BEHEERSCONTRACT TUSSEN DE BELGISCHE STAAT EN DE NV ASTRID.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1999A00118
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel M Inhoudstabel.
I. Algemene principes.
II. Taken van openbare dienst (Cfr Art 10 Wet)
A. Diensten.
B. Infrastructuur.
C. Het ter beschikking stellen van het ASTRID-systeem en de levering van telecommunicatiediensten.
D. Verdere ontwikkeling en uitbreiding.
E. Taken van algemeen belang (Art 86ter W 21.03.91).
III. Financieel evenwicht - Planning staatsbijdragen.
A. Financieel evenwicht van de gevoerde uitbating.
B. Toekenning, voorwaarden en grenzen aan de bijdrage van de Staat.
C. Leningen aangegaan door ASTRID.
IV. Tarieven.
V. Gedragsregels tov de klanten.
A. Algemeen.
B. Betreffende het RCS.
C. Betreffende de CAD.
D. Betreffende de eindapparatuur.
E. Betreffende de Mobiele Operatie Centra (Mob OpsC).
F. Kwaliteit van de diensten.
VI. Verantwoordelijkheid van de Staat (voorwaarden die ASTRID toelaten haar taak uit te voeren).
VII. Vertegenwoordiging van de klanten (Cfr Art. 15 statuten).
I. Algemene principes.
Artikel 1 Definities.
Voor de uitvoering van het huidig beheerscontract verstaat men onder :
de Minister : de Minister van Binnenlandse Zaken.
de wet : de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
ASTRID : de naamloze vennootschap van publiek recht opgericht door de Federale InvesteringsMaatschappij in uitvoering van Art. 2 van de wet.
het ASTRID-systeem : het radiocommunicatie-netwerk, gedefineerd in Art. 3 van de wet, dit wil zeggen het geheel van de infrastuctuur bestaande uit het RCS, de CAD's en de bijhorende uitbreidingen.
het RCS (Radio Communication System) : het radiocommunicatiesysteem.
de CAD (Computer Aided Dispatchings) : het dispatching systeem.
een Mob OpsC (Mobile Operation Center) : een verplaatsbare uitbreiding van RCS en/of CAD.
het NNCC (National Network Control Center) : het centrum dat instaat voor het beheer en de technische opvolging van de verschillende onderdelen van het ASTRID-systeem.
het NatOpsC (National Operation Center) : het onderdeel van de CAD dat instaat voor het beheer van grote incidenten en/of incidenten die het grondgebied van een provincie overschrijden.
een MDT (Mobile Data Terminal) : een mobiel eindapparaat voor data.
een PDT (Portable Data Terminal) : een draagbaar eindapparaat voor data.
AVL apparatuur (Automatic Vehicle Location) : apparatuur die instaat voor de automatische plaatsbepaling van voer- vaar- of vliegtuigen.
eindapparatuur : de apparatuur die bedoeld is om op het ASTRID-systeem aangesloten te worden. Hiermee wordt de volgende apparatuur bedoeld :
de apparatuur die rechtstreeks ahv radiogolven op het RCS is aangesloten (vaste stations, mobiele of draagbare radio's, pagers, ...);
de apparatuur die via de hierboven vermelde apparatuur op het RCS is aangesloten (MDT, PDT, AVL,...);
de apparatuur die rechtstreeks via bekabeling op het RCS of een CAD is aangesloten (radiodispatchings, CAD-terminals op afstand, ...);
klant of gebruikersorganisatie : iedere dienst, instelling, vennootschap of vereniging zoals bedoeld in Art. 3, § 1 van de wet.
abonnement : contract waarmee ASTRID het recht verleent om een eindapparaat te gebruiken op het ASTRID-systeem.
abonnee : de houder van één of meerdere abonnementen.
activering : de technische handelingen waardoor een eindapparaat op het ASTRID-systeem kan gebruikt worden.
Artikel 2 Partijen.
Het beheerscontract verbindt enerzijds de Belgische Staat en anderzijds ASTRID en regelt de verhoudingen tussen deze beide partijen evenals de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van elk van hen. Het schept geen rechten of verbintenissen tov derden.
Het is de taak van de Staat om ASTRID de nodige middelen te bezorgen om haar taken van openbare dienst te kunnen vervullen en zich ervan te vergewissen dat de operationele en functionele behoeften van diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen vermeld in Art. 3 § 1 van de wet, vervuld worden, volgens de wijze vermeld in onderhavig contract. Daartoe zijn alle overheidsorganen er dan ook toe gehouden de door ASTRID bij hen aanhangig gemaakte dossiers binnen redelijke termijnen te behandelen.
ASTRID moet de dienstverlenende taken uitvoeren die beschreven zijn in dit contract en moet toezien op de opbouw, de uitbating, het onderhoud, de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het ASTRID-systeem. Hiervoor mag zij echter niet tussenkomen in de werking van diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen bedoeld in Art. 3 van de wet.
De taken van openbare dienst zullen altijd en overal voorrang hebben op eventuele andere activiteiten van ASTRID.
De regeringscommissarissen zien toe op de uitvoering van het beheerscontract, evenals op alle andere beslissingen van de organen van de vennootschap mbt de al dan niet openbare dienstverlening met invloed op de gebruikers, de overheid, de werking van de vennootschap en het algemeen belang.
Artikel 3 Geldigheidsduur.
Dit beheerscontract wordt afgesloten voor een periode van 5 jaar.
Het wordt van kracht de dag waarop het in de Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit, dat het contract goedkeurt, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Beide partijen kunnen jaarlijks, en wel vóór 31 mei, een aanvraag om wijziging indienen. Vóór 30 september wordt beslist over de aanvraag. De eventueel aangenomen wijzigingen worden, na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad ahv een in Ministerraad overlegd Koninklijk besluit, van kracht op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van het beheerscontract legt de raad van bestuur een nieuw ontwerp van beheerscontract aan de Minister voor.
Indien bij het verstrijken van de geldigheidsduur van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract van kracht is geworden, wordt het oude van rechtswege verlengd, tot op het ogenblik dat het nieuw beheerscontract van kracht is geworden. Deze verlenging wordt door de Minister in het Belgisch Staatsblad kenbaar gemaakt. Indien in het lopende jaar geen wijzigingen aan het beheerscontract worden voorgesteld, neemt de Minister ambtshalve maatregelen.
Artikel 4 Algemene voorwaarden.
Het beheerscontract bepaalt onder andere de voorwaarden en wijze waarop ASTRID de taken van openbare dienst uitoefent die haar zijn toevertrouwd door Art. 3 van de wet.
De wachttijden en de beschikbaarheidsgraad die in dit beheerscontract worden vermeld (Cf Titel II - C) zijn slechts van toepassing voor zover ASTRID niet belemmerd wordt deze na te leven door gebeurtenissen of omstandigheden die niet aan haar toegeschreven kunnen worden.
Elke wijziging in de taken van openbare dienst heeft als gevolg dat de daaruit voortvloeiende aanpassingen aan het beheerscontract, na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad ahv een in Ministerraad overlegd Koninklijk besluit, van kracht worden op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Artikel 5 Overheidsopdrachten.
ASTRID is onderworpen aan de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. Zij is een aanbestedende overheid in de zin van artikel 4, § 2, 8° van deze wet.
Artikel 6 (Aansprakelijkheid) voor schade aan derden. <VARIA 2000-09-27/37, Art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
Bij de uitbating van het ASTRID-systeem moet ASTRID er steeds zo veel mogelijk naar streven om de opgelegde performantieniveaus te halen en te overstijgen. Behoudens (bewezen) zware fout kan zij nooit aansprakelijk worden gesteld voor rechtstreekse of onrechtstreekse schade voortvloeiend uit het gebruik van het ASTRID-systeem of de erop aangesloten eindapparaten. <VARIA 2000-09-27/37, Art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
II. Taken van openbare dienst (Cfr Art. 10 wet).
A. Diensten.
Artikel 7 Openbare diensten.
Onder de in artikel 3 § 1 van de wet bedoelde openbare diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen die diensten verstrekken op het vlak van de hulpverlening en de veiligheid dienen minstens te worden verstaan :
de politiediensten,
de brandweerdiensten,
de civiele bescherming,
de veiligheid van de staat,
de douane,
de dienst 100,
de parketten,
de dienst jeugdbescherming,
de diensten van het gevangeniswezen,
de dienst vreemdelingenzaken,
de diensten van landsverdediging binnen hun steunopdrachten ten behoeve van de administratieve overheden,
(het coödinatie- en Crisiscentrum van de Federale Regering,) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2000>
de gewestelijke diensten van waters en bossen,
de administratie waterwegen en zeewezen,
de intercommunale kustreddingsdienst West-Vlaanderen,
de inspectie- en controlediensten, ingericht bij of krachtens de wet, decreet, ordonnantie of gemeentebesluit,
andere diensten, ingericht bij of krachtens de wet, decreet, ordonnantie of gemeentebesluit.
De Minister kan steeds diensten toevoegen aan de lijst.
Artikel 8 Niet openbare diensten.
In het raam van het binnenlands veiligheidsbeleid van de Staat zal ASTRID, na hiertoe te zijn gemachtigd door de Minister, het ASTRID-systeem binnen de door hem bepaalde voorwaarden eveneens openstellen voor niet openbare diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen die diensten verstrekken op het vlak van de hulpverlening en de veiligheid.
De genoemde machtiging wordt geacht bij deze reeds gegeven te zijn voor onbeperkte duur aan :
het Belgische Rode Kruis, als helper van de overheid, en wel in uitvoering van haar opdracht zoals bepaald in haar statuten, in het bijzonder Art 4.
private ziekenwagendiensten, in uitvoering van opdrachten als helper van de overheid.
B. Infrastructuur.
Artikel 9 Doelstellingen.
ASTRID verbindt zich ertoe om het ASTRID-systeem op te bouwen, uit te baten, te onderhouden, aan te passen en verder te ontwikkelen. Hiervoor verbindt ASTRID zich ertoe om binnen de hierna vastgestelde termijnen de aangehaalde doelstellingen te verwezenlijken :
- dekkingsgraad van het ASTRID-systeem op het Belgisch grondgebied vóór 31 december van het jaar :
1999 : 10 % (Oost-Vlaanderen, NNCC, Nat OpsC),
2000 : 45 % (onder voorbehoud van eventuele wijzigingen - zie Art. 21 - Oost-Vlaanderen,
NNCC, Nat OpsC, en bijkomend West-Vlaanderen, Henegouwen, Vlaams-Brabant,
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals-Brabant),
2001 : 100 %;
- vóór het einde van het jaar 2001 zal de capaciteit van het radionetwerk minstens 40 000 eindapparaten zijn;
- vóór het einde van het jaar 2001 zal de CAD volledig uitgebouwd zijn.
Artikel 10 Samenwerking.
ASTRID zal een zo groot mogelijke samenwerking nastreven met de overheidsinstanties en de andere telecommunicatieoperatoren om de investeringen in infrastructuurwerken te beperken. Zij zal dit doen door zo veel mogelijk het gedeeld gebruik van bestaande en nieuw uit te bouwen infrastructuur na te streven.
Artikel 11 Andere systemen.
ASTRID zal, binnen de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen, een zo groot mogelijke informatiedoorstroming bewerkstelligen tussen de CAD van het ASTRID-systeem, de NATINUL-centrales en CAD-systemen beheerd door andere diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen bedoeld in Art. 3, § 1 van de wet.
C. Het ter beschikking stellen van het ASTRID-systeem en de levering van telecommunicatiediensten.
Artikel 12 Diensten in verband met radiocommunicatie.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
Artikel 13 Diensten in verband met CAD.
De CAD-systemen worden door ASTRID voor operationeel gebruik ter beschikking gesteld van de Belgische politiediensten.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
Artikel 14 Diensten in verband met de eindapparatuur.
ASTRID verzekert de verbinding met en de werking van eindapparatuur op het netwerk.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
D. Verdere ontwikkeling en uitbreiding.
Artikel 15 Handelwijze.
Verdere ontwikkeling en uitbreiding kunnen hetzij op initiatief van ASTRID zelf, hetzij op vraag van het raadgevend comité van gebruikers (Cfr titel VII) gerealiseerd worden.
ASTRID kan de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het ASTRID-systeem slechts uitvoeren voor zover de financiële gevolgen ervan werden goedgekeurd door de bij de wet ingestelde controlemechanismen (Cf Art. 17, 18 en 19 van de wet).
Het blijft evenwel de plicht van ASTRID om alle maatregelen te nemen die zij nodig acht om het ASTRID-systeem met zijn tijd mee te laten gaan. In die zin sluit ASTRID zich onder meer aan bij het European Telecommunications Standards Institute en zendt zij vertegenwoordigers naar nationale en internationale fora teneinde de evoluties in het domein van RCS en CAD te volgen.
Artikel 16 Studies.
In het bijzonder moet ASTRID de volgende studies binnen de opgelegde termijn uitvoeren en vervolgens voorleggen aan het raadgevend comité van gebruikers en de raad van bestuur :
a) Het onderzoeken, uitwerken en voorstellen van een doeltreffende oplossing, al dan niet in samenwerking met andere operatoren, van een personenoproepdienst (paging) voor de klanten binnen het dienstenpakket van de vennootschap.
b) Onderzoek naar de technische mogelijkheden en financiële haalbaarheid om binnen het dienstenpakket van ASTRID aan de klanten internationale roamingmogelijkheden aan te bieden met andere op de TETRA-norm gebaseerde systemen.
c) Onderzoek naar de technische mogelijkheden en financiële haalbaarheid om binnen het dienstenpakket van ASTRID aan de klanten internationale communicaties aan te bieden met systemen welke niet op de TETRA-norm gebaseerd zijn.
De opgelegde termijn is respectievelijk :
a) Vóór 31 december 1999.
b) Vóór 31 december 2000.
c) Vóór 31 december 2001.
E. Taken van algemeen belang (Art. 86ter W 21.03.91).
Artikel 17ASTRID kan haar medewerking aan de diensten van algemeen belang verlenen zoals beschreven voor [1 Proximus]1 in Art. 86ter van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd door de wet van 19 december 1997, en wel aan voorwaarden bepaald door de Minister en op advies van het BIPT.
III. Financieel evenwicht - Planning staatsbijdragen.
A. Financieel evenwicht van de gevoerde uitbating.
Artikel 18 Algemeen.
Het algemeen beheer dient blijk te geven van zuinigheid.
Artikel 19 Afschrijving.
De afschrijvingstermijn van het ASTRID-systeem wordt in principe op 15 jaar vastgelegd. Dit principe dient echter met de noodzakelijke soepelheid te worden toegepast om ASTRID toe te laten alle maatregelen te nemen die zij nodig acht om het ASTRID-systeem met zijn tijd mee te laten gaan.
Artikel 20 Inkomsten.
ASTRID beschikt over de volgende inkomsten :
inkomsten uit de afgesloten abonnementen,
inkomsten uit de verkoop van goederen en diensten,
intrest op de tegoeden van haar financiële rekeningen,
inkomsten uit beleggingen en/of deelnames,
een door de Staat toegekende bijdrage in het kader van de uitvoering van de taken van openbare dienst,
inkomsten uit giften.
In uitvoering van de aandeelhoudersovereenkomst zal de nettowinst gedurende de eerste 15 boekjaren volledig voorbehouden blijven.
Artikel 21 Investeringsritme (Art. 10 wet).
De investeringen in het ASTRID-systeem zijn gespreid over 4 jaar :
1998 : oprichting van de NV en oplevering van het testsysteem;
1999 : oplevering van het ASTRID-systeem voor Oost-Vlaanderen, het NNCC, het Nat OpsC en een Mob OpsC;
2000 : oplevering van het ASTRID-systeem voor West-Vlaanderen, Henegouwen, Vlaams-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals-Brabant;
2001 : oplevering van het ASTRID-systeem voor Antwerpen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen.
ASTRID kan om plannings- en/of organisatorische redenen de installatievolgorde van de respectievelijke provincies wijzigen op voorwaarde dat zij het raadgevend comité van gebruikers hierover vooraf informeert.
In voorkomend geval stelt zij de Minister hiervan tijdig in kennis.
Artikel 22 Tijdschema voor de volstorting van het kapitaal (Art. 10 wet)
Het financieel plan gaat uit van de volgende volstorting van het kapitaal :
25 % bij oprichting van ASTRID,
35 % 1 jaar na oprichting, en
40 % 2 jaar na oprichting.
Artikel 23 Bedrijfsplan.
Er zal door de raad van bestuur een bedrijfsplan (" business plan ") voor vijf jaar worden opgemaakt dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Het wordt aan de Minister gestuurd, die zijn beslissing treft na akkoord met de minister van Begroting.
Het omvat minstens volgende elementen :
De door ASTRID gevolgde strategie, gebaseerd op de ontwikkeling van de nationale en internationale telecommunicatiemarkt, inzonderheid het segment van de hulp- en veiligheidssector;
De opdracht van ASTRID;
Een analyse van de sterke en zwakke punten;
en beschrijving van de aangeboden producten/diensten, uitgesplitst in de taken van openbare dienst en de (eventuele) commerciële diensten;
Overwogen nieuwe producten;
Een beschrijving van de aangewende middelen :
beleid inzake interconnectie-akkoorden met privé operatoren,
beleid inzake interconnectie-akkoorden met buitenlandse operatoren van hulp- en veiligheidsdiensten,
marketing en tarieven,
structuur en uitbouw van de NV, in het bijzonder het personeelsbeleid,
logistiek en infrastructuur;
Het financieel plan met :
de economische hypothesen,
de weergave van de resultatenrekening en balans van de voorbije jaren, en een vooruitzicht voor de komende 5 jaren met bijzondere aandacht voor de door de Staat te leveren bijdrage,
een gedetailleerd overzicht van de lopende en geplande leningen.
B. Toekenning, voorwaarden en grenzen aan de bijdrage van de Staat.
Deze titel bepaalt de voorwaarden en de berekeningswijze van toelagen ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk tot dekking van bepaalde uitgaven die voortvloeien uit de taken van openbare dienst (Art. 10 wet) van ASTRID.
Artikel 24 Inhoud.
De Staat, vertegenwoordigd door de Minister en de minister van Begroting, verbindt zich ertoe jaarlijks op de begroting van Binnenlandse zaken een bedrag ten gunste van de NV ASTRID in te schrijven om volgende kosten te dekken :
a) Uitbatingskosten van de NV ASTRID.
1) De onderhoudskosten verbonden aan de door de NV ASTRID aangekochte systeeminfrastructuur (hardware, software en databases) die nodig is voor de uitvoering van het doel dat haar in Art 3 van de wet is opgedragen.
2) De werkingskosten van de onder Art 24 a) 1) geciteerde systeeminfrastructuur. Hieronder wordt onder andere verstaan :
de kosten voor de huur, het onderhoud en/of de aanpassing van de masten en/of pylonen en de bijbehorende technische lokalen;
de vergunningsrechten verschuldigd aan het BIPT; en
de kosten voor de huur van vaste verbindingen.
3) De werkingskosten van de vennootschap. Hieronder worden onder andere verstaan :
de opstartkosten;
de personeelskosten;
de kosten voor de voortgezette opleidingen van het personeel;
de huurkosten voor de gebouwen; en
de kosten voor de dagelijkse werking (kantooruitrusting, telefoon,...).
In de hierboven beschreven uitbatingskosten wordt slechts bijgedragen door de Staat voor zover zij zijn toe te schrijven aan de uitvoering van de taken van openbare dienst van de NV ASTRID, zoals bepaald in de wet.
(De hierboven vermelde werkingskosten omvatten ook investeringen in materiële en immateriële vaste activa die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het administratief beheer van de N.V. A.S.T.R.I.D., ondermeer de inrichting en uitrusting van de lokalen. In afwijking van artikel 3 heeft deze bepaling uitwerking met ingang van 1 augustus 1998.) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 3, 002; En vigueur : 01-01-2000>
b) Prijsondersteunende bijdrage door de Staat (POS)
De prijsondersteunende bijdrage door de Staat is een nominaal bedrag dat in voorkomend geval voor de hierna opgesomde abonnementen, afgesloten tussen de NV ASTRID en de in Art. 7 bedoelde openbare diensten, aan ASTRID wordt toegekend.
Het nominale bedrag is gelijk aan het verschil tussen :
de gemiddelde netto kostprijs (= prijs zonder verlies noch winst, maar Inclusief BTW) van een jaarabonnement voor een bij de NV ASTRID gehuurd draagbaar radio-eindapparaat, onderhoud inbegrepen; en
een bedrag van 22 000,- BF BTWI (tegen franken 1998).
De bijdrage is van toepassing voor de volgende abonnementen :
draagbare radio-eindapparaten,
mobiele radio-eindapparaten,
vast opgestelde radio-eindapparaten,
MDT en PDT eindapparaten,
AVL eindapparatuur,
Artikel 25 Toekenningsvoorwaarden.
De jaarlijkse bijdrage door de Staat voor het jaar J wordt toegekend onder de volgende voorwaarden :
zij moet in uitvoering van dit beheerscontract aan de hand van een met redenen omkleed verzoek aangevraagd worden bij de Minister, uiterlijk op 1 mei van het jaar J - 1;
zij moet gebaseerd zijn op zo concreet mogelijke boekhoudkundige cijfers (Cf jaarverslagen) en op het door de raad van bestuur en de regeringscommissarissen goedgekeurde " business " plan;
zij moet rekening houden met eventuele overschotten of tekorten (Cf Art. 28) van de voor het jaar J - 2 uitbetaalde bijdrage, en met het door niet openbare diensten betaalde " proportioneel deel " (Cf Art 33 c) tijdens het jaar J - 2.
Artikel 26 Begrenzing.
(In elk geval zullen de toelagen over de eerste zes exploitatiejaren niet meer bedragen dan :
Jaar 1998 1999 2000 2001 2002 2003
Subsidie in Mio BEF 44 271 542 703 822 1006
Subsidie in Mio EUR 24,9
<VARIA 2002-06-05/43, Art. 1, 003, En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 27 Uitbetaling.
De jaarlijkse bijdrage door de Staat, zoals berekend in toepassing van de artikelen 24, 25 en 26, wordt ten laatste op de eerste werkdag van de maand maart van het jaar waar zij betrekking op heeft uitbetaald.
Bij gebrek aan storting tegen de vastgestelde datum, zal van rechtswege intrest verschuldigd zijn, berekend tegen de geldende wettelijke intrestvoet, te rekenen vanaf de dag van de eisbaarheid van de storting.
Artikel 28 Controle op de opmaak en de aanwending -B bepaling van overschotten of tekorten.
De controle op de opmaak van de bijdrage door de Staat gebeurt volgens het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole.
De controle op de aanwending van de bijdrage door de Staat gebeurt volgens de modaliteiten voorzien in artikel 17 en 18 van de wet.
De bepaling van eventuele overschotten of tekorten met betrekking tot de bijdrage door de Staat voor het jaar J gebeurt aan de hand van de exploitatieresultaten, zoals deze blijken uit het boekhoudkundig jaarverslag.
Artikel 29 Tegemoetkoming uit het boetefonds.
Om tot een rechtvaardige lastenverdeling over de gemeenten te komen aangaande hun participatie in de vennootschap wordt voorzien in een compensatie uit het boetefonds. De Minister verbindt er zich toe om bij de eerste aanvraag dienaangaande, uitgaande van de Gemeenteholding, de noodzakelijke aanpassingen aan het KB van 05.07.94 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder gemeenten bepaalde financiële hulp van de Staat kunnen krijgen op het vlak van de veiligheid (hoofdstuk 3) te onderzoeken en de procedure voor aanpassing van het betrokken KB te starten.
C. Leningen aangegaan door ASTRID.
Artikel 30 De leningen, aangegaan door ASTRID, moeten afgesloten worden in samenwerking met en volgens de richtlijnen van de administratie van de Thesaurie, om wat het raadplegen van de concurrentie betreft.
IV. Tarieven.
Artikel 31 Basisnorm.
Onder " basisnorm " verstaat men de hoeveelheid communicatie (verkeer) die een eindapparaat op de radio-elektrische weg (" ether ") opwekt en die aan de basis lag van de dimensionering van het RCS-systeem. Bij deze dimensionering werd uitgegaan van de veronderstelling dat het systeem op termijn diensten aanbiedt voor 40 000 eindapparaten (Cfr overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet).
Voor zover voorzien in de algemene contractvoorwaarden van ASTRID (Cf Art. 37), kan deze norm gecumuleerd worden door een vereniging van gebruikers of klanten op basis van het aantal afgesloten abonnementen.
Artikel 32 Het basistarief voor het gebruik van een eindapparaat.
Het basistarief per jaar bestaat uit de volgende samenstellende delen :
a) een abonnementskost, gelijk aan X maal 1/40 000 van 1/15 deel van het in de wet voorziene kapitaal van ASTRID; deze kost dekt om de communicaties die binnen de basisnorm vallen.
Voor vaste, mobiele en draagbare radio- en data-eindapparaten is X = 1; voor andere eindapparaten kan dit oplopen of afnemen in functie van de belasting die zij voor het systeem kunnen betekenen.
ASTRID kan deze factor X aanpassen naargelang de ontwikkeling in de tijd en voor zover het kan zonder het financieel evenwicht van de vennootschap in gevaar te brengen.
b) een financieringskost voor de eindapparaten (inclusief of exclusief de accessoires, naargelang de keuze van de klanten) :
- indien het gaat om een huur- of leasingcontract voor de eindapparaten met een duur gelijk aan de door de klanten gekozen afschrijvingstermijn, dan is deze kost gelijk aan de aflossing van een lening met constante annuïteiten, aangegaan ter dekking van de investeringskost van de eindapparaten (de klanten bepalen in dit geval de aflossings- of afschrijvingstermijn);
- in alle andere gevallen wordt deze kost vrij door ASTRID bepaald in functie van een noodzakelijk inbegrepen risicopremie;
c) een kost ter dekking van een omnium onderhoudscontract voor het eindapparaat bij de leverancier;
d) een kost ter dekking van een " service " bij de klant igv panne aan of problemen met een eindapparaat;
e) een kost voor de communicaties bij overschrijding van de vastgestelde basisnorm;
f) de BTW.
De elementen aangehaald onder b) en d) zijn facultatief en afhankelijk van door de klant gemaakte keuzen. De kost aangehaald onder c) is alleen verplicht indien het gaat om een door ASTRID verhuurd eindapparaat.
De lijnkost voor eindapparaten die ahv een vaste verbinding met het RCS of de CAD verbonden worden is steeds ten laste van de klant.
Artikel 33 Toepassingsprincipes voor de taken van openbare dienst van ASTRID.
a) De tarieven en tariefstructuren, of de formules voor hun berekening, van de door ASTRID geleverde prestaties binnen haar taken van openbare dienst, en die niet in het beheerscontract zijn geregeld, worden ter goedkeuring aan de Minister voorgelegd. Zonder gemotiveerde verwerping vanwege de Minister binnen de 60 dagen na voorlegging, worden ze geacht door hem te zijn goedgekeurd. Indien de terzake door de Minister genomen beslissing voor ASTRID leidt tot bijkomende kosten, worden deze kosten gedekt door een gelijkwaardige tegemoetkoming ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.
b) De openbare diensten, vermeld in Art. 7, betalen voor hun abonnementen uitsluitend het basistarief (Cf Art. 32).
Indien het gaat om een bij ASTRID gehuurd eindapparaat, voorkomend in de lijst van Art. 24-b. en voor zover het eindapparaat gedekt is door een onderhoudscontract, wordt het te betalen bedrag per abonnement verminderd met de POS (Cf Art. 24).
c) Voor wat betreft de uitvoering van opdrachten als helper van de overheid, betalen de niet openbare diensten, vermeld in Art 8, uitsluitend het basistarief voor hun abonnementen (Cf Art. 32). Voor andere opdrachten zijn de tarieven zoals omschreven in Art. 35 van toepassing.
Artikel 34 Aanpassingen.
Teneinde de implementatie van ASTRID te verzekeren en zonder discriminatoir te zijn tov de klanten kan de Minister, op voorstel van de vennootschap, na advies van het raadgevend comité van gebruikers, rekening houdend met de geboekte bedrijfsresultaten uit commerciële dienstverlening en na akkoord van de minister van begroting, de artikelen 31, 32 en 33 aanpassen.
Artikel 35 Commerciële dienstverlening.
ASTRID mag geen diensten op commerciële basis verstrekken dan na daartoe te zijn gemachtigd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit (Art.
3 § 3 van de wet).
Voor door ASTRID op commerciële basis verstrekte diensten geldt dat ASTRID de tarieven en tariefstructuren vrij kan vaststellen. Zij is verplicht om in dit geval prijzen aan te rekenen die geenszins concurrentievervalsend zijn en waarbij een aanvaardbare winstmarge gehanteerd wordt. Ook dient zij voor eenzelfde dienstprestatie in heel België eenzelfde prijs te hanteren.
V. Gedragsregels tov de klanten.
A. Algemeen.
Artikel 36 Principes.
Binnen het raam van de rampenplanning behoudt de administratieve autoriteit, verantwoordelijk voor de coördinatie van de respektieve rampenfasen, een algemene beslissingsbevoegdheid tav de inzet, de organisatie en de configuratie van het ASTRID-systeem.
ASTRID kan haar diensten slechts ter beschikking van een klant stellen op basis van een contract dat geenszins strijdig mag zijn met het beheerscontract.
Dergelijk contract dient de rechten en verplichtingen van beide partijen duidelijk te omschrijven.
Artikel 37 Algemene contractvoorwaarden.
Ten laatste drie maanden na de publicatie van het KB houdende dit beheerscontract, zal ASTRID haar algemene contractvoorwaarden ter bekrachtiging aan de Minister voorleggen. Zij voegt het terzake door het raadgevend comité van gebruikers uitgebrachte advies (Cf titel VII) bij het dossier.
De algemene contractvoorwaarden hebben o.m. betrekking op : de beschrijving van de dienst, de leveringstermijnen, de weigeringsvoorwaarden, de verantwoordelijkheden, de voorwaarden voor veiligheid en vertrouwelijkheid, de facturatie- en betalingswijze, de niet-betaling, het misbruik, de behandeling van geschillen, de homologatie van eindapparatuur en het beëindigen van de dienstverlening.
ASTRID bepaalt in haar algemene contractvoorwaarden in het bijzonder welke aspecten van de RCS- en CAD- systeemuitbating al of niet door de klant kunnen worden uitgevoerd. Zij verduidelijkt desbetreffend de verantwoordelijkheden van beide partijen. In elk geval zal hierbij het principe gehanteerd worden dat technische uitbating en toezicht steeds een verantwoordelijkheid van ASTRID blijven.
Artikel 38 Opleiding.
Inzake opleiding verbindt ASTRID zich ertoe haar klanten, behorende tot de in Art. 7 genoemde diensten, zonder meerprijs zo veel mogelijk te ondersteunen. Daarnaast zal zij een coördinerende rol op zich nemen bij het aanbieden van opleidingen tegen betaling.
B. Betreffende het RCS.
Artikel 39 Configuratie van het systeem.
ASTRID verbindt zich ertoe om het RCS te configureren en te programmeren volgens de behoeften van de klanten die bepaald en verduidelijkt worden in de contracten afgesloten met de klanten en waar rekening werd gehouden met de capaciteit en bijzonderheden van het RCS. De configuratie en de programmatie van het systeem omvat onder andere :
de bepaling van het nummeringsplan (abonneenummers);
de bepaling van gespreksgroepen in het systeem;
de bepaling van de rechten van de abonnees volgens het type van afgesloten abonnement (" profiel ").
Dit maakt deel uit van de diensten aangeboden door ASTRID, ongeacht het type van het afgesloten abonnement.
Artikel 40 Migratie.
ASTRID verbindt zich ertoe om haar klanten bij te staan bij de migratie van hun oude radiocommunicatiesystemen naar het ASTRID-systeem. Hiervoor zal ASTRID tijdens de overgangsfaze de verbinding verzorgen tussen hun oude systemen en het ASTRID-systeem.
De door ASTRID geleverde steun tijdens en de uitvoeringswijze van de migratie zal vermeld worden in de contracten tussen ASTRID en haar klanten.
Artikel 41 Eigendom van gegevens.
De gegevens betreffende verzonden en ontvangen communicaties van de abonnees van het RCS die door ASTRID verzameld worden, zijn eigendom van de verenigingen of diensten waartoe de aan de communicatie deelnemende abonnees behoren.
ASTRID heeft niettemin het recht om deze gegevens te gebruiken voor facturatie, voor het opmaken van statistieken en om de kwaliteit van de aangeboden diensten na te gaan. In dit raam garandeert ASTRID de vertrouwelijkheid van deze gegevens.
C. Betreffende de CAD.
Artikel 42 Principes.
De inplaatsstelling, de ter beschikkingstelling en het gebruik van de ASTRID CAD-systemen en het bijhorende nationaal operatiecentrum ten voordele van de Belgische politiediensten worden bepaald door een bij de Minister genomen ministrieel besluit.
Artikel 43 Eigendom van de gegevens.
Behoudens de door ASTRID ter beschikking gestelde bestanden zijn alle gegevensbestanden opgeslagen in de ASTRID CAD-systemen eigendom van de gebruikers.
ASTRID behoudt een toegangsrecht tot de gegevens met het oog op het opmaken van systeemstatistieken en performantiemetingen. De wijze van dit toegangsrecht dient bepaald in het in Art. 42 geciteerde ministrieel besluit.
D. Betreffende de eindapparatuur.
Artikel 44 Algemeen.
Elk eindapparaat kan hetzij rechtstreeks bij ASTRID gehuurd worden, hetzij door de klant aangekocht worden en via de betaling van een " abonnement " op het ASTRID-systeem worden aangesloten.
Het kan hetzij bij ASTRID hetzij bij een andere leverancier aangekocht worden.
De diensten, instellingen, maatschappijen of verenigingen bedoeld in § 1 van Art. 3 van de wet zijn niet onderworpen aan de wet op de overheidsopdrachten van 24 december 1993 voor wat het afsluiten van abonnementen met of zonder eindapparatuur bij ASTRID betreft.
Artikel 45 Homologatie.
Alle apparatuur die door een klant wordt aangekocht bij een derde moet gehomologeerd zijn door ASTRID vóór de activering op het netwerk.
ASTRID zal jaarlijks de lijst publiceren van de gehomologeerde eindapparaten die op het netwerk aangesloten mogen worden.
Artikel 46 Programmering.
De programmering van de eindapparatuur en de rechten van de klant voor de uitvoering van het geheel of een deel van deze programmering zullen nader bepaald worden in de contracten tussen ASTRID en haar klanten.
In ieder geval zal ASTRID de programmering van de eindapparatuur voorstellen als onderdeel van de basisdienst die geleverd wordt bij de activering van het eindapparaat op het ASTRID-systeem.
Artikel 47 Activering en werking.
ASTRID verbindt zich ertoe om binnen de 5 werkdagen aan een aanvraag tot activering van een eindapparaat gevolg te geven, op voorwaarde dat het " profiel " van de apparatuur vooraf in onderlinge overeenstemming tussen ASTRID en de klant vastgelegd werd.
Artikel 48 Vervanging van een eindapparaat.
Bij een defect aan een gehuurd eindapparaat, en voor zover het verplichte onderhoudscontract effectief werd onderschreven (Cf Art. 32 voorlaatste §), verbindt ASTRID zich ertoe om binnen de 24 uur een werkend eindapparaat ter beschikking te stellen, geprogrammeerd met hetzelfde " profiel " als het defecte eindapparaat. Deze omwisseling zal gebeuren in de dichtstbij gelegen vestiging van ASTRID of, tegen bijkomende kosten, bij de klant.
E. Betreffende de Mobiele Operatie Centra (Mob OpsC).
Artikel 49 Algemeen.
Mobiele uitbreidingen van het RCS- en de CAD-systemen zijn een exclusieve bevoegdheid van ASTRID.
Artikel 50 Ter beschikking stellen.
Het ter beschikking stellen van dergelijke apparatuur wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, Titel A, B, C en D. Bijkomende regels voor de activering of terbeschikkingstelling van het MobOpsC aan een klant zullen later in overleg met het raadgevend comité van gebruikers door ASTRID vastgelegd worden.
F. Kwaliteit van de diensten.
Artikel 51 Jaarrapport.
ASTRID verbindt zich ertoe om in haar jaarrapport minstens volgende kwaliteitsindicatoren betreffende de radiocommunicatie en CAD-diensten te verzamelen en te publiceren :
beschikbaarheidsgraad van het RCS;
percentage mislukte oproepen;
percentage van in wachtrij geplaatste oproepen;
gemiddelde wachttijd;
activeringstermijnen;
interventietermijnen;
beschikbaarheidsgraad van de CAD.
Dit jaarrapport zal ook het volgende bevatten :
de jaarrekening van de vennootschap,
statistieken en analyses over de ontvangen klachten (onderwerp, frequentie, snelheid van behandeling, gevolg,...)
VI. Verantwoordelijkheid van de Staat (voorwaarden die ASTRID toelaten haar taak uit te voeren).
Artikel 52Infrastructuur.
Opdat ASTRID haar taak zou kunnen uitvoeren, moet de Staat de volgende infrastructuur ter beschikking stellen binnen een termijn die zal vastgelegd worden tussen ASTRID en de bevoegde Ministers :
1. Gebouwen bestemd voor de CAD-systemen.
De bevoegde diensten van de gebruikers en het Ministerie van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen) zullen de lokalen, noodzakelijk voor de huisvesting van de CAD-systemen, tijdig (Cf Art. 9) aan ASTRID ter beschikking stellen. Het betreft met name :
De onderhouds- en gebruikskosten (water, energie, ...) van deze lokalen zijn ten laste van de gebruikers van de CAD-systemen.
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen).
2. Masten en pylonen van het RCS.
Het Ministerie van van Ambtenarenzaken (Regie der gebouwen), of elke andere dienst, zullen ASTRID toelaten apparatuur te plaatsen op masten of torens, eigendom van de Staat, op voorwaarde dat :
ASTRID, in overeenstemming met de gebruikers van actueel op deze infrastructuur geïnstalleerde systemen, de nodige maatregelen treft opdat de hinder voor het gebruik van deze systemen tot een minimum beperkt blijft, en
voor zover het materiaal dat geïnstalleerd zal worden de stabiliteit van de infrastructuur niet in gevaar brengt.
Het Ministerie van van Ambtenarenzaken (Regie der gebouwen) zal, zo mogelijk, in de omgeving van elk van deze masten of pylonen aan ASTRID de nodige plaats ter beschikking stellen om een " shelter " te plaatsen (onder " shelter " dient een technische container van +/- 6 m2 te worden verstaan).
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen).
3. Infrastructuur van het BEMILCOM systeem.
Het Ministerie van Landsverdediging zal ASTRID toelaten apparatuur te plaatsen op BEMILCOM masten of torens, op voorwaarde dat :
ASTRID de technische voorschriften voor de installatie van niet-BEMILCOM materiaal op BEMILCOM torens respecteert,
het materiaal dat geïnstalleerd zal worden de stabiliteit van de infrastructuur niet in gevaar brengt, en
ASTRID de financiële kosten voortvloeiend uit noodzakelijke stabiliteits- of technische studies ten laste neemt.
Het Ministerie van Landsverdediging zal, zo mogelijk, in de omgeving van elk van deze masten of torens aan ASTRID de nodige plaats ter beschikking stellen om een " shelter " te plaatsen (onder " shelter " dient een technische container van +/- 6 m2 te worden verstaan).
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van Landsverdediging.
Artikel 53 Aansluiting op het systeem.
Voor de in Art. 7 vermelde diensten zullen de respectievelijk bevoegde ministers het aansluiten binnen de in het financieel plan vooropgestelde hypothesen stimuleren.
In elk geval dienen de federale politiediensten, de civiele bescherming, de veiligheid van de Staat, de douane en de dienst 100 voor hun radiocommunicatie uiterlijk op 1 januari 2005 volledig van de diensten van ASTRID gebruik te maken. De verplichting tot aansluiten belet geenszins de uitvoering door deze diensten van de hen bij of krachtens de wet toegekende opdrachten.
Voor de in Art 7 vermelde gemeentelijke diensten zal de Minister in het kader van zijn subsidiëringsbeleid het aansluiten binnen de in het financieel plan vooropgestelde hypothesen stimuleren.
Artikel 54 Centrale databanken van de politiediensten (" POLIS ").
De Algemene Politie Steundienst (APSD) zal, met de medewerking van de betrokken politiediensten, instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de eigen informatica-infrastructuur opdat de toegang tot de centrale databanken van de politiediensten (Cf POLIS systeem) vanuit de CAD-systemen en met alle MDT's in gebruik bij de Belgische politiediensten, zal gegarandeerd zijn op het ogenblik van oplevering van de respectievelijke CAD-systemen.
De Minister maakt, na akkoord van de minister van Begroting, met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
Artikel 55 NATionaal InformaticaNetwerk van de hULpdiensten (NATINUL).
De Algemene directie van de Civiele Bescherming zal instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de informatica-infrastructuur van de NATINUL-centra om de interface tussen deze centra en de ASTRID CAD-systemen te realiseren uiterlijk 1 jaar na de oplevering van de NATINUL of de ASTRID CAD-systemen, naargelang de datum die het laatst valt.
De Minister, na akkoord van de minister van Begroting, maakt met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
Artikel 56 Politie Informatica Project (PIP).
De Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie zal instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de informatica-infrastructuur van het PIP om de interface tussen dit platform en de ASTRID CAD-systemen uiterlijk tegen de datum van oplevering van de ASTRID CAD's te realiseren.
De Minister, na akkoord van de minister van Begroting, maakt met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
VII. Vertegenwoordiging van de klanten (Cfr Art. 15 statuten).
Artikel 57 Raadgevend comité van gebruikers.
Het raadgevend comité van gebruikers zoals bedoeld in artikel 15 van de statuten is samengesteld uit :
één vertegenwoordiger van de rijkswacht, aangewezen door de commandant van de rijkswacht;
één vertegenwoordiger van de gemeentepolitie, aangewezen door de vaste commissie van de gemeentepolitie;
één vertegenwoordiger van de gerechtelijke politie, aangewezen door de commissaris-generaal van de gerechtelijke politie;
één vertegenwoordiger van de brandweerdiensten, aangewezen door de directeur-generaal van de civiele bescherming;
één vertegenwoordiger van de civiele bescherming, aangewezen door de directeur-generaal van de civiele bescherming;
één vertegenwoordiger van de douane, aangewezen door de directeur-generaal van de douane en accijnzen;
één vertegenwoordiger van de veiligheid van de Staat, aangewezen door de Administrateur-generaal van de veiligheid van de Staat;
één vertegenwoordiger van de dienst 100, aangewezen door de directeur-generaal van de gezondheidszorgen;
(één vertegenwoordiger van de Algemene Rijkspolitie, aangewezen door de directeur-generaal van de Algemene Rijkspolitie;) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 4, 002; En vigueur : 01-01-2000>
en uit de vertegenwoordigers van de andere diensten (Cf Art. 7) of niet openbare diensten die minimum 500 abonnementen afgesloten hebben. Om tot het quotum van 500 abonnementen te komen mogen deze diensten zich samenvoegen.
Artikel 58 Taken en werking.
De raad van bestuur regelt de interne werking van het comité, na hieromtrent advies gevraagd te hebben aan het comité.
Op haar eerste zitting kiest het comité een voorzitter onder haar leden. Het mandaat van de voorzitter is voor de duur van één jaar en hernieuwbaar.
ASTRID is belast met het secretariaat, het versturen van de oproepingen en de materiële ondersteuning van het comité.
Het comité :
adviseert de raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder (of in voorkomend geval de directeur-generaal), binnen de vooropgestelde termijnen omtrent de haar voorgelegde vragen;
formuleert voorstellen mbt de verbetering van de dienstverlening van ASTRID;
beslist bij consensus of bij gebrek daaraan met meerderheid mits kennisgeving van de minderheidsstandpunten;
Artikel 59 Personeel van de NV (Art. 16 wet).
Vacatures bij de NV ASTRID worden in elk geval kenbaar gemaakt bij het raadgevend comité van gebruikers.
Het raadgevend comité van gebruikers bepaalt en staat vervolgens in voor de verspreiding naar de diensten die zij vertegenwoordigen.
I. Algemene principes.
II. Taken van openbare dienst (Cfr Art 10 Wet)
A. Diensten.
B. Infrastructuur.
C. Het ter beschikking stellen van het ASTRID-systeem en de levering van telecommunicatiediensten.
D. Verdere ontwikkeling en uitbreiding.
E. Taken van algemeen belang (Art 86ter W 21.03.91).
III. Financieel evenwicht - Planning staatsbijdragen.
A. Financieel evenwicht van de gevoerde uitbating.
B. Toekenning, voorwaarden en grenzen aan de bijdrage van de Staat.
C. Leningen aangegaan door ASTRID.
IV. Tarieven.
V. Gedragsregels tov de klanten.
A. Algemeen.
B. Betreffende het RCS.
C. Betreffende de CAD.
D. Betreffende de eindapparatuur.
E. Betreffende de Mobiele Operatie Centra (Mob OpsC).
F. Kwaliteit van de diensten.
VI. Verantwoordelijkheid van de Staat (voorwaarden die ASTRID toelaten haar taak uit te voeren).
VII. Vertegenwoordiging van de klanten (Cfr Art. 15 statuten).
I. Algemene principes.
Artikel 1 Definities.
Voor de uitvoering van het huidig beheerscontract verstaat men onder :
de Minister : de Minister van Binnenlandse Zaken.
de wet : de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
ASTRID : de naamloze vennootschap van publiek recht opgericht door de Federale InvesteringsMaatschappij in uitvoering van Art. 2 van de wet.
het ASTRID-systeem : het radiocommunicatie-netwerk, gedefineerd in Art. 3 van de wet, dit wil zeggen het geheel van de infrastuctuur bestaande uit het RCS, de CAD's en de bijhorende uitbreidingen.
het RCS (Radio Communication System) : het radiocommunicatiesysteem.
de CAD (Computer Aided Dispatchings) : het dispatching systeem.
een Mob OpsC (Mobile Operation Center) : een verplaatsbare uitbreiding van RCS en/of CAD.
het NNCC (National Network Control Center) : het centrum dat instaat voor het beheer en de technische opvolging van de verschillende onderdelen van het ASTRID-systeem.
het NatOpsC (National Operation Center) : het onderdeel van de CAD dat instaat voor het beheer van grote incidenten en/of incidenten die het grondgebied van een provincie overschrijden.
een MDT (Mobile Data Terminal) : een mobiel eindapparaat voor data.
een PDT (Portable Data Terminal) : een draagbaar eindapparaat voor data.
AVL apparatuur (Automatic Vehicle Location) : apparatuur die instaat voor de automatische plaatsbepaling van voer- vaar- of vliegtuigen.
eindapparatuur : de apparatuur die bedoeld is om op het ASTRID-systeem aangesloten te worden. Hiermee wordt de volgende apparatuur bedoeld :
de apparatuur die rechtstreeks ahv radiogolven op het RCS is aangesloten (vaste stations, mobiele of draagbare radio's, pagers, ...);
de apparatuur die via de hierboven vermelde apparatuur op het RCS is aangesloten (MDT, PDT, AVL,...);
de apparatuur die rechtstreeks via bekabeling op het RCS of een CAD is aangesloten (radiodispatchings, CAD-terminals op afstand, ...);
klant of gebruikersorganisatie : iedere dienst, instelling, vennootschap of vereniging zoals bedoeld in Art. 3, § 1 van de wet.
abonnement : contract waarmee ASTRID het recht verleent om een eindapparaat te gebruiken op het ASTRID-systeem.
abonnee : de houder van één of meerdere abonnementen.
activering : de technische handelingen waardoor een eindapparaat op het ASTRID-systeem kan gebruikt worden.
Artikel 2 Partijen.
Het beheerscontract verbindt enerzijds de Belgische Staat en anderzijds ASTRID en regelt de verhoudingen tussen deze beide partijen evenals de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van elk van hen. Het schept geen rechten of verbintenissen tov derden.
Het is de taak van de Staat om ASTRID de nodige middelen te bezorgen om haar taken van openbare dienst te kunnen vervullen en zich ervan te vergewissen dat de operationele en functionele behoeften van diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen vermeld in Art. 3 § 1 van de wet, vervuld worden, volgens de wijze vermeld in onderhavig contract. Daartoe zijn alle overheidsorganen er dan ook toe gehouden de door ASTRID bij hen aanhangig gemaakte dossiers binnen redelijke termijnen te behandelen.
ASTRID moet de dienstverlenende taken uitvoeren die beschreven zijn in dit contract en moet toezien op de opbouw, de uitbating, het onderhoud, de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het ASTRID-systeem. Hiervoor mag zij echter niet tussenkomen in de werking van diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen bedoeld in Art. 3 van de wet.
De taken van openbare dienst zullen altijd en overal voorrang hebben op eventuele andere activiteiten van ASTRID.
De regeringscommissarissen zien toe op de uitvoering van het beheerscontract, evenals op alle andere beslissingen van de organen van de vennootschap mbt de al dan niet openbare dienstverlening met invloed op de gebruikers, de overheid, de werking van de vennootschap en het algemeen belang.
Artikel 3 Geldigheidsduur.
Dit beheerscontract wordt afgesloten voor een periode van 5 jaar.
Het wordt van kracht de dag waarop het in de Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit, dat het contract goedkeurt, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Beide partijen kunnen jaarlijks, en wel vóór 31 mei, een aanvraag om wijziging indienen. Vóór 30 september wordt beslist over de aanvraag. De eventueel aangenomen wijzigingen worden, na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad ahv een in Ministerraad overlegd Koninklijk besluit, van kracht op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van het beheerscontract legt de raad van bestuur een nieuw ontwerp van beheerscontract aan de Minister voor.
Indien bij het verstrijken van de geldigheidsduur van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract van kracht is geworden, wordt het oude van rechtswege verlengd, tot op het ogenblik dat het nieuw beheerscontract van kracht is geworden. Deze verlenging wordt door de Minister in het Belgisch Staatsblad kenbaar gemaakt. Indien in het lopende jaar geen wijzigingen aan het beheerscontract worden voorgesteld, neemt de Minister ambtshalve maatregelen.
Artikel 4 Algemene voorwaarden.
Het beheerscontract bepaalt onder andere de voorwaarden en wijze waarop ASTRID de taken van openbare dienst uitoefent die haar zijn toevertrouwd door Art. 3 van de wet.
De wachttijden en de beschikbaarheidsgraad die in dit beheerscontract worden vermeld (Cf Titel II - C) zijn slechts van toepassing voor zover ASTRID niet belemmerd wordt deze na te leven door gebeurtenissen of omstandigheden die niet aan haar toegeschreven kunnen worden.
Elke wijziging in de taken van openbare dienst heeft als gevolg dat de daaruit voortvloeiende aanpassingen aan het beheerscontract, na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad ahv een in Ministerraad overlegd Koninklijk besluit, van kracht worden op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Artikel 5 Overheidsopdrachten.
ASTRID is onderworpen aan de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. Zij is een aanbestedende overheid in de zin van artikel 4, § 2, 8° van deze wet.
Artikel 6 (Aansprakelijkheid) voor schade aan derden. <VARIA 2000-09-27/37, Art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
Bij de uitbating van het ASTRID-systeem moet ASTRID er steeds zo veel mogelijk naar streven om de opgelegde performantieniveaus te halen en te overstijgen. Behoudens (bewezen) zware fout kan zij nooit aansprakelijk worden gesteld voor rechtstreekse of onrechtstreekse schade voortvloeiend uit het gebruik van het ASTRID-systeem of de erop aangesloten eindapparaten. <VARIA 2000-09-27/37, Art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
II. Taken van openbare dienst (Cfr Art. 10 wet).
A. Diensten.
Artikel 7 Openbare diensten.
Onder de in artikel 3 § 1 van de wet bedoelde openbare diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen die diensten verstrekken op het vlak van de hulpverlening en de veiligheid dienen minstens te worden verstaan :
de politiediensten,
de brandweerdiensten,
de civiele bescherming,
de veiligheid van de staat,
de douane,
de dienst 100,
de parketten,
de dienst jeugdbescherming,
de diensten van het gevangeniswezen,
de dienst vreemdelingenzaken,
de diensten van landsverdediging binnen hun steunopdrachten ten behoeve van de administratieve overheden,
(het coödinatie- en Crisiscentrum van de Federale Regering,) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2000>
de gewestelijke diensten van waters en bossen,
de administratie waterwegen en zeewezen,
de intercommunale kustreddingsdienst West-Vlaanderen,
de inspectie- en controlediensten, ingericht bij of krachtens de wet, decreet, ordonnantie of gemeentebesluit,
andere diensten, ingericht bij of krachtens de wet, decreet, ordonnantie of gemeentebesluit.
De Minister kan steeds diensten toevoegen aan de lijst.
Artikel 8 Niet openbare diensten.
In het raam van het binnenlands veiligheidsbeleid van de Staat zal ASTRID, na hiertoe te zijn gemachtigd door de Minister, het ASTRID-systeem binnen de door hem bepaalde voorwaarden eveneens openstellen voor niet openbare diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen die diensten verstrekken op het vlak van de hulpverlening en de veiligheid.
De genoemde machtiging wordt geacht bij deze reeds gegeven te zijn voor onbeperkte duur aan :
het Belgische Rode Kruis, als helper van de overheid, en wel in uitvoering van haar opdracht zoals bepaald in haar statuten, in het bijzonder Art 4.
private ziekenwagendiensten, in uitvoering van opdrachten als helper van de overheid.
B. Infrastructuur.
Artikel 9 Doelstellingen.
ASTRID verbindt zich ertoe om het ASTRID-systeem op te bouwen, uit te baten, te onderhouden, aan te passen en verder te ontwikkelen. Hiervoor verbindt ASTRID zich ertoe om binnen de hierna vastgestelde termijnen de aangehaalde doelstellingen te verwezenlijken :
- dekkingsgraad van het ASTRID-systeem op het Belgisch grondgebied vóór 31 december van het jaar :
1999 : 10 % (Oost-Vlaanderen, NNCC, Nat OpsC),
2000 : 45 % (onder voorbehoud van eventuele wijzigingen - zie Art. 21 - Oost-Vlaanderen,
NNCC, Nat OpsC, en bijkomend West-Vlaanderen, Henegouwen, Vlaams-Brabant,
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals-Brabant),
2001 : 100 %;
- vóór het einde van het jaar 2001 zal de capaciteit van het radionetwerk minstens 40 000 eindapparaten zijn;
- vóór het einde van het jaar 2001 zal de CAD volledig uitgebouwd zijn.
Artikel 10 Samenwerking.
ASTRID zal een zo groot mogelijke samenwerking nastreven met de overheidsinstanties en de andere telecommunicatieoperatoren om de investeringen in infrastructuurwerken te beperken. Zij zal dit doen door zo veel mogelijk het gedeeld gebruik van bestaande en nieuw uit te bouwen infrastructuur na te streven.
Artikel 11 Andere systemen.
ASTRID zal, binnen de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen, een zo groot mogelijke informatiedoorstroming bewerkstelligen tussen de CAD van het ASTRID-systeem, de NATINUL-centrales en CAD-systemen beheerd door andere diensten, instellingen, vennootschappen of verenigingen bedoeld in Art. 3, § 1 van de wet.
C. Het ter beschikking stellen van het ASTRID-systeem en de levering van telecommunicatiediensten.
Artikel 12 Diensten in verband met radiocommunicatie.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
Artikel 13 Diensten in verband met CAD.
De CAD-systemen worden door ASTRID voor operationeel gebruik ter beschikking gesteld van de Belgische politiediensten.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
Artikel 14 Diensten in verband met de eindapparatuur.
ASTRID verzekert de verbinding met en de werking van eindapparatuur op het netwerk.
De funktionaliteiten en performantieniveaus die door ASTRID ter beschikking zullen worden gesteld zijn minstens deze bepaald in de overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet.
D. Verdere ontwikkeling en uitbreiding.
Artikel 15 Handelwijze.
Verdere ontwikkeling en uitbreiding kunnen hetzij op initiatief van ASTRID zelf, hetzij op vraag van het raadgevend comité van gebruikers (Cfr titel VII) gerealiseerd worden.
ASTRID kan de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het ASTRID-systeem slechts uitvoeren voor zover de financiële gevolgen ervan werden goedgekeurd door de bij de wet ingestelde controlemechanismen (Cf Art. 17, 18 en 19 van de wet).
Het blijft evenwel de plicht van ASTRID om alle maatregelen te nemen die zij nodig acht om het ASTRID-systeem met zijn tijd mee te laten gaan. In die zin sluit ASTRID zich onder meer aan bij het European Telecommunications Standards Institute en zendt zij vertegenwoordigers naar nationale en internationale fora teneinde de evoluties in het domein van RCS en CAD te volgen.
Artikel 16 Studies.
In het bijzonder moet ASTRID de volgende studies binnen de opgelegde termijn uitvoeren en vervolgens voorleggen aan het raadgevend comité van gebruikers en de raad van bestuur :
a) Het onderzoeken, uitwerken en voorstellen van een doeltreffende oplossing, al dan niet in samenwerking met andere operatoren, van een personenoproepdienst (paging) voor de klanten binnen het dienstenpakket van de vennootschap.
b) Onderzoek naar de technische mogelijkheden en financiële haalbaarheid om binnen het dienstenpakket van ASTRID aan de klanten internationale roamingmogelijkheden aan te bieden met andere op de TETRA-norm gebaseerde systemen.
c) Onderzoek naar de technische mogelijkheden en financiële haalbaarheid om binnen het dienstenpakket van ASTRID aan de klanten internationale communicaties aan te bieden met systemen welke niet op de TETRA-norm gebaseerd zijn.
De opgelegde termijn is respectievelijk :
a) Vóór 31 december 1999.
b) Vóór 31 december 2000.
c) Vóór 31 december 2001.
E. Taken van algemeen belang (Art. 86ter W 21.03.91).
Artikel 17ASTRID kan haar medewerking aan de diensten van algemeen belang verlenen zoals beschreven voor [1 Proximus]1 in Art. 86ter van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd door de wet van 19 december 1997, en wel aan voorwaarden bepaald door de Minister en op advies van het BIPT.
III. Financieel evenwicht - Planning staatsbijdragen.
A. Financieel evenwicht van de gevoerde uitbating.
Artikel 18 Algemeen.
Het algemeen beheer dient blijk te geven van zuinigheid.
Artikel 19 Afschrijving.
De afschrijvingstermijn van het ASTRID-systeem wordt in principe op 15 jaar vastgelegd. Dit principe dient echter met de noodzakelijke soepelheid te worden toegepast om ASTRID toe te laten alle maatregelen te nemen die zij nodig acht om het ASTRID-systeem met zijn tijd mee te laten gaan.
Artikel 20 Inkomsten.
ASTRID beschikt over de volgende inkomsten :
inkomsten uit de afgesloten abonnementen,
inkomsten uit de verkoop van goederen en diensten,
intrest op de tegoeden van haar financiële rekeningen,
inkomsten uit beleggingen en/of deelnames,
een door de Staat toegekende bijdrage in het kader van de uitvoering van de taken van openbare dienst,
inkomsten uit giften.
In uitvoering van de aandeelhoudersovereenkomst zal de nettowinst gedurende de eerste 15 boekjaren volledig voorbehouden blijven.
Artikel 21 Investeringsritme (Art. 10 wet).
De investeringen in het ASTRID-systeem zijn gespreid over 4 jaar :
1998 : oprichting van de NV en oplevering van het testsysteem;
1999 : oplevering van het ASTRID-systeem voor Oost-Vlaanderen, het NNCC, het Nat OpsC en een Mob OpsC;
2000 : oplevering van het ASTRID-systeem voor West-Vlaanderen, Henegouwen, Vlaams-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals-Brabant;
2001 : oplevering van het ASTRID-systeem voor Antwerpen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen.
ASTRID kan om plannings- en/of organisatorische redenen de installatievolgorde van de respectievelijke provincies wijzigen op voorwaarde dat zij het raadgevend comité van gebruikers hierover vooraf informeert.
In voorkomend geval stelt zij de Minister hiervan tijdig in kennis.
Artikel 22 Tijdschema voor de volstorting van het kapitaal (Art. 10 wet)
Het financieel plan gaat uit van de volgende volstorting van het kapitaal :
25 % bij oprichting van ASTRID,
35 % 1 jaar na oprichting, en
40 % 2 jaar na oprichting.
Artikel 23 Bedrijfsplan.
Er zal door de raad van bestuur een bedrijfsplan (" business plan ") voor vijf jaar worden opgemaakt dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Het wordt aan de Minister gestuurd, die zijn beslissing treft na akkoord met de minister van Begroting.
Het omvat minstens volgende elementen :
De door ASTRID gevolgde strategie, gebaseerd op de ontwikkeling van de nationale en internationale telecommunicatiemarkt, inzonderheid het segment van de hulp- en veiligheidssector;
De opdracht van ASTRID;
Een analyse van de sterke en zwakke punten;
en beschrijving van de aangeboden producten/diensten, uitgesplitst in de taken van openbare dienst en de (eventuele) commerciële diensten;
Overwogen nieuwe producten;
Een beschrijving van de aangewende middelen :
beleid inzake interconnectie-akkoorden met privé operatoren,
beleid inzake interconnectie-akkoorden met buitenlandse operatoren van hulp- en veiligheidsdiensten,
marketing en tarieven,
structuur en uitbouw van de NV, in het bijzonder het personeelsbeleid,
logistiek en infrastructuur;
Het financieel plan met :
de economische hypothesen,
de weergave van de resultatenrekening en balans van de voorbije jaren, en een vooruitzicht voor de komende 5 jaren met bijzondere aandacht voor de door de Staat te leveren bijdrage,
een gedetailleerd overzicht van de lopende en geplande leningen.
B. Toekenning, voorwaarden en grenzen aan de bijdrage van de Staat.
Deze titel bepaalt de voorwaarden en de berekeningswijze van toelagen ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk tot dekking van bepaalde uitgaven die voortvloeien uit de taken van openbare dienst (Art. 10 wet) van ASTRID.
Artikel 24 Inhoud.
De Staat, vertegenwoordigd door de Minister en de minister van Begroting, verbindt zich ertoe jaarlijks op de begroting van Binnenlandse zaken een bedrag ten gunste van de NV ASTRID in te schrijven om volgende kosten te dekken :
a) Uitbatingskosten van de NV ASTRID.
1) De onderhoudskosten verbonden aan de door de NV ASTRID aangekochte systeeminfrastructuur (hardware, software en databases) die nodig is voor de uitvoering van het doel dat haar in Art 3 van de wet is opgedragen.
2) De werkingskosten van de onder Art 24 a) 1) geciteerde systeeminfrastructuur. Hieronder wordt onder andere verstaan :
de kosten voor de huur, het onderhoud en/of de aanpassing van de masten en/of pylonen en de bijbehorende technische lokalen;
de vergunningsrechten verschuldigd aan het BIPT; en
de kosten voor de huur van vaste verbindingen.
3) De werkingskosten van de vennootschap. Hieronder worden onder andere verstaan :
de opstartkosten;
de personeelskosten;
de kosten voor de voortgezette opleidingen van het personeel;
de huurkosten voor de gebouwen; en
de kosten voor de dagelijkse werking (kantooruitrusting, telefoon,...).
In de hierboven beschreven uitbatingskosten wordt slechts bijgedragen door de Staat voor zover zij zijn toe te schrijven aan de uitvoering van de taken van openbare dienst van de NV ASTRID, zoals bepaald in de wet.
(De hierboven vermelde werkingskosten omvatten ook investeringen in materiële en immateriële vaste activa die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het administratief beheer van de N.V. A.S.T.R.I.D., ondermeer de inrichting en uitrusting van de lokalen. In afwijking van artikel 3 heeft deze bepaling uitwerking met ingang van 1 augustus 1998.) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 3, 002; En vigueur : 01-01-2000>
b) Prijsondersteunende bijdrage door de Staat (POS)
De prijsondersteunende bijdrage door de Staat is een nominaal bedrag dat in voorkomend geval voor de hierna opgesomde abonnementen, afgesloten tussen de NV ASTRID en de in Art. 7 bedoelde openbare diensten, aan ASTRID wordt toegekend.
Het nominale bedrag is gelijk aan het verschil tussen :
de gemiddelde netto kostprijs (= prijs zonder verlies noch winst, maar Inclusief BTW) van een jaarabonnement voor een bij de NV ASTRID gehuurd draagbaar radio-eindapparaat, onderhoud inbegrepen; en
een bedrag van 22 000,- BF BTWI (tegen franken 1998).
De bijdrage is van toepassing voor de volgende abonnementen :
draagbare radio-eindapparaten,
mobiele radio-eindapparaten,
vast opgestelde radio-eindapparaten,
MDT en PDT eindapparaten,
AVL eindapparatuur,
Artikel 25 Toekenningsvoorwaarden.
De jaarlijkse bijdrage door de Staat voor het jaar J wordt toegekend onder de volgende voorwaarden :
zij moet in uitvoering van dit beheerscontract aan de hand van een met redenen omkleed verzoek aangevraagd worden bij de Minister, uiterlijk op 1 mei van het jaar J - 1;
zij moet gebaseerd zijn op zo concreet mogelijke boekhoudkundige cijfers (Cf jaarverslagen) en op het door de raad van bestuur en de regeringscommissarissen goedgekeurde " business " plan;
zij moet rekening houden met eventuele overschotten of tekorten (Cf Art. 28) van de voor het jaar J - 2 uitbetaalde bijdrage, en met het door niet openbare diensten betaalde " proportioneel deel " (Cf Art 33 c) tijdens het jaar J - 2.
Artikel 26 Begrenzing.
(In elk geval zullen de toelagen over de eerste zes exploitatiejaren niet meer bedragen dan :
Jaar 1998 1999 2000 2001 2002 2003
Subsidie in Mio BEF 44 271 542 703 822 1006
Subsidie in Mio EUR 24,9
<VARIA 2002-06-05/43, Art. 1, 003, En vigueur : 01-01-2002>
Artikel 27 Uitbetaling.
De jaarlijkse bijdrage door de Staat, zoals berekend in toepassing van de artikelen 24, 25 en 26, wordt ten laatste op de eerste werkdag van de maand maart van het jaar waar zij betrekking op heeft uitbetaald.
Bij gebrek aan storting tegen de vastgestelde datum, zal van rechtswege intrest verschuldigd zijn, berekend tegen de geldende wettelijke intrestvoet, te rekenen vanaf de dag van de eisbaarheid van de storting.
Artikel 28 Controle op de opmaak en de aanwending -B bepaling van overschotten of tekorten.
De controle op de opmaak van de bijdrage door de Staat gebeurt volgens het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole.
De controle op de aanwending van de bijdrage door de Staat gebeurt volgens de modaliteiten voorzien in artikel 17 en 18 van de wet.
De bepaling van eventuele overschotten of tekorten met betrekking tot de bijdrage door de Staat voor het jaar J gebeurt aan de hand van de exploitatieresultaten, zoals deze blijken uit het boekhoudkundig jaarverslag.
Artikel 29 Tegemoetkoming uit het boetefonds.
Om tot een rechtvaardige lastenverdeling over de gemeenten te komen aangaande hun participatie in de vennootschap wordt voorzien in een compensatie uit het boetefonds. De Minister verbindt er zich toe om bij de eerste aanvraag dienaangaande, uitgaande van de Gemeenteholding, de noodzakelijke aanpassingen aan het KB van 05.07.94 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder gemeenten bepaalde financiële hulp van de Staat kunnen krijgen op het vlak van de veiligheid (hoofdstuk 3) te onderzoeken en de procedure voor aanpassing van het betrokken KB te starten.
C. Leningen aangegaan door ASTRID.
Artikel 30 De leningen, aangegaan door ASTRID, moeten afgesloten worden in samenwerking met en volgens de richtlijnen van de administratie van de Thesaurie, om wat het raadplegen van de concurrentie betreft.
IV. Tarieven.
Artikel 31 Basisnorm.
Onder " basisnorm " verstaat men de hoeveelheid communicatie (verkeer) die een eindapparaat op de radio-elektrische weg (" ether ") opwekt en die aan de basis lag van de dimensionering van het RCS-systeem. Bij deze dimensionering werd uitgegaan van de veronderstelling dat het systeem op termijn diensten aanbiedt voor 40 000 eindapparaten (Cfr overheidsopdracht bedoeld in Art. 22 van de wet).
Voor zover voorzien in de algemene contractvoorwaarden van ASTRID (Cf Art. 37), kan deze norm gecumuleerd worden door een vereniging van gebruikers of klanten op basis van het aantal afgesloten abonnementen.
Artikel 32 Het basistarief voor het gebruik van een eindapparaat.
Het basistarief per jaar bestaat uit de volgende samenstellende delen :
a) een abonnementskost, gelijk aan X maal 1/40 000 van 1/15 deel van het in de wet voorziene kapitaal van ASTRID; deze kost dekt om de communicaties die binnen de basisnorm vallen.
Voor vaste, mobiele en draagbare radio- en data-eindapparaten is X = 1; voor andere eindapparaten kan dit oplopen of afnemen in functie van de belasting die zij voor het systeem kunnen betekenen.
ASTRID kan deze factor X aanpassen naargelang de ontwikkeling in de tijd en voor zover het kan zonder het financieel evenwicht van de vennootschap in gevaar te brengen.
b) een financieringskost voor de eindapparaten (inclusief of exclusief de accessoires, naargelang de keuze van de klanten) :
- indien het gaat om een huur- of leasingcontract voor de eindapparaten met een duur gelijk aan de door de klanten gekozen afschrijvingstermijn, dan is deze kost gelijk aan de aflossing van een lening met constante annuïteiten, aangegaan ter dekking van de investeringskost van de eindapparaten (de klanten bepalen in dit geval de aflossings- of afschrijvingstermijn);
- in alle andere gevallen wordt deze kost vrij door ASTRID bepaald in functie van een noodzakelijk inbegrepen risicopremie;
c) een kost ter dekking van een omnium onderhoudscontract voor het eindapparaat bij de leverancier;
d) een kost ter dekking van een " service " bij de klant igv panne aan of problemen met een eindapparaat;
e) een kost voor de communicaties bij overschrijding van de vastgestelde basisnorm;
f) de BTW.
De elementen aangehaald onder b) en d) zijn facultatief en afhankelijk van door de klant gemaakte keuzen. De kost aangehaald onder c) is alleen verplicht indien het gaat om een door ASTRID verhuurd eindapparaat.
De lijnkost voor eindapparaten die ahv een vaste verbinding met het RCS of de CAD verbonden worden is steeds ten laste van de klant.
Artikel 33 Toepassingsprincipes voor de taken van openbare dienst van ASTRID.
a) De tarieven en tariefstructuren, of de formules voor hun berekening, van de door ASTRID geleverde prestaties binnen haar taken van openbare dienst, en die niet in het beheerscontract zijn geregeld, worden ter goedkeuring aan de Minister voorgelegd. Zonder gemotiveerde verwerping vanwege de Minister binnen de 60 dagen na voorlegging, worden ze geacht door hem te zijn goedgekeurd. Indien de terzake door de Minister genomen beslissing voor ASTRID leidt tot bijkomende kosten, worden deze kosten gedekt door een gelijkwaardige tegemoetkoming ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.
b) De openbare diensten, vermeld in Art. 7, betalen voor hun abonnementen uitsluitend het basistarief (Cf Art. 32).
Indien het gaat om een bij ASTRID gehuurd eindapparaat, voorkomend in de lijst van Art. 24-b. en voor zover het eindapparaat gedekt is door een onderhoudscontract, wordt het te betalen bedrag per abonnement verminderd met de POS (Cf Art. 24).
c) Voor wat betreft de uitvoering van opdrachten als helper van de overheid, betalen de niet openbare diensten, vermeld in Art 8, uitsluitend het basistarief voor hun abonnementen (Cf Art. 32). Voor andere opdrachten zijn de tarieven zoals omschreven in Art. 35 van toepassing.
Artikel 34 Aanpassingen.
Teneinde de implementatie van ASTRID te verzekeren en zonder discriminatoir te zijn tov de klanten kan de Minister, op voorstel van de vennootschap, na advies van het raadgevend comité van gebruikers, rekening houdend met de geboekte bedrijfsresultaten uit commerciële dienstverlening en na akkoord van de minister van begroting, de artikelen 31, 32 en 33 aanpassen.
Artikel 35 Commerciële dienstverlening.
ASTRID mag geen diensten op commerciële basis verstrekken dan na daartoe te zijn gemachtigd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit (Art.
3 § 3 van de wet).
Voor door ASTRID op commerciële basis verstrekte diensten geldt dat ASTRID de tarieven en tariefstructuren vrij kan vaststellen. Zij is verplicht om in dit geval prijzen aan te rekenen die geenszins concurrentievervalsend zijn en waarbij een aanvaardbare winstmarge gehanteerd wordt. Ook dient zij voor eenzelfde dienstprestatie in heel België eenzelfde prijs te hanteren.
V. Gedragsregels tov de klanten.
A. Algemeen.
Artikel 36 Principes.
Binnen het raam van de rampenplanning behoudt de administratieve autoriteit, verantwoordelijk voor de coördinatie van de respektieve rampenfasen, een algemene beslissingsbevoegdheid tav de inzet, de organisatie en de configuratie van het ASTRID-systeem.
ASTRID kan haar diensten slechts ter beschikking van een klant stellen op basis van een contract dat geenszins strijdig mag zijn met het beheerscontract.
Dergelijk contract dient de rechten en verplichtingen van beide partijen duidelijk te omschrijven.
Artikel 37 Algemene contractvoorwaarden.
Ten laatste drie maanden na de publicatie van het KB houdende dit beheerscontract, zal ASTRID haar algemene contractvoorwaarden ter bekrachtiging aan de Minister voorleggen. Zij voegt het terzake door het raadgevend comité van gebruikers uitgebrachte advies (Cf titel VII) bij het dossier.
De algemene contractvoorwaarden hebben o.m. betrekking op : de beschrijving van de dienst, de leveringstermijnen, de weigeringsvoorwaarden, de verantwoordelijkheden, de voorwaarden voor veiligheid en vertrouwelijkheid, de facturatie- en betalingswijze, de niet-betaling, het misbruik, de behandeling van geschillen, de homologatie van eindapparatuur en het beëindigen van de dienstverlening.
ASTRID bepaalt in haar algemene contractvoorwaarden in het bijzonder welke aspecten van de RCS- en CAD- systeemuitbating al of niet door de klant kunnen worden uitgevoerd. Zij verduidelijkt desbetreffend de verantwoordelijkheden van beide partijen. In elk geval zal hierbij het principe gehanteerd worden dat technische uitbating en toezicht steeds een verantwoordelijkheid van ASTRID blijven.
Artikel 38 Opleiding.
Inzake opleiding verbindt ASTRID zich ertoe haar klanten, behorende tot de in Art. 7 genoemde diensten, zonder meerprijs zo veel mogelijk te ondersteunen. Daarnaast zal zij een coördinerende rol op zich nemen bij het aanbieden van opleidingen tegen betaling.
B. Betreffende het RCS.
Artikel 39 Configuratie van het systeem.
ASTRID verbindt zich ertoe om het RCS te configureren en te programmeren volgens de behoeften van de klanten die bepaald en verduidelijkt worden in de contracten afgesloten met de klanten en waar rekening werd gehouden met de capaciteit en bijzonderheden van het RCS. De configuratie en de programmatie van het systeem omvat onder andere :
de bepaling van het nummeringsplan (abonneenummers);
de bepaling van gespreksgroepen in het systeem;
de bepaling van de rechten van de abonnees volgens het type van afgesloten abonnement (" profiel ").
Dit maakt deel uit van de diensten aangeboden door ASTRID, ongeacht het type van het afgesloten abonnement.
Artikel 40 Migratie.
ASTRID verbindt zich ertoe om haar klanten bij te staan bij de migratie van hun oude radiocommunicatiesystemen naar het ASTRID-systeem. Hiervoor zal ASTRID tijdens de overgangsfaze de verbinding verzorgen tussen hun oude systemen en het ASTRID-systeem.
De door ASTRID geleverde steun tijdens en de uitvoeringswijze van de migratie zal vermeld worden in de contracten tussen ASTRID en haar klanten.
Artikel 41 Eigendom van gegevens.
De gegevens betreffende verzonden en ontvangen communicaties van de abonnees van het RCS die door ASTRID verzameld worden, zijn eigendom van de verenigingen of diensten waartoe de aan de communicatie deelnemende abonnees behoren.
ASTRID heeft niettemin het recht om deze gegevens te gebruiken voor facturatie, voor het opmaken van statistieken en om de kwaliteit van de aangeboden diensten na te gaan. In dit raam garandeert ASTRID de vertrouwelijkheid van deze gegevens.
C. Betreffende de CAD.
Artikel 42 Principes.
De inplaatsstelling, de ter beschikkingstelling en het gebruik van de ASTRID CAD-systemen en het bijhorende nationaal operatiecentrum ten voordele van de Belgische politiediensten worden bepaald door een bij de Minister genomen ministrieel besluit.
Artikel 43 Eigendom van de gegevens.
Behoudens de door ASTRID ter beschikking gestelde bestanden zijn alle gegevensbestanden opgeslagen in de ASTRID CAD-systemen eigendom van de gebruikers.
ASTRID behoudt een toegangsrecht tot de gegevens met het oog op het opmaken van systeemstatistieken en performantiemetingen. De wijze van dit toegangsrecht dient bepaald in het in Art. 42 geciteerde ministrieel besluit.
D. Betreffende de eindapparatuur.
Artikel 44 Algemeen.
Elk eindapparaat kan hetzij rechtstreeks bij ASTRID gehuurd worden, hetzij door de klant aangekocht worden en via de betaling van een " abonnement " op het ASTRID-systeem worden aangesloten.
Het kan hetzij bij ASTRID hetzij bij een andere leverancier aangekocht worden.
De diensten, instellingen, maatschappijen of verenigingen bedoeld in § 1 van Art. 3 van de wet zijn niet onderworpen aan de wet op de overheidsopdrachten van 24 december 1993 voor wat het afsluiten van abonnementen met of zonder eindapparatuur bij ASTRID betreft.
Artikel 45 Homologatie.
Alle apparatuur die door een klant wordt aangekocht bij een derde moet gehomologeerd zijn door ASTRID vóór de activering op het netwerk.
ASTRID zal jaarlijks de lijst publiceren van de gehomologeerde eindapparaten die op het netwerk aangesloten mogen worden.
Artikel 46 Programmering.
De programmering van de eindapparatuur en de rechten van de klant voor de uitvoering van het geheel of een deel van deze programmering zullen nader bepaald worden in de contracten tussen ASTRID en haar klanten.
In ieder geval zal ASTRID de programmering van de eindapparatuur voorstellen als onderdeel van de basisdienst die geleverd wordt bij de activering van het eindapparaat op het ASTRID-systeem.
Artikel 47 Activering en werking.
ASTRID verbindt zich ertoe om binnen de 5 werkdagen aan een aanvraag tot activering van een eindapparaat gevolg te geven, op voorwaarde dat het " profiel " van de apparatuur vooraf in onderlinge overeenstemming tussen ASTRID en de klant vastgelegd werd.
Artikel 48 Vervanging van een eindapparaat.
Bij een defect aan een gehuurd eindapparaat, en voor zover het verplichte onderhoudscontract effectief werd onderschreven (Cf Art. 32 voorlaatste §), verbindt ASTRID zich ertoe om binnen de 24 uur een werkend eindapparaat ter beschikking te stellen, geprogrammeerd met hetzelfde " profiel " als het defecte eindapparaat. Deze omwisseling zal gebeuren in de dichtstbij gelegen vestiging van ASTRID of, tegen bijkomende kosten, bij de klant.
E. Betreffende de Mobiele Operatie Centra (Mob OpsC).
Artikel 49 Algemeen.
Mobiele uitbreidingen van het RCS- en de CAD-systemen zijn een exclusieve bevoegdheid van ASTRID.
Artikel 50 Ter beschikking stellen.
Het ter beschikking stellen van dergelijke apparatuur wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, Titel A, B, C en D. Bijkomende regels voor de activering of terbeschikkingstelling van het MobOpsC aan een klant zullen later in overleg met het raadgevend comité van gebruikers door ASTRID vastgelegd worden.
F. Kwaliteit van de diensten.
Artikel 51 Jaarrapport.
ASTRID verbindt zich ertoe om in haar jaarrapport minstens volgende kwaliteitsindicatoren betreffende de radiocommunicatie en CAD-diensten te verzamelen en te publiceren :
beschikbaarheidsgraad van het RCS;
percentage mislukte oproepen;
percentage van in wachtrij geplaatste oproepen;
gemiddelde wachttijd;
activeringstermijnen;
interventietermijnen;
beschikbaarheidsgraad van de CAD.
Dit jaarrapport zal ook het volgende bevatten :
de jaarrekening van de vennootschap,
statistieken en analyses over de ontvangen klachten (onderwerp, frequentie, snelheid van behandeling, gevolg,...)
VI. Verantwoordelijkheid van de Staat (voorwaarden die ASTRID toelaten haar taak uit te voeren).
Artikel 52Infrastructuur.
Opdat ASTRID haar taak zou kunnen uitvoeren, moet de Staat de volgende infrastructuur ter beschikking stellen binnen een termijn die zal vastgelegd worden tussen ASTRID en de bevoegde Ministers :
1. Gebouwen bestemd voor de CAD-systemen.
De bevoegde diensten van de gebruikers en het Ministerie van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen) zullen de lokalen, noodzakelijk voor de huisvesting van de CAD-systemen, tijdig (Cf Art. 9) aan ASTRID ter beschikking stellen. Het betreft met name :
| CAD West-Vlaanderen | Zandstraat 148, 8000 Brugge |
| CAD Oost-Vlaanderen | Groendreef 181, 9000 Gent |
| CAD Antwerpen | Boomsesteenweg 180, 2610 Antwerpen |
| CAD Limburg | Luikersteenweg 228, 3500 Hasselt |
| CAD Vlaams-Brabant | Pleinstraat 135, 3001 Leuven |
| CAD Brussel en NatOpsC | Rue Fritz Toussaint 47, 1050 Bruxelles |
| Uitbreiding Nationale luchthaven | Aeroport Nationale, 1930 Zaventem |
| CAD Waals-Brabant | Chaussee de Louvain 34, 1300 Wavre |
| CAD Henegouwen | Chemin de Procession 188, 7000 Mons |
| CAD Namen | Rue Bertrand Janquin 70, 5100 Namur-Jambes |
| CAD Luik | Rue Saint Leonard 47, 4000 Liege |
| CAD Luxemburg | Rue de Neufchateau 132, 6700 Arlon |
De onderhouds- en gebruikskosten (water, energie, ...) van deze lokalen zijn ten laste van de gebruikers van de CAD-systemen.
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen).
2. Masten en pylonen van het RCS.
Het Ministerie van van Ambtenarenzaken (Regie der gebouwen), of elke andere dienst, zullen ASTRID toelaten apparatuur te plaatsen op masten of torens, eigendom van de Staat, op voorwaarde dat :
ASTRID, in overeenstemming met de gebruikers van actueel op deze infrastructuur geïnstalleerde systemen, de nodige maatregelen treft opdat de hinder voor het gebruik van deze systemen tot een minimum beperkt blijft, en
voor zover het materiaal dat geïnstalleerd zal worden de stabiliteit van de infrastructuur niet in gevaar brengt.
Het Ministerie van van Ambtenarenzaken (Regie der gebouwen) zal, zo mogelijk, in de omgeving van elk van deze masten of pylonen aan ASTRID de nodige plaats ter beschikking stellen om een " shelter " te plaatsen (onder " shelter " dient een technische container van +/- 6 m2 te worden verstaan).
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van van Ambtenarenzaken (de Regie der Gebouwen).
3. Infrastructuur van het BEMILCOM systeem.
Het Ministerie van Landsverdediging zal ASTRID toelaten apparatuur te plaatsen op BEMILCOM masten of torens, op voorwaarde dat :
ASTRID de technische voorschriften voor de installatie van niet-BEMILCOM materiaal op BEMILCOM torens respecteert,
het materiaal dat geïnstalleerd zal worden de stabiliteit van de infrastructuur niet in gevaar brengt, en
ASTRID de financiële kosten voortvloeiend uit noodzakelijke stabiliteits- of technische studies ten laste neemt.
Het Ministerie van Landsverdediging zal, zo mogelijk, in de omgeving van elk van deze masten of torens aan ASTRID de nodige plaats ter beschikking stellen om een " shelter " te plaatsen (onder " shelter " dient een technische container van +/- 6 m2 te worden verstaan).
Dienaangaande zal binnen een termijn van 2 maanden volgend op de publicatie van het KB tot vaststelling van dit beheerscontract, een protokol afgesloten worden tussen de vennootschap en het Ministerie van Landsverdediging.
Artikel 53 Aansluiting op het systeem.
Voor de in Art. 7 vermelde diensten zullen de respectievelijk bevoegde ministers het aansluiten binnen de in het financieel plan vooropgestelde hypothesen stimuleren.
In elk geval dienen de federale politiediensten, de civiele bescherming, de veiligheid van de Staat, de douane en de dienst 100 voor hun radiocommunicatie uiterlijk op 1 januari 2005 volledig van de diensten van ASTRID gebruik te maken. De verplichting tot aansluiten belet geenszins de uitvoering door deze diensten van de hen bij of krachtens de wet toegekende opdrachten.
Voor de in Art 7 vermelde gemeentelijke diensten zal de Minister in het kader van zijn subsidiëringsbeleid het aansluiten binnen de in het financieel plan vooropgestelde hypothesen stimuleren.
Artikel 54 Centrale databanken van de politiediensten (" POLIS ").
De Algemene Politie Steundienst (APSD) zal, met de medewerking van de betrokken politiediensten, instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de eigen informatica-infrastructuur opdat de toegang tot de centrale databanken van de politiediensten (Cf POLIS systeem) vanuit de CAD-systemen en met alle MDT's in gebruik bij de Belgische politiediensten, zal gegarandeerd zijn op het ogenblik van oplevering van de respectievelijke CAD-systemen.
De Minister maakt, na akkoord van de minister van Begroting, met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
Artikel 55 NATionaal InformaticaNetwerk van de hULpdiensten (NATINUL).
De Algemene directie van de Civiele Bescherming zal instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de informatica-infrastructuur van de NATINUL-centra om de interface tussen deze centra en de ASTRID CAD-systemen te realiseren uiterlijk 1 jaar na de oplevering van de NATINUL of de ASTRID CAD-systemen, naargelang de datum die het laatst valt.
De Minister, na akkoord van de minister van Begroting, maakt met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
Artikel 56 Politie Informatica Project (PIP).
De Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie zal instaan voor de noodzakelijke aanpassingen aan de informatica-infrastructuur van het PIP om de interface tussen dit platform en de ASTRID CAD-systemen uiterlijk tegen de datum van oplevering van de ASTRID CAD's te realiseren.
De Minister, na akkoord van de minister van Begroting, maakt met de raad van bestuur de noodzakelijke afspraken omtrent de co-financiering van deze aanpassingen door ASTRID.
VII. Vertegenwoordiging van de klanten (Cfr Art. 15 statuten).
Artikel 57 Raadgevend comité van gebruikers.
Het raadgevend comité van gebruikers zoals bedoeld in artikel 15 van de statuten is samengesteld uit :
één vertegenwoordiger van de rijkswacht, aangewezen door de commandant van de rijkswacht;
één vertegenwoordiger van de gemeentepolitie, aangewezen door de vaste commissie van de gemeentepolitie;
één vertegenwoordiger van de gerechtelijke politie, aangewezen door de commissaris-generaal van de gerechtelijke politie;
één vertegenwoordiger van de brandweerdiensten, aangewezen door de directeur-generaal van de civiele bescherming;
één vertegenwoordiger van de civiele bescherming, aangewezen door de directeur-generaal van de civiele bescherming;
één vertegenwoordiger van de douane, aangewezen door de directeur-generaal van de douane en accijnzen;
één vertegenwoordiger van de veiligheid van de Staat, aangewezen door de Administrateur-generaal van de veiligheid van de Staat;
één vertegenwoordiger van de dienst 100, aangewezen door de directeur-generaal van de gezondheidszorgen;
(één vertegenwoordiger van de Algemene Rijkspolitie, aangewezen door de directeur-generaal van de Algemene Rijkspolitie;) <VARIA 2000-09-27/37, Art. 4, 002; En vigueur : 01-01-2000>
en uit de vertegenwoordigers van de andere diensten (Cf Art. 7) of niet openbare diensten die minimum 500 abonnementen afgesloten hebben. Om tot het quotum van 500 abonnementen te komen mogen deze diensten zich samenvoegen.
Artikel 58 Taken en werking.
De raad van bestuur regelt de interne werking van het comité, na hieromtrent advies gevraagd te hebben aan het comité.
Op haar eerste zitting kiest het comité een voorzitter onder haar leden. Het mandaat van de voorzitter is voor de duur van één jaar en hernieuwbaar.
ASTRID is belast met het secretariaat, het versturen van de oproepingen en de materiële ondersteuning van het comité.
Het comité :
adviseert de raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder (of in voorkomend geval de directeur-generaal), binnen de vooropgestelde termijnen omtrent de haar voorgelegde vragen;
formuleert voorstellen mbt de verbetering van de dienstverlening van ASTRID;
beslist bij consensus of bij gebrek daaraan met meerderheid mits kennisgeving van de minderheidsstandpunten;
Artikel 59 Personeel van de NV (Art. 16 wet).
Vacatures bij de NV ASTRID worden in elk geval kenbaar gemaakt bij het raadgevend comité van gebruikers.
Het raadgevend comité van gebruikers bepaalt en staat vervolgens in voor de verspreiding naar de diensten die zij vertegenwoordigen.