Besluit van de Waalse Regering houdende noodmaatregelen inzake de hervatting van de technische keuring en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake technische keuring
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2020020895
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1 De eerste periodieke keuringen, de periodieke keuringen en de niet-periodieke keuringen voorzien in respectievelijk artikel 23ter en artikel 23sexies, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, hierna "koninklijk besluit van 15 maart 1968" genoemd, zijn, zonder wijziging van de cyclus van de periodieke keuringen:
1° uitgesteld met zes maanden voor voertuigen waarvoor die periode van 1 maart 2020 tot 3 mei 2020 verstrijkt;
2° uitgesteld met een maand voor voertuigen waarvoor die periode is verstreken van 4 mei 2020 tot en met 31 mei 2020.
Artikel 2 De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, afgegeven overeenkomstig artikel 23decies, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, dat verstrijkt van 1 maart 2020 tot 3 mei 2020, wordt met zes maanden verlengd.
De geldigheidsduur van het keuringsbewijs dat verstrijkt vóór 1 maart 2020 wordt met twee maanden verlengd voor de berekening van de toeslag bedoeld in artikel 23undecies, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968.
De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, afgegeven overeenkomstig artikel 23decies, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, dat verstrijkt van 4 mei 2020 tot 31 mei 2020, wordt met één maanden verlengd.
De verlenging van de geldigheidsduur van de keuringsbewijzen houdt geen wijziging in van de cyclus van de periodieke keuringen.
Artikel 3 § 1. In afwijking van artikel 23ter, § 2, 1°, a) en b), van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 :
1° de leeftijd van de in § 1, 1° bedoelde voertuigen wordt verhoogd tot zes jaar en zes maanden te rekenen van de datum van eerste in verkeerstelling en de kilometerstand wordt verhoogd tot 112.500 km ;
1° de leeftijd van de in § 1, 2° bedoelde voertuigen wordt verhoogd tot zes jaar en één maand te rekenen van de datum van eerste in verkeerstelling en de kilometerstand wordt verhoogd tot 102.000 km.
§ 2 De in de artikelen 1 en 2 bedoelde voertuigen worden opnieuw bijeengeroepen volgens de door de minister of zijn afgevaardigde vastgestelde procedures om de oplossing van de vertraging ten gevolge van de opschorting van de technische keuring te organiseren.
Artikel 4 In afwijking van artikel 23decies, § 7, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 worden de aanvragen om inschrijving waarvan de geldigheidsduur is verstreken van 16 maart 2020 tot 18 mei 2020, door het technisch keuringsstation dat ze heeft afgegeven, met twee maanden verlengd.
De nieuwe aanvraag om inschrijving wordt afgegeven op basis van de oude aanvraag om inschrijving zonder dat het voertuig wordt aangeboden.
Het tarief bedoeld in artikel 23 undecies, § 1, 6°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 is van toepassing voor de afgifte van de nieuwe aanvraag om inschrijving.
Artikel 5 Tussen 4 mei 2020 en 31 december 2020 wordt het bedrag van de heffing, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die door de erkende keuringsinstanties voor motorvoertuigen moet worden aangerekend voor het niet aanbieden van het voertuig voor een technische keuring, na het maken van een afspraak, vastgesteld op 30,00 EUR, met uitzondering van de uitzonderingen die door de minister of zijn afgevaardigde worden bepaald.
Artikel 6 De volledige keuring uitgevoerd overeenkomstig artikel 23septies, § 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, waarvoor de termijn van twee maanden na het verstrijken van de geldigheid van de vorige gedeeltelijke keuring eindigt vanaf 16 maart 2020 tot 18 mei 2020, wordt aangerekend volgens de heffing voor een technische herkeuring bedoeld in artikel 23undecies, § 1, 2°, c), van datzelfde besluit indien het betrokken voertuig vóór 30 juni wordt aangeboden.
Artikel 7 In afwijking van artikel 23sexies, § 4, 2°, eerste lid, en 3°, derde lid, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, hebben de niet-periodieke controles die vanaf 4 mei 2020 tot en met 31 december 2020 worden uitgevoerd, enkel betrekking op de punten vermeld in bijlage 41, punt A, van datzelfde besluit.
Artikel 8 De procedures voor de hervatting van de technische keuringen worden door de instanties uitgevoerd volgens de richtlijnen van de minister of zijn afgevaardigde.
Artikel 9 Het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake technische keuring en het ministerieel besluit van 31 maart 2020 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake technische keuring worden opgeheven.
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2020.
Artikel 11 De Minister van Verkeersveiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
1° uitgesteld met zes maanden voor voertuigen waarvoor die periode van 1 maart 2020 tot 3 mei 2020 verstrijkt;
2° uitgesteld met een maand voor voertuigen waarvoor die periode is verstreken van 4 mei 2020 tot en met 31 mei 2020.
Artikel 2 De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, afgegeven overeenkomstig artikel 23decies, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, dat verstrijkt van 1 maart 2020 tot 3 mei 2020, wordt met zes maanden verlengd.
De geldigheidsduur van het keuringsbewijs dat verstrijkt vóór 1 maart 2020 wordt met twee maanden verlengd voor de berekening van de toeslag bedoeld in artikel 23undecies, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968.
De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, afgegeven overeenkomstig artikel 23decies, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, dat verstrijkt van 4 mei 2020 tot 31 mei 2020, wordt met één maanden verlengd.
De verlenging van de geldigheidsduur van de keuringsbewijzen houdt geen wijziging in van de cyclus van de periodieke keuringen.
Artikel 3 § 1. In afwijking van artikel 23ter, § 2, 1°, a) en b), van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 :
1° de leeftijd van de in § 1, 1° bedoelde voertuigen wordt verhoogd tot zes jaar en zes maanden te rekenen van de datum van eerste in verkeerstelling en de kilometerstand wordt verhoogd tot 112.500 km ;
1° de leeftijd van de in § 1, 2° bedoelde voertuigen wordt verhoogd tot zes jaar en één maand te rekenen van de datum van eerste in verkeerstelling en de kilometerstand wordt verhoogd tot 102.000 km.
§ 2 De in de artikelen 1 en 2 bedoelde voertuigen worden opnieuw bijeengeroepen volgens de door de minister of zijn afgevaardigde vastgestelde procedures om de oplossing van de vertraging ten gevolge van de opschorting van de technische keuring te organiseren.
Artikel 4 In afwijking van artikel 23decies, § 7, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 worden de aanvragen om inschrijving waarvan de geldigheidsduur is verstreken van 16 maart 2020 tot 18 mei 2020, door het technisch keuringsstation dat ze heeft afgegeven, met twee maanden verlengd.
De nieuwe aanvraag om inschrijving wordt afgegeven op basis van de oude aanvraag om inschrijving zonder dat het voertuig wordt aangeboden.
Het tarief bedoeld in artikel 23 undecies, § 1, 6°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 is van toepassing voor de afgifte van de nieuwe aanvraag om inschrijving.
Artikel 5 Tussen 4 mei 2020 en 31 december 2020 wordt het bedrag van de heffing, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die door de erkende keuringsinstanties voor motorvoertuigen moet worden aangerekend voor het niet aanbieden van het voertuig voor een technische keuring, na het maken van een afspraak, vastgesteld op 30,00 EUR, met uitzondering van de uitzonderingen die door de minister of zijn afgevaardigde worden bepaald.
Artikel 6 De volledige keuring uitgevoerd overeenkomstig artikel 23septies, § 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, waarvoor de termijn van twee maanden na het verstrijken van de geldigheid van de vorige gedeeltelijke keuring eindigt vanaf 16 maart 2020 tot 18 mei 2020, wordt aangerekend volgens de heffing voor een technische herkeuring bedoeld in artikel 23undecies, § 1, 2°, c), van datzelfde besluit indien het betrokken voertuig vóór 30 juni wordt aangeboden.
Artikel 7 In afwijking van artikel 23sexies, § 4, 2°, eerste lid, en 3°, derde lid, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, hebben de niet-periodieke controles die vanaf 4 mei 2020 tot en met 31 december 2020 worden uitgevoerd, enkel betrekking op de punten vermeld in bijlage 41, punt A, van datzelfde besluit.
Artikel 8 De procedures voor de hervatting van de technische keuringen worden door de instanties uitgevoerd volgens de richtlijnen van de minister of zijn afgevaardigde.
Artikel 9 Het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake technische keuring en het ministerieel besluit van 31 maart 2020 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake technische keuring worden opgeheven.
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2020.
Artikel 11 De Minister van Verkeersveiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit.