.1994
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 848 van de heer Didden dd. 12.09.1994 Tax year : 2005 Document date : 12/09/1994 Document language : NL Name : 94/848 Version : 1 Question asked by : Didden
VRAAG94/848 Vraagnr. 848 van de heer Didden dd. 12.09.1994 Bull. nr. 747, pag. 902 Dubbelbelastingverdrag- België-Nederland - Pensioenen en ziekteuitkeringen. Volgens sommige diensten van defiscale administratie in België is dit verdrag evenwel niet vantoepassing op de pensioenen en de overige inkomsten(ziekteuitkeringen), ook niet indien deze inkomsten reeds in hetland van herkomst werden belast. Zo zullen personen op wiensNederlands pensioen reeds door de Nederlandse Staat belasting werdafgehouden ook in België op dit inkomen belast worden, zodat erwerkelijk sprake is van een dubbele belastingheffing. Dit geldttevens voor de ziekteuitkeringen die als overige inkomsten wordenbeschouwd en op basis van het zogenaamde OESO-verdrag in Belgiëworden belast. Mag ik vragen ter zake enigeklaarheid te bekomen ? Op welke wijze kan deze dubbelebelastingheffing worden vermeden ? Bestaat er overleg met de NederlandseStaat teneinde dergelijke misbruiken te voorkomen ? ANTWOORD De belastingheffing van pensioenen enziekteuitkeringen die een inwoner van België uit bronnen inNederland verkrijgt, dient te worden geregeld met inachtneming vande op 19 oktober 1970 tussen België en Nederland geslotenovereenkomst ter voorkoming van dubbele belasting (wet van 16augustus 1971, Belgisch Staatsblad van 25 september 1971). Ingevolge het bepaalde in artikel 18van voormelde overeenkomst zijn pensioenen (niet zijnde pensioenenwaarop artikel 19 van diezelfde overeenkomst van toepassing is) dieeen inwoner van België uit bronnen in Nederland verkrijgt ter zakevan een vroegere dienstbetrekking slechts belastbaar in België. Pensioenen die evenwel door deNederlandse Staat of door een staatkundig onderdeel van Nederland,hetzij rechtstreeks, hetzij uit door hen in het leven geroepenfondsen, worden betaald aan een inwoner van België ter zake vandiensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel mogen ingevolgehet bepaalde in artikel 19, § 1, van voormelde Belgisch-Nederlandse overeenkomst in Nederland aan belasting wordenonderworpen. Het bepaalde in voormeld artikel 19,§ 1, is evenwel niet van toepassing :
In die gevallen zijn de Nederlandseoverheidspensioenen verkregen door inwoners van België slechtsbelastbaar in België op grond van voormeld artikel 18. Andere pensioenen (niet zijnde terzake van een vroeger dienstbetrekking en niet zijndeoverheidspensioenen) die een inwoner van België uit bronnen inNederland verkrijgt zijn in beginsel in België belastbaar op grondvan het bepaalde in artikel 22 van voormeld Belgisch- Nederlandseovereenkomst. Indien de belastingheffing op grondvan het voorgaande aan Nederland toekomt, stelt België depensioenen die inwoners verkrijgen vrij overeenkomstig het bepaaldein artikel 24, § 2, 1°, van diezelfde Belgisch-Nederlandseovereenkomst. Die vrijstelling beperkt niet het recht van Belgiëmet de aldus vrijgestelde inkomsten rekening te houden bij hetbepalen van het tarief van de belasting dat van toepassing is op deandere inkomsten van de betrokkenen. Met betrekking tot debelastingregeling die van toepassing is op pensioenen bestaat ertussen de Belgische en de Nederlandse belastingadministratie geenverschil van inzicht. Wat nu evenwel de ziekteuitkeringenbetreft die inwoners van België uit bronnen in Nederlandverkrijgen, nemen de Belgische en de Nederlandsebelastingadministratie inderdaad niet hetzelfde standpunt in. DeNederlandse administratie is van oordeel dat op ziektevergoedingendie ingevolge de Nederlandse ziektewet worden uitgekeerd hetbepaalde in artikel 15 van de Belgisch-Nederlandse overeenkomst vantoepassing is terwijl de Belgische administratie van mening is datdie vergoedingen veeleer vallen onder artikel 22. Het verschil van inzicht heeftevenwel slechts gevolgen voor inwoners van België die niet alsgrensarbeiders in de zin van voormelde overeenkomst kunnen wordenaangemerkt. Inderdaad, voor grensarbeiders blijft het resultaatgelijk, of men nu artikel 15 of artikel 22 toepast gelet op hetfeit dat beide artikelen de heffingsbevoegdheid over de bedoeldeziektevergoedingen verkregen door grensarbeiders toekennen aan dewoonstaat. Met betrekking tot de gerezenproblematiek voor niet-grensarbeiders werd reeds in april van ditjaar van gedachten gewisseld tussen beide belastingadministratiesen deze besprekingen zullen eerstdaags worden verdergezet. De aandacht dient erop gevestigd dathet Hof van beroep te Antwerpen zich inmiddels op 29 septemberjongstleden heeft uitgesproken waarbij het standpunt van deBelgische belastingadministratie wat betreft de ziekteuitkeringenuit bronnen in Nederland wordt bijgetreden. Inwoners van België die van oordeelzijn dat de maatregelen van Nederland of van Nederland en Belgiëleiden of zullen leiden tot een dubbele belastingheffing of tot eenbelastingheffing die niet in overeenstemming is met deBelgisch-Nederlandse overeenkomst ter voorkoming van dubbelebelasting kunnen, op grond van artikel 26 van die overeenkomst,onverminderd de rechtsmiddelen waarin de respectievelijke nationalewetgevingen voorzien, hun geval in een gemotiveerd verzoekschriftvoorleggen hetzij aan de gewestelijke directeur van het ambtsgebiedwaarin ze hun fiscale woonplaats hebben hetzij aan dedirecteur-generaal der directe belastingen. Om ontvankelijk te zijn moet hetverzoekschrift worden ingediend binnen een termijn van twee jarenvanaf het tijdstip waarop de betrokkene kennis kan dragen van debelastingheffing welke hij niet in overeenstemming met deovereenkomst acht. Deze termijn vangt normaliter aan ophet tijdstip waarop de laatste aanslag, die samen met de eersteaanslag een belastingheffing aan het licht heeft gebracht welkeniet in overeenstemming is met de overeenkomst, aan de betrokkenbelastingplichtige is betekend. Voor het geval dat er geen"tweede aanslag" bestaat, is met de Nederlandsebelastingadministratie overeengekomen dat dit tijdstip de datum vanhet aanslagbiljet is, dat de met de overeenkomst in strijd geachtebelastingheffing omvat, zodat het einde van de termijn van tweejaar vanaf de datum van dat aanslagbiljet moet worden berekend. Bij ontvangst van voormeldeverzoekschriften zal de Belgische belastingadministratie, indienhet bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staatis tot een oplossing te komen, trachten de aangelegenheid inonderlinge overeenstemming met de Nederlandsebelastingadministratie te regelen ten einde een belastingheffingdie niet in overeenstemming is met de overeenkomst, te vermijden. |
|||||||