Decreet betreffende de strijd tegen doping

Date :
20-10-2011
Language :
French Dutch
Size :
25 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2011029598

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1[1 Voor de toepassing van dit decreet, wordt verstaan onder :
   1° geen schuld of nalatigheid : het bewijs van een sporter of andere persoon dat hij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij de verboden stof of verboden methode had gebruikt of toegediend had gekregen of anderszins een antidopingregel heeft overtreden. Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke overtreding van artikel 6, 1° ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen;
   2° geen significante schuld of nalatigheid : het bewijs van een sporter of de andere in artikel 50° bedoelde persoon dat er, gezien binnen het geheel van omstandigheden en rekening houdend met de criteria voor geen schuld of nalatigheid, geen significant verband was tussen zijn schuld of nalatigheid en de dopingovertreding. Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke overtreding van artikel 6, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen
   3° sportactiviteit : elke vorm van lichamelijke activiteit die, via een al dan niet georganiseerde deelneming, de uiting of de verbetering van de lichamelijke en psychische conditie, de ontwikkeling van de maatschappelijke betrekkingen of het bereiken van resultaten in wedstrijden op alle niveaus tot doel heeft, met uitsluiting van de lichamelijke activiteiten en/of sportactiviteiten die door scholen worden georganiseerd, die in een familiaal kader of in een voor het publiek niet toegankelijk privaat kader worden uitgeoefend en/of georganiseerd;
   4° ADAMS (Anti-Doping Administration and Management System) : administratie- en beheerssysteem tegen doping, dit is een online beheersinstrument, in de vorm van een databank, die gebruikt wordt om gegevens in te voeren, te bewaren, te verdelen en te verspreiden, bestemd om het WADA en zijn partners te helpen bij hun dopingbestrijdingsacties, met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van gegevens;
   5° toediening : het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor legitieme en geoorloofde therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor legitieme en geoorloofde therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
   6° substantiële hulp : overeenkomstig artikel 10.6.1 van de Code, moet de persoon die substantiële hulp verleent :
   1) alle informatie waarover hij beschikt met betrekking tot dopingovertredingen volledig onthullen in een ondertekende schriftelijke verklaring, en
   2) zijn volledige medewerking verlenen aan het onderzoek en de uitspraak in elke zaak die verband houdt met die informatie, inclusief, bijvoorbeeld, het afleggen van een getuigenis op een hoorzitting indien een antidopingorganisatie of tuchtcommissie dat vraagt. Bovendien moet de verstrekte informatie geloofwaardig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van een ingeleide zaak of, indien er nog geen zaak is ingeleid, volstaan om een zaak in te leiden;
   7° WADA (Wereldantidopingagentschap) : de stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999 als internationale organisatie ter bestrijding van doping;
   8° intrekking : mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 16°, a);
   9° voorlopige hoorzitting : overeenkomstig artikel 7.9 van de Code, betreffende de beginselen die toepasselijk zijn op de voorlopige schorsingen, korte en versnelde hoorzitting, voorafgaande aan de hoorzitting bepaald in artikel 8 van de Code, met kennisgeving aan de sporter, waarbij deze zich schriftelijk kan uitdrukken of kan worden gehoord;
   10° TTN : toestemming wegens therapeutische noodzaak : een toestemming waarbij de sporter, na onderzoek van zijn medisch dossier door de commissie ingesteld bij artikel 8 van het decreet, een verboden stof of methode vermeld in de lijst van de verboden stoffen en methodes wegens therapeutische noodzaak kan gebruiken, met naleving van de volgende criteria :
   a) de verboden stof of methode is noodzakelijk voor de behandeling van een acute of chronische aandoening, zodat de sporter een belangrijke gezondheidsbeschadiging zou lijden indien de verboden stof of methode niet was toegediend;
   b) het is hoogst onwaarschijnlijk dat het therapeutische gebruik van de verboden stof of methode zou leiden tot een verbetering van de prestatie boven deze die toe te schrijven zou zijn aan de terugkeer tot de normale gezondheidstoestand van de sporter na de behandeling van de acute of chronische aandoening;
   c) er mag geen toegelaten therapeutisch alternatief bestaan ter vervanging van de verboden stof of methode;
   d) de noodzaak van het gebruik van de verboden stof of methode is geen gedeeltelijk of volledig gevolg van het vroegere gebruik, zonder TTN, van een stof of methode die op het ogenblik van zijn gebruik verboden was;
   11° Code : de Wereld Anti Doping Code aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 te Kopenhagen, zoals opgenomen in bijlage 1 van de UNESCO-conventie en haar latere wijzigingen;
   12° Internationaal Olympisch Comité (IOC) : niet gouvernementele internationale organisatie, zonder winstoogmerk, van onbepaalde duur, in de vorm van een vereniging met rechtspersoonlijkheid, erkend door de Bondsraad van Zwitserland, overeenkomstig een akkoord dat op 1 november 2000 werd gesloten;
   13° Internationaal Paralympisch Comité (IPC) : niet gouvernementele internationale organisatie, zonder winstoogmerk, op 22 september 1989 opgericht, waarvan de zetel in Bonn gevestigd is;
   14° Nationaal Olympisch Comité : organisatie die door het Internationaal Olympisch Comité als zodanig wordt erkend, dit is, in België, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC);
   15° wedstrijd : een enige race, een enige match, een enig spel of een enige concours. Bij voorbeeld, een basketball match of de finale 100 meter atletiek. Bij rittenkoersen en andere wedstrijden waar prijzen elke dag en gaandeweg worden uitgereikt, is het onderscheid tussen een wedstrijd en een evenement het onderscheid dat bepaald is in de regels van de betrokken internationale federatie;
   16° gevolgen van de overtredingen van antidopingregels, hierna "gevolgen" genoemd : de overtreding door een sporter of een andere persoon van een antidopingregel kan één of verschillende van de volgende gevolgen hebben :
   a) intrekking : dit betekent dat de resultaten van de sporter binnen wedstrijdverband of buiten wedstrijdverband ongeldig worden gemaakt, met alle gevolgen ervan, met inbegrip van de intrekking van de medailles, punten en prijzen;
   b) schorsing : het is de sporter of elke andere persoon verboden, wegens overtreding van antidopingregels, deel te nemen aan elke wedstrijd, aan elke andere activiteit of elke financiering gedurende een bepaalde periode, overeenkomstig artikel 10.12.1 van de Code;
   c) voorlopige schorsing : het is de sporter of elke andere persoon verboden deel te nemen aan elke wedstrijd, aan elke andere activiteit, in de zin van artikel 10.12.1. van de Code, tot de definitieve beslissing die gedurende de in artikel 8 van de Code bedoelde hoorzitting werd genomen;
   d) financiële gevolgen : het opleggen van een financiële sanctie wegens overtreding van antidopingregels of om de kosten in verband met de schending van antidopingregels terug te vorderen;
   e) openbaar onthullen of aan het publiek meedelen : dit betekent het onthullen of het verstrekken van informatie aan andere personen dan de personen waaraan vooraf kennis moet worden gegeven, overeenkomstig artikel 14 van de Code. Op ploegen, in het kader van ploegsport, kunnen ook gevolgen worden opgelegd overeenkomstig artikel 11 van de Code;
   17° financiële gevolgen : mogelijk gevolg van de overtreding van antidopingregels, zoals bepaald in 16°, d);
   18° dopingtest : onderdeel van het dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;
   19° gerichte test : test gericht naar een sporter of een groep sporters die specifiek worden geselecteerd voor een test op een bepaald ogenblik, overeenkomstig de criteria die bepaald zijn in de internationale standaard voor controles en enquêtes;
   20° dopingcontrole : alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep, inclusief alle tussenstappen, zoals het verschaffen van verblijfsgegevens, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, de toestemming wegens therapeutische noodzaak, het beheer van de resultaten en hoorzittingen;
   21° test binnen wedstrijdverband : met het oog op het onderscheiden van de begrippen binnen wedstrijdverband en buiten wedstrijdverband, tenzij het anders bepaald is in de regels van de internationale federatie of van de betrokken antidopingorganisatie, wordt daaronder verstaan, een test waaraan een daartoe aangestelde sporter moet worden onderworpen in het kader van een bepaalde wedstrijd binnen de in 28° vermelde periode;
   22° test buiten wedstrijdverband : test die niet gedurende een wedstrijd plaatsvindt;
   23° onaangekondigde test : test die zonder aankondiging aan de sporter wordt uitgevoerd en gedurende welke deze permanent wordt begeleid, sedert de kennisgeving tot de levering van het monster;
   24° UNESCO-Conventie : de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend door de Algemene Conferentie van de UNESCO te Parijs op 19 oktober 2005, die toepasselijk gemaakt wordt in de Franse Gemeenschap overeenkomstig het decreet van 1 februari 2008 houdende instemming met de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, opgemaakt te Parijs op 19 oktober 2005;
   25° openbaar onthullen of aan het publiek meedelen : mogelijk gevolg van de overtreding van een antidopingregel, zoals bepaald in 16°, e);
   26° evenementenperiode : de tijd tussen de start en het einde van het evenement, zoals vastgelegd door het bestuursorgaan van het evenement;
   27° Monster of afname : elke biologische matrijs afgenomen in het kader van de dopingcontrole;
   28° binnen wedstrijdverband : tenzij het anders bepaald is in de regels van de internationale federatie of het bestuursorgaan van het evenement in kwestie, betekent dit de periode tussen twaalf uur voor het begin van de wedstrijd waaraan de sporter zal deelnemen, tot het einde van de wedstrijd en de monsterneming die in verband staat met de wedstrijd;
   29° bedrog : veranderingen aanbrengen met een ongeoorloofd doel of op een ongeoorloofde manier; een ongeoorloofde invloed uitoefenen; op een ongeoorloofde manier tussenkomen; obstructie voeren, misleiden of om het even welke andere frauduleuze handelingen stellen om resultaten te veranderen of om te verhinderen dat de normale procedures kunnen worden gevolgd;
   30° schuld : elk plichtsverzuim of elk gebrek aan zorgvuldigheid die in een bepaalde situatie vereist is. Factoren die bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of een andere persoon in aanmerking moeten worden genomen, zijn bijvoorbeeld de ervaring van de sporter of de andere persoon, of de sporter of de andere persoon minderjarig is, speciale overwegingen zoals een handicap, het risico dat de sporter had moeten zien en de zorgvuldigheid en voorzichtigheid die de sporter aan de dag heeft gelegd met betrekking tot wat het gepercipieerde risico had moeten zijn. Bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of andere persoon moeten de in overweging genomen omstandigheden specifiek en relevant zijn voor de verklaring van het feit dat de sporter of andere persoon is afgeweken van het verwachte standaardgedrag. Zo zijn, bij voorbeeld, het feit dat een sporter de kans zou missen veel geld te verdienen gedurende de schorsingsperiode, of het feit dat de sporter nog maar een korte overblijvende loopbaan voor de boeg heeft, of het ogenblik binnen het sportkalender, geen relevante factoren die in overweging te nemen zijn om de schorsingsperiode te verminderen, volgens de artikelen 10.5.1 of 10.5.2 van de Code;
   31° Regering : de Regering van de Franse Gemeenschap;
   32° geregistreerde doelgroep : de groep elitesporters van de hoogste prioriteit die door een internationale sportfederatie of door een NADO zijn aangewezen om onderworpen te worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen, zoals bepaald in artikel 5.6 van de Code en in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. In de Franse Gemeenschap stemt de geregistreerde doelgroep overeen met de elitesporters van categorie A;
   33° doelgroep van de Franse Gemeenschap : groep elitesporters die door de NADO van de Franse Gemeenschap worden aangewezen wegens hun aansluiting bij een sportorganisatie die uitsluitend tot de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap behoort of wegens hun hoofdverblijfplaats op het grondgebied van het Franse taalgebied, in het geval van een aansluiting bij een nationaal gebleven sportfederatie, die onderworpen worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen, zoals bepaald in artikel 18;
   34° buiten wedstrijdverband : niet binnen wedstrijdverband;
   35° verboden lijst : de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, zoals gevoegd bij de UNESCO-Conventie, en door het WADA bijgewerkt;
   36° evenement : een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder een verantwoordelijke organisatie (voorbeeld : Olympische Spelen, Wereldkampioenschappen van internationale federaties; enz.);
   37° internationaal evenement : een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt;
   38° nationaal evenement : een sportevenement of -wedstrijd, dat geen internationaal evenement is, waaraan sporters van internationaal niveau of sporters van nationaal niveau deelnemen;
   39° marker : een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;
   40° metaboliet : elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;
   41° verboden methode : elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
   42° minderjarige : een natuurlijke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;
   43° organisator : elke natuurlijke of rechtspersoon die, afzonderlijk of samen met andere organisatoren, kosteloos of onder bezwarende titel, een sportwedstrijd of - evenement organiseert;
   44° antidopingorganisatie : ondertekenaar die regels goedkeurt betreffende de oprichting, uitwerking of toepassing van elk luik van het dopingcontroleproces. Dit begrip omvat, bij voorbeeld, het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisaties die grote evenementen organiseren en die tests uitvoeren bij evenementen waarvoor ze verantwoordelijk zijn, het WADA, de internationale federaties en de nationale antidopingorganisaties;
   45° nationale antidopingorganisatie, afgekort NADO : de voornaamste entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren, de resultaten ervan te beheren en hoorzittingen te houden op nationaal niveau;
   46° Sportorganisatie : de sportfederaties, de sportfederaties voor vrijetijdbesteding en sportverenigingen, zoals bepaald in artikel 1 van het decreet van 8 december 2006 betreffende de organisatie en de subsidiëring van sport in de Franse Gemeenschap;
   47° organisator van een groot evenement : de continentale associaties van nationale olympische comités en andere internationale organisaties voor verschillende sporten, die optreden als bestuursorgaan voor om het even welk continentaal, regionaal of ander internationaal evenement;
   48° deelnemer : elke sporter of elk personeelslid dat de sporter begeleidt;
   49° biologisch paspoort : het programma en de methodes om een overzicht te verzamelen van alle relevante gegevens die beschreven zijn in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de Internationale Standaard voor Laboratoria;
   50° persoon : natuurlijke persoon of organisatie of elke andere entiteit;
   51° begeleider : elke coach, trainer, manager, agent, teammedewerker, teamverantwoordelijke, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportactiviteit, behandelt, assisteert of met hem samenwerkt;
   52° bezit : het daadwerkelijke of fysieke bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft, of de intentie heeft om controle uit te oefenen, over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt, met dien verstande dat als de persoon geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt, het daadwerkelijke bezit alleen kan worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of verboden methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet;
   53° besmet product : een product dat een verboden stof bevat die niet vermeld staat op het etiket of in de informatie die via een redelijke zoekopdracht op het internet te vinden is;
   54° programma van onafhankelijke waarnemers : team waarnemers onder de supervisie van het WADA, die het dopingcontroleproces naar aanleiding van sommige evenementen waarnemen, raadgevingen verstrekken en rekenschap geven van hun waarnemingen;
   55° objectieve verantwoordelijkheid : regel die bepaalt dat de antidopingorganisatie, krachtens artikel 6, 1° en 2°, de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik door de sporter niet hoeft aan te tonen om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;
   56° atypisch analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium, dat krachtens de Internationale Standaard voor Laboratoria of de technische aanhangsels verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;
   57° afwijkend analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria en de technische aanhangsels, in een monster de aanwezigheid is gevonden van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, inclusief verhoogde hoeveelheden van endogene stoffen, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;
   58° afwijkend paspoortresultaat : een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden;
   59° atypisch paspoortresultaat : een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden;
   60° ondertekenaars : entiteiten die de Code hebben ondertekend en zich ertoe verbinden die na te leven, overeenkomstig artikel 23 van de Code;
   61° evenementenlocaties : de locaties die als dusdanig zijn aangewezen door het bestuursorgaan van het evenement;
   62° ploegsport : een sport waarbij de vervanging van spelers tijdens een wedstrijd toegestaan is;
   63° individuele sport : elke sport die geen ploegsport is;
   64° sporter : elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent, als amateur of als elitesporter;
   65° amateursporter : elke sporter die geen elitesporter van nationaal of internationaal niveau is;
   66° elitesporter : sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald in 67° ;
   67° elitesporter van nationaal niveau : elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van Sport Accord, die geen elitesporter van internationaal niveau is, en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet :
   a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;
   b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;
   c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de desbetreffende discipline : Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;
   d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in punt a), b) of c);
   68° Elitesporter van de categorie A : elitesporter van nationaal niveau, die een individuele discipline beoefent, gerangschikt volgens de bijlage in de categorie A,
   69° Elitesporter van de categorie B : elitesporter die een individuele discipline van nationaal niveau beoefent, gerangschikt volgens de bijlage in de categorie B;
   70° Elitesporter van de categorie C : elitesporter die een ploegsport beoefent in een discipline gerangschikt volgens de bijlage in de categorie C;
   71°. Elitesporter van de categorie D : elitesporter van nationaal niveau, die een sportdiscipline beoefent die niet als bijlage wordt opgenomen;
   72° Elitesporter van internationaal niveau : elke sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door zijn internationale federatie;
   73° Internationale Standaard : standaard, aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code. De overeenstemming met een internationale standaard, in tegenstelling tot andere standaarden, praktijken of procedures, volstaat om tot de conclusie te komen dat de procedures die in die Internationale Standaard bedoeld zijn, correct worden uitgevoerd. De internationale standaarden omvatten de technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen worden bekendgemaakt;
   74° verboden stof : elke stof of stofklasse die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
   75° specifieke stof : in het kader van de toepassing van sancties ten aanzien van individuele personen, zijn alle verboden stoffen specifieke stoffen, met uitzondering van stoffen in de klassen van de anabolica en hormonen en de stimulerende middelen en hormoonantagonisten en modulatoren die als dusdanig zijn geïdentificeerd in de verboden lijst. De categorie van de specifieke stoffen omvat niet de categorie van de verboden stoffen;
   76° schorsing : mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 16°, b);
   77° voorlopige schorsing : mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 16°, c);
   78° TAS : Tribunal Arbitral du Sport (Hof van Arbitrage voor Sport), ingesteld binnen de stichting naar Zwitsers recht "Conseil international de l'arbitrage en matière de sport" (internationaal scheidsgerecht voor de arbitrage van sportzaken);
   79° poging : opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van een poging tot het plegen van een overtreding als de persoon afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is;
   80° handel : het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, begeleider of andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
   81° gebruik : het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode.]1

Hoofdstuk 2. Informatie en preventie inzake de strijd tegen doping
Artikel 2 De Regering ontwikkelt een coherent plan voor de opvoedings-, voorlichtings- en preventiecampagnes met betrekking tot de strijd tegen doping door met name de bevolking bewust te maken en, in het bijzonder, de sporters, van de schadelijke gevolgen van het dopinggebruik voor de gezondheid. Ze bezorgt het Parlement dit plan.
  De Regering stelt in dit kader een informatiebrochure op met betrekking tot de strijd tegen doping en de preventie ervan ten gunste van zowel de beroepssporters als amateursporters.

Artikel 3 Elke sportorganisatie verspreidt onder de sporters, het begeleidingspersoneel en de ploegen die bij haar lid zijn de verplichtingen voortvloeiend uit dit decreet, de toepassingsbesluiten ervan en de Code om de naleving ervan aan te moedigen.
  De Regering kan de opdrachten inzake de preventie toevertrouwen aan de sportorganisaties in het kader van de strijd tegen doping.

Artikel 4 De Regering organiseert informatiezittingen en ontwikkelt een logistische steun binnen de administratie om de topsporters te helpen de verplichtingen bedoeld in het Hoofdstuk IV van dit decreet na te leven.

Hoofdstuk 3. Maatregelen voor de strijd tegen doping
Sectie 1. Algemene bepalingen
Artikel 5Het doppinggebruik is verboden.
  Elke sporter, elk lid van het begeleidingspersoneel van de sporter, elke sportorganisatie en elke organisator wordt onderworpen aan de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  [2 De Directie Dopingbestrijding van het Ministerie van de Franse Gemeenschap is de NADO van de Franse Gemeenschap, als ondertekenaar van de Code, overeenkomstig artikel 23.1.1. van de Code.]2

Artikel 6[3 Onverminderd artikel 8, wordt onder doping verstaan :
   1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van het lichaam van de sporter;
   Het komt elke sporter toe zich ervan te vergewissen dat geen verboden stof in zijn lichaam wordt opgenomen.
   Sporters zijn verantwoordelijk voor elke verboden stof of de metabolieten of markers daarvan waarvan de aanwezigheid in hun monsters wordt ontdekt.
   Het bewijs van de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik vanwege de sporter hoeft bijgevolg niet te worden geleverd om de overtreding van de antidopingregels op grond van 1° vast te stellen.
   De schending van een antidopingregel op grond van 1° wordt vastgesteld in elk van de volgende gevallen :
   - de aanwezigheid van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, wanneer deze geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
   - of wanneer het B-monster wordt geanalyseerd, de bevestiging, door de analyse van het B-monster, van de aanwezigheid van de verboden stof of van de metabolieten of de markers ervan die in het A-monster van de sporter worden ontdekt;
   - of wanneer het B-monster van de sporter over twee flessen wordt verdeeld en de analyse van de tweede fles de aanwezigheid van de verboden stof of metabolieten of markers ervan in de eerste fles bevestigt;
   Met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden lijst specifiek een kwantitatieve limiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter een overtreding van de dopingregels.
   Als uitzondering op de algemene regel bedoeld in 1°, kunnen de verboden lijst of de Internationale Standaarden bijzondere criteria vaststellen voor de beoordeling van verboden stoffen die ook door het lichaam kunnen worden aangemaakt;
   2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode.
   De sporter moet ervoor zorgen dat geen verboden stof in zijn lichaam terecht komt en dat geen verboden methode wordt gebruikt.
   Het bewijs van de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik vanwege de sporter hoeft bijgevolg niet te worden geleverd om de overtreding van de antidopingregels wegens het gebruik van een verboden stof of een verboden methode vast te stellen.
   Het succes of het falen van het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode is niet bepalend.
   Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode volstaat om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;
   3° het ontwijken van een monsterneming, of het weigeren of zich niet aanbieden voor een monstername.
   De overtreding van een in 3° bedoelde antidopingregel is het ontwijken van een monsterneming of, zonder geldige reden, na de kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en de besluiten ter uitvoering ervan, het weigeren van een monsterneming of het zich niet aanbieden voor een monsterneming;
   4° elke combinatie, voor een elitesporter van categorie A, binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van het eerste verzuim, van drie gemiste dopingtests en/of aangifteverzuimen betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens, zoals bepaald in artikel 18;
   5° het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole.
   De overtreding van de in 5° bedoelde antidopingregel is elke handeling die nadelig is voor het dopingcontroleproces maar die niet valt onder de definitie van de verboden methode.
   Bedrog heeft inzonderheid betrekking op het intentioneel hinderen of de poging tot hinderen van een controleambtenaar, het verschaffen van bedrieglijke informatie aan een antidopingorganisatie of het intimideren of de poging tot intimidatie van een potentiële getuige;
   6° het bezit van een verboden stof of een verboden methode.
   De overtreding van de in 6° bedoelde antidopingregel kan worden gevormd door het bezit door een sporter, binnen wedstrijdverband, van een verboden stof of verboden methode, of het bezit door een sporter, buiten wedstrijdverband, van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN, toegekend bij toepassing van artikel 8, of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
   De overtreding van de in 6° bedoelde antidopingregel kan ook worden gevormd door het bezit door een begeleider, binnen wedstrijdverband, van een verboden stof of verboden methode, of het bezit door een begeleider, buiten wedstrijdverband, van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, in verband met een sporter, een wedstrijd of een training, tenzij de betrokken persoon aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN, toegekend aan de sporter bij toepassing van artikel 8, of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
   7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode;
   8° de toediening of de poging tot toediening aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden methode of een verboden stof die verboden is buiten wedstrijdverband;
   9° het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid in het kader van de overtreding van antidopingregels of poging tot overtreding van antidopingregels of de overtreding van artikel 10.12.1 van de Code, betreffende het verbod tot deelneming gedurende een schorsingsperiode, door een andere persoon;
   10° de professionele of sportgerelateerde samenwerking van een sporter of een andere persoon met een andere persoon die onder het gezag staat van een antidopingorganisatie en een begeleider die :
   a) ofwel een schorsing uitzit;
   b) ofwel werd veroordeeld of schuldig werd bevonden in een burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtprocedure, een handeling te hebben verricht die de antidopingregels zou hebben overtreden, indien regels die in overeenstemming zijn met de Code op die persoon toepasselijk zouden zijn geweest. De diskwalificerende status zal van kracht zijn gedurende een periode van zes jaar, een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar;
   c) ofwel optreedt als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon zoals beschreven in a) of b).
   Voor de vaststelling van de overtreding van de in 10° bedoelde antidopingregels, is het noodzakelijk dat de sporter of de andere persoon vooraf schriftelijk door een bevoegde NADO, of door het WADA, op de hoogte is gebracht van de diskwalificerende status van de begeleider en de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking voor de sporter of de andere persoon.
   In het in 10° bedoelde geval zal de NADO van de Franse Gemeenschap de begeleider van de betrokken sporter meedelen dat van zijn geval kennis is gegeven aan de sporter of aan de andere persoon, in het kader van een potentieel verboden samenwerking.
   De begeleider van de betrokken sporter beschikt over 14 dagen, vanaf de mededeling vermeld in het voorafgaande lid, om door alle rechtsmiddelen te bepalen dat geen van de criteria vermeld in a) tot c) van 10° op hem van toepassing is.
   In het geval bedoeld in 10° is het aan de sporter of de andere persoon om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in a) tot c) niet professioneel of sportgerelateerd is.
   Na de kennisgeving bedoeld in het derde lid van 10°, en voor zover de begeleider van de sporter niet heeft kunnen aantonen dat geen van de in a) tot c) van 10° vermelde criteria op hem van toepassing is, brengt de NADO van de Franse Gemeenschap het Wada ervan op de hoogte dat die begeleider van de sporter aan één van de in a) tot c) vermelde criteria beantwoordt.
   De Regering stelt de nadere regels voor de in 10° bedoelde kennisgevingsprocedure vast.]3

Artikel 6/1 [4 § 1. De bewijslast komt aan de bevoegde antidopingorganisatie toe, welke de in artikel 6 bedoelde overtredingen van de antidopingregels moet aantonen.
   De bewijsstandaard waartoe de antidopingorganisatie verplicht is, bestaat erin de overtreding van de antidopingregels aan te tonen om voldoening te geven aan de hoorzittingsinstantie, die, met inachtneming van artikel 19, de ernst van de bewering zal beoordelen.
   De bewijsstandaard is, in ieder geval, meer dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.
   Wanneer dit decreet de sporter of elke andere persoon waarover het vermoeden bestaat dat hij antidopingregels heeft overtreden, belast met het omkeren van het vermoeden of met het vaststellen van specifieke feiten en omstandigheden, is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.
   § 2. Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle middelen van recht worden vastgesteld, inclusief bekentenissen.
   De volgende regels voor de vaststelling van de feiten en inzake vermoeden zijn van toepassing :
   a) analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de desbetreffende wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of begeleider die de veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, moet als opschortende voorwaarde eerst het WADA op de hoogte brengen van de betwisting en de grondslag ervan. Het TAS kan op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. Op verzoek van het WADA zal de TAS-commissie een geschikte wetenschappelijke expert aanstellen om haar te helpen bij de beoordeling van de betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het TAS-dossier heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in een dergelijke procedure;
   b) de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria. De sporter of een andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. In het in het vorige lid bedoelde geval, als de sporter of de andere persoon het vermoeden weerlegt, moet de ADO aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
   c) de afwijkingen van elke andere internationale standaard of van elke andere regel of elk antidopingbeginsel die in de Code of in de regels van een antidopingorganisatie vermeld zijn, maken die bewijzen of resultaten niet ongeldig, indien deze afwijkingen niet de oorzaak zijn van het afwijkende analyseresultaat of van de andere overtreding van de antidopingregels. Als de sporter of elke andere persoon aantoont dat een afwijking van elke andere internationale standaard of elke andere antidopingregel of elk ander dopingbeginsel redelijkerwijs geleid heeft tot het overtreden van antidopingregels op grond van een vastgesteld afwijkend analyseresultaat of van een andere overtreding van de antidopingregels, moet de antidopingorganisatie aantonen dat die afwijking het afwijkend analyseresultaat niet heeft veroorzaak of niet de feitelijke basis is voor de overtreding van de antidopingregels;
   d) feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of de andere persoon waarop de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of de andere persoon aantoont dat de beslissing de principes van eerlijke rechtsbedeling schendt;
   e) de rechtbank die optreedt in een hoorzitting over de overtreding van antidopingregels, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of andere persoon die wordt beschuldigd van de overtreding van antidopingregels op basis van zijn weigering, nadat hij daarvoor redelijke tijd op voorhand is opgeroepen, om te verschijnen tijdens de zitting, en de vragen van de rechtbank of de ADO die de overtreding van de antidopingregels ten laste legt, te beantwoorden.]4

Artikel 6/2 [5 Met het oog op het opzoeken en inzamelen van inlichtingen en, in voorkomend geval, het verzamelen van bewijs, waardoor dopinggevallen kunnen worden aangetoond, zoals bedoeld in artikel 6, beschikt de NADO van de Franse Gemeenschap over een onderzoeksbevoegdheid, overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.
   In het kader van de in het vorige lid bedoelde onderzoeksbevoegdheid, kan de NADO van de Franse Gemeenschap :
   a) inlichtingen over doping die van alle beschikbare bronnen afkomstig zijn, verkrijgen, onderzoeken en behandelen, om de invoering van een doeltreffend, verstandig en evenwichtig plan voor de verdeling van de controles te ondersteunen, gerichte tests plannen en/of als basis dienen voor een onderzoek dat betrekking heeft op één of meer eventuele overtreding(en) van antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 6;
   b) de atypische resultaten en de afwijkende paspoortresultaten onderzoeken, om inlichtingen of bewijzen in te zamelen, met inbegrip van, inzonderheid, analytische bewijzen, om te bepalen of één of meer eventuele overtreding(en) van de antidopingregels, bedoeld in artikel 6, 1° en/of 2° werd/werden begaan;
   c) elke andere inlichting of elk ander analytisch of niet analytisch gegeven onderzoeken die/dat één of meer eventuele overtreding(en) van de in artikel 6, 3° tot 10° bedoelde antidopingregels vermeldt, om het bestaan van een overtreding uit te sluiten of om bewijsmateriaal te verzamelen met het oog op het openen van een procedure voor de overtreding van de antidopingregels;
   d) een automatisch onderzoek voeren over de begeleider van de sporter in geval van overtreding van de antidopingregels door een minderjarige, en een automatisch onderzoek voeren over elke begeleider van de sporter die zijn steun heeft verleend aan meer dan één sporter die schuldig werd bevonden aan overtreding van de antidopingregels.
   De Regering kan eventuele bijkomende regels nader bepalen voor de toepassing van dit artikel.
   Onverminderd het voorafgaande lid, met het oog op de toepassing van dit artikel, inzonderheid om schaaleconomieën tot stand te brengen, kan de Regering akkoorden sluiten met andere antidopingorganisaties, inzonderheid met de 3 andere Belgische overheidsinstellingen, bevoegd voor dopingbestrijding.]5

Artikel 7 De Regering stelt, binnen de drie maanden na hun aanneming door het WADA, de lijst van de verboden en de bijwerkingen ervan vast.
  Het advies van de Franstalige Commissie voor gezondheidspromotie bij de sportbeoefening, alsook dat van de Hoge Raad voor lichamelijke opvoeding, Sport en Openluchtleven wordt niet vereist in het kader van dit aannemingproces.

Artikel 8§ 1. De feiten bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn geen doping wanneer de verboden producten of methodes gebruikt worden om therapeutische doeleinden in de zin van de bijlage 2 van de UNESCO-conventie.
  § 2. Er wordt een Commissie van de Franse Gemeenschap ingesteld voor de gebruikstoelating om therapeutische doeleinden, CAUT afgekort.
  CAUT is samengesteld uit onafhankelijke geneesheren, waaronder ten minste drie werkende leden en twee plaatsvervangende leden die benoemd worden door de Regering.
  De Regering stelt de voorwaarden en de procedure voor de benoeming vast van de leden van CAUT, alsook hun bezoldiging en de middelen om na te kijken of de onafhankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in § 2, tweede lid, nageleefd worden.
  § 3. [6 Onverminderd de door artikel 2 van bijlage 2 van de UNESCO-Conventie bepaalde regels, verleent de CAUT (TTN-Commissie, Commissie voor het verlenen van de toestemming wegens therapeutische noodzaak) de toestemming wegens therapeutische noodzaak :
   a) aan de elitesporters van nationaal niveau, bedoeld in artikel 1, 67°, van het decreet, die behoren tot de doelgroep van de Franse Gemeenschap, ongeacht hun categorie;
   b) aan de topsporters bedoeld in artikel 12 van het decreet van 8 december 2006 houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap;
   c) amateursporters.]6
  CAUT is niet bevoegd voor topsporters die, met toepassing van bijlage 2 van de UNESCO-conventie, ertoe gehouden zijn hun aanvraag om gebruikstoelating om therapeutische doeleinden in te dienen bij de internationale of nationale sportorganisatie waarvan ze afhangen.
  De sporter die een aanvraag om gebruikstoelating voor therapeutische doeleinden ingediend heeft bij een andere openbare overheid of een sportorganisatie, die erkend wordt als antidopingorganisatie door het WADA, mag geen aanvraag bij CAUT indienen, die gebaseerd is op dezelfde redenen..
  De beslissingen van CAUT worden gemotiveerd en bekendgemaakt binnen de 15 werkdagen na de ontvangst van de aanvraag om toelating.
  De Regering stelt, overeenkomstig bijlage 2 van de UNESCO-conventie, de werkingsregels van CAUT vast, alsook de procedure voor de behandeling van de aanvragen om gebruikstoelatingen voor therapeutische doeleinden.
  § 4. CAUT waarborgt, overeenkomstig artikel 10, de strikte naleving van de persoonlijke levensfeer van sporters bij de behandeling van persoonlijke gezondheidsgegevens die haar worden toevertrouwd.
  CAUT kan het advies vragen van medische of wetenschappelijke deskundigen die ze geschikt acht volgens de nadere regels bepaald door de Regering. Alle informatie die bezorgd wordt aan deze deskundigen blijven anoniem en worden strikt vertrouwelijk behandeld onder de verantwoordelijkheid van de leden van CAUT.
  § 5. De gebruikstoelatingen om therapeutische doeleinden die verleend worden door een openbare overheid of een sportorganisatie overeenkomstig bijlage 2 van de UNESCO-conventie worden erkend op het grondgebied van de Franse Gemeenschap.
  § 6. [6 De in § 3, eerste lid, c) bedoelde amateursporters kunnen bij de TTN-Commissie een TTN met terugwerkende kracht aanvragen en bekomen.
   De Regering bepaalt de nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde procedure.]6

Artikel 9 In het kader van de strijd tegen doping heeft de Regering als opdrachten :
  1° met de andere antidopingorganisaties samen te werken;
  2° de wederzijdse controles tussen de antidopingorganisaties aan te moedigen;
  3° het antidopingonderzoek aan te moedigen;
  4° de voorlichtings- en opvoedingsprogramma's voor dopingbestrijding te plannen, te ontwikkelen en te controleren na advies van de Franstalige Commissie voor gezondheidspromotie bij de sportbeoefening zoals ingesteld bij artikel 16 § 1 van het decreet van 8 maart 2001 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de dopingpreventie in de Franse Gemeenschap;
  5° het WADA over de uitgevoerde controles in te lichten;
  6° het jaarverslag van haar activiteiten inzake dopingcontrole te publiceren, waarvan een exemplaar aan het WADA en het Parlement wordt bezorgd.

Artikel 9/1 [7 In het kader van de toepassing van artikel 9, 1°, onverminderd de specifieke bepalingen die daartoe tussen de Belgische NADO's overeengekomen zijn, indien een elitesporter tegelijk in de doelgroep van de Franse Gemeenschap en in de doelgroep van een andere antidopingorganisatie wordt opgenomen, zullen deze onder elkaar bepalen dat enkel één onder die de verblijfsgegevens van de betrokken elitesporter zal beheren, en opdat de andere toegang tot die gegevens zou kunnen hebben. Als ze het niet eens zijn, worden de beginselen van de Code en van de Internationale Standaard voor controles en enquêtes toegepast.
   In het kader van de toepassing van artikel 9, 1° en 2°, onverminderd de specifieke bepalingen die daartoe tussen de Belgische NADO's overeengekomen zijn, indien de NADO van de Franse Gemeenschap controles op één of meer sporters wenst uit te voeren bij een sportevenement waarvoor ze in principe niet bevoegd is, moet ze vooraf de toelating vragen aan de organisatie onder de bescherming waarvan dat evenement wordt georganiseerd, overeenkomstig artikel 5.3.2. van de Code.
   De Regering kan de eventuele nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde procedure bepalen.]7

Artikel 10 Alle in het kader van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten ingewonnen of meegedeelde informatie, hierna de informatie genoemd, is vertrouwelijk.
  De behandeling van de informatie heeft als doel de strijd tegen doping om een sport aan te moedigen die de gezondheid, de rechtvaardigheid, de gelijkheid en de sportgeest eerbiedigt. Wat betreft de informatie betreffende de locatie van sporters, heeft de behandeling ervan meer bepaald de planning van de antidopingcontroles buiten competitie als doel.
  De Franse Gemeenschap is verantwoordelijk voor de behandeling van de informatie.
  De Regering bepaalt nauwkeurig de aard van de relevante, niet-overbodige en strikt noodzakelijke informatie ten opzichte van de finaliteit bedoeld in het tweede lid, die behandeld kan worden ter uitvoering van het decreet. Ze bepaalt ook de voorwaarden volgens dewelke de informatie behandeld wordt, de termijn waarin ze bewaard wordt en de personen die de informatie ontvangen..
  De ontvangers van die informatie mogen de informatie behandelen en meedelen aan derden alleen maar als dat strikt nodig is ter uitvoering van de finaliteit bepaald in het tweede lid en overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  De behandeling van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van sporters gebeurt onder de verantwoordelijkheid van een gezondheidsprofessioneel.
  De Regering kan die informatie inzamelen en behandelen voor de statistieken of de verbetering van het beleid inzake de strijd tegen doping, zodra ze anoniem is.

Sectie 2. Toepassingsgebied
Artikel 11 Het decreet is van toepassing :
  1° op het grondgebied van het Franse taalgebied;
  2° op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de instellingen die een sportwedstrijd, een sportevenement of een sporttraining organiseren en die, wegens hun organisatie, beschouwd moeten worden als uitsluitend tot de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap behorend.

Sectie 3. Toezicht en controle op doping
Artikel 12§ 1. De Regering ontwikkelt een verdelingsplan, dat periodiek wordt bijgewerkt, over de antidopingcontroles die binnen en buiten competitie uitgevoerd moeten worden en voert de procedures voor antidopingcontrole uit of laat die uitvoeren.
  [8 Een dopingcontrole kan als doel hebben, met het oog op de vaststelling van de in artikel 6, 1° en 2° bedoelde dopinggevallen, ofwel het directe ontdekken van een verboden stof of verboden methode in het lichaam van de sporter, ofwel het indirecte ontdekken van een verboden stof omwille van zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van het biologisch paspoort van de sporter, onder de in artikel 12/1 bedoelde voorwaarden.]8
  De Regering stelt de doctors in de geneeskunde of houders van master in de geneeskunde aan die belast worden met de geplande antidopingcontroles, in voorkomend geval, in aanwezigheid van één of meer officieren van gerechtelijke politie.
  Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie mogen de controleartsen :
  1° stalen van de bevoorrading van de sporter en van zijn begeleidingspersoneel afnemen of laten afnemen met het oog op hun analyse in een [8 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]8;
  2° lichamelijke stalen van de sporter afnemen of laten afnemen zoals bijvoorbeeld haar, bloed, urine of speeksel met het oog op hun analyse in een [8 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]8;
  3° voertuigen, kleren, uitrusting en bagages van de sporter en van zijn begeleidingspersoneel controleren;
  4° alle informatie inzamelen die volgens hen in verband staat met een overtreding van de artikelen 5 en 6 van dit decreet.
  Voor elk type uitgevoerde afname worden twee stalen afgenomen die bepaald worden als monsters A en B.
  De officieren van gerechtelijke politie en de controleartsen hebben toegang, in het kader van de uitvoering van antidopingcontroles, tot de vestiaires, trainingzalen, sportlokalen en sportterreinen of plaatsen waar trainingen, wedstrijden of evenementen georganiseerd worden.
  § 2. De Regering bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levensfeer, de wijze en de voorwaarden voor het afnemen van stalen, de procedures voor de bewaring, het vervoer en de analyse van stalen, de voorwaarden voor de aanwijzing, de onafhankelijkheid en de bezoldiging van de controleartsen en elke andere persoon die de controleartsen kan bijstaan.
  § 3. De controleartsen maken het proces-verbaal op van de dopingcontrole die het aan de administratie binnen de drie dagen van controle bezorgen.
  Het proces-verbaal omvat onder andere :
  1° de naam van de sporter of het begeleidingspersoneel van de betrokken sporter;
  2° indien de sporter minderjarig is, de naam van de wettelijke vertegenwoordiger die hem begeleidt of de naam van de persoon die het gezag over hem voert;
  3° zijn nationaliteit;
  4° zijn sport en, indien nodig, zijn discipline;
  5° het wedstrijdsniveau van de sporter;
  6° de sportorganisatie waaronder de sporter ressorteert;
  7° het feit dat de controle binnen of buiten competitie uitgevoerd werd;
  8° de datum waarop de controle en, indien nodig, de afname, uitgevoerd werd;
  9° de plaats waar de controle en, indien nodig, de afname, uitgevoerd werd;
  10° de beschrijving van de eventueel in beslag genomen voorwerpen;
  11° een beschrijving van de te volgen procedure.
  Het proces-verbaal gaat gepaard met een Nederlandse en een Engelse vertaling. Ingeval van betwisting geldt het proces-verbaal dat in de Franse taal wordt opgemaakt.
  Een afschrift ervan wordt binnen de tien dagen na de controle aan de betrokken sporter bezorgd. Een afschrift ervan wordt ook binnen dezelfde termijn aan de sportorganisatie bezorgd waarbij de sporter aangesloten is.
  § 4. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig is, wordt hij begeleid door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door elke andere persoon die ertoe gemachtigd wordt door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers.
  § 5. Het einde van de sportcarrière van de sporter of van het lid van het begeleidingspersoneel van de sporter heeft geen gevolgen op de voortzetting van de procedure voor de dopingcontrole.
  § 6. Onverminderd de bevoegdheid erkend aan andere ambtenaren door of overeenkomstig de wets- of decreetbepalingen, wordt de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie verleend aan de ambtenaren en personeelsleden van de diensten van de Regering die door haar worden aangesteld om de opdrachten bedoeld in dit decreet uit te voeren.

Artikel 12/1 [9 [Het in artikel 12, § 1, tweede lid bedoelde biologisch paspoort] kan door de NADO van de Franse Gemeenschap uitsluitend worden opgesteld voor de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen waarvoor de bevoegde internationale sportfederatie het biologisch paspoort toepast. (ERRATUM, zie B.St. 19-06-2015, p. 35974)
   Voor de elitesporters voor wie de NADO van de Franse Gemeenschap een biologisch paspoort opstelt, sluit deze, voor elke sportdiscipline, met de bevoegde internationale sportfederatie, een overeenkomst waarin de betrokken elitesporters worden geïdentificeerd en waarin andere potentiële nadere regels voor de samenwerking overeengekomen zijn.
   Onverminderd het in artikel 12, § 1, eerste lid, bedoelde hoofddoel, kan het biologisch paspoort worden gebruikt om gerichte tests op de betrokken elitesporters te laten uitvoeren.
   De Regering bepaalt, in overeenstemming met de code en de bepalingen van de Internationale Standaard voor controles en enquêtes, de procedureregels voor het opstellen, het beheren en het opvolgen van het biologisch paspoort.
   Onverminderd het voorafgaande lid, kan de Regering een eenheid voor het beheer van het paspoort van de atleet aanstellen, ermee belast de NADO van de Franse Gemeenschap bij te staan voor het opstellen, het beheren en het opvolgen van het biologisch paspoort.
   Als het voorafgaande lid wordt toegepast, worden de gegevens betreffende de gezondheid van de sporters, binnen de eenheid voor het beheren van het paspoort van de atleet, verwerkt onder de verantwoordelijkeid van een gezondheidsprofessional.
   De gegevens betreffende het biologisch paspoort van de atleet worden hoogstens 8 jaar, te rekenen vanaf het ontvangen van de analyseresultaten, bewaard.]9

Artikel 13§ 1. Onverminderd § 2 worden de stalen die afgenomen worden overeenkomstig artikel 12 van dit decreet door een [10 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]10, geanalyseerd en dit, uitsluitend om na te kijken of er een stof of elementen zijn die het gebruik van de verboden methodes bedoeld in artikel 7 van dit decreet bewijst/bewijzen.
  Het [10 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]10 analyseert daartoe het staal overeenkomstig de criteria bepaald in de internationale standaard van de laboratoria aangenomen door het WADA.
  § 2. Op uitdrukkelijke aanvraag van de Regering of van het WADA, kan het [10 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]10 ook in stalen van lichamelijke stoffen die volledig anoniem zijn geworden, de aanwezigheid van stoffen of elementen opzoeken die het gebruik van andere methodes bewijzen dan deze opgenomen in de lijst van de verboden bedoeld in artikel 7 van dit decreet met het oog op :
  1° de samenwerking aan het controleprogramma ontwikkeld door het WADA;
  2° de deelname aan een programma voor de strijd tegen doping ontwikkeld door de administratie;
  3° de bijstand verlening aan een erkende antidopingorganisatie bij het opmaken van het profiel van de relevante biologische parameters van de sporters, om doping te bestrijden.
  § 3.[10 De Regering bepaalt de voorwaarden en de nadere regels volgens welke een laboratorium door de Franse Gemeenschap kan worden erkend of de erkenning ervan kan worden ingetrokken. Om te worden erkend, moet het laboratorium door het WADA worden geaccrediteerd of anders goedgekeurd.]10

Artikel 14 Zodra het staal geanalyseerd wordt, wordt het resultaat bezorgd aan de Regering samen met een verslag van de analyse, ingevuld door het laboratorium, waarbij het ontwikkelde proces voor de analyse beschreven wordt.
  De Regering bepaalt het model van verslag van analyse van de stalen opgemaakt door het laboratorium en bepaalt de procedure voor de verzending van de resultaten.

Artikel 15De Regering deelt het resultaat en het dossier van de analyse mee aan de sporter en aan de organisatie waarvan hij afhangt met het oog op de toepassing van artikel 19.
  De Regering bepaalt de inhoud en de nadere regels voor deze mededeling.
  
  (NOTA : De wijziging aangebracht bij DFG 2011-12-20/13, Art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2012, is niet kunnen uitgevoerd worden)

Artikel 16Ingeval van een abnormaal resultaat van de analyse bepaalt de mededeling bedoeld in artikel 15 ook het recht van de sporter om een analyse van het staal B te vragen door een [11 door het WADA geaccrediteerd of anders goedgekeurd laboratorium]11 waaraan de sporter of zijn vertegenwoordiger kan bijstaan, in voorkomend geval met een deskundige.
  De Regering bepaalt de procedure en de nadere regels volgens dewelke deze contra-expertise gebeurt. De kosten van deze contra-expertise vallen ten laste van de sporter als het resultaat van de analyse van het staal A bevestigd wordt.

Hoofdstuk 4. Locatie van sporters
Sectie 1. Inlichtingen te geven door de organisatoren
Artikel 17 Elke organisator deelt aan de Regering, ten minste vijftien dagen op voorhand en volgens de nadere regels bepaald door de Regering, de sportevenementen of -wedstrijden mee die hij geprogrammeerd heeft en waaraan de topsporters deelnemen met het oog op de planning van de dopingcontroles.

Sectie 2. Gegevens inzake locatie te verschaffen door sporters
Artikel 18§ 1. In de vorm en nadere regels bepaald door de Regering bezorgen de topsporters van de categorieën A, B en C die deel uitmaken van de doelgroep van de Franse Gemeenschap, bij wijze van publicatie in de databank ADAMS, de nauwkeurige en bijgewerkte gegevens over hun locatie.
  § 2. De gegevens die door de topsporters van categorie A verschaft moeten worden, zijn :
  a) hun naam en voornamen;
  b) hun geslacht;
  c) het adres van hun woonplaats en, indien het verschillend is, van hun gewone verblijfplaats;
  d) hun telefoonnummer, faxnummer en het elektronische adres;
  e) in voorkomend geval, het nummer van hun paspoort van de sporter van het WADA;
  f) hun sportdiscipline, -klasse en -ploeg;
  g) hun sportfederatie en hun lidnummer;
  h) het volledige adres van de plaatsen van hun verblijf, sporttrainingen, sportwedstrijden en sportevenementen tijdens de toekomstige kwartaal;
  i) een dagelijkse periode van 60 minuten waarin de sporter beschikbaar is in een aangegeven plaats voor een onverwachte controle.
  § 3. De gegevens die door de sporters van de categorie B of C verschaft moeten worden, zijn :
  a) hun naam en voornamen;
  b) hun geslacht;
  c) hun telefoonnummers, faxnummers en hun elektronische adres;
  d) in voorkomend geval, het nummer van de paspoort van de sporter van het WADA;
  e) hun sportdiscipline, sportklasse en sportploeg;
  f) hun sportfederatie en hun lidnummer;
  g) hun uurrooster en plaatsen van sportwedstrijden en sporttrainingen tijdens het toekomstige kwartaal;
  h) het volledige adres van hun gewone verblijfplaats voor de dagen waar ze niet deelnemen aan wedstrijden, noch aan sporttrainingen tijdens het toekomstige kwartaal.
  [12 De elitesporters van categorie C kunnen een ploegverantwoordelijke aanwijzen om, in hun naam, hun verblijfsgegevens alsook de bijgewerkte lijst van de leden van de ploeg mee te delen.]12
  [12 Niettegenstaande de toepassing van het in het vorige lid bedoelde geval, ressorteren de juistheid en de bijwerking van de meegedeelde informatie in fine onder de verantwoordelijkheid van de sporter.]12
  § 4. [12 De elitesporters van categorie B die hun plichten inzake verblijfsgegevens niet naleven en/of die afwezig zijn op een controle, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die dat verzuim vaststelt, na schriftelijke mededeling en volgens de nadere regels bepaald door de Regering, ertoe gehouden worden de plichten inzake verblijfsgegevens van de elitesporters van categorie A tijdens 6 maanden na te leven. Ingeval van een nieuw verzuim tijdens deze termijn, wordt de termijn met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
   De elitesporters van categorie C die hun plichten inzake verblijfsgegevens niet naleven en/of die afwezig zijn op een controle, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die dat verzuim vaststelt, na schriftelijke mededeling en volgens de nadere regels bepaald door de Regering, ertoe gehouden worden de plichten inzake verblijfsgegevens van de elitesporters van categorie A, of B, volgens de door de Regering nader te bepalen gevallen, tijdens 6 maanden na te leven. Ingeval van een nieuw verzuim tijdens deze termijn, wordt de termijn met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
   De elitesporters van de categorie B, C of D voor wie een tuchtschorsing wordt uitgesproken voor doping of waarvan de prestaties een plotselinge en belangrijke verbetering vertonen, of die ernstige tekens van doping vertonen, zijn, met inachtneming van de criteria die opgenomen zijn in artikel 4.5.3 van de internationale standaard voor controles en enquêtes, en volgens door de Regering nader te bepalen regels, ertoe gehouden de plichten inzake verblijfsgegevens van elitesporters van categorie A na te leven.
   De Regering kan de lijsten van de sportdisciplines wijzigen die aan de categorieën A, B, C en D beantwoorden.]12
  § 5. Behalve bij overmacht is elke topsporter beschikbaar voor één of meer dopingcontroles op de aangegeven locatieplaats.
  § 6. De Regering bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levensfeer, de rechten en plichten van de topsporters inzake de communicatie over hun gegevens inzake locatie alsook over de vormen van bekendmaking van deze gegevens.
  § 7. De plichten bedoeld in dit artikel hebben uitwerking met ingang van het ogenblik dat de topsporter ervan verwittigd werd door mededeling en tot ontvangst van de mededeling van het einde van hun uitwerking, volgens de nadere regels bepaald door de Regering.
  [12 Indien een elitesporter de naleving van de plichten bedoeld in dit artikel of elk verzuim dat hem zou worden verweten, betwist, bij toepassing van dit artikel, kan hij een opschortend beroep bij de Regering instellen, om de administratieve herziening van de door hem betwiste beslissing aan te vragen.
   Het in het voorafgaande lid bedoelde beroep wordt ingediend binnen de veertien dagen na de kennisgeving van de betwiste administratieve beslissing.]12
  [12 De Regering stelt de nadere regels vast van de procedure voor het in het tweede lid bedoelde beroep.]12
  § 8. De plichten bedoeld in dit artikel blijven van kracht tijdens de hele duur van de schorsing van de topsporter en de naleving ervan is een voorwaarde voor de topsporter om deel te nemen aan nieuwe sportwedstrijden of -evenementen na zijn schorsing.
  § 9. De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de ambtenaren belast met het toezicht op het doppinggebruik binnen de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en dit langs beveiligde communicatiekanalen en volgens de nadere regels bepaald door de Regering :
  a) elke beslissing betreffende de insluiting of de uitsluiting van een sporter van de doelgroep van de Franse Gemeenschap voordat deze informatie aan de sporter meegedeeld zou worden;
  b) elke verzuim van een topsporter van de doelgroep van de Franse Gemeenschap bij een dopingcontrole of elke niet-naleving van de plichten inzake locatie die hem worden opgelegd.

Hoofdstuk 5. Vervolgingen en sancties
Artikel 19[13 § 1. De sportorganisaties zijn bevoegd om tuchtprocedures betreffende de overtreding van antidopingregels te organiseren, alsook om, in voorkomend geval, tuchtsancties op te leggen overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en de besluiten tot uitvoering ervan, alle bepalingen van de Code betreffende de tuchtprocedure en de gevolgen van de overtreding van antidopingregels, en het antidopingreglement van de overeenstemmende internationale sportfederatie.
   Het reglement voor de tuchtprocedure van de erkende en niet erkende sportorganisaties moet inzonderheid :
   a) voldoen aan alle bepalingen van de Code betreffende de tuchtprocedure en de gevolgen van de overtreding van antidopingregels, inzonderheid de sancties tegen individuen, zoals bepaald in artikel 10 van de Code;
   b) de eerbiediging van de verdedigingsrechten en de naleving van de principes van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de tuchtrechters waarborgen;
   c) bepalen dat de principes betreffende de voorlopige schorsing, zoals bepaald in artikel 7.9 van de Code van toepassing zijn;
   d) bepalen dat, ten minste, tegen elke tuchtuitspraak beroep kan worden aangetekend, overeenkomstig de regels en de principes die in artikel 13 van de Code bepaald zijn;
   e) uitdrukkelijk bepalen dat de partijen die het recht hebben in beroep te gaan, minstens de volgende partijen erbij kunnen betrekken :
   - de Sporter of andere Persoon voor wie de uitspraak waartegen beroep wordt aangetekend geldt;
   - de andere partij in de zaak waarin de uitspraak is gedaan;
   - de relevante Internationale Federatie;
   - de NADO van de Gemeenschap of van het land waarin de persoon verblijft of staatsburger of titularis van een licentie is;
   - het Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité, naargelang van het geval;
   - het WADA, rekening houdend met de specifieke termijnen bedoeld in artikel 13.2.3 van de Code binnen welke het WADA het recht heeft in beroep te gaan;
   f) bepalen dat, in de gevallen voortvloeiend uit de deelneming aan een internationaal evenement of in de gevallen waar sporters van internationaal niveau betrokken zijn, tegen de beslissing alleen beroep kan worden aangetekend bij het TAS door de partijen die in punt e) hierboven vermeld zijn;
   g) uitdrukkelijk bepalen dat de volgende partijen, in de gevallen waar sporters van nationaal niveau betrokken zijn, het recht hebben voor het TAS beroep aan te tekenen tegen de tuchtbeslissingen die door de nationale beroepsinstantie worden uitgesproken :
   - WADA;
   - IOC;
   - IPC;
   - de bevoegde internationale federatie;
   h) een hoorzitting binnen een redelijke termijn bepalen;
   i) het recht te worden gehoord en het recht door een juridische raadsman, op eigen kosten, te worden vertegenwoordigd, bepalen;
   j) het recht op een met redenen omklede beslissing, binnen een redelijke termijn opgesteld, bepalen;
   k) de principes die worden vastgesteld door artikel 7.2.d van de Anti-Doping Conventie, te Straatsburg op 16 november 1989 ondertekend, naleven;
   l) uitdrukkelijk bepalen, overeenkomstig artikel 17 van de Code, dat geen procedure wegens overtreding van de antidopingregels kan worden ingesteld tegen een sporter of een andere persoon, zonder dat van de aangevoerde overtreding kennis wordt gegeven aan de sporter, uiterlijk binnen 10 jaar te rekenen vanaf de aangevoerde overtreding.
   § 2. De Regering kan een model van tuchtreglement inzake dopingbestrijding goedkeuren, voor de erkende of niet erkende sportorganisaties.
   § 3. De sportorganisaties delen, via beveiligde mededelingmiddelen, de goedgekeurde beslissingen en de identiteit van de personen tegen wie een sanctie wordt uitgesproken, mee aan de NADO van de Franse Gemeenschap en aan de overeenstemmende internationale federatie.
   De NADO van de Franse Gemeenschap maakt vervolgens, via beveiligde mededelingsmiddelen, de goedgekeurde beslissingen en de identiteit van de personen tegen wie een sanctie wordt uitgesproken, bekend aan de andere Belgische NADO's en aan de andere sportorganisaties die uitsluitend onder de Franse Gemeenschap ressorteren.
   Onverminderd het eerste lid en het tweede lid, kan de Regering eventuele specifieke procedureregels nader bepalen voor de toepassing van deze paragraaf.
   § 4. De erkende en niet erkende sportorganisaties kunnen de in dit artikel bepaalde tuchtprocedures gezamenlijk organiseren, om de middelen samen te brengen en om, inzonderheid, in voorkomend geval, een gemeenschappelijk procedurereglement goed te keuren.]13

Artikel 19/1 [14 Onverminderd artikel 19 en andere potentiële sancties tegen personen zoals bedoeld bij artikel 10 van de Code en bij dit decreet, mag, overeenkomstig artikel 10.12.1. van de Code, geen geschorste sporter of geen geschorste andere persoon gedurende de schorsingsperiode in geen enkele hoedanigheid deelnemen aan een wedstrijd of sportactiviteit die wordt toegelaten door een ondertekenaar, een lid van de ondertekenaar of een club of een andere organisatie die lid is van een ondertekenaar, behalve aan toegelaten opvoedings- of rehabilitatieprogramma's inzake doping, noch aan wedstrijden die worden toegelaten of georganiseerd door een professionele liga of een organisatie die verantwoordelijk is voor internationale of nationale evenementen, noch aan een elitesportactiviteit of aan een sportactiviteit van nationaal niveau die door de Regering of een andere gouvernementele organisatie wordt gefinancierd.
   De sporter of de andere persoon op wie de schorsing wordt toegepast, overeenkomstig het voorafgaande lid, blijft potentieel aan controles onderworpen.]14

Artikel 20 De Regering voert doelgerichte controles uit over het geheel van de betrokken leden van de ploeg wanneer meer dan één van zijn leden schuldig werd erkend van een overtreding van de antidopingregels.

Artikel 21§ 1. [15 De Regering straft met een administratieve geldboete van 250 de elitesporter van categorie A die zich, binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de vaststelling van het eerste verzuim, schuldig maakt aan een tweede gemiste test en/of tekortkoming aan zijn verplichtingen inzake mededeling van verblijfsgegevens, zoals bepaald in artikel 18.
   Wanneer een sporter trouwens schuldig bevonden is aan doping ten gevolge van een tuchtbeslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, schorst de Regering de financiële en/of materiële overheidssteun die hem wordt toegekend, te rekenen vanaf de mededeling van deze beslissing en tot, minstens, het einde van de eventueel uitgesproken schorsing.]15
  § 2. De Regering bepaalt de administratieve geldboetes die enerzijds opgelegd worden aan de sportorganisaties en anderzijds aan de organisatoren die de plichten die hun opgelegd worden door dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, niet naleven. Deze administratieve geldboetes mogen tienduizend euro niet overschrijden.
  Deze geldboetes worden verdubbeld ingeval van herhaling binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste veroordeling.
  § 3. De Regering bepaalt ook de administratieve geldboetes die elke organisator moet betalen als hij met kennis van zaken de inschrijving aanvaardt van een sporter die geschorst wordt wegens doping voor een evenement of een wedstrijd die hij organiseert.
  § 4. De Regering bepaalt de procedure en de nadere regels voor de mededeling van de administratieve beslissingen bedoeld in de §§ 1 tot 3. Elke administratieve geldboete opgelegd krachtens dit decreet wordt geïnd ten gunste van de Franse Gemeenschap door de administratie.
  [15 De Regering bepaalt de nadere regels voor de inning van de administratieve geldboeten die bij toepassing van dit decreet worden opgelegd.]15

Artikel 22Onverminderd de toepassing van de tuchtsancties uitgesproken door de sportorganisaties en de andere straffen gesteld door het Strafwetboek of de bijzondere wetgevingen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een geldboete van vijf tot vijftig euro of met één van die straffen alleen, [16 hij die de bepalingen van artikel 6, 6°, tweede lid tot 10° overtreedt]16.
  Ingeval van herhaling binnen de twee jaren volgend op het veroordelend vonnis in hoofde van de bovenvermelde overtreding, die in kracht van gewijsde is gegaan, kunnen de straffen verdubbeld worden.

Artikel 23 De verboden stoffen en de voorwerpen die gebruikt worden om de verboden methodes toe te passen, worden, wanneer een overtreding gepleegd wordt, in beslag genomen, verbeurdverklaard en buiten werking gesteld.

Artikel 24 Elke tuchtbeslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en genomen overeenkomstig de Code door één van zijn ondertekenaars, wordt automatisch erkend door de Franse Gemeenschap zonder andere formaliteit. Ze is bindend voor de sporters, de sportorganisaties en andere personen en instellingen die onderworpen zijn aan dit decreet.
  De Regering kan deze erkenning uitbreiden tot sommige beslissingen genomen door de instanties die de Code niet hebben ondertekend voor zover deze beslissingen genomen werden met inachtneming van de bepalingen van de Code.

Hoofdstuk 6. Diverse wijzigings, opheffingsen slotbepalingen
Artikel 25 § 1. Het opschrift van het decreet van 8 maart 2001 betreffende de promotie van de gezondheid bij sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie van doping in de Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt vervangen als volgt : " Decreet betreffende de promotie van de gezondheid bij sportbeoefening in de Franse Gemeenschap ".
  In hetzelfde decreet worden hoofdstuk III en hoofdstuk IV, met uitzondering van de artikelen 11bis, 13bis en 15, opgeheven.
  § 2. Opgeheven worden, de besluiten van de Regering van de Franse Gemeenschap van :
  1° 10 oktober 2002 betreffende de controleprocedure voor de dopingpraktijk en tot vaststelling van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het decreet van 8 maart 2001 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie van doping in de Franse Gemeenschap;
  2° 18 oktober 2002 tot vaststelling van de modellen van de formulieren bedoeld in de artikelen 6, § 2, en 7, §§ 3 en 4, en tot beschrijving van het materieel voor de monsternemingen bedoeld in artikel 12 van het besluit van 10 oktober 2002 betreffende de controleprocedure voor de dopingpraktijk en tot vaststelling van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het decreet van 8 maart 2001 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie van doping in de Franse Gemeenschap;

Artikel 26 Het begrotingsfonds nr. 27, " Sportfonds-Activiteiten " genoemd in de bijlage van het decreet van 27 oktober 1997 houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt gewijzigd als volgt :
  - in de kolom " Aard van de ontvangsten met een speciale bestemming ", wordt het volgende streepje toegevoegd :
  " - De opbrengst van de administratieve geldboetes opgelegd door de administratie voor de overtreding van de bepalingen van het decreet van 20 oktober 2011 betreffende de strijd tegen doping ";
  - in de kolom " Voorwerp van de toegelaten uitgaven ", wordt het volgende streepje toegevoegd :
  " - De kosten van preventie- en informatiecampagnes inzake de strijd tegen doping ".

Artikel 27 Het decreet van 8 december 2006 houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap, wordt aangevuld als volgt :
  1° In artikel 3 wordt een laatste lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De kringen verspreiden daartoe aan elk lid de door de Regering ontwikkelde informatiebrochure over de strijd tegen doping en de preventie ervan bedoeld in artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2011 betreffende de strijd tegen doping ".
  2° Artikel 13, § 3, wordt aangevuld als volgt :
  " De gegevens inzake locatie die ingezameld worden ter uitvoering van artikel 18 van het decreet van 20 oktober 2011 betreffende de strijd tegen doping, kunnen behandeld worden voor de planning van de sporttrainingen en -wedstrijden van hoog niveau en van de controle voortvloeiend uit de erkenning van hun hoedanigheid als topsporters ".
  3° Artikel 15, 19°, wordt aangevuld met een g), luidend als volgt :
  " De verplichting om een lid van het begeleidingspersoneel, wanneer een minderjarige sporter lid wordt van een sportclub, ertoe te machtigen om deze sporter bij te staan bij de dopingcontroles, in afwezigheid van zijn wettelijke vertegenwoordiger op de controleplaatsen. "
  4° In artikel 30, § 6, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt :
  " Onverminderd het vorige lid komen slechts in aanmerking voor de toekenning van subsidies de sportorganisaties, de sportfederaties van vrijetijdbesteding en sportverenigingen die beantwoorden aan de doelstellingen en principes opgenomen in de Wereld Anti doping Code aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 te Kopenhagen, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, opgemaakt te Parijs op 19 oktober 2005 en de bijwerkingen ervan. ".
  5° In artikel 40, § 1, tweede lid, wordt een punt 5° toegevoegd, luidend als volgt :
  " 5° de geldende regelgeving betreffende de strijd tegen doping ".

Artikel 28 Dit decreet treedt in werking op een door de Regering vast te stellen datum, uiterlijk op 1 januari 2012.

  BIJLAGE.

Artikel N Sportdisciplines - categorieën
  
   Categorie A
  Atletiek - lange afstanden (3000 m en meer)
  Triatlon
  Duatlon
  Veldrijden
  Baanwielrennen
  Wielrennen - BMX
  Wielrennen - mountainbike
  Wielrennen op de weg
  Biatlon
  Skiën - Langlaufen
  Skiën - Noordse combinatie
  
  Categorie B
  Atletiek - alles, behalve lange afstanden (3000 m en meer)
  Badminton
  Boksen
  Gewichtheffen
  Artistiek gymnastiek
  Judo
  Kanovaren - slalom
  Kanovaren - sprint
  Moderne vijfkamp
  Roeien
  Schermen
  Taekwondo
  Tafeltennis
  Tennis
  Beachvolley
  Watersport - zwemmen
  Worstelen
  Zeilen
  Bobsleeën
  Skeleton
  Rodelen
  Schaatsen - kunstrijden
  Schaatsen - shorttrack
  Schaatsen - snelschaatsen
  Skiën - slpineskiën
   Skiën - freestyle
  Skiën - snowboarden
  
  Categorie C
  Basketbal
  Handbal
  Hockey
  Voetbal
  Volleybal
  Waterpolo
  Ijshockey
  
  Categorie D
  Boogschieten
  Gymnastiek - ritmisch
  Gymnastiek - trampoline
   Paardensport - dressuur
   Paardensport - eventing
  Paardensport - springen
  Schietsport
  Watersport - schoonspringen
  Watersport - synchroonzwemmen
  Curling
  Skiën - schansspringen