Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het conventioneel brugpensioen in de dagbladondernemingen .
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2000A12466
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen en werknemers die onder de toepassing vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1995, gesloten in het Paritair Comité voor het dukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden in de Belgische dagbladen, geregistreerd ter griffie van de Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen onder het nummer 42115/CO/130.
Conventioneel brugpensioen op 58 jaar
Artikel 2 De leeftijdsgrens voor het conventioneel brugpensioen, ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 1985 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 juli 1985 en verlengd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 28 april 1987 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 7 november 1986, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 maart 1988, van 14 februari 1989 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 18 november 1988, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 mei 1989, van 28 maart en 4 april 1991 tot wijziging van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 1985, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1993, van 30 juni 1993 betreffende het sectoraal brugpensioen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 juni 1994 en van 26 april 1995 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en het conventioneel brugpension in de dagbladondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 1996, wordt vanaf 1 januari 1997 gebracht op 58 jaar.
Artikel 3 Conventioneel brugpensioen op 55 jaar
In toepassing van artikel 23 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, genieten de ontslagen werknemers, die, in de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1997, 55 jaar of ouder zijn en de ontslagen werknemers die, in de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 1998, 56 jaar of ouder zijn, de bepalingen inzake conventioneel brugpensioen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen in zover zij, op het ogenblik van de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen, en zij minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime van nachtarbeid, zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 46 van 23 maart 1990, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 1990).
Artikel 4 Halftijds brugpensioen
Arbeiders van 55 jaar en ouder die in een voltijdse arbeidsregeling zijn tewerkgesteld en die met hun werkgever een akkoord bereiken om hun arbeidsprestaties te halveren, genieten de bepalingen inzake het halftijds brugpensioen overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr 55 van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993 (Belgisch Staatsblad van 4 december 1993).
Artikel 5 Voorwaarden De toepassing van hoger vermelde maatregelen inzake brugpensioen geldt slechts na wederzijds akkoord tussen werkgever en werknemer.
Artikel 6 Geldigheid Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en eindigt op 30 juni 1997.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-24/37%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen en werknemers die onder de toepassing vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1995, gesloten in het Paritair Comité voor het dukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden in de Belgische dagbladen, geregistreerd ter griffie van de Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen onder het nummer 42115/CO/130.
Conventioneel brugpensioen op 58 jaar
Artikel 2 De leeftijdsgrens voor het conventioneel brugpensioen, ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 1985 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 juli 1985 en verlengd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 28 april 1987 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 7 november 1986, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 maart 1988, van 14 februari 1989 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 18 november 1988, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 mei 1989, van 28 maart en 4 april 1991 tot wijziging van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 1985, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1993, van 30 juni 1993 betreffende het sectoraal brugpensioen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 juni 1994 en van 26 april 1995 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en het conventioneel brugpension in de dagbladondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 1996, wordt vanaf 1 januari 1997 gebracht op 58 jaar.
Artikel 3 Conventioneel brugpensioen op 55 jaar
In toepassing van artikel 23 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, genieten de ontslagen werknemers, die, in de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1997, 55 jaar of ouder zijn en de ontslagen werknemers die, in de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 1998, 56 jaar of ouder zijn, de bepalingen inzake conventioneel brugpensioen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen in zover zij, op het ogenblik van de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen, en zij minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime van nachtarbeid, zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 46 van 23 maart 1990, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 1990).
Artikel 4 Halftijds brugpensioen
Arbeiders van 55 jaar en ouder die in een voltijdse arbeidsregeling zijn tewerkgesteld en die met hun werkgever een akkoord bereiken om hun arbeidsprestaties te halveren, genieten de bepalingen inzake het halftijds brugpensioen overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr 55 van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993 (Belgisch Staatsblad van 4 december 1993).
Artikel 5 Voorwaarden De toepassing van hoger vermelde maatregelen inzake brugpensioen geldt slechts na wederzijds akkoord tussen werkgever en werknemer.
Artikel 6 Geldigheid Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en eindigt op 30 juni 1997.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-24/37%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.