Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de modulering in de integrale jeugdhulp.]

Date :
09-12-2005
Language :
French Dutch
Size :
6 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2006035210

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° [1 decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp]1;
  2° [1 ...]1
  3° [1 ...]1
  4° [1 ...]1
  5° [1 ...]1
  6° [1 ...]1
  7° [1 ...]1
  8° jeugdhulpvoorziening : een voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt als vermeld in [1 artikel 3 van het decreet van 12 juli 2013]1;
  9° [1 ...]1
  10° [1 ...]1
  11° [1 ...]1
  12° [1 ...]1
  13° [1 ...]1
  14° [1 ...]1
  15° [1 ...]1
  16° [1 ...]1
  17° [1 ...]1
  18° [1 ...]1
  19° [1 ...]1
  20° [1 ...]1
  21° [2 functie : een specifiek kernproces van jeugdhulpverlening dat de hoofdactiviteit of hulpactiviteit van de typemodule weergeeft;]2
  22° [1 ...]1
  23° [1 ...]1
  24° sectorale administratie : de administratieve entiteit die instaat voor het opvolgen van de erkenning en/of de subsidiëring en/of de werking van een voorziening of een initiatief die behoort tot haar sector.

Hoofdstuk 2. Modulering

Artikel 2 Om het jeugdhulpverleningsaanbod intersectoraal te kunnen afstemmen en coördineren, wordt het gemoduleerd. Daartoe worden functies gedefinieerd en wordt het aanbod in typemodules en modules beschreven.

Artikel 3 Bijlage I bij dit besluit legt de lijst van functies vast die relevant zijn in het kader van de integrale jeugdhulp. De ministers kunnen die lijst gezamenlijk wijzigen of uitbreiden.

Artikel 4[3 De sectorale administraties beschrijven, in overleg met de jeugdhulpaanbieders van hun sector, het jeugdhulpverleningsaanbod in typemodules. Een typemodule bevat minstens de volgende gegevens : de functie, een minimale set van acties, een beschrijving van de doelgroep en een positionering in verband met het onderscheid, vermeld in hoofdstuk III. Het managementcomité kan de bijkomende inhoud van de typemodule bepalen.]3
  Het Managementcomité keurt, op basis van een intersectorale voorbereiding door de sectorale administraties en op basis van een advies van de Adviesraad, [3 ...]3 de typemodules goed. Het Managementcomité keurt, eveneens op basis van een intersectorale voorbereiding door de sectorale administraties en een advies van de Adviesraad, wijzigingen of uitbreidingen van de typemodules goed. Het doet dat maximaal twee keer per kalenderjaar om de consistentie van de wijzigingen of uitbreidingen te kunnen garanderen. De goedkeuring van een typemodule bevat altijd een beslissing over de positionering ervan in verband met het onderscheid, conform het bepaalde in hoofdstuk III.
  [3 De sectorale administraties kunnen projecttypemodules opmaken in functie van projectmatige of experimentele jeugdhulp. De projecttypemodules zijn beperkt in de tijd en hoeven niet intersectoraal afgestemd en door het managementcomité goedgekeurd te worden. Het managementcomité bepaalt de geldigheidsduur van de projecttypemodules.]3

Artikel 5[4 Elke jeugdhulpvoorziening beschrijft haar jeugdhulpverleningsaanbod in modules, conform de typemodules. De sectorale administratie keurt modules die de jeugdhulpvoorzieningen hebben beschreven, alsook wijzigingen of uitbreidingen ervan, binnen twee maanden na het voorstel van de jeugdhulpvoorziening goed. Een module bevat minstens de volgende gegevens : alle gegevens uit de typemodule, extra acties, indiceerbare condities die werden geselecteerd uit een door de sectorale administratie goedgekeurde lijst.]4
  [4 Tweede tot en met vierde lid opgeheven.]4.

Artikel 6 Uiterlijk op (31 maart 2007) hebben alle jeugdhulpvoorzieningen, erkend op (1 juli 2006), hun jeugdhulpverleningsaanbod in modules beschreven. <BVR 2006-09-01/69, Art. 3, 1°1, 002; En vigueur : 01-07-2006>
  Jeugdhulpvoorzieningen die worden erkend na (1 juli 2006), hebben hun jeugdhulpverleningsaanbod in modules beschreven binnen zeven maanden na hun erkenning. <BVR 2006-09-01/69, Art. 3, 2°, 002; En vigueur : 01-07-2006>

Hoofdstuk 3. Onderscheid tussen rechtstreeks toegankelijke en niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening

Artikel 7De indeling in rechtstreeks toegankelijke en niet rechtstreeks toegankelijke modules gebeurt aan de hand van een initiële weging en een kwalitatieve evaluatie van de typemodule zoals bepaald in artikel 9.
  [5 Tweede lid opgeheven.]5

Artikel 8[6 ...]6
  Voor elke typemodule wordt een wegingscoëfficiënt berekend aan de hand van het wegingsinstrument, opgenomen als bijlage II bij dit besluit.Als initiële weging geldt dat typemodules rechtstreeks toegankelijk zijn als de wegingscoëfficiënt lager is dan of gelijk is aan 180 punten, en niet rechtstreeks toegankelijk zijn als de wegingscoëfficiënt hoger is dan 180 punten.
  De ministers kunnen het wegingsinstrument en de grens op basis waarvan het onderscheid initieel wordt bepaald, gezamenlijk wijzigen.

Artikel 9 De parameters voor de aanvullende kwalitatieve weging zijn in elk geval :
  1° vanuit het perspectief van de personen tot wie de jeugdhulpverlening zich richt : vroegtijdigheid, laagdrempeligheid, toegankelijkheid of snelle inzetbaarheid van het jeugdhulpverleningsaanbod;
  2° vanuit het perspectief van de overheid : kostprijs of schaarste van het jeugdhulpverleningsaanbod.

Artikel 10 Elke typemodule geeft aan of ze rechtstreeks of niet rechtstreeks toegankelijk is.

Artikel 11De modules nemen de indeling, vermeld in artikel 10, over van de typemodules.
  [7 Tweede lid opgeheven.]7

Artikel 12
  <Opgeheven bij BVR 2012-11-09/08, Art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

Hoofdstuk 4  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Sectie 1  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 13
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 14
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 15
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Sectie 2  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 16
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 16BIS
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 17
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Sectie 3  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 18
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 19
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Sectie 4  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 20
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 123, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 21
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 124, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 22
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 124, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 23
  <Opgeheven bij BVR 2014-02-21/05, Art. 124, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

Artikel 24 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 25 De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

Artikel N1Bijlage I. - [8 Functielijst
  
  

  
Functie Beschrijving
Brede Instap aanbieden van de instapprocedure (onthaal, vraagverheldering, aanbodsverheldering, hulpverleningsvoorstel, verwijzing), korte hulp en informatieverstrekking
Info& Advies vrijblijvend aanbieden van praktische, algemene wegwijs-informatie
Diagnostiek erkende diagnostiek aanleveren voor de toegangspoort of diagnostiek los van aanmelding of begeleidingsaanbod
Begeleiding breedsporige ondersteuning
Behandeling specialistische of therapeutische hulp
Bemiddeling neutraal in contact brengen van verschillende partijen zodanig dat een conflict opgelost of hanteerbaar wordt
Training pakket om specifieke vaardigheden aan te leren
Hulpcontinuïteit nastreven van de hulpcontinuïteit onafhankelijk van lopende hulpverlening
Verblijf aanbieden van aangepaste woon- en leefomgeving
Dagopvang opvang zonder overnachting
[1 Bijstand ondersteunende jeugdhulpverlening aan minderjarigen die door de Intersectorale Toegangspoort wordt geïndiceerd maar door het bevoegde agentschap verder wordt afgehandeld]1
(1)<BVR 2014-02-21/05, Art. 125, 006; Inwerkingtreding : 28-02-2014>

]8

Artikel N2Bijlage II. - [8 Weginginstrument
  
  

  
Frequentie Intensiteit Duur
Gewicht Gemiddelde Gewicht Gemiddelde Gewicht Gemiddelde
0 eenmalig     0 1 dag
10 tweejaarlijks 10 < 1 uur 10 3 dagen
20 tweemaandelijks 20 1 uur 20 2 weken
30 maandelijks 40 2 uur 30 1 maand
50 wekelijks 50 3 uur 40 3 maanden
60 2/week 70 4 uur 50 6 maanden
70 3/week 80 8 uur
  
   (dag of nacht)
80 1 jaar
80 werkdagen 90 16 uur
  
   (buiten schooluren)
100 20 maanden
100 volledige week 100 24 uur
  
   (dag en nacht)
180 + 2 jaar

]8
  ----------
  (1)<BVR 2012-11-09/08, Art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2012>