Bericht voorgeschreven krachtens artikel 13, § 6, van het koninklijk besluit van 19 november 1970 betreffende het invaliditeitspensioenstelsel voor de mijnwerkers.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1995051350
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel M Bij ministerieel besluit van 11 april 1995 worden de bedragen inzake toegelaten beroepsbezigheid voor de invaliditeitspensioengerechtigden tijdens het kalenderjaar 1995 als volgt vastgesteld :
1° voor beroepsbezigheden die onder toepassing vallen van de wetgeving op de arbeidsovereenkomsten of van een soortgelijk wettelijk of reglementair statuut, evenals iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post : 276 586 F bruto per jaar;
2° voor beroepsbezigheden als zelfstandige of als helper, of die worden uitgeoefend in hoedanigheid van echtgenoot-helper of echtgenote-helpster : 221 268 F netto per jaar;
3° de onder 1° en 2° vermelde bedragen worden ingeval van kinderlast verhoogd met respectievelijk 138 293 F bruto en 110 634 F netto per jaar.
1° voor beroepsbezigheden die onder toepassing vallen van de wetgeving op de arbeidsovereenkomsten of van een soortgelijk wettelijk of reglementair statuut, evenals iedere andere bezigheid, mandaat, ambt of post : 276 586 F bruto per jaar;
2° voor beroepsbezigheden als zelfstandige of als helper, of die worden uitgeoefend in hoedanigheid van echtgenoot-helper of echtgenote-helpster : 221 268 F netto per jaar;
3° de onder 1° en 2° vermelde bedragen worden ingeval van kinderlast verhoogd met respectievelijk 138 293 F bruto en 110 634 F netto per jaar.