Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de aanduiding en uitoefening van de management- en projectleiderfuncties en van de functie van algemeen directeur bij de diensten van de Vlaamse overheid.

Date :
17-06-2005
Language :
French Dutch
Size :
8 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2005035841

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Dit besluit is van toepassing op de diensten van de Vlaamse overheid, zijnde :
  - de departementen;
  - de intern verzelfstandigde agentschappen, hierna te noemen IVA, zonder rechtspersoonlijkheid;
  - de IVA met rechtspersoonlijkheid;
  - de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, hierna te noemen EVA;
  - de administratieve diensten van het Gemeenschapsonderwijs.

Artikel 2 Dit besluit regelt de procedure van vacature-invulling en de arbeidsvoorwaarden voor :
  1° de managementfuncties van N-niveau, die aan het hoofd staan van een departement, een IVA of een EVA en de administratieve diensten van het Gemeenschapsonderwijs;
  2° de management- of projectleiderfuncties die door de Vlaamse Regering worden aangeduid als behorende tot het N-niveau;
  3° de functies van algemeen directeur.

Artikel 3 § 1. Met "opdrachtgever" wordt in dit besluit bedoeld :
  1° de raad van bestuur voor die EVA's die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap en in voorkomend geval de algemene directeur aanstellen;
  2° de functioneel bevoegde Vlaamse minister(s) voor de departementen, IVA's, de EVA's die niet vallen onder 1°, en het Gemeenschapsonderwijs;
  3° het Auditcomité van de Vlaamse administratie voor de Interne Audit van de Vlaamse administratie.
  § 2. Met "in dienstnemende overheid" wordt in dit besluit bedoeld :
  1° de raad van bestuur voor die EVA's die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap en in voorkomend geval de algemene directeur aanstellen;
  2° de Vlaamse Regering voor de departementen, IVA's, de EVA's die niet vallen onder 1°, voor de Interne Audit van de Vlaamse administratie en voor de administratieve diensten van het Gemeenschapsonderwijs.

Artikel 4 De management- en projectleiderfuncties van N-niveau (en de functie van algemeen directeur) zijn mandaatfuncties met een duur van maximum 6 jaar, die hernieuwbaar zijn volgens de bepalingen van artikel 17 van dit besluit. <BVR 2005-09-09/35, Art. 1, 002; En vigueur : 18-11-2005>

Artikel 5 (§ 1.) De functie van algemeen directeur, bedoeld in de artikelen 6, 10 en 22 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid (en in de departementen zoals bedoeld in artikel 3 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid), is een functie die zich organiek en functioneel situeert tussen het N-niveau en het N-niveau -1. <BVR 2005-09-09/35, Art. 2, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  De algemeen directeur staat het hoofd van het agentschap (of van het departement) die is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap (of van het departement), bij. <BVR 2005-09-09/35, Art. 2, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  (Derde lid opgeheven) <BVR 2005-09-09/35, Art. 2, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  (§ 2. In de agentschappen wordt de functie van algemeen directeur voorzien in de organieke, instellingsspecifieke regeling of in het personeelsplan. De algemeen directeur maakt er desgevallend met raadgevende stem deel uit van de raad van bestuur.
  § 3. In de departementen wordt de functie van algemeen directeur voorzien in de personeelsplannen.) <BVR 2005-09-09/35, Art. 2, 002; En vigueur : 18-11-2005>

Hoofdstuk 2. De selectie voor de managementen projectleiderfuncties van Nniveau en voor de functies van algemeen directeur

Sectie 1. In aanmerking komende kandidaten

Artikel 6 De management- en projectleiderfuncties van N-niveau en de functies van algemeen directeur worden vacant verklaard via een open procedure, waarbij tezelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.
  De oproep wordt tenminste in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Bij regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, evenals van het salaris respectievelijk de salarisschaal, zoals bepaald in artikel 14.

Artikel 7 § 1. Voor de vacature-invulling van de management - en projectleiderfuncties van N-niveau komen enkel de kandidaten in aanmerking die beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 5 jaar, verworven in de laatste 10 jaar, of over 10 jaar nuttige professionele ervaring.
  Voor de vacature-invulling van de functies van algemeen directeur komen enkel de kandidaten in aanmerking die beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 3 jaar, verworven in de laatste 10 jaar, of over 8 jaar nuttige professionele ervaring.
  Voor de berekening van de ervaring bedoeld in het eerste en het tweede lid worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd. Onder leidinggevende ervaring wordt ervaring verstaan inzake beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de private sector.
  § 2. De kandidaten bedoeld in de § 1 dienen te voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector en houder te zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A zoals bepaald in Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de interne kandidaten die reeds tot het voormelde niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren.

Sectie 2. Selectiecriteria enprocedure

Artikel 8 In de selectieprocedure wordt onderzocht in welke mate de kandidaten voldoen aan het vereiste competentieprofiel voor de functie.
  Het vereiste profiel bevat :
  - waardegebonden en generieke gedrag - en vaktechnische competenties die worden bepaald door de Vlaamse Regering, op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het Algemeen Beleid inzake Personeel en Organisatieontwikkeling;
  - eventueel aanvullende functiespecifieke competenties die worden bepaald door de in dienstnemende overheid.

Artikel 9 § 1. De kandidaten worden geselecteerd in functie van de criteria bepaald in de artikelen 7 en 8, door het Vlaams Selectiecentrum voor Overheidspersoneel c.v.b.a., hierna Jobpunt Vlaanderen genoemd, of zijn rechtsopvolger.
  § 2. Indien voor de toepassing van § 1 beroep gedaan wordt op een selectiebureau, legt de Vlaamse minister, bevoegd voor Personeel en Organisatie het selectiebureau dat voorgedragen wordt door Jobpunt Vlaanderen ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  § 3. Jobpunt Vlaanderen, of zijn rechtsopvolger, stelt aan de opdrachtgever een lijst met geschikte kandidaten voor.

Hoofdstuk 3. De aanwijzing en de rechtspositie

Artikel 10 § 1. De opdrachtgever heeft een interview met de kandidaten van de lijst, vastgesteld overeenkomstig artikel 9, § 2, waarbij de wederzijdse verwachtingen worden gepreciseerd.
  § 2. De opdrachtgever kiest een kandidaat uit de voorgestelde lijst; de keuze wordt uitdrukkelijk gemotiveerd. Indien hij geen kandidaat uit de lijst kiest, wordt de procedure heropgestart.

Artikel 11 § 1. Behoudens het geval bedoeld in § 2, neemt de indienstnemende overheid, op voorstel van de opdrachtgever, de geselecteerde kandidaat voor de functie van het N-niveau (of voor de functie van algemeen directeur) welke wordt begeven bij mandaat, in dienst met een arbeidscontract van onbepaalde duur. <BVR 2005-09-09/35, Art. 3, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  In het contract worden de arbeidsvoorwaarden vastgesteld in overleg tussen de voor de mandaatfunctie geselecteerde kandidaat en de opdrachtgever, op basis van een modelcontract vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Algemeen Beleid inzake Personeel en Organisatieontwikkeling, dat tevens rekening houdt met de bepalingen van dit besluit. Er wordt tevens voorzien in een proefperiode van zes maanden.
  De betrokkene oefent zijn taak uit volgens een arbeidsregime vastgesteld in overeenstemming met de opdrachtgever.
  § 2. Indien de geselecteerde kandidaat voor de functie van het N-niveau (of voor de functie van algemeen directeur) welke wordt begeven bij mandaat reeds ambtenaar is bij de Diensten van de Vlaamse Regering of een Vlaamse Openbare instelling, een verzelfstandigd agentschap of hun rechtsopvolgers, wordt hij bij eenzijdige administratieve rechtshandeling door de in dienst nemende overheid aangewezen in het mandaat. <BVR 2005-09-09/35, Art. 3, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  Tijdens de uitoefening van het mandaat behoudt de betrokkene de functionele loopbaan in de graad waarin hij werd benoemd. De werkelijke diensten die de betrokken ambtenaar als mandaathouder presteert, worden in aanmerking genomen voor de vaststelling van de schaalanciënniteit in de functionele loopbaan.

Hoofdstuk 4. De beheersovereenkomsten

Artikel 12 § 1. Wanneer in toepassing van de artikelen 8, 10, § 4, en 14 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid nog geen beheersovereenkomst is gesloten stelt het hoofd van het agentschap aan de opdrachtgever een beheersovereenkomst voor binnen 6 maanden na zijn aanstelling en voor een periode die eindigt uiterlijk negen maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na de algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement.
  § 2. Wanneer een hoofd van een agentschap wordt aangesteld en er reeds een beheersovereenkomst werd gesloten, aanvaardt het hoofd van het agentschap bij zijn aanstelling deze beheersovereenkomst voor de lopende periode, tenzij hijzelf of de opdrachtgever vraagt een nieuwe overeenkomst op te stellen.

Hoofdstuk 5. De arbeidsvoorwaarden

Sectie 1. Administratieve arbeidsvoorwaarden

Artikel 13 § 1. De titularissen van een management- of een projectleiderfunctie of de functie van algemeen directeur kunnen enkel genieten van volgende langdurige verloven :
  - bevallingsverlof;
  - loopbaanonderbreking met betrekking tot het ouderschapsverlof, de palliatieve verzorging en de zorgen in geval van ernstige ziekte;
  - verlof wegens ziekte of arbeidsongeval;
  - verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet, mits goedkeuring door de Vlaamse Regering.
  § 2. De titularis van de management- of projectleiderfunctie of, ingeval van overmacht, de in dienstnemende overheid, duidt bij afwezigheid van de titularis van het mandaat een vervanger aan. (Deze bepaling geldt niet in die gevallen waarin voorzien is in de functie van algemeen directeur.) <BVR 2005-09-09/35, Art. 4, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  Wanneer een vervanger moet worden aangeduid, beslist de in dienstnemende overheid, in functie van de duur van de afwezigheid, over de toepassing van de selectieprocedure voor toewijzing aan een mandaatfunctie volgens de bepalingen van dit besluit.
  De indienstneming van deze plaatsvervanger aangewezen volgens de in het vorige lid vermelde procedure gebeurt hetzij bij vervangingsovereenkomst, hetzij door aanwijzing in het mandaat zoals bedoeld in artikel 11, § 2, van dit besluit voor de nog lopende duur van het mandaat.
  § 3. Ingeval van afwezigheid van de algemeen directeur, beslist de titularis van de managementfunctie waaraan de algemeen directeur bijstand verleent, in overleg met laatst genoemde, welke maatregelen moeten worden genomen om in zijn/haar vervanging te voorzien.

Sectie 2. Geldelijke arbeidsvoorwaarden

Artikel 14[1 § 1. De Vlaamse Regering deelt de management- en projectleiderfuncties van het N-niveau in 4 klassen in, op voorstel van een wegingcommissie.
   § 2. De titularis van een management- of projectleiderfunctie van het N-niveau geniet :
   1. een bezoldiging in de salarisschaal A311;
   2. een managementtoelage, die wordt berekend op de som van het jaarsalaris en de mandaattoelage;
   3. een vakantiegeld en een eindejaarstoelage zoals bepaald voor de entiteit, evenals alle andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen indien zij aan de toekenningvoorwaarden voldoen;
   4. een mandaattoelage waarvan het bedrag volgens de klasse op jaarbasis aan 100 % (spilindex 138,01) bedraagt :
  

  
Klasse D euro 19.840
Klasse C euro 13.420
Klasse B euro 8.780
Klasse A euro 6.280


  § 3. De titularis van een functie van algemeen directeur geniet :
   1. een bezoldiging in de salarisschaal A288;
   2. een managementtoelage, een vakantiegeld en een eindejaarstoelage zoals bepaald voor de entiteit, evenals alle andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen indien zij aan de toekenningvoorwaarden voldoen;
   3. een mandaattoelage van euro 720 op jaarbasis aan 100 %.
   § 4. De vervanger van een titularis van een management- of projectleiderfunctie van het N-niveau, geniet de bezoldiging en de toelagen zoals bepaald in § 2 voor zover de vervanging 3 maanden of langer duurt.
   § 5. De vervanger van een functie van algemeen directeur geniet de bezoldiging en de toelagen zoals bepaald in § 3 voor zover de vervanging 3 maanden of langer duurt.
   § 6. Wat de toekenning en berekening van salaris, toelagen, vergoedingen en sociale voordelen betreft, is de regeling die bepaald is voor de entiteit van toepassing.
   § 7. Onverminderd hetgeen bepaald is in § 2 en § 3, behoudt de titularis van :
   1) een management- of projectleiderfunctie van het N-niveau die vanuit rang A4 of rang A3 aangewezen wordt, het salaris en de salarisschaal, geldend vóór de aanstelling, evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan;
   2) een management- of projectleiderfunctie van het N-niveau die reeds door een arbeidsovereenkomst met de Vlaamse gemeenschap of het Vlaams gewest of een daarvan afhangende instelling verbonden was, de contractuele regeling geldend vóór de aanstelling, evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan;
   3) een functie van algemeen directeur hetzij het salaris en de salarisschaal verbonden aan de rang A2L, zijnde A286 en na 6 jaar effectieve prestaties A288, hetzij, in voorkomend geval, het salaris en de salarisschaal welke was verbonden aan de met de functie van adjunct-leidend ambtenaar overeenstemmende graad en welke hem voordien was toegekend; evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan.
   § 8. De in § 7 bedoelde titularis bekomt deze overgangsregeling indien deze gunstiger is dan de organieke regeling vermeld in § 2 of § 3.
   § 9. In afwijking van § 8 geniet de titularis bedoeld in § 7, 1) de mandaattoelage bovenop de overgangsregeling.]1

Hoofdstuk 6. De evaluatie, het einde en de hernieuwing van de functie

Sectie 1. (..) <BVR 2005-09-09/35, Art. 5, 002; En vigueur : 18-11-2005>

Artikel 15 § 1. Onverminderd hetgeen is bepaald in § 2 wordt de titularis van een management- of projectleiderfunctie van N-niveau (en de titularis van de functie van algemeen directeur) jaarlijks geëvalueerd over de prestaties en de wijze van functie-uitoefening, in voorkomend geval in uitvoering van de beheersovereenkomst. De evaluatie gebeurt door de opdrachtgever hierin bijgestaan door Jobpunt Vlaanderen, of zijn rechtsopvolger, en een externe instantie. In de evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met de informatie van onder zijn gezag staande personeelsleden. (Bij de evaluatie van de algemeen directeur wordt de titularis van de managementfunctie van n-niveau gehoord.) <BVR 2005-09-09/35, Art. 6, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de personeel en organisatie legt de externe instantie bedoeld in het eerste lid ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  Tijdens de evaluatie kunnen geen personen tussenkomen die een advies hebben verleend bij de selectieprocedure van de titularis, in voorkomend geval met uitzondering van de opdrachtgever.
  De jaarlijkse evaluatie die eindigt in een vermelding "onvoldoende" dient bekrachtigd door de Vlaamse Regering.
  § 2. Ten laatste 6 maanden voor het einde van het mandaat volgt een globale eindevaluatie, met het oog op het opnemen. van een volgend mandaat. De Vlaamse Regering, op voorstel van de opdrachtgever en bijgestaan door een externe instantie, verleent de eindevaluatie. Er wordt rekening gehouden met de jaarlijkse evaluaties.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de Personeel en Organisatie legt de externe instantie bedoeld in het eerste lid ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  § 3. Bij een evaluatie welke eindigt met een vermelding "onvoldoende", heeft de titularis het recht om te worden gehoord door de Vlaamse Regering en kan de betrokkene zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
  § 4. Wanneer een evaluatie niet resulteert in de vermelding "onvoldoende" wordt zij geacht positief te zijn.

Artikel 16 De mandaatfunctie eindigt in volgende gevallen :
  1° bij een evaluatie met vermelding "onvoldoende";
  2° in beginsel na 12 jaar in dezelfde functie, onverminderd artikel 17;
  3° in onderling overleg met de opdrachtgever;
  4° op vraag van betrokkene zelf;
  5° na de duurtijd van het project, indien dit korter is dan 6 jaar;

Artikel 17 Wanneer de eindevaluatie bedoeld in artikel 15, § 2, niet resulteert in een eindvermelding "onvoldoende", wordt de titularis van het mandaat in zijn mandaat hernieuwd, zonder opnieuw een beroep te doen op de mededinging, voor een bijkomende en, in beginsel, eenmalige termijn van zes jaar.

Artikel 18 § 1. Aan de bij arbeidsovereenkomst aangeworven titularis van de mandaatfunctie zoals bedoeld in artikel 11, § 1, waarvan het mandaat wordt beëindigd en die niet wordt aangeworven in een volgend of in een ander mandaat wordt ontslag verleend met toepassing van de regels van het arbeidsrecht.
  § 2. De bij eenzijdige administratieve rechtshandeling aangestelde titularis zoals bedoeld in artikel 11, § 2, waarvan het mandaat wordt beëindigd en die niet wordt aangesteld in een volgend of in een ander mandaat wordt uiterlijk binnen 1 jaar na de schriftelijke kennisgeving van de beëindiging van het mandaat herplaatst in de interne arbeidsmarkt in een passende functie.

Sectie 2. (..) <BVR 2005-09-09/35, Art. 7, 002; En vigueur : 18-11-2005>

Hoofdstuk 7. Overgangsmaatregelen, inwerkingtreding en uitvoeringsbepaling

Artikel 19 <BVR 2005-09-09/35, Art. 7 en 8, 002; En vigueur : 18-11-2005; geeft als inhoud aan art. 19 een gewijzigde vorm van het oud art. 20> In uitvoering van artikel 39, §§ 2, 3 en 4, van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid en met inachtneming van artikel 41 van datzelfde decreet, gebeurt, naar aanleiding van de eerste bezetting, de herplaatsing van de in §§ 2 en 3 van datzelfde artikel vermelde leidinggevenden, door de indienstnemende overheid na bemiddeling van Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger.
  Indien voor de toepassing van het eerste lid beroep gedaan wordt op een externe instantie, legt de Vlaamse minister, bevoegd voor Personeel en Organisatie de instantie die voorgedragen wordt door Jobpunt Vlaanderen ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger, legt bij wijze van voorstel aan de in dienstnemende overheid per functie een beperkte lijst van geschikte kandidaten voor met het oog op de toewijzing van de voormelde leidinggevenden aan een management- of projectleiderfunctie van N-niveau (of aan een functie van algemeen directeur). Dit voorstel wordt geformuleerd op basis van alle relevante informatie in functie van de functiebeschrijving en het competentieprofiel. <BVR 2005-09-09/35, Art. 8, 002; En vigueur : 18-11-2005>

Artikel 20 <BVR 2005-09-09/35, Art. 9, 002; En vigueur : 18-11-2005; geeft als inhoud aan art. 20 een gewijzigde vorm van het oud art. 21> In uitvoering van hetgeen is bepaald in artikel 40, 1°, van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid biedt de Vlaamse Regering, na overleg met het betrokken personeelslid, aan het vast benoemde personeelslid van rang A4, A3 of A2L of het personeelslid dat in zulke rang benoemd is geweest en dat niet toegewezen wordt aan een management- of projectleiderfunctie van N-niveau (of aan een functie van algemeen directeur), een gelijkwaardige en passende functie aan. <BVR 2005-09-09/35, Art. 9, 002; En vigueur : 18-11-2005>
  Van het vorige lid kan worden afgeweken wanneer de betrokkene uitdrukkelijk verzoekt om in een lagere functie te worden geplaatst. In voorkomend geval kan voormelde herplaatsing niet lager zijn dan in een functie van het N-niveau -1.
  De betrokkenen vermeld in de vorige leden behouden in ieder geval de salarisschaal verbonden aan respectievelijk de rang A4, A3 of A2L. Zij behouden hun graad ten persoonlijke titel.

Artikel 21 <BVR 2005-09-09/35, Art. 10 en 12, 002; En vigueur : 18-11-2005; geeft als inhoud aan art. 21 een gewijzigde vorm van het oud art. 22> Na toepassing van de maatregelen vermeld in de artikelen 19 en 20 en onverminderd de toepassing van artikel 41 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid, verklaart de in dienstnemende overheid de resterende management- en projectleiderfuncties van het N-niveau of de resterende functies van algemeen directeur vacant.

Artikel 22 <BVR 2005-09-09/35, Art. 10 en 12, 002; En vigueur : 18-11-2005; geeft als inhoud aan art. 22 een gewijzigde vorm van het oud art. 23> De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit besluit, met uitzondering van de artikelen 19 en 20 die in werking treden op de datum van goedkeuring van dit besluit.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 18-11-2005 door BVR 2005-11-25/39, Art. 1)

Artikel 23 <BVR 2005-09-09/35, Art. 11, 002; En vigueur : 18-11-2005> § 1 Zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in artikel 14, § 2, en totdat de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 14, § 1, geldelijk statuut van de titularissen van een management - of projectleiderfunctie en de functie van algemeen directeur zal bepalen, genieten de titularissen van een management - of projectleiderfunctie van het N-niveau en van de functie van algemeen directeur :
  1° de salarisschaal A311 voor de titularissen van een management- of projectleiderfunctie van het N-niveau, en de salarisschaal A286 voor de titularissen van een functie van algemeen directeur;
  2° een managementstoelage overeenkomstig de regeling die voorzien is voor het personeel van de Diensten van de Vlaamse overheid. "
  § 2 Wat de toekenning en berekening van salaris, toelagen, vergoedingen en sociale voordelen betreft, de regeling die voorzien is voor het personeel van de Diensten van de Vlaamse overheid van toepassing.

Artikel 24 De Vlaamse ministers zijn ieder wat hem/haar betreft belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 17 juni 2005.
  De minister-president van de Vlaamse Regering, en Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
  Y. LETERME
  De vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap en Innovatie en Buitenlandse Handel,
  F. MOERMAN
  De vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
  De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
  I. VERVOTTE
  De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
  D. VAN MECHELEN
  De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
  B. ANCIAUX
  De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
  G. BOURGEOIS
  De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
  M. KEULEN
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen,
  K. VAN BREMPT.