Decreet houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen.]
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1995029482
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Titel 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1Voor de toepassing van dit decreet dient verstaan te worden onder :
1° Hogeschool : inrichting voor hoger onderwijs, ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, die (buiten de Universiteit) hoger onderwijs van het lange en/of het korte type verstrekt (en uitzondering van de studies ingericht door de hogere instituten voor architectuuronderwijs en de hogere kunstscholen) volgens de bij dit decreet bepaalde modaliteiten. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, a en b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
2° Overheid van de hogeschool :
a) Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen : de overheid die in elke hogeschool gemachtigd is, hetzij door de inrichtende macht van de hogescholen die niet in de vorm van rechtspersonen worden samengesteld, hetzij statutair, hetzij door delegatie, de bevoegdheid uit te oefenen (die verband houdt met de inrichting van het onderwijs) die aan bedoelde hogescholen door dit decreet wordt verleend. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
b) Voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen : de raad van bestuur of het bestuurscollege, bedoeld in artikel 65.
3° Departement : entiteit die in een hogeschool (sommige) werkzaamheden [1 ...]1 hoger onderwijs samenbrengt. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
4° Hoger onderwijs : hoger onderwijs met volledig leerplan, bedoeld in de wet dd. 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs met volledig leerplan, met uitsluiting van het universitair onderwijs.
5° (financierbare) studenten : die studenten die in aanmerking komen voor de financiering. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
6° (cyclus : studiecyclus zoals bedoeld bij artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
7° Studiejaar : de indelingseenheid van een studieleerplan of -cyclus.
8° Inrichting voor hoger onderwijs : instituut dat hoger onderwijs van het korte en/of lange type verstrekt op de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
9° Inrichtende macht : rechtspersoon die de verantwoordelijkheid waarneemt voor het in een of verschillende inrichtingen voor hoger onderwijs of in een hogeschool verstrekte onderwijs wanneer bedoelde school niet samengesteld is in de vorm van een rechtspersoon overeenkomstig artikel 56, § 1.
10° (Sectie : curriculum dat leidt tot een academische graad in de betekenis van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;) <DFG 2004-03-31/56, Art. 169, 024; En vigueur : 01-09-2004>
11° (optie : het deel van een afdeling met 300 tot 500 uren onderwijsactiviteiten die slechts kunnen worden gegeven, in het onderwijs van het korte type, vanaf het tweede studiejaar en, in het hoger onderwijs van het lange type, vanaf het eerste jaar van de tweede cyclus.) <DFG 2003-02-27/69, Art. 119, 021; En vigueur : 01-09-2003>
12° [2 ...]2
13° De pedagogische gemeenschapscommissie : de in artikel 80 bedoelde commissie.
14° (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
15° (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, h, 026; En vigueur : 15-09-2006>
16° De netoverschrijdende overlegraad : de raad bedoeld in artikel 87.
(17° finaliteit : het deel van een afdeling met 700 tot 900 uren onderwijsactiviteiten van één of meerdere studiejaren;
18° studierichting : in het hoger onderwijs van het lange type, het deel van een afdeling met 300 of meer uren onderwijsactiviteiten gekozen onder de onderwijsactiviteiten georganiseerd door de inrichtende macht en vermeld in de specifieke uurregeling;
19° onderafdeling : onderverdeling van een studierichting (in de pedagogische categorie); <DCFR 2006-06-30/38, Art. 1, i, 026; En vigueur : 15-09-2006>
20° activiteiten voor de inschakeling in het arbeidsproces : deel van het studieprogramma dat bestaat uit activiteiten in verband met de toepassing van cursussen genomen in een disciplinair of pluridisciplinair kader. Ze kunnen de vorm nemen van een stage, van klinisch onderwijs, een eindwerk, een seminarie, de bestudering van een bijzonder geval enz.;
21° stages : (activiteiten voor de bijzondere inschakeling in het arbeidsproces, die tot leeractiviteiten behoren en die in een sociaal-professionele omgeving in verband met de afdeling verlopen); <DCFR 2006-06-30/38, Art. 1, j, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[3 21° bis Alternerend hoger onderwijs: onderwijs waarin het verwerven van de bekwaamheden die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een diploma uitgereikt door een inrichting voor hoger onderwijs deels in een onderneming deels binnen genoemde inrichting geschiedt;]3
22° minimale uurregeling : de opsomming en de minimale uurverdeling van de stoffen van een studieprogramma dat een afdeling, een finaliteit, een optie of een studiejaar bepaalt alsmede de vaststelling van het aantal uren georganiseerd door elke inrichtende macht;
23° specifieke uurregeling : de opsomming en de uurverdeling per studiejaar van de studieactiviteiten in een studieprogramma georganiseerd door een Hogeschool met inbegrip van de bepaling en de uurverdeling van de onderwijsactiviteiten voor de uren georganiseerd door elke inrichtende macht;
24° referentie-uurrooster : in de afdelingen van het pedagogisch hoger onderwijs bedoeld bij artikel 2 van het decreet van 12 december 2000, opsomming van de grote domeinen betrokken in de disciplinaire en interdisciplinaire opleiding van de onderwijzers.) <DFG 2003-02-27/69, Art. 120, 021; En vigueur : 01-09-2003>
(25° Decreet van 31 maart 2004 : decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, k, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(26° Leeractiviteiten : de activiteiten bedoeld bij artikel 22 van het decreet van 31 maart 2004;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, l, 027; En vigueur : 15-09-2006>
(27° Cursus : de studies zoals bepaald bij artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, m, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[4 "28° organen voor plaatselijk overleg : de Ondernemingsraad, de Plaatselijke paritaire commissie (COPALOC - Commission paritaire locale), het Basisoverlegcomité (COCOBA - Comité de concertation de base).]4
Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied
Artikel 2<DFG 2006-06-30/38, Art. 2, 026; En vigueur : 15-09-2006> Dit decreet is van toepassing op de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen.
[Met uitzondering van de artikelen 78, § 1, en 83, is dit decreet noch van toepassing op de inrichtingen voor hoger onderwijs die slechts architectuurstudies organiseren, noch op de Hogere kunstscholen. Het is niet van toepassing op de universitaire instellingen, behalve de artikelen 78 en 83] <DFG 2003-02-27/69, Art. 121, 021; En vigueur : 01-09-2003>
Hoofdstuk 3. Oprichting en opdracht van de hogescholen
Artikel 3 (...) De hogescholen worden opgericht op grond van een in artikel 6 bedoeld pedagogisch en sociaal-cultureel projekt, op de wijze bepaald in titel III, door vrijwillige groepering van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde instellingen voor hoger onderwijs. <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 4 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 4, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Titel 2. Doel, inhoud en organisatie van het hoger onderwijs
Hoofdstuk 1. Algemene doeleinden van het hoger ond
Artikel 5 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 5, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 2. Pedagogisch en sociaalcultureel projekt van de hogescholen
Sectie 1. Omschrijving van het projekt
Artikel 6 § 1. Een hogeschool wordt opgericht op grond van een pedagogisch en sociaal-cultureel projekt.
§ 2. Bedoeld projekt moet alle middelen aangeven die aangewend worden om ten minste de (...) in § 3 bedoelde doeleinden te bereiken. <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Die middelen worden vrij gekozen (door de overheden van de hogescholen). <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 3. (De doeleinden van het in § 2 bedoelde pedagogisch, sociaal en cultureel project worden nagestreefd in de vorm van de volgende hoofdstukken :
1° beschrijving van de middelen aangewend door de hogeschool om de bedoelde algemene doeleinden en opdrachten van het hoger onderwijs bedoeld bij Titel I van het decreet van 31 maart 2004 te bereiken;
2° omschrijving van de opdrachten van de hogeschool, de wisselwerking tussen deze opdrachten onderling en van de beschikbaarheid van de actoren, inzonderheid de onderwijzers, in het kader van deze opdrachten;
3° omschrijving van het specifieke, door de hogeschool verstrekte onderwijs van het korte en/of lange type;
4° omschrijving van het specifieke door de hogeschool verstrekte onderwijs en beschrijving van de middelen aangewend om die specifieke aard te bewaren;
5° beschrijving van de middelen die de hogeschool aanwendt om het aantal mislukkingen te beperken;
6° beschrijving van de middelen om voor de mobiliteit van de studenten en de onderwijzers in de hogeschool, tussen de hogescholen en met andere instellingen voor hoger onderwijs in België en het buitenland te zorgen;
7° omschrijving van de nadere regels voor de organisatie van de participatie van de actoren van de opvoedkundige gemeenschap in de hogeschool en van de verspreiding van informatie over de beslissingen van de overheid van de hogeschool;
8° beschrijving van de middelen die aangewend worden om de hogeschool te integreren in haar sociale, economische en culturele omgeving;
9° omschrijving van de nadere regels voor het instellen van een kwaliteitscontrole binnen de hogeschool;
10° beschrijving van de middelen aangewend door de hogeschool om het vakoverschrijdend karakter binnen een of tussen verscheidene door de hogeschool verstrekte onderwijscategorieën te bevorderen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. De (...) hoofdstukken komen voor en worden ontwikkeld in elk pedagogisch en sociaal-cultureel projekt. <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 2. Overleg betreffende het projekt
Artikel 7<DFG 2006-06-30/38, Art. 7, 026; En vigueur : 15-09-2006> Elk voorstel van pedagogisch, sociaal en cultureel project, of van wijziging van dit project ingediend door de overheid van de hogeschool, wordt voorgelegd aan het advies van de Pedagogische raad en van de Studentenraad respectief bedoeld bij de artikelen 65 en 69 van dit decreet alsook [5 bij artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5.
Om in aanmerking te worden genomen, worden de bij het vorig lid bedoelde adviezen binnen de dertig dagen uitgebracht na de ontvangst van dit project, aan de overheden van de hogescholen.gen na ontvangst van het projekt verstrekt worden aan de overheid van de hogeschool.
Sectie 3. Bekendmaking van het projekt
Artikel 8 Het projekt is een openbaar stuk. Het wordt op aanvraag verstrekt door de overheid van de hogeschool.
Sectie 4. Toezicht iv.m. het projekt.
Artikel 9 § 1. (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 2. De overheden van de hogescholen die willen fuseren overeenkomstig artikel 61 zenden aan de Regering via de representatieve organisaties van die overheden wanneer ze ervan lid zijn, het projekt over, met het voorstel tot fusie bedoeld in artikel 62 en met de adviezen van de in artikel 7, § 3 bedoelde pedagogische raad en studentenraad.
§ 3. (Elk voorstel van pedagogisch, sociaal en cultureel project, of elke wijziging van dit project, wordt zonder verwijl overgezonden door de overheden van de hogeschool aan de Pedagogische gemeenschapscommissie, met de adviezen bedoeld bij artikel 7.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Deze Commissie bezorgt, binnen (60 dagen) na ontvangst van het projekt, de Regering een advies over de overeenstemming van het projekt met artikel 6. <DFG 1998-07-17/34, Art. 30, 009; En vigueur : 01-09-1998>
(Derde lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Ingeval de Pedagogische gemeenschapscommissie een negatief advies uitbrengt aan de Regering, stelt de Regering de overheden van de hogescholen in gebreke binnen een gegeven termijn een nieuw pedagogisch, sociaal en cultureel project in te dienen dat de bepalingen bedoeld bij artikel 6 in acht neemt en dat ingediend moet worden bij de Pedagogische gemeenschapscommissie.
Wordt het nieuw pedagogisch, sociaal en cultureel project niet binnen de bepaalde termijn ingediend, of wordt het advies uitgebracht door de Pedagogische gemeenschapscommissie negatief, dan kan de Regering het pedagogisch, sociaal en cultureel project van de hogeschool weigeren.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 10 § 1. Wanneer de meerderheid van de vertegenwoordigers van de personeelsleden of van de studenten in de pedagogische raad van een hogeschool van oordeel zijn dat de overheid van die school een of meer middelen uit het projekt niet aanwendt, dan dient ze een met redenen omklede aanvraag om bijeenroeping van de pedagogische raad in bij het bestuurscollege van de hogeschool.
§ 2. Het bestuurscollege roept de pedagogische raad bijeen binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag en schrijft de grond van de bijeenroeping op de agenda in.
De pedagogische raad hoort de overheid en overhandigt haar, na het sluiten van de bespreking, een met redenen omkleed advies over de naleving van de verbintenissen waarin het projekt voorzag.
§ 3. Als de pedagogische raad een negatief advies uitbrengt, deelt de overheid binnen 2 weken na ontvangst ervan haar beslissing mee om al dan niet gevolg te geven aan het advies en voormelde verbintenissen in acht te nemen.
§ 4. Bij negatieve beslissing of bij gemis van een beslissing van de inrichtende macht of van de overheid van de hogeschool kan de meerderheid van de vertegenwoordigers van het personeel of van de studenten in de pedagogische raad van de hogeschool de zaak voorleggen aan de pedagogische gemeenschapscommissie, bij een met redenen omkleed verzoek.
§ 5. De pedagogische gemeenschapscommissie onderzoekt het dossier, hoort op hun verzoek de indieners en de overheid, eventueel bijgestaan door hun representatieve organisatie, en verstrekt binnen 60 dagen een met redenen omkleed advies aan de partijen en aan de Regering over de naleving door de hogeschool van de verbintenissen, vervat in het projekt. Het advies bepaalt welke middelen, vermeld in het projekt, niet werden aangewend door de inrichtende macht of de overheid van de hogeschool, en stelt maatregelen voor om zulks te verhelpen.
§ 6. Als de pedagogische gemeenschapscommissie negatief adviseert, deelt de Regering aan de overheid van de hogeschool mee binnen welke termijn ze de middelen waarin het projekt voorziet, moet aanwenden en stelt ze de middelen daartoe voor.
§ 7. Als na die termijn de Regering, op advies van de pedagogische gemeenschapscommissie, vaststelt dat de overheid van de hogeschool de vermelde middelen nog steeds niet aanwendt, dan beslist ze tot vermindering van de aan de hogeschool toegekende toelagen of werkingskredieten.
Artikel 11 De pedagogische gemeenschapscommissie kan ook een met redenen omklede aanvraag krijgen van een inspecteur van het bestuur van de Franse Gemeenschap, die van oordeel is dat de overheid van de hogeschool een of meer middelen bepaald in het projekt niet aanwendt. In dat geval geldt de procedure van art. 10, §§ 5 tot 7.
Hoofdstuk 3. Structuur van het hoger onderwijs van het korte en het lange type en vaststelling van de graden
Sectie 1. Categorieën hoger onderwijs
Artikel 12<DFG 2006-06-30/38, Art. 9, 026; En vigueur : 15-09-2006> Hoger onderwijs van het korte type of het lange type kan georganiseerd worden in onderstaande categorieën :
1° agronomische categorie;
2° categorie toegepaste kunsten;
3° economische categorie;
4° paramedische categorie;
5° pedagogische categorie;
6° sociale categorie;
7° technische categorie;
8° [6 ...]6.
Artikel 12BIS
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 13 Het hoger onderwijs van het korte en lange type kan ressorteren onder verschillende in art. 12 vermelde categorieën.
Sectie 2. Hoger onderwijs van het korte type
Artikel 14 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 10, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 15
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 16
§ 1. (Specialisatiestudies [7 van niveau 6]7 voor een maximum van 60 studiepunten zij toegankelijk voor de titularis van een academische graad bedoeld bij artikel 15.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 11, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(§ 2. In afwijking van artikel 22 en onverminderd artikel 10, § 2, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 april 1994 houdende vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de diploma's van vroedvrouw en gegradueerde verpleeg(st)er, hebben toegang tot de specialisatiestudies van het korte type die kunnen leiden tot een diploma van specialisatie :
1° de studenten houder van een van de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type (van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type of van de tweede cyclus van het universitair onderwijs, uitgereikt door de Franse Gemeenschap), waarvan de lijst vastgesteld is in het reglement van de studies van de hogeschool waarin zij zich wensen in te schrijven; <DFG 2001-12-20/63, Art. 1, 018; En vigueur : 01-01-2002>
2° [7 de studenten die houder zijn van een van de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type, van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type of van de tweede cyclus van het Belgisch universitair onderwijs, uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschap, dat overeenstemt met een diploma vermeld in de lijst vastgesteld overeenkomstig 1° in het studiereglement van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven; die overeenstemming wordt gekeurd door de overheden van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven.]7
Hebben eveneens toegang tot de specialisatiestudies van het korte type die kunnen leiden tot een diploma van specialisatie, overeenkomstig lid 1, de studenten houder van een buitenlands diploma dat gelijkwaardig erkend is in toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften.) <DFG 1999-04-26/60, Art. 58, 011; En vigueur : 15-04-1999>
[7 De lijst bedoeld in het 1e lid, 1° wordt jaarlijks door elke Hogeschool aan de Algemene raad meegedeeld.]7
Sectie 3. Hoger onderwijs van het lange type
Artikel 17 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 12, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 18
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 19
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 4. Gemeenschappelijke bepalingen voor het hoger onderwijs van het korte en het lange type
Artikel 20
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 21
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 21BIS
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 4. Toegang tot het hoger onderwijs van het korte en het lange type
Artikel 22
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 23§ 1. Overeenkomstig de maatregelen door de Regering genomen op advies van de [8 ARES]8, bepaalt de overheid van de hogeschool de voorwaarden waaronder de studenten overgaan :
1° van een jaar hoger onderwijs van het korte type van een afdeling naar een ander jaar van dat onderwijs in een andere afdeling;
(1°bis van een jaar hoger onderwijs van het korte type tot een jaar van het hoger onderwijs van het lange type;) <DFG 1999-02-08/37, Art. 57, 010; En vigueur : 01-01-1999>
2° van een jaar of cyclus van het hoger onderwijs van het lange type naar een jaar hoger onderwijs van het korte type;
3° van een jaar of cyclus van het universitair onderwijs naar een jaar hoger onderwijs van het korte type;
4° van een 1e cyclus van het hoger onderwijs van het lange type in een afdeling naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type in een andere afdeling;
5° van een 1e cyclus van het universitair onderwijs naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type;
6° van een cyclus van het hoger onderwijs van het korte type naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type in een gelijkaardige afdeling;
7° van een jaar van een cyclus universitair onderwijs of hoger onderwijs van het lange type naar een jaar van een cyclus hoger onderwijs van het lange type;
8° van een 2e cyclus universitair onderwijs naar de specialisatiestudie georganiseerd in het hoger onderwijs van het lange type bij toepassing van artikel 19.
[9 9° van een cyclus van het hoger onderwijs van het korte type naar een tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type waarvoor geen eerste overeenstemmende cyclus georganiseerd wordt.]9
§ 2. De in § 1 bedoelde overgangen gelden ook voor studenten, houder van een titel uitgereikt door het onderwijs voor sociale promotie, die overeenstemt met die, uitgereikt door het onderwijs met volledig leerplan, overeenkomstig artikel 75 van het decreet van 16 april 1991 tot regeling van het onderwijs voor sociale promotie.
Voor specifieke studiebewijzen van het hoger onderwijs voor sociale promotie van stelsel 1, bepaald door voormeld decreet, is ook overgang mogelijk op een wijze die de Regering zal bepalen, op advies van de [8 ARES]8.
§ 3. De in § 1 bedoelde overgangen gelden ook voor studenten die uit het onderwijs voor sociale promotie komen, op voorwaarden die de Regering bepaalt.
Artikel 24
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 25
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 26
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 5. Studieregeling
Sectie 1. Studiereglement en toetreding van de student tot het projekt van de hogeschool
Artikel 27 <DFG 2006-06-30/38, Art. 21, 026; En vigueur : 15-09-2006> De overheid van de hogeschool legt een studiereglement vast op advies van de Pedagogische raad. Dat reglement wordt meegedeeld aan de pedagogische gemeenschapscommissie die het aan de Regering overzendt binnen de 60 dagen na de ontvangst, met een met redenen omkleed advies over de naleving, door het reglement, van het pedagogisch, sociaal en cultureel project bedoeld bij artikel 6 en van bepalingen van de geldende wetten, decreten en besluiten.
Elke wijziging van dit reglement wordt aan dezelfde nadere regels onderworpen.
Het reglement bepaalt o.m. :
1° de organisatie van het academiejaar, met inachtneming van de door de Regering bepaalde vakantie- en verlofregeling;
2° de uren voor het verstrekken van het onderwijs;
3° de regels en nadere regels voor de overgangsmogelijkheden overeenkomstig artikel 23;
4° de regels en de nadere regels voor de valorisatie van de persoonlijke en beroepservaring overeenkomstig artikel 24;
5° de regels voor de spreiding van de studiejaren en de remediëring, overeenkomstig artikel 31;
6° de regels inzake vrijstelling van delen van het programma en vermindering van de minimale studieduur, overeenkomstig de artikelen 34 en 35;
7° het tuchtstelsel en alle beroepsprocedures;
8° de lijst van de diploma's hoger onderwijs die toegang verlenen tot specialisatiestudies;
9° desnoods, overeenkomstig de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het bedrag van het inschrijvingsgeld alsook de lijst van de kosten voortvloeiend uit het studieprogramma.
Het reglement vermeldt het bedrag van het inschrijvingsgeld. Het studiereglement is een openbaar document. Het wordt, op eenvoudige aanvraag, geleverd door de overheid van de hogeschool.
De inrichting van het academiejaar wordt bepaald overeenkomstig de algemene bepalingen getroffen door de Regering.
Artikel 28 § 1. Voor zijn inschrijving ontvangt de student het in artikel 6 bedoelde projekt, het in artikel 27 bedoelde studiereglement en het in artikel 42 bedoelde algemeen examenreglement.
§ 2. Zijn inschrijving impliceert zijn toetreding tot het projekt, het studie- en het examenreglement.
(§ 3. De machten van de hogeschool die - overeenkomstig het decreet van 30 juni 1998 tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen - studies van kinesitherapie organiseren, geven elke student bij zijn inschrijving voor een studiejaar van de studies bedoeld in artikel 1 van hetzelfde decreet, een document met alle informatie die de student kan gebruiken na afloop van zijn studies, meer bepaald de wets-, decreet- en verordeningsbepalingen betreffende de toepassing van een mechanisme ter beperking van het aantal particuliere beroepstitels bedoeld in artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en betreffende de geneeskundige commissies.) <DFG 1998-06-30/40, Art. 14, 008; En vigueur : 01-08-1998>
Sectie 2. Studieprogramma's
Artikel 29
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 30
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 31
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 32 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 24, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Vrijstellingen en vermindering van de studieduur) 25, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 33 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 26, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 34
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 35
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 35BIS (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 4. Kwaliteitscontrole
Artikel 36 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 37 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 5. [10Steunverlening ter bevordering van de slaagkansen]10
Artikel 37BIS[10 Voor 15 mei, voorafgaand aan het betrokken academiejaar, zenden de besturen van de hogescholen de [8 ARES]8 een dossier over houdende de maatregelen die ze wensen te treffen ter bevordering van de slaagkansen bij de studenten van de eerste generatie die zich bij hen komen inschrijven, om de financiering aan te vragen bedoeld in artikel 21quinquies van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.
De [8 ARES]8 onderzoekt de ingediende dossiers en deelt dan de Regering, voor 30 juni van hetzelfde jaar, een met redenen omkleed advies mee over elk van de overgezonden dossiers, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende criteria, waarvan de niet volledige lijst door de Regering kan worden aangevuld :
1° de medewerking tussen de hogescholen van de verschillende netten, zoals die in de Franse Gemeenschap bestaat;
2° de medewerking tussen de hogeschool en ten minste één universitaire instelling, een hoger architectuurinstituut of een hogere kunstschool;
3° de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan de sociaal-economisch kansarme studenten;
4° de capaciteit om het traject van de betrokken studentencategorieën vast te leggen of te beschrijven;
5° de ontwikkeling van didactische methoden met het oog op een versterkte pedagogische begeleiding;
6° de maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van het project.
De [8 ARES]8 stelt de Regering de verdeling voor van de bedragen over de projecten die hij in aanmerking wenst te laten nemen.
De Regering verdeelt dan het toegekende bedrag over de hogescholen, op grond van het advies en het voorstel van de [8 ARES]8, waarbij zij rekening houdt met het feit dat de geselecteerde projecten de slaagkansen het best kunnen bevorderen.]10
Artikel 37TER [10 De hogescholen die een steun genieten die krachtens vorig artikel wordt verleend, zenden de Regering een verslag over alle initiatieven die ter bevordering van de slaagkansen worden genomen over. Dat verslag ontwikkelt inzonderheid :
1° het beleid inzake begeleiding van de studenten van de eerste cyclus;
2° de maatregelen die worden genomen tot bestrijding van het falen in de eerste cyclus;
3° de maatregelen voor het beleid inzake onthaal, informatie, evaluatie, oriëntatie, remediëring en heroriëntatie;
4° de identificatie van de betrokken personeelsleden.]10
Hoofdstuk 6. Examens en examencommissies
Artikel 38
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 39
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 40
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 41
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 42
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 7. Examencommissies voor het hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap
Artikel 43
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 8. Uitreiking van de diploma's
Artikel 44
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 45
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Titel 3. Samenstelling van de hogescholen
Hoofdstuk 1. Criteria voor de hergroeperingen in hogescholen
Sectie 1. Hergroeperingszone
Artikel 46
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 47
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 48
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 2. Omvang, type en categorie
Artikel 49
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 3. Net
Artikel 50 Instellingen ressorterend onder inrichtende machten van verschillende onderwijsnetten kunnen zich groeperen. Onverminderd artikel 53, § 1 kan groepering plaatsvinden door overheveling van afdelingen van instellingen van verschillende netten. In die gevallen opteren de inrichtende machten voor het behoren tot een van de netten waaronder de inrichtingen voor hoger onderwijs voor hun samenvoeging ressorteerden.
De hogescholen worden ingedeeld in drie netten :
1° het net van de Franse Gemeenschap dat de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen omvat;
2° het officieel gesubsidieerd net dat de voor de provincies, de gemeente, de gemeenteverenigingen of elke andere publiekrechtelijke rechtspersonen ingerichte hogescholen omvat;
3° het net van het vrij gesubsidieerd onderwijs dat de door privé-personen ingerichte hogescholen omvat.
Hoofdstuk 2. Procedure inzake samenstelling van de hogescholen <DFG 2006-06-30/38, Art. 33, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 1. Indiening van het voorstel tot groepering (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 51 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 52 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 53 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 2. Onderzoek van het groeperingsvoorstel door het onderhandelingscomité (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 54 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 55 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Opgeheven) 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 3. Rechtspositie van de hogescholen en rechtsopvolging van de instellingen voor hoger onderwijs
Artikel 56 § 1. De hogescholen die onder het net van het gesubsidieerd vrij onderwijs en onder het net van het gesubsidieerd officieel onderwijs ressorteren, worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon, met uitzondering van de hogescholen die inrichtingen voor hoger onderwijs samenbrengen die onder de inrichtende macht van één gemeente of van één provincie ressorteren.
§ 2. Elke door de Franse Gemeenschap ingerichte hogeschool vormt een dienst met afzonderlijk beheer, in de zin van artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
Artikel 57 § 1. De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool, opgericht als rechtspersoon, neemt het geheel van de rechten en plichten van de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs over, welke nodig zijn voor de werkzaamheid van de hogeschool die ze samenstellen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen betreffende het personeel, op grond van de in artikel 52 bepaalde overeenkomsten, mits de betrokken derden hun toestemming geven.
In het gesubsidieerd officieel hoger onderwijs van het lange type en van het korte type wordt elk personeelslid dat, wat hem betreft, er niet mee instemt dat de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool de rechten en verplichtingen overneemt van de inrichtende macht waarvan hij afhangt, als ontslagnemend beschouwd in de zin van artikel 59, 1° van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden uit het gesubsidieerd officieel onderwijs.
In het gesubsidieerd vrij hoger onderwijs van het lange type en van het korte type wordt elk personeelslid dat wat hem betreft er niet mee instemt dat de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool de rechten en verplichtingen overneemt van de inrichtende macht waarvan hij afhangt, als ontslagnemend beschouwd in de zin van artikel 72, 1° van het decreet dd. 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden uit het gesubsidieerd vrij onderwijs.
In afwijking van lid 1 mogen de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs hun eigendomsrecht op hun patrimonium bewaren mits ze de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, aanvaarden. De bestanddelen van dit patrimonium die nodig zijn voor de werkzaamheid van de hogeschool, zullen ter beschikking van bedoelde hogeschool gesteld worden volgens de bij overeenkomst vastgestelde voorwaarden.
§ 2. De hogescholen moeten uiterlijk 30 juni 1997 een inventaris van hun onroerend bezit aan de Regering overzenden.
Hoofdstuk 4. Aanmoediging van de hergroepering (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 39, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 58 (Opgeheven) <DFR 1996-09-09/35, Art. 76, 002; En vigueur : 01-09-1996>
Artikel 59 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 60 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 39, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 5. Procedure inzake samenvoeging van hogescholen
Sectie 1. (Algemene bepaling) 41, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 61<DFG 2006-06-30/38, Art. 42, 026; En vigueur : 15-09-2006> § 1. De hogescholen [11 van één zelfde academische pool]11 [12 of [11 van één zelfde academische zone tussen polen]11 ]12 mogen samengevoegd worden mits toestemming van de Regering.
Ingeval de Hogescholen die samengevoegd worden onder verschillende netten ressorteren, kunnen de overheden van de hogescholen opteren voor de aansluiting van de nieuwe hogeschool bij een van de netten waaronder de hogescholen vóór hun samenvoeging ressorteerden.
§ 2. De hogescholen kunnen beslissen over de overdracht van een categorie, een afdeling of een onderafdeling van een hogeschool, hierna " afstaande hogeschool " naar de andere hogeschool, hierna de " aannemende hogeschool " De vestiging van de categorie, van een afdeling of een onderafdeling, moet plaatsvinden in [11 de academische pool]11 van de aannemende hogeschool.
Sectie 2. (Indiening van het samenvoegingsen overdrachtsvoorstel) 43, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 62<Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 44; En vigueur : 15-09-2006> § 1. Het voorstel tot samenvoeging van hogescholen of van overdracht tussen hogescholen wordt opgesteld door de overheden van de betrokken hogescholen. Het wordt voorgelegd aan de adviezen van de Maatschappelijke raad en van de Pedagogische raad bedoeld bij de artikelen 65 en 69 en van de Studentenraad [5 bedoeld bij artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5 van iedere betrokken hogeschool.
Om in aanmerking te worden genomen, worden deze adviezen binnen de dertig dagen van de aanvraag om advies aan de overheid van de hogeschool uitgebracht.
§ 2. De overheden van de hogescholen zenden aan de Regering het voorstel tot samenvoeging van de hogescholen of van overdracht tussen hogescholen over.
Artikel 63(vroeger art. 62) (§ 1.) Het voorstel tot samenvoeging van hogescholen omvat : <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, 026; En vigueur : 15-09-2006>
1° het projekt bedoeld in artikel 6;
2° de adviezen bedoeld (in artikel 7); <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
3° de benaming gekozen voor de nieuwe hogeschool;
4° de bepaling van de rechtspositie van de hogeschool op het ogenblik van haar oprichting en de ontwerpen van statuten die hierop betrekking hebben;
5° de bepaling van het net waaronder de hogeschool ressorteert;
6° de vestiging en de verdeling van de bevolking per afdeling, per categorie en per type van hoger onderwijs;
7° het aantal en de benaming van de departementen;
8° de samenstelling van de nieuwe inrichtende macht van de hogeschool indien deze niet in de vorm van een rechtspersoon is opgericht;
9° de samenstelling en de bevoegdheden van de bestuurs- en raadplegingsorganen;
10° (het geheel van de tussen hogescholen gesloten overeenkomsten en eventueel, de overeenkomsten met of tussen de inrichtende machten van de hogescholen die niet in de vorm van een rechtspersoon werden opgericht en die de overdracht van de rechten en verplichtingen aan de nieuwe hogeschool betreffen, met inbegrip van de overeenkomsten met derden, het ter beschikking stellen, voor de nieuwe hogeschool, van het patrimonium van de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs die de samengevoegde hogescholen samenstellen;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
11° de (in artikel 62, § 1) bedoelde adviezen; <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
12° eventueel de voorgestelde samenstelling van de in artikel 26 bedoelde commissie;
(13° de geldelijke en pedagogische voordelen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[13 14° het advies van de organen voor plaatselijk overleg.]13
(§ 2. Het voorstel tot overdracht tussen hogescholen omvat :
1° het pedagogisch, sociaal en cultureel project bedoeld bij artikel 6 van de " aannemende hogeschool "zoals gewijzigd als gevolg van de overdracht;
2° de adviezen bedoeld bij artikel 7, tweede lid, en bij artikel 62, § 1;
3° als gevolg van de overdracht, een opsomming van de verdeling van de bevolking per afdeling, categorie, hoger onderwijstype en per vestigingsplaats;
4° het aantal en de benaming van de categorieën en, desnoods, van de departementen;
5° desgevallend, de wijzigingen van de samenstelling van de nieuwe inrichtende macht van de hogeschool indien deze niet samengesteld wordt in de vorm van een rechtspersoon of de statutaire wijzigingen indien de hogeschool samengesteld is in de vorm van een rechtspersoon;
6° de samenstelling en de bevoegdheden van de beheers- en raadplegingsorganen als gevolg van de overdracht;
7° het geheel van de overeenkomsten gesloten tussen hogescholen en, desnoods, met of tussen de inrichtende machten van de hogescholen die niet samengesteld zijn in de vorm van een rechtspersoon, betreffende de overdracht van de rechten en verplichtingen aan de aannemende hogeschool, met inbegrip van de overeenkomsten met derden, en desgevallend, betreffende de terbeschikkingstelling ten bate van de aannemende hogeschool van het patrimonium van de inrichtende macht van de afstaande hogeschool;
8° de adviezen bedoeld bij artikel 62, § 1;
9° de geldelijke en pedagogische voordelen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Onderzoek van de voorstellen tot samenvoeging van hogescholen en tot overdracht tussen hogescholen door de Algemene raad van de hogescholen) <DFG 2006-06-30/38, Art. 46, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 63BIS(vroeger art. 63) § 1. (De Regering zendt onverwijld de voorstellen tot samenvoeging van hogescholen of tot overdracht tussen hogescholen over aan) ([14 de ARES]14). <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 2. (Binnen de 2 weken zendt het comité, ter kennisgeving, het voorstel tot samenvoeging van hogescholen of overdracht tussen hogescholen aan de overheden van de hogescholen in [14 de betrokken academische pool(olen)]14). (Die hogescholen kunnen het onderhandelingscomité een advies uitbrengen binnen de 30 dagen na ontvangst van de voorstellen tot samenvoeging of overdracht.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, d en e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 3. (Het onderhandelingscomité onderzoekt het voorstel tot samenvoeging of overdracht); als de (in 62) of van dit artikel bedoelde adviezen negatief zijn of als het een klacht ontvangen heeft van een deel van de onderwijsgemeenschap volgens welke de voorgestelde fusie de belangen van een andere hogeschool in [14 de betrokken academische pool(olen)]14 ernstig schaadt, dan hoort het de partijen en treedt het bemiddelend op. <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, b en f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. Binnen 3 maanden na ontvangst van (het voorstel tot samenvoeging of overdracht) overhandigt het comité aan de Regering een omstandig advies, met : <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
- de notulen van de vergaderingen;
- eventueel de notulen van hoorzittingen;
- de redenen waarom de ongunstige adviezen bedoeld in § 2 van artikel 61 of van dit artikel, al dan niet gewettigd zijn;
- een met redenen omkleed besluit over het al dan niet schaden van de belangen van een andere hogeschool in [14 de betrokken academische pool(olen)]14, gelet op de in § 3 bedoelde klachten, en eventueel maatregelen om zulks te verhelpen.
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, h, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 4. Beslissing van de Regering 48; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 64 <DFG 2006-06-30/38, Art. 48, 026; En vigueur : 15-09-2006> Na ontvangst van het advies of bij gebreke aan advies binnen de bij artikel 63 bis, § 4, eerste lid, bepaalde termijn, keurt de Regering het voorstel tot samenvoeging of overdracht goed of wijst het af.
De samenvoeging of de overdracht wordt effectief bij het begin van het volgende academiejaar.
Titel 4. Beheer van de hogescholen
Hoofdstuk 1. Het beheer van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen
Artikel 65De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen, opgericht in de vorm van een rechtspersoon, worden door een raad van bestuur beheerd en zijn voorzien van een bestuurscollege, een pedagogische raad en een sociale raad.
Het bestuurscollege zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur en neemt de beslissingen waarvoor het delegatie heeft gekregen. Het oefent de bevoegdheid uit van de directeurs en adjunct-directeurs van de instellingen voor hoger onderwijs.
De pedagogische raad moet door de raad van bestuur en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de pedagogische middelen [15 ...]15.
De sociale raad moet door de raad van bestuur en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de materiële en sociale voorwaarden voor de studenten. Het komt hem toe, in overleg met de bestuursorganen van de hogeschool de beschikbare gelden voor de sociale behoeften van de studenten te beheren, bedoeld in titel VII.
Artikel 66De Raad van Bestuur bestaat uit :
1° de Directeur-Voorzitter;
2° de directeurs van de in artikel 71 bedoelde categorieën;
3° [16 van vier personeelsleden van de hogeschool, in vast verband benoemd of tijdelijk aangeworven voor onbepaalde duur in de hogeschool met minstens zes jaar anciënniteit, die de vakorganisaties vertegenwoordigen die in het Comité van de sector IX zetelen in evenredigheid met hun gewicht in de hogeschool, waarbij elke organisatie over ten minste één mandaat beschikt, en die aan de Regering door de betrokken vakorganisaties worden voorgelegd;]16
4° een vertegenwoordiger van het meesters-, vak- en dienstpersoneel, door dit personeel onder zijn leden gekozen;
[17 4°bis een vertegenwoordiger van het vastbenoemde administratief personeel, gekozen door het betrokken personeel onder zijn leden;]17
5° twee personen door de Minister gekozen, gelet op hun bijzondere bekwaamheid in het beroep waarop de ingerichte studies betrekking hebben, en voorgedragen door de in 1°, 2° en 3° bedoelde leden van de Raad van Bestuur, op een dubbele lijst;
6° vier door de Minister gekozen personen die de sociale kringen vertegenwoordigen en voor de helft voorgedragen worden door de interprofessionele vakbonden en voor de helft door de werkgeversorganisaties;
7° studenten (die alle categorieën vertegenwoordigen) (...), naar rato van ten minste 20 % van de raad van bestuur. <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999> <DFG 2006-06-30/38, Art. 49, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(De leden bedoeld bij 7° hebben een plaatsvervanger. Deze vervangt het werkend lid voor wie hij inspringt bij afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid van student, van dit werkend lid.) <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999>
[18 De leden bedoeld in 3° en 6° worden door de Regering voor een periode van vijf jaar aangesteld. Elk van die leden heeft een plaatsvervanger die door de Regering volgens dezelfde nadere regels wordt aangesteld. Deze vervangt het werkend lid bij afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid die zijn mandaat wettigde.
De in 5° bedoelde leden worden door de Regering voor een periode van vijf jaar aangesteld.]18
[17 De duur van het mandaat van de leden bedoeld bij het 4° en het 4°bis bedraagt vijf jaar met uitzondering van het mandaat toegekend voor de eerste keer aan een vertegenwoordiger van het vastbenoemde administratief personeel, dat een einde neemt tezelfdertijd als dat van de leden bedoeld bij het 3°, 4°, 5° en 6°.]17
(De leden bedoeld bij 7° alsook hun plaatsvervangers worden voor één jaar door de bij artikel 73 bedoelde studentenraad aangesteld.) <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999>
De mandaten zijn vernieuwbaar.
Artikel 67Het bestuurscollege bestaat uit de in artikel 71 bedoelde categoriële directeurs en wordt door de Directeur-Voorzitter voorgezeten.
De Directeur-Voorzitter wordt aangesteld door de Regering die hem kiest uit [19 een lijst van drie kandidaten die door leden uit alle personeelscategorieën gekozen worden]19 .
[20 Voor de toepassing van het vorige lid worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling in de hogeschool presteren op de datum van de sluiting van de verkiezingslijsten. Wordt als personeelslid beschouwd elk lid van het statutair personeel of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende elk van de drie jaren voorafgaand aan de datum van sluiting van de verkiezingslijsten. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]20
[20 Het mandaat van Directeur-Voorzitter heeft een vernieuwbare duur van vijf jaar en is onverenigbaar met het mandaat van Categoriedirecteur.
De Regering kan afwijken van de onverenigbaarheid bedoeld bij het vorige lid op met redenen omklede aanvraag van de academische overheid van de hogeschool. De aanvraag moet het advies van de organen voor plaatselijk overleg bevatten.]20
De Directeur-Voorzitter mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
[21 Wanneer een categoriedirecteur of een directeur-voorzitter gedurende meer dan één maand afwezig is wegens ziekte of ongeval, stelt het bestuurscollege de Regering voor een waarnemend categoriedirecteur of een waarnemend directeur-voorzitter aan te stellen, totdat de titelvoerende directeur terugkomt, en uiterlijk tot het einde van het mandaat van deze].21
Artikel 68 Voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen bepaalt de Regering de samenstelling en de werking (van de categorieraad,) van de pedagogische raad, de sociale raad en de departementsraad alsook (de samenstelling en) de werking van de raad van bestuur. <DFG 2006-06-30/38, Art. 51, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 68BIS[22 Wanneer de financiële situatie van de hogeschool die is ingericht door de Franse Gemeenschap of wanneer de eerbiediging van de wetten, decreten en verordeningen dit vereisen, kan de minister van het hoger onderwijs of, desgevallend, de hiertoe door de Regering aangewezen afgevaardigde, het betrokken beheersorgaan verplichten zich te beraden over ieder vraagstuk dat hij bepaalt en binnen de termijn die hij vastlegt.
Wanneer deze termijn verstreken is en het beheersorgaan geen beslissing genomen heeft of wanneer de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde niet akkoord gaat met de door dit orgaan genomen beslissing, kan de Regering of de door de Regering aangewezen afgevaardigde de beslissing nemen in plaats van het beheersorgaan.]22
Artikel 68TER [23 § 1. Onverminderd artikel 68, wanneer de financiële toestand van de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogeschool of de inachtneming van de wetten, decreten en reglementen het vergen, kan de Minister bevoegd voor het hoger onderwijs of, desgevallend, de daartoe door de Regering aangewezen afgevaardigde, een voorlopige administrateur en/of een begeleidingscomité aanstellen.
De voorlopige administrateur en/of het begeleidingscomité oefenen hun opdrachten uit onverminderd deze van de Regeringscommissaris. Hun opdrachten vullen elkaar aan.
§ 2. De voorlopige administrateur is geen personeelslid van de hogeschool en heeft geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer van deze.
Hij wordt voor een periode van maximum één jaar aangewezen. De minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde, kan op elk ogenblik een einde stellen aan zijn opdracht.
Binnen de door de minister of door de Regering aangewezen afgevaardigde bepaalde perken, treedt de voorlopige administrateur in de plaats van de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs en wordt hij de afgevaardigde ordonnateur.
Een keer per maand brengt de voorlopige administrateur verslag uit bij de raad van bestuur over de maatregelen die hij meent te treffen in het kader van zijn opdracht.
§ 3. Het begeleidingscomité is een collegiaal orgaan samengesteld uit minstens twee personen die geen personeelslid zijn van de hogeschool en geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer van deze hebben. Het wordt voor een periode van maximum één jaar aangewezen. De minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde, kan op elk ogenblik een einde stellen aan zijn opdracht.
Het begeleidingscomité kan met de volgende opdrachten belast worden :
1° een raadgevende opdracht en een opdracht als administratieve en organisatiesteun aan de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs;
2° een voogdijopdracht over geheel of deel van de opdrachten van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs;
3° een informatieopdracht bij de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde over geheel of deel van het beheer en de werking van de hogeschool, alsook de staat van zijn patrimonium;
4° een opdracht van administratief onderzoek.
In het geval bedoeld bij 2°, binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald door de minister of de afgevaardigde aangewezen door de Regering leggen de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs hun beslissingen aan het voorafgaande visum van het begeleidingscomité voor.
§ 4. Gedurende hun mandaat brengen de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité verslag aan de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde uit over het verloop van hun opdracht.
Op het einde van hun mandaat zenden de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité een schriftelijk verslag aan de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde toe over het verloop van hun opdracht en de geldelijke toestand van de hogeschool.
§ 5. In het kader van de uitoefening van hun opdracht hebben de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité toegang tot enig document, wat ook de drager, betreffende het beheer en de werking van de hogeschool, haar categorieën of haar patrimonium.
De leden van de beheersorganen, de Directeur-Voorzitter, de Categoriedirecteurs en de personeelsleden van de hogeschool werken samen met het begeleidingscomité en de voorlopige administrateur.
In het kader van de uitoefening van de opdracht bedoeld bij paragraaf 3, 4°, organiseert het begeleidingscomité hoorzittingen met inachtneming van het tegenspraakbeginsel en stelt processen-verbaal op. Het begeleidingscomité licht de leden van de beheersorganen, de Directeur-Voorzitter, de Categoriedirecteurs en de personeelsleden van de hogeschool die gehoord worden in dit kader in over het feit dat ze er niet toe gehouden worden samen te werken als ze bij de zaak zouden kunnen worden betrokken.
§ 6. De voorlopige administrateur geniet het geldelijke statuut van de directeur van het hoger onderwijs van het lange type in functie vóór 1 september 1996 of van Directeur-Voorzitter.
§ 7. Het Parlement van de Franse Gemeenschap wordt op de hoogte gehouden van de aanwijzing van een voorlopige administrateur en/of het begeleidingscomité bedoeld bij § 1.]23
Hoofdstuk 2. Het beheer van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen
Artikel 69De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen, opgericht in de vorm van een rechtspersoon, worden door bestuurs- en raadplegingsorganen beheerd waarvan ze voorzien worden na beslissing van de inrichtende machten.
De niet als rechtspersoon opgerichte hogescholen zijn voorzien van beheersorganen, alsook van de door hun inrichtende machten ingestelde adviesorganen.
In elke hogeschool is er ten minste een bestuursorgaan, een bestuurscollege, een pedagogische raad en een sociale raad.
Het bestuurscollege zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van het bestuursorgaan en neemt de beslissingen waarvoor het delegatie heeft gekregen.
De pedagogische raad moet door het bestuursorgaan en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de pedagogische middelen [24 ...]24.
De sociale raad moet door het bestuursorgaan (of door) het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de materiële en sociale voorwaarden voor de studenten. Het komt hem toe, in overleg met de bestuursorganen van de Hogeschool de beschikbare gelden voor de sociale behoeften van de studenten te beheren. <DFG 2006-06-30/38, Art. 52, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[24 In het bestuursorgaan is het personeel vertegenwoordigd ten belope van minstens een vierde van de leden.
Een kandidaat kan geweigerd worden omdat hij syndicaal afgevaardigde is]24
Artikel 69BIS [25 Voor de hogescholen gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, bepaalt de Regering de nadere regels van werking en verkiezing van het Directiecollege en van de Categorieraad. ]25
Artikel 70Het bestuurscollege omvat de directeurs van de in artikel 71 bedoelde categorieën en wordt door de directeur-voorzitter voorgezeten.
De directeur-voorzitter wordt aangesteld door de inrichtende macht die hem uit [26 een lijst van drie kandidaten die door leden uit alle personeelscategorieën gekozen worden]26 kiest.
[27 Voor de toepassing van het vorige lid worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling in de hogeschool presteren op de datum van sluiting van de kieslijsten. Wordt geacht als lid van het personeel elk lid van het vastbenoemd personeel dat of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende ieder van de drie jaren die de datum van sluiting van de kieslijsten voorafgaan. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]27
[27 Het mandaat van Directeur-Voorzitter bedraagt een vernieuwbare duur van vijf jaar en is onverenigbaar met het mandaat van Categoriedirecteur.
De Regering kan van de onverenigbaarheid afwijken bedoeld bij het vorige lid op met redenen omkleed advies van de inrichtende macht. De aanvraag moet het advies bevatten van de organen voor plaatselijk overleg van de hogeschool.]27
De Directeur-voorzitter mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
Hoofdstuk 3. Gemeenschappelijke bepalingen voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde of ingerichte hogescholen
Artikel 71(Eerste lid geschrapt) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
In de hogescholen van de Franse Gemeenschap wordt elke categorie bestuurd door een directeur, benoemd door de Regering, die hem uit een lijst van drie [28 door alle personeelsleden]28 van de studiecategorie voorgedragen kandidaten kiest.
In de gesubsidieerde hogescholen wordt elke categorie bestuurd door een directeur, benoemd door de inrichtende macht uit een lijst van 3 [28 door alle personeelsleden]28 van de categorie voorgedragen kandidaten.
[29 Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling van de betrokken categorie in de hogeschool presteren op de datum van sluiting van de kieslijsten. Wordt geacht als lid van het personeel elk lid van het vastbenoemd personeel dat of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende ieder van de drie jaren die de datum van sluiting van de kieslijsten voorafgaan. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]29
(Indien er meer dan drie kandidaten zijn, [28 alle personeelsleden]28 van de betrokken studiecategorie wordt opgeroepen om drie kandidaten te kiezen op basis van een lijst samengesteld, naast de kandidaat (-ten), van alle leden van het onderwijzend personeel van de betrokken studiecategorie, die voldoen aan de voorwaarden bedoeld bij artikel 15 van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Het mandaat van categoriedirecteur duurt vijf jaar en mag vernieuwd worden.
Hij mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
(Voor de hogescholen die een categorie paramedisch onderwijs organiseren en waarvan de directeur van de categorie paramedisch onderwijs geen houder is van een diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, afgeleverd door een faculteit geneeskunde en geeen lid is van de Orde der Geneesheren, wordt de wetenschappelijke controle uitgeoefend door een doctor in de genees-, heel- en verloskunde met een diploma dat werd afgeleverd door een faculteit geneeskunde, die lid is van de Orde der Geneesheren en de titel van " medisch adviseur " draagt.) <DFG 1998-06-30/40, Art. 12, 008; En vigueur : 01-08-1998>
(Elke categorie van de hogeschool is voorzien van een categorieraad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
De (categorieraad) moet, op eigen initiatief of op vraag van het bestuursorgaan van de hogeschool adviezen uitbrengen over kwesties die het departement aanbelangen. (Het advies van de categorieraad wordt aangevraagd voor elke wijziging van de uurregeling.) [30 Een departement kan categorieoverschrijdend zijn. In dit geval brengt de Departementsraad zijn adviezen uit aan de Categorieraden waartoe hij behoort.]30 <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, d en e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Elk departement kan een departementsraad hebben. Deze raad brengt adviezen uit ten bate van de categorieraad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Het bestuurscollege dient gedetailleerde verslagen in bij het beheersorgaan van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen of bij de raad van bestuur voor de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap, over de weigeringen tot inschrijving, het slagen van de studenten, de bestemming van de human resource en de aanwending van pedagogische middelen, op aanvraag van een lid van één van de hierboven bedoelde organen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 71BIS <Ingevoegd bij DFG 2007-05-25/51, Art. 2; En vigueur : 04-07-2007> § 1. In geval van samenvoeging van Hogescholen, kan in het voorstel tot samenvoeging, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat één of meer Directeur-Voorzitters van de samengevoegde Hogescholen hun mandaat zullen voleindigen binnen de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging. Is het niet het geval, dan wordt tot een aanwijzing overgegaan overeenkomstig, naargelang het geval, artikel 67, tweede lid, of artikel 70, tweede lid.
In het geval meerdere directeur-voorzitters aldus hun mandaat behouden, bepaalt het voorstel tot samenvoeging ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de directeur-voorzitters bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend. Het voorstel tot samenvoeging kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege.
Artikel 71TER <Ingevoegd bij DFG 2007-05-25/51, Art. 3; En vigueur : 04-07-2007> § 1. In geval van samenvoeging van Hogescholen, voleindigt de categoriedirecteur van een samengevoegde Hogeschool zijn mandaat in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging wanneer geen enkel van de andere samengevoegde scholen deze categorie bevat.
Wanneer eenzelfde categorie in meerdere samengevoegde Hogescholen bestaat, kan in het voorstel tot samenvoeging, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat één of meer directeurs van deze categorie hun mandaat zullen voleindigen binnen de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging. In het geval dat meerdere categoriedirecteurs aldus hun mandaat behouden, bepaalt het voorstel tot samenvoeging ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de categoriedirecteurs bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend binnen dezelfde categorie. Het voorstel tot samenvoeging kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege. Het kan ook, voor een maximale duur van vijf jaar, een afweging van de stemmen op het Directiecollege bepalen.
In afwijking van het tweede lid, wanneer binnen eenzelfde categorie van de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging, bepaald wordt ofwel dat het onderwijs verdeeld verstrekt wordt over twee vestigingen verwijderd van elkaar met meer dan vijf kilometer, ofwel dat twee onderwijsniveaus, een hoger onderwijs van het lange type en een hoger onderwijs van het korte type, ingericht worden op twee verschillende vestigingen, en wanneer, daarenboven, het voorstel tot samenvoeging bepaalt dat het onderwijs verstrekt op iedere vestiging, binnen de samengevoegde Hogeschool twee verscheidene departementen binnen dezelfde categorie zal uitmaken, kan voornoemd voorstel tot samenvoeging tevens bepalen dat twee directeurs die de leiding hebben, elk in één van de samengevoegde Hogescholen, van de betrokken categorie, de prerogatieven zullen uitoefenen van categoriedirecteur, elk voor één van beide departementen, in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging, en dit tot het einde van hun lopende mandaat.
§ 2. In geval van overdracht van de categorie van de ene Hogeschool naar een andere Hogeschool, voleindigt de directeur van de overgedragen categorie zijn mandaat in de aannemende Hogeschool wanneer deze categorie in deze Hogeschool niet bestond voor de overdracht.
Wanneer dezelfde categorie als deze die overgedragen wordt in de Hogeschool voor de overdracht bestond, kan in het voorstel tot overdracht, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat de directeur van de overgedragen categorie zijn mandaat zal voleindigen binnen de aannemende Hogeschool. In dat geval, indien een directeur een mandaat in deze categorie uitoefende binnen de aannemende Hogeschool op het ogenblik van de overdracht, bepaalt het voorstel tot overdracht ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de categoriedirecteurs bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend binnen dezelfde categorie. Het voorstel tot overdracht kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege.
In afwijking van het tweede lid, wanneer binnen de categorie van de aannemende Hogeschool die een overdracht genoot, bepaald wordt ofwel dat het onderwijs verdeeld verstrekt wordt over twee vestigingen verwijderd van elkaar met meer dan vijf kilometer, ofwel dat twee onderwijsniveaus, een hoger onderwijs van het lange type en een hoger onderwijs van het korte type, ingericht worden op twee verschillende vestigingen, en dat, daarenboven, het voorstel tot overdracht bepaalt dat het onderwijs verstrekt op iedere vestiging, binnen de aannemende Hogeschool twee verscheidene departementen binnen dezelfde categorie zal uitmaken, kan voornoemd voorstel tot overdracht tevens bepalen dat de twee directeurs die de leiding hebben, de ene in de afstaande Hogeschool en de andere in de aannemende Hogeschool, van de betrokken categorie, de prerogatieven zullen uitoefenen van de categoriedirecteurs, elk voor één van beide departementen, in de aannemende Hogeschool, en dit tot het einde van hun lopende mandaat.
Hoofdstuk 4. (Samenstelling van de Sociale raad, de Pedagogische raad, de Categorieraad en de Departementsraad) 55, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 72 In de door de Franse Gemeenschap ingerichte en gesubsidieerde hogescholen vertegenwoordigen :
1° ten minste een vierde van de leden de personeelsleden in de pedagogische raad, de sociale raad (Categorieraad) en de departementsraad; <DFG 2006-06-30/38, Art. 56, a, 027; En vigueur : 15-09-2006>
2° ten minste een derde van de leden het personeel in de pedagogische raad;
3° ten minste de helft van de leden de studenten in de sociale raad;
4° ten minste een vijfde van de leden de studenten in de (Categorieraad, en desnoods, de) departementsraad; <DFG 2006-06-30/38, Art. 56, b, 027; En vigueur : 15-09-2006>
5° ten minste een derde van de leden de studenten in de pedagogische raad.
Titel 5. Inspraak van de studenten
Hoofdstuk 1. Instelling van een studentenraad in de hogescholen
Artikel 73
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 74
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 2. Beschikbare middelen
Artikel 75
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 75BIS
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 3. Inspraak van de studenten in het beheer van de hogescholen
Artikel 76
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 4. Voorlichting van de studenten
Artikel 77
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 5. Representatieve gemeenschapsorganisatie van de studenten
Artikel 78 (Opgeheven) <DFG 2003-06-12/39, Art. 47, 022; En vigueur : 01-09-2003>
Titel 6. Instelling van nieuwe organen
Hoofdstuk 1. Algemene raad van de hogescholen
Artikel 79
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 2. Pedagogische gemeenschapscommissie
Artikel 80
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Artikel 81
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Artikel 81BIS
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Hoofdstuk 3. Cel voor pedagogische prospectie (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 82 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 83 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 84 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 4. Onderhandelingscomité (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 85 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 86 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 5. Net overschrijdende overlegraad
Artikel 87
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 88
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Titel 7. Sociale toelagen
Artikel 89(§ 1. De Franse Gemeenschap komt bij middel van jaarlijkse toelagen, de sociale subsidies genaamd, tegemoet aan de financiering van de sociale behoeften van de studenten.) <DFR 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996>
§ 2. Deze sociale toelagen worden specifiek op de begroting uitgetrokken.
[§ 3. De in § 1 bedoelde sociale subsidies worden berekend op grond van het aantal subsidieerbare studenten op 1 februari van het jaar voor het begrotingsjaar. [31 Vanaf het begrotingsjaar [32 2015]32 wordt een bedrag van [32 71,12 euros]32 toegekend, per subsidieerbare student, aan elke hogeschool. Vanaf het begrotingsjaar [32 2017]32, wordt dat bedrag jaarlijks aangepast aan de schommeling van het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van het jaar vooraf.]31 [33 [34 Wordt toegevoegd aan dit bedrag, het bedrag bedoeld bij artikel 21quater, § 3, a)]34, van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen.]33] <DFG 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996> <DFG 2006-12-15/84, Art. 14, 028; En vigueur : 01-01-2007>
[§ 4. De sociale subsidies zijn het voorwerp van driemaandelijkse betalingen.] <DFR 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996>
§ 5. [opgeheven] <DFG 2006-12-15/84, Art. 14, 028; En vigueur : 01-01-2007>
[§ 6. De Regering kan het bij § 3 bedoeld bedrag verhogen.] <DFG 2006-06-30/38, Art. 69, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 90De in artikel 89 bedoelde sociale toelagen dienen voor de werking van de [5 in artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5 bedoelde studentenraad,(rechtstreekse of onrechtstreeksesociale hulpverlening aan studenten) de sociale diensten, de oriëntering, de studententehuizen en -restaurants, voor de bouw, modernisering, verruiming en aanpassing van de voor die doeleinden bestemde gebouwen. <DFG 1999-02-08/37, Art. 61, 010; En vigueur : 01-01-1999>
(De Regering vult desgevallend deze lijst aan en bepaalt minima en maxima voor de aanwending van iedere categorie bedoeld bij het eerste lid, met inachtneming van het derde lid.
[35 De sociale subsidies bedoeld in artikel 89 kunnen gebruikt worden voor de uitvoering van het decreet van 30 januari 2014 betreffende het inclusief hoger onderwijs binnen de perken bepaald in artikel 31 van dit decreet.]35
De academische criteria kunnen niet in aanmerking worden genomen voor de toelaatbaarheid en de toelating van studenten tot de subsidie toegekend door de Sociale raad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 70, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 91Vóór (1 december) maakt de sociale raad een begroting voor het volgende begrotingsjaar op, na advies van de studentenraad. <DFG 2001-12-20/63, Art. 5, 018; En vigueur : 01-01-2002>
De begroting maakt een onderscheid tussen de verrichtingen ten laste van het lopende begrotingsjaar en die ten laste van de saldi van de vorige jaren.
De raad houdt een volledige boekhouding bij, die hij met zijn rekeningen jaarlijks aan een bedrijfsrevisor voorlegt.
Hij overhandigt de Regering vóór 31 maart een jaarrekening voor het vorige begrotingsjaar en een jaarrekening met :
1° de verantwoording van het financieel beheer in het vorige begrotingsjaar;
2° de personeelsbezetting;
3° de inventaris van het eigen vermogen;
4° het verslag van de bedrijfsrevisor of van de fungerende ontvanger;
5° een verslag over de juiste bestemming van de bijdragen van de Gemeenschap;
[36 6° een uiteenzetting over het beleid gevolgd door de Sociale Raad bij het aanwenden van de sociale subsidies;
- 7° de criteria voor de toekenning van financiële steun ten behoeve van studenten;
- 8° de beschrijving van de juridische, oriëntatie- en plaatsingsdiensten voor de studentenjobs, verricht in het kader van de aanwending van sociale subsidies;
- 9° de mogelijke medewerking met andere Hogescholen of universitaire instellingen inzake sociale diensten.]36
Artikel 91BIS<Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 71; En vigueur : 15-09-2006> De Sociale raden van meerdere inrichtingen voor hoger onderwijs, in de zin van artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004, kunnen tot 30 % van hun subsidies verdelen met als doel gemene projecten te kunnen verwezenlijken of sommige uitgaven te verdelen of optimaliseren. Voor het beheer van deze uitgaven, vaardigt iedere Sociale raad een vertegenwoordiger af van het bestuurspersoneel en een vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel en twee vertegenwoordigers van de studenten die zetelen in een inrichtingoverschrijdende sociale raad. Iedere beslissing genomen door deze inrichtingoverschrijdende sociale raad kan een veto oplopen bij een meerderheid van de stemmen uitgaande van één van de partner sociale raden.
Artikel 91TER <Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 72; En vigueur : 15-09-2006> Wanneer het bedrag van de reservemiddelen van de sociale raad twee maal het bedrag overschrijdt van de subsidies toegekend gedurende het vorige begrotingsjaar, wordt de som die dat bedrag overschrijdt uitgetrokken op de volgende toelagen en gestort op het " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur "(Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs) ingesteld door het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur ".
Artikel 91QUATER <Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 73; En vigueur : 15-09-2006> De individuele dossiers ingediend door de studenten bij de Sociale raad worden anoniem behandeld.
De leden van de Sociale raad worden tot het beroepsgeheim gehouden tijdens de uitoefening van hun mandaat wanneer ze individuele aanvragen van studenten onderzoeken.
De Sociale raad wijst één of meer refertepersonen aan. Deze persoon is belast met het behandelen van de dossiers van aanvraag om tussenkomst van de Sociale raad ingediend door de studenten. Ze zorgt ervoor dat de dossiers of hun samenvatting, overgezonden aan de Sociale raad om beslissing, geen persoonlijke gegeven bevatten die ertoe zouden kunnen leiden de student te identificeren. De refertepersoon kan niet lid zijn van de Sociale raad en wordt tot het beroepsgeheim gehouden.
De Regering kan terzake bijzondere bepalingen treffen.
Titel 8. Samenwerking van hogescholen
Artikel 92 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 74, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 93 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 75, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Titel 9. Het beslechten van belangenconflicten in de hogescholen
Artikel 94Bij een belangenconflict in een orgaan van een hogeschool, tussen de vertegenwoordigers van departementen of die van onderwijstypes, of tussen de componenten van organen van de hogeschool, over alle materies betreffende de hogeschool buiten de naleving van het projekt kan een verzoek tot bemiddeling ingediend worden bij de pedagogische gemeenschapscommissie door elke component van een orgaan van de hogeschool.
De Commissie hoort de partijen, eventueel bijgestaan door hun representatieve organisatie, en streeft verzoening tussen de partijen na.
Titel 10. Opheffings, overgangsen slotbepalingen
Artikel 95 Het decreet dd. 27 oktober 1994 houdende algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen wordt opgeheven.
Artikel 96 De artikelen 2, 1e lid, 2bis, 2ter, 2quater, 3, 5, 5bis, § 1, a, b, c, e, § 2, § 3, a, b, 6, 7, 8, 9, 9bis, § 2, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs gelden niet voor de hogescholen.
In dezelfde wet wordt in artikel 2ter " en 1993-1994 en 1994-1995 " vervangen door " 1993-1994, 1994-1995 en 1995-1996 ".
Artikel 97 Voor de hoger-onderwijsinstellingen van de gesubsidieerde netten heeft de niet-naleving van de in de artikelen 51 t/m 57 gestelde verplichtingen het definitief verlies van het recht op toelagen tot gevolg.
Voor de instellingen van het net georganiseerd door de Franse Gemeenschap heeft de niet-naleving van die artikelen de sluiting van de hoger-onderwijsinstelling tot gevolg.
Artikel 98 Voor hoger-onderwijsinstellingen van het gesubsidieerd net heeft de niet-naleving van de in de artikelen 26, 27 en 37 voorkomende bepalingen het verlies van het recht op toelagen, tot een beloop van 20 % tot gevolg.
Voor de instellingen van het net georganiseerd door de Franse Gemeenschap heeft de niet-naleving van die bepalingen het verlies van de middelen, bestemd voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs, tot een beloop van 20 %, tot gevolg.
De niet-naleving van de bepalingen wordt vastgesteld door de Regering.
De vermindering van de toelagen of werkingskredieten door de Regering ingevolge artikel 10, § 7, beloopt 20 %.
Artikel 99 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 76, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 100 Bij de oprichting van de hogeschool bestaat het bestuurscollege, in afwijking van de artikelen 67 en 70, van rechtswege uit de directeurs, adjunct-directeurs en onderdirecteurs van de hoger-onderwijsinstellingen die de hogeschool samenstellen.
(Tweede lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 77, a, 027; En vigueur : 15-09-2006>
(Derde lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 77, b, 027; En vigueur : 15-09-2006>
De inrichtende macht benoemt de categoriale directeurs onder de leden van rechtswege van het bestuurscollege. De categoriale directeurs, benoemd ingevolge het voorgaande lid, worden overeenkomstig artikel 71 vervangen.
(In geval van samenvoeging van Hogescholen of overdracht van de categorie van de ene Hogeschool naar de andere, behoudt de categoriedirecteur benoemd overeenkomstig het vorig lid zijn ambt, naargelang het geval, in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging of in de aannemende Hogeschool. Artikel 71 is op hem echter van toepassing. Voor de toepassing van deze bepaling, wordt hij geacht een mandaat uit te oefenen.) <DFG 2007-05-25/51, Art. 4, 030; En vigueur : 04-07-2007>
Artikel 101 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 78, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 102 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 79, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 103
<Opgeheven bij DFG 2007-12-13/52, Art. 22, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
Artikel 104 Alle bepalingen van wetten, decreten en reglementen betreffende de instellingen voor hoger onderwijs gelden mutatis mutandis voor de hogescholen totdat de Raad of de Regering ze eventueel wijzigt of afschaft.
Artikel 105 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 80, 027; En vigueur : 15-09-2006>ve studentenorganisaties in hoger-onderwijsinstellingen erkennen.
Artikel 106 De wet van 22 december 1986 op de intercommunale verenigingen is toepasselijk op hogescholen samengesteld uit hoger-onderwijsinstellingen die door ten minste 2 gemeenten georganiseerd waren, onverminderd de artikelen 69 t/m 72.
Artikel 107 Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, behalve artikel 61, § 4, dat op 1 september 1998 in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1Voor de toepassing van dit decreet dient verstaan te worden onder :
1° Hogeschool : inrichting voor hoger onderwijs, ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, die (buiten de Universiteit) hoger onderwijs van het lange en/of het korte type verstrekt (en uitzondering van de studies ingericht door de hogere instituten voor architectuuronderwijs en de hogere kunstscholen) volgens de bij dit decreet bepaalde modaliteiten. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, a en b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
2° Overheid van de hogeschool :
a) Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen : de overheid die in elke hogeschool gemachtigd is, hetzij door de inrichtende macht van de hogescholen die niet in de vorm van rechtspersonen worden samengesteld, hetzij statutair, hetzij door delegatie, de bevoegdheid uit te oefenen (die verband houdt met de inrichting van het onderwijs) die aan bedoelde hogescholen door dit decreet wordt verleend. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
b) Voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen : de raad van bestuur of het bestuurscollege, bedoeld in artikel 65.
3° Departement : entiteit die in een hogeschool (sommige) werkzaamheden [1 ...]1 hoger onderwijs samenbrengt. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
4° Hoger onderwijs : hoger onderwijs met volledig leerplan, bedoeld in de wet dd. 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs met volledig leerplan, met uitsluiting van het universitair onderwijs.
5° (financierbare) studenten : die studenten die in aanmerking komen voor de financiering. <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
6° (cyclus : studiecyclus zoals bedoeld bij artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
7° Studiejaar : de indelingseenheid van een studieleerplan of -cyclus.
8° Inrichting voor hoger onderwijs : instituut dat hoger onderwijs van het korte en/of lange type verstrekt op de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
9° Inrichtende macht : rechtspersoon die de verantwoordelijkheid waarneemt voor het in een of verschillende inrichtingen voor hoger onderwijs of in een hogeschool verstrekte onderwijs wanneer bedoelde school niet samengesteld is in de vorm van een rechtspersoon overeenkomstig artikel 56, § 1.
10° (Sectie : curriculum dat leidt tot een academische graad in de betekenis van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;) <DFG 2004-03-31/56, Art. 169, 024; En vigueur : 01-09-2004>
11° (optie : het deel van een afdeling met 300 tot 500 uren onderwijsactiviteiten die slechts kunnen worden gegeven, in het onderwijs van het korte type, vanaf het tweede studiejaar en, in het hoger onderwijs van het lange type, vanaf het eerste jaar van de tweede cyclus.) <DFG 2003-02-27/69, Art. 119, 021; En vigueur : 01-09-2003>
12° [2 ...]2
13° De pedagogische gemeenschapscommissie : de in artikel 80 bedoelde commissie.
14° (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
15° (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, h, 026; En vigueur : 15-09-2006>
16° De netoverschrijdende overlegraad : de raad bedoeld in artikel 87.
(17° finaliteit : het deel van een afdeling met 700 tot 900 uren onderwijsactiviteiten van één of meerdere studiejaren;
18° studierichting : in het hoger onderwijs van het lange type, het deel van een afdeling met 300 of meer uren onderwijsactiviteiten gekozen onder de onderwijsactiviteiten georganiseerd door de inrichtende macht en vermeld in de specifieke uurregeling;
19° onderafdeling : onderverdeling van een studierichting (in de pedagogische categorie); <DCFR 2006-06-30/38, Art. 1, i, 026; En vigueur : 15-09-2006>
20° activiteiten voor de inschakeling in het arbeidsproces : deel van het studieprogramma dat bestaat uit activiteiten in verband met de toepassing van cursussen genomen in een disciplinair of pluridisciplinair kader. Ze kunnen de vorm nemen van een stage, van klinisch onderwijs, een eindwerk, een seminarie, de bestudering van een bijzonder geval enz.;
21° stages : (activiteiten voor de bijzondere inschakeling in het arbeidsproces, die tot leeractiviteiten behoren en die in een sociaal-professionele omgeving in verband met de afdeling verlopen); <DCFR 2006-06-30/38, Art. 1, j, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[3 21° bis Alternerend hoger onderwijs: onderwijs waarin het verwerven van de bekwaamheden die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een diploma uitgereikt door een inrichting voor hoger onderwijs deels in een onderneming deels binnen genoemde inrichting geschiedt;]3
22° minimale uurregeling : de opsomming en de minimale uurverdeling van de stoffen van een studieprogramma dat een afdeling, een finaliteit, een optie of een studiejaar bepaalt alsmede de vaststelling van het aantal uren georganiseerd door elke inrichtende macht;
23° specifieke uurregeling : de opsomming en de uurverdeling per studiejaar van de studieactiviteiten in een studieprogramma georganiseerd door een Hogeschool met inbegrip van de bepaling en de uurverdeling van de onderwijsactiviteiten voor de uren georganiseerd door elke inrichtende macht;
24° referentie-uurrooster : in de afdelingen van het pedagogisch hoger onderwijs bedoeld bij artikel 2 van het decreet van 12 december 2000, opsomming van de grote domeinen betrokken in de disciplinaire en interdisciplinaire opleiding van de onderwijzers.) <DFG 2003-02-27/69, Art. 120, 021; En vigueur : 01-09-2003>
(25° Decreet van 31 maart 2004 : decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, k, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(26° Leeractiviteiten : de activiteiten bedoeld bij artikel 22 van het decreet van 31 maart 2004;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, l, 027; En vigueur : 15-09-2006>
(27° Cursus : de studies zoals bepaald bij artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 1, m, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[4 "28° organen voor plaatselijk overleg : de Ondernemingsraad, de Plaatselijke paritaire commissie (COPALOC - Commission paritaire locale), het Basisoverlegcomité (COCOBA - Comité de concertation de base).]4
Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied
Artikel 2<DFG 2006-06-30/38, Art. 2, 026; En vigueur : 15-09-2006> Dit decreet is van toepassing op de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen.
[Met uitzondering van de artikelen 78, § 1, en 83, is dit decreet noch van toepassing op de inrichtingen voor hoger onderwijs die slechts architectuurstudies organiseren, noch op de Hogere kunstscholen. Het is niet van toepassing op de universitaire instellingen, behalve de artikelen 78 en 83] <DFG 2003-02-27/69, Art. 121, 021; En vigueur : 01-09-2003>
Hoofdstuk 3. Oprichting en opdracht van de hogescholen
Artikel 3 (...) De hogescholen worden opgericht op grond van een in artikel 6 bedoeld pedagogisch en sociaal-cultureel projekt, op de wijze bepaald in titel III, door vrijwillige groepering van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde instellingen voor hoger onderwijs. <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 3, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 4 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 4, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Titel 2. Doel, inhoud en organisatie van het hoger onderwijs
Hoofdstuk 1. Algemene doeleinden van het hoger ond
Artikel 5 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 5, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 2. Pedagogisch en sociaalcultureel projekt van de hogescholen
Sectie 1. Omschrijving van het projekt
Artikel 6 § 1. Een hogeschool wordt opgericht op grond van een pedagogisch en sociaal-cultureel projekt.
§ 2. Bedoeld projekt moet alle middelen aangeven die aangewend worden om ten minste de (...) in § 3 bedoelde doeleinden te bereiken. <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Die middelen worden vrij gekozen (door de overheden van de hogescholen). <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 3. (De doeleinden van het in § 2 bedoelde pedagogisch, sociaal en cultureel project worden nagestreefd in de vorm van de volgende hoofdstukken :
1° beschrijving van de middelen aangewend door de hogeschool om de bedoelde algemene doeleinden en opdrachten van het hoger onderwijs bedoeld bij Titel I van het decreet van 31 maart 2004 te bereiken;
2° omschrijving van de opdrachten van de hogeschool, de wisselwerking tussen deze opdrachten onderling en van de beschikbaarheid van de actoren, inzonderheid de onderwijzers, in het kader van deze opdrachten;
3° omschrijving van het specifieke, door de hogeschool verstrekte onderwijs van het korte en/of lange type;
4° omschrijving van het specifieke door de hogeschool verstrekte onderwijs en beschrijving van de middelen aangewend om die specifieke aard te bewaren;
5° beschrijving van de middelen die de hogeschool aanwendt om het aantal mislukkingen te beperken;
6° beschrijving van de middelen om voor de mobiliteit van de studenten en de onderwijzers in de hogeschool, tussen de hogescholen en met andere instellingen voor hoger onderwijs in België en het buitenland te zorgen;
7° omschrijving van de nadere regels voor de organisatie van de participatie van de actoren van de opvoedkundige gemeenschap in de hogeschool en van de verspreiding van informatie over de beslissingen van de overheid van de hogeschool;
8° beschrijving van de middelen die aangewend worden om de hogeschool te integreren in haar sociale, economische en culturele omgeving;
9° omschrijving van de nadere regels voor het instellen van een kwaliteitscontrole binnen de hogeschool;
10° beschrijving van de middelen aangewend door de hogeschool om het vakoverschrijdend karakter binnen een of tussen verscheidene door de hogeschool verstrekte onderwijscategorieën te bevorderen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. De (...) hoofdstukken komen voor en worden ontwikkeld in elk pedagogisch en sociaal-cultureel projekt. <DFG 2006-06-30/38, Art. 6, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 2. Overleg betreffende het projekt
Artikel 7<DFG 2006-06-30/38, Art. 7, 026; En vigueur : 15-09-2006> Elk voorstel van pedagogisch, sociaal en cultureel project, of van wijziging van dit project ingediend door de overheid van de hogeschool, wordt voorgelegd aan het advies van de Pedagogische raad en van de Studentenraad respectief bedoeld bij de artikelen 65 en 69 van dit decreet alsook [5 bij artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5.
Om in aanmerking te worden genomen, worden de bij het vorig lid bedoelde adviezen binnen de dertig dagen uitgebracht na de ontvangst van dit project, aan de overheden van de hogescholen.gen na ontvangst van het projekt verstrekt worden aan de overheid van de hogeschool.
Sectie 3. Bekendmaking van het projekt
Artikel 8 Het projekt is een openbaar stuk. Het wordt op aanvraag verstrekt door de overheid van de hogeschool.
Sectie 4. Toezicht iv.m. het projekt.
Artikel 9 § 1. (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 2. De overheden van de hogescholen die willen fuseren overeenkomstig artikel 61 zenden aan de Regering via de representatieve organisaties van die overheden wanneer ze ervan lid zijn, het projekt over, met het voorstel tot fusie bedoeld in artikel 62 en met de adviezen van de in artikel 7, § 3 bedoelde pedagogische raad en studentenraad.
§ 3. (Elk voorstel van pedagogisch, sociaal en cultureel project, of elke wijziging van dit project, wordt zonder verwijl overgezonden door de overheden van de hogeschool aan de Pedagogische gemeenschapscommissie, met de adviezen bedoeld bij artikel 7.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Deze Commissie bezorgt, binnen (60 dagen) na ontvangst van het projekt, de Regering een advies over de overeenstemming van het projekt met artikel 6. <DFG 1998-07-17/34, Art. 30, 009; En vigueur : 01-09-1998>
(Derde lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. (...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Ingeval de Pedagogische gemeenschapscommissie een negatief advies uitbrengt aan de Regering, stelt de Regering de overheden van de hogescholen in gebreke binnen een gegeven termijn een nieuw pedagogisch, sociaal en cultureel project in te dienen dat de bepalingen bedoeld bij artikel 6 in acht neemt en dat ingediend moet worden bij de Pedagogische gemeenschapscommissie.
Wordt het nieuw pedagogisch, sociaal en cultureel project niet binnen de bepaalde termijn ingediend, of wordt het advies uitgebracht door de Pedagogische gemeenschapscommissie negatief, dan kan de Regering het pedagogisch, sociaal en cultureel project van de hogeschool weigeren.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 8, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 10 § 1. Wanneer de meerderheid van de vertegenwoordigers van de personeelsleden of van de studenten in de pedagogische raad van een hogeschool van oordeel zijn dat de overheid van die school een of meer middelen uit het projekt niet aanwendt, dan dient ze een met redenen omklede aanvraag om bijeenroeping van de pedagogische raad in bij het bestuurscollege van de hogeschool.
§ 2. Het bestuurscollege roept de pedagogische raad bijeen binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag en schrijft de grond van de bijeenroeping op de agenda in.
De pedagogische raad hoort de overheid en overhandigt haar, na het sluiten van de bespreking, een met redenen omkleed advies over de naleving van de verbintenissen waarin het projekt voorzag.
§ 3. Als de pedagogische raad een negatief advies uitbrengt, deelt de overheid binnen 2 weken na ontvangst ervan haar beslissing mee om al dan niet gevolg te geven aan het advies en voormelde verbintenissen in acht te nemen.
§ 4. Bij negatieve beslissing of bij gemis van een beslissing van de inrichtende macht of van de overheid van de hogeschool kan de meerderheid van de vertegenwoordigers van het personeel of van de studenten in de pedagogische raad van de hogeschool de zaak voorleggen aan de pedagogische gemeenschapscommissie, bij een met redenen omkleed verzoek.
§ 5. De pedagogische gemeenschapscommissie onderzoekt het dossier, hoort op hun verzoek de indieners en de overheid, eventueel bijgestaan door hun representatieve organisatie, en verstrekt binnen 60 dagen een met redenen omkleed advies aan de partijen en aan de Regering over de naleving door de hogeschool van de verbintenissen, vervat in het projekt. Het advies bepaalt welke middelen, vermeld in het projekt, niet werden aangewend door de inrichtende macht of de overheid van de hogeschool, en stelt maatregelen voor om zulks te verhelpen.
§ 6. Als de pedagogische gemeenschapscommissie negatief adviseert, deelt de Regering aan de overheid van de hogeschool mee binnen welke termijn ze de middelen waarin het projekt voorziet, moet aanwenden en stelt ze de middelen daartoe voor.
§ 7. Als na die termijn de Regering, op advies van de pedagogische gemeenschapscommissie, vaststelt dat de overheid van de hogeschool de vermelde middelen nog steeds niet aanwendt, dan beslist ze tot vermindering van de aan de hogeschool toegekende toelagen of werkingskredieten.
Artikel 11 De pedagogische gemeenschapscommissie kan ook een met redenen omklede aanvraag krijgen van een inspecteur van het bestuur van de Franse Gemeenschap, die van oordeel is dat de overheid van de hogeschool een of meer middelen bepaald in het projekt niet aanwendt. In dat geval geldt de procedure van art. 10, §§ 5 tot 7.
Hoofdstuk 3. Structuur van het hoger onderwijs van het korte en het lange type en vaststelling van de graden
Sectie 1. Categorieën hoger onderwijs
Artikel 12<DFG 2006-06-30/38, Art. 9, 026; En vigueur : 15-09-2006> Hoger onderwijs van het korte type of het lange type kan georganiseerd worden in onderstaande categorieën :
1° agronomische categorie;
2° categorie toegepaste kunsten;
3° economische categorie;
4° paramedische categorie;
5° pedagogische categorie;
6° sociale categorie;
7° technische categorie;
8° [6 ...]6.
Artikel 12BIS
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 13 Het hoger onderwijs van het korte en lange type kan ressorteren onder verschillende in art. 12 vermelde categorieën.
Sectie 2. Hoger onderwijs van het korte type
Artikel 14 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 10, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 15
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 16
§ 1. (Specialisatiestudies [7 van niveau 6]7 voor een maximum van 60 studiepunten zij toegankelijk voor de titularis van een academische graad bedoeld bij artikel 15.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 11, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(§ 2. In afwijking van artikel 22 en onverminderd artikel 10, § 2, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 april 1994 houdende vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de diploma's van vroedvrouw en gegradueerde verpleeg(st)er, hebben toegang tot de specialisatiestudies van het korte type die kunnen leiden tot een diploma van specialisatie :
1° de studenten houder van een van de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type (van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type of van de tweede cyclus van het universitair onderwijs, uitgereikt door de Franse Gemeenschap), waarvan de lijst vastgesteld is in het reglement van de studies van de hogeschool waarin zij zich wensen in te schrijven; <DFG 2001-12-20/63, Art. 1, 018; En vigueur : 01-01-2002>
2° [7 de studenten die houder zijn van een van de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type, van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type of van de tweede cyclus van het Belgisch universitair onderwijs, uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschap, dat overeenstemt met een diploma vermeld in de lijst vastgesteld overeenkomstig 1° in het studiereglement van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven; die overeenstemming wordt gekeurd door de overheden van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven.]7
Hebben eveneens toegang tot de specialisatiestudies van het korte type die kunnen leiden tot een diploma van specialisatie, overeenkomstig lid 1, de studenten houder van een buitenlands diploma dat gelijkwaardig erkend is in toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften.) <DFG 1999-04-26/60, Art. 58, 011; En vigueur : 15-04-1999>
[7 De lijst bedoeld in het 1e lid, 1° wordt jaarlijks door elke Hogeschool aan de Algemene raad meegedeeld.]7
Sectie 3. Hoger onderwijs van het lange type
Artikel 17 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 12, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 18
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 19
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 4. Gemeenschappelijke bepalingen voor het hoger onderwijs van het korte en het lange type
Artikel 20
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 21
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 21BIS
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 4. Toegang tot het hoger onderwijs van het korte en het lange type
Artikel 22
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 23§ 1. Overeenkomstig de maatregelen door de Regering genomen op advies van de [8 ARES]8, bepaalt de overheid van de hogeschool de voorwaarden waaronder de studenten overgaan :
1° van een jaar hoger onderwijs van het korte type van een afdeling naar een ander jaar van dat onderwijs in een andere afdeling;
(1°bis van een jaar hoger onderwijs van het korte type tot een jaar van het hoger onderwijs van het lange type;) <DFG 1999-02-08/37, Art. 57, 010; En vigueur : 01-01-1999>
2° van een jaar of cyclus van het hoger onderwijs van het lange type naar een jaar hoger onderwijs van het korte type;
3° van een jaar of cyclus van het universitair onderwijs naar een jaar hoger onderwijs van het korte type;
4° van een 1e cyclus van het hoger onderwijs van het lange type in een afdeling naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type in een andere afdeling;
5° van een 1e cyclus van het universitair onderwijs naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type;
6° van een cyclus van het hoger onderwijs van het korte type naar een 2e cyclus hoger onderwijs van het lange type in een gelijkaardige afdeling;
7° van een jaar van een cyclus universitair onderwijs of hoger onderwijs van het lange type naar een jaar van een cyclus hoger onderwijs van het lange type;
8° van een 2e cyclus universitair onderwijs naar de specialisatiestudie georganiseerd in het hoger onderwijs van het lange type bij toepassing van artikel 19.
[9 9° van een cyclus van het hoger onderwijs van het korte type naar een tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type waarvoor geen eerste overeenstemmende cyclus georganiseerd wordt.]9
§ 2. De in § 1 bedoelde overgangen gelden ook voor studenten, houder van een titel uitgereikt door het onderwijs voor sociale promotie, die overeenstemt met die, uitgereikt door het onderwijs met volledig leerplan, overeenkomstig artikel 75 van het decreet van 16 april 1991 tot regeling van het onderwijs voor sociale promotie.
Voor specifieke studiebewijzen van het hoger onderwijs voor sociale promotie van stelsel 1, bepaald door voormeld decreet, is ook overgang mogelijk op een wijze die de Regering zal bepalen, op advies van de [8 ARES]8.
§ 3. De in § 1 bedoelde overgangen gelden ook voor studenten die uit het onderwijs voor sociale promotie komen, op voorwaarden die de Regering bepaalt.
Artikel 24
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 25
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 26
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 5. Studieregeling
Sectie 1. Studiereglement en toetreding van de student tot het projekt van de hogeschool
Artikel 27 <DFG 2006-06-30/38, Art. 21, 026; En vigueur : 15-09-2006> De overheid van de hogeschool legt een studiereglement vast op advies van de Pedagogische raad. Dat reglement wordt meegedeeld aan de pedagogische gemeenschapscommissie die het aan de Regering overzendt binnen de 60 dagen na de ontvangst, met een met redenen omkleed advies over de naleving, door het reglement, van het pedagogisch, sociaal en cultureel project bedoeld bij artikel 6 en van bepalingen van de geldende wetten, decreten en besluiten.
Elke wijziging van dit reglement wordt aan dezelfde nadere regels onderworpen.
Het reglement bepaalt o.m. :
1° de organisatie van het academiejaar, met inachtneming van de door de Regering bepaalde vakantie- en verlofregeling;
2° de uren voor het verstrekken van het onderwijs;
3° de regels en nadere regels voor de overgangsmogelijkheden overeenkomstig artikel 23;
4° de regels en de nadere regels voor de valorisatie van de persoonlijke en beroepservaring overeenkomstig artikel 24;
5° de regels voor de spreiding van de studiejaren en de remediëring, overeenkomstig artikel 31;
6° de regels inzake vrijstelling van delen van het programma en vermindering van de minimale studieduur, overeenkomstig de artikelen 34 en 35;
7° het tuchtstelsel en alle beroepsprocedures;
8° de lijst van de diploma's hoger onderwijs die toegang verlenen tot specialisatiestudies;
9° desnoods, overeenkomstig de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het bedrag van het inschrijvingsgeld alsook de lijst van de kosten voortvloeiend uit het studieprogramma.
Het reglement vermeldt het bedrag van het inschrijvingsgeld. Het studiereglement is een openbaar document. Het wordt, op eenvoudige aanvraag, geleverd door de overheid van de hogeschool.
De inrichting van het academiejaar wordt bepaald overeenkomstig de algemene bepalingen getroffen door de Regering.
Artikel 28 § 1. Voor zijn inschrijving ontvangt de student het in artikel 6 bedoelde projekt, het in artikel 27 bedoelde studiereglement en het in artikel 42 bedoelde algemeen examenreglement.
§ 2. Zijn inschrijving impliceert zijn toetreding tot het projekt, het studie- en het examenreglement.
(§ 3. De machten van de hogeschool die - overeenkomstig het decreet van 30 juni 1998 tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen - studies van kinesitherapie organiseren, geven elke student bij zijn inschrijving voor een studiejaar van de studies bedoeld in artikel 1 van hetzelfde decreet, een document met alle informatie die de student kan gebruiken na afloop van zijn studies, meer bepaald de wets-, decreet- en verordeningsbepalingen betreffende de toepassing van een mechanisme ter beperking van het aantal particuliere beroepstitels bedoeld in artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en betreffende de geneeskundige commissies.) <DFG 1998-06-30/40, Art. 14, 008; En vigueur : 01-08-1998>
Sectie 2. Studieprogramma's
Artikel 29
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 30
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 31
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 32 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 24, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Vrijstellingen en vermindering van de studieduur)
Artikel 33 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 26, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 34
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 35
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 35BIS (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 4. Kwaliteitscontrole
Artikel 36 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 37 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 29, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 5. [10Steunverlening ter bevordering van de slaagkansen]10
Artikel 37BIS[10 Voor 15 mei, voorafgaand aan het betrokken academiejaar, zenden de besturen van de hogescholen de [8 ARES]8 een dossier over houdende de maatregelen die ze wensen te treffen ter bevordering van de slaagkansen bij de studenten van de eerste generatie die zich bij hen komen inschrijven, om de financiering aan te vragen bedoeld in artikel 21quinquies van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.
De [8 ARES]8 onderzoekt de ingediende dossiers en deelt dan de Regering, voor 30 juni van hetzelfde jaar, een met redenen omkleed advies mee over elk van de overgezonden dossiers, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende criteria, waarvan de niet volledige lijst door de Regering kan worden aangevuld :
1° de medewerking tussen de hogescholen van de verschillende netten, zoals die in de Franse Gemeenschap bestaat;
2° de medewerking tussen de hogeschool en ten minste één universitaire instelling, een hoger architectuurinstituut of een hogere kunstschool;
3° de bijzondere aandacht die moet worden besteed aan de sociaal-economisch kansarme studenten;
4° de capaciteit om het traject van de betrokken studentencategorieën vast te leggen of te beschrijven;
5° de ontwikkeling van didactische methoden met het oog op een versterkte pedagogische begeleiding;
6° de maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van het project.
De [8 ARES]8 stelt de Regering de verdeling voor van de bedragen over de projecten die hij in aanmerking wenst te laten nemen.
De Regering verdeelt dan het toegekende bedrag over de hogescholen, op grond van het advies en het voorstel van de [8 ARES]8, waarbij zij rekening houdt met het feit dat de geselecteerde projecten de slaagkansen het best kunnen bevorderen.]10
Artikel 37TER [10 De hogescholen die een steun genieten die krachtens vorig artikel wordt verleend, zenden de Regering een verslag over alle initiatieven die ter bevordering van de slaagkansen worden genomen over. Dat verslag ontwikkelt inzonderheid :
1° het beleid inzake begeleiding van de studenten van de eerste cyclus;
2° de maatregelen die worden genomen tot bestrijding van het falen in de eerste cyclus;
3° de maatregelen voor het beleid inzake onthaal, informatie, evaluatie, oriëntatie, remediëring en heroriëntatie;
4° de identificatie van de betrokken personeelsleden.]10
Hoofdstuk 6. Examens en examencommissies
Artikel 38
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 39
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 40
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 41
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 42
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 7. Examencommissies voor het hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap
Artikel 43
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 8. Uitreiking van de diploma's
Artikel 44
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 45
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Titel 3. Samenstelling van de hogescholen
Hoofdstuk 1. Criteria voor de hergroeperingen in hogescholen
Sectie 1. Hergroeperingszone
Artikel 46
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 47
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 48
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 2. Omvang, type en categorie
Artikel 49
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Sectie 3. Net
Artikel 50 Instellingen ressorterend onder inrichtende machten van verschillende onderwijsnetten kunnen zich groeperen. Onverminderd artikel 53, § 1 kan groepering plaatsvinden door overheveling van afdelingen van instellingen van verschillende netten. In die gevallen opteren de inrichtende machten voor het behoren tot een van de netten waaronder de inrichtingen voor hoger onderwijs voor hun samenvoeging ressorteerden.
De hogescholen worden ingedeeld in drie netten :
1° het net van de Franse Gemeenschap dat de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen omvat;
2° het officieel gesubsidieerd net dat de voor de provincies, de gemeente, de gemeenteverenigingen of elke andere publiekrechtelijke rechtspersonen ingerichte hogescholen omvat;
3° het net van het vrij gesubsidieerd onderwijs dat de door privé-personen ingerichte hogescholen omvat.
Hoofdstuk 2. Procedure inzake samenstelling van de hogescholen <DFG 2006-06-30/38, Art. 33, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 1. Indiening van het voorstel tot groepering (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 51 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 52 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 53 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 2. Onderzoek van het groeperingsvoorstel door het onderhandelingscomité (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 54 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 55 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Opgeheven)
Hoofdstuk 3. Rechtspositie van de hogescholen en rechtsopvolging van de instellingen voor hoger onderwijs
Artikel 56 § 1. De hogescholen die onder het net van het gesubsidieerd vrij onderwijs en onder het net van het gesubsidieerd officieel onderwijs ressorteren, worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon, met uitzondering van de hogescholen die inrichtingen voor hoger onderwijs samenbrengen die onder de inrichtende macht van één gemeente of van één provincie ressorteren.
§ 2. Elke door de Franse Gemeenschap ingerichte hogeschool vormt een dienst met afzonderlijk beheer, in de zin van artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
Artikel 57 § 1. De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool, opgericht als rechtspersoon, neemt het geheel van de rechten en plichten van de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs over, welke nodig zijn voor de werkzaamheid van de hogeschool die ze samenstellen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen betreffende het personeel, op grond van de in artikel 52 bepaalde overeenkomsten, mits de betrokken derden hun toestemming geven.
In het gesubsidieerd officieel hoger onderwijs van het lange type en van het korte type wordt elk personeelslid dat, wat hem betreft, er niet mee instemt dat de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool de rechten en verplichtingen overneemt van de inrichtende macht waarvan hij afhangt, als ontslagnemend beschouwd in de zin van artikel 59, 1° van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden uit het gesubsidieerd officieel onderwijs.
In het gesubsidieerd vrij hoger onderwijs van het lange type en van het korte type wordt elk personeelslid dat wat hem betreft er niet mee instemt dat de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogeschool de rechten en verplichtingen overneemt van de inrichtende macht waarvan hij afhangt, als ontslagnemend beschouwd in de zin van artikel 72, 1° van het decreet dd. 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden uit het gesubsidieerd vrij onderwijs.
In afwijking van lid 1 mogen de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs hun eigendomsrecht op hun patrimonium bewaren mits ze de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, aanvaarden. De bestanddelen van dit patrimonium die nodig zijn voor de werkzaamheid van de hogeschool, zullen ter beschikking van bedoelde hogeschool gesteld worden volgens de bij overeenkomst vastgestelde voorwaarden.
§ 2. De hogescholen moeten uiterlijk 30 juni 1997 een inventaris van hun onroerend bezit aan de Regering overzenden.
Hoofdstuk 4. Aanmoediging van de hergroepering (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 39, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 58 (Opgeheven) <DFR 1996-09-09/35, Art. 76, 002; En vigueur : 01-09-1996>
Artikel 59 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 38, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 60 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 39, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 5. Procedure inzake samenvoeging van hogescholen
Sectie 1. (Algemene bepaling)
Artikel 61<DFG 2006-06-30/38, Art. 42, 026; En vigueur : 15-09-2006> § 1. De hogescholen [11 van één zelfde academische pool]11 [12 of [11 van één zelfde academische zone tussen polen]11 ]12 mogen samengevoegd worden mits toestemming van de Regering.
Ingeval de Hogescholen die samengevoegd worden onder verschillende netten ressorteren, kunnen de overheden van de hogescholen opteren voor de aansluiting van de nieuwe hogeschool bij een van de netten waaronder de hogescholen vóór hun samenvoeging ressorteerden.
§ 2. De hogescholen kunnen beslissen over de overdracht van een categorie, een afdeling of een onderafdeling van een hogeschool, hierna " afstaande hogeschool " naar de andere hogeschool, hierna de " aannemende hogeschool " De vestiging van de categorie, van een afdeling of een onderafdeling, moet plaatsvinden in [11 de academische pool]11 van de aannemende hogeschool.
Sectie 2. (Indiening van het samenvoegingsen overdrachtsvoorstel)
Artikel 62<Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 44; En vigueur : 15-09-2006> § 1. Het voorstel tot samenvoeging van hogescholen of van overdracht tussen hogescholen wordt opgesteld door de overheden van de betrokken hogescholen. Het wordt voorgelegd aan de adviezen van de Maatschappelijke raad en van de Pedagogische raad bedoeld bij de artikelen 65 en 69 en van de Studentenraad [5 bedoeld bij artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5 van iedere betrokken hogeschool.
Om in aanmerking te worden genomen, worden deze adviezen binnen de dertig dagen van de aanvraag om advies aan de overheid van de hogeschool uitgebracht.
§ 2. De overheden van de hogescholen zenden aan de Regering het voorstel tot samenvoeging van de hogescholen of van overdracht tussen hogescholen over.
Artikel 63(vroeger art. 62) (§ 1.) Het voorstel tot samenvoeging van hogescholen omvat : <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, 026; En vigueur : 15-09-2006>
1° het projekt bedoeld in artikel 6;
2° de adviezen bedoeld (in artikel 7); <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
3° de benaming gekozen voor de nieuwe hogeschool;
4° de bepaling van de rechtspositie van de hogeschool op het ogenblik van haar oprichting en de ontwerpen van statuten die hierop betrekking hebben;
5° de bepaling van het net waaronder de hogeschool ressorteert;
6° de vestiging en de verdeling van de bevolking per afdeling, per categorie en per type van hoger onderwijs;
7° het aantal en de benaming van de departementen;
8° de samenstelling van de nieuwe inrichtende macht van de hogeschool indien deze niet in de vorm van een rechtspersoon is opgericht;
9° de samenstelling en de bevoegdheden van de bestuurs- en raadplegingsorganen;
10° (het geheel van de tussen hogescholen gesloten overeenkomsten en eventueel, de overeenkomsten met of tussen de inrichtende machten van de hogescholen die niet in de vorm van een rechtspersoon werden opgericht en die de overdracht van de rechten en verplichtingen aan de nieuwe hogeschool betreffen, met inbegrip van de overeenkomsten met derden, het ter beschikking stellen, voor de nieuwe hogeschool, van het patrimonium van de inrichtende machten van de inrichtingen voor hoger onderwijs die de samengevoegde hogescholen samenstellen;) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
11° de (in artikel 62, § 1) bedoelde adviezen; <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, d, 026; En vigueur : 15-09-2006>
12° eventueel de voorgestelde samenstelling van de in artikel 26 bedoelde commissie;
(13° de geldelijke en pedagogische voordelen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[13 14° het advies van de organen voor plaatselijk overleg.]13
(§ 2. Het voorstel tot overdracht tussen hogescholen omvat :
1° het pedagogisch, sociaal en cultureel project bedoeld bij artikel 6 van de " aannemende hogeschool "zoals gewijzigd als gevolg van de overdracht;
2° de adviezen bedoeld bij artikel 7, tweede lid, en bij artikel 62, § 1;
3° als gevolg van de overdracht, een opsomming van de verdeling van de bevolking per afdeling, categorie, hoger onderwijstype en per vestigingsplaats;
4° het aantal en de benaming van de categorieën en, desnoods, van de departementen;
5° desgevallend, de wijzigingen van de samenstelling van de nieuwe inrichtende macht van de hogeschool indien deze niet samengesteld wordt in de vorm van een rechtspersoon of de statutaire wijzigingen indien de hogeschool samengesteld is in de vorm van een rechtspersoon;
6° de samenstelling en de bevoegdheden van de beheers- en raadplegingsorganen als gevolg van de overdracht;
7° het geheel van de overeenkomsten gesloten tussen hogescholen en, desnoods, met of tussen de inrichtende machten van de hogescholen die niet samengesteld zijn in de vorm van een rechtspersoon, betreffende de overdracht van de rechten en verplichtingen aan de aannemende hogeschool, met inbegrip van de overeenkomsten met derden, en desgevallend, betreffende de terbeschikkingstelling ten bate van de aannemende hogeschool van het patrimonium van de inrichtende macht van de afstaande hogeschool;
8° de adviezen bedoeld bij artikel 62, § 1;
9° de geldelijke en pedagogische voordelen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 45, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 3. (Onderzoek van de voorstellen tot samenvoeging van hogescholen en tot overdracht tussen hogescholen door de Algemene raad van de hogescholen) <DFG 2006-06-30/38, Art. 46, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 63BIS(vroeger art. 63) § 1. (De Regering zendt onverwijld de voorstellen tot samenvoeging van hogescholen of tot overdracht tussen hogescholen over aan) ([14 de ARES]14). <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 2. (Binnen de 2 weken zendt het comité, ter kennisgeving, het voorstel tot samenvoeging van hogescholen of overdracht tussen hogescholen aan de overheden van de hogescholen in [14 de betrokken academische pool(olen)]14). (Die hogescholen kunnen het onderhandelingscomité een advies uitbrengen binnen de 30 dagen na ontvangst van de voorstellen tot samenvoeging of overdracht.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, d en e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 3. (Het onderhandelingscomité onderzoekt het voorstel tot samenvoeging of overdracht); als de (in 62) of van dit artikel bedoelde adviezen negatief zijn of als het een klacht ontvangen heeft van een deel van de onderwijsgemeenschap volgens welke de voorgestelde fusie de belangen van een andere hogeschool in [14 de betrokken academische pool(olen)]14 ernstig schaadt, dan hoort het de partijen en treedt het bemiddelend op. <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, b en f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
§ 4. Binnen 3 maanden na ontvangst van (het voorstel tot samenvoeging of overdracht) overhandigt het comité aan de Regering een omstandig advies, met : <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
- de notulen van de vergaderingen;
- eventueel de notulen van hoorzittingen;
- de redenen waarom de ongunstige adviezen bedoeld in § 2 van artikel 61 of van dit artikel, al dan niet gewettigd zijn;
- een met redenen omkleed besluit over het al dan niet schaden van de belangen van een andere hogeschool in [14 de betrokken academische pool(olen)]14, gelet op de in § 3 bedoelde klachten, en eventueel maatregelen om zulks te verhelpen.
(...) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, h, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Sectie 4. Beslissing van de Regering
Artikel 64 <DFG 2006-06-30/38, Art. 48, 026; En vigueur : 15-09-2006> Na ontvangst van het advies of bij gebreke aan advies binnen de bij artikel 63 bis, § 4, eerste lid, bepaalde termijn, keurt de Regering het voorstel tot samenvoeging of overdracht goed of wijst het af.
De samenvoeging of de overdracht wordt effectief bij het begin van het volgende academiejaar.
Titel 4. Beheer van de hogescholen
Hoofdstuk 1. Het beheer van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen
Artikel 65De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen, opgericht in de vorm van een rechtspersoon, worden door een raad van bestuur beheerd en zijn voorzien van een bestuurscollege, een pedagogische raad en een sociale raad.
Het bestuurscollege zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur en neemt de beslissingen waarvoor het delegatie heeft gekregen. Het oefent de bevoegdheid uit van de directeurs en adjunct-directeurs van de instellingen voor hoger onderwijs.
De pedagogische raad moet door de raad van bestuur en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de pedagogische middelen [15 ...]15.
De sociale raad moet door de raad van bestuur en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de materiële en sociale voorwaarden voor de studenten. Het komt hem toe, in overleg met de bestuursorganen van de hogeschool de beschikbare gelden voor de sociale behoeften van de studenten te beheren, bedoeld in titel VII.
Artikel 66De Raad van Bestuur bestaat uit :
1° de Directeur-Voorzitter;
2° de directeurs van de in artikel 71 bedoelde categorieën;
3° [16 van vier personeelsleden van de hogeschool, in vast verband benoemd of tijdelijk aangeworven voor onbepaalde duur in de hogeschool met minstens zes jaar anciënniteit, die de vakorganisaties vertegenwoordigen die in het Comité van de sector IX zetelen in evenredigheid met hun gewicht in de hogeschool, waarbij elke organisatie over ten minste één mandaat beschikt, en die aan de Regering door de betrokken vakorganisaties worden voorgelegd;]16
4° een vertegenwoordiger van het meesters-, vak- en dienstpersoneel, door dit personeel onder zijn leden gekozen;
[17 4°bis een vertegenwoordiger van het vastbenoemde administratief personeel, gekozen door het betrokken personeel onder zijn leden;]17
5° twee personen door de Minister gekozen, gelet op hun bijzondere bekwaamheid in het beroep waarop de ingerichte studies betrekking hebben, en voorgedragen door de in 1°, 2° en 3° bedoelde leden van de Raad van Bestuur, op een dubbele lijst;
6° vier door de Minister gekozen personen die de sociale kringen vertegenwoordigen en voor de helft voorgedragen worden door de interprofessionele vakbonden en voor de helft door de werkgeversorganisaties;
7° studenten (die alle categorieën vertegenwoordigen) (...), naar rato van ten minste 20 % van de raad van bestuur. <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999> <DFG 2006-06-30/38, Art. 49, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(De leden bedoeld bij 7° hebben een plaatsvervanger. Deze vervangt het werkend lid voor wie hij inspringt bij afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid van student, van dit werkend lid.) <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999>
[18 De leden bedoeld in 3° en 6° worden door de Regering voor een periode van vijf jaar aangesteld. Elk van die leden heeft een plaatsvervanger die door de Regering volgens dezelfde nadere regels wordt aangesteld. Deze vervangt het werkend lid bij afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid die zijn mandaat wettigde.
De in 5° bedoelde leden worden door de Regering voor een periode van vijf jaar aangesteld.]18
[17 De duur van het mandaat van de leden bedoeld bij het 4° en het 4°bis bedraagt vijf jaar met uitzondering van het mandaat toegekend voor de eerste keer aan een vertegenwoordiger van het vastbenoemde administratief personeel, dat een einde neemt tezelfdertijd als dat van de leden bedoeld bij het 3°, 4°, 5° en 6°.]17
(De leden bedoeld bij 7° alsook hun plaatsvervangers worden voor één jaar door de bij artikel 73 bedoelde studentenraad aangesteld.) <DFG 1999-05-31/40, Art. 12, 012; En vigueur : 01-05-1999>
De mandaten zijn vernieuwbaar.
Artikel 67Het bestuurscollege bestaat uit de in artikel 71 bedoelde categoriële directeurs en wordt door de Directeur-Voorzitter voorgezeten.
De Directeur-Voorzitter wordt aangesteld door de Regering die hem kiest uit [19 een lijst van drie kandidaten die door leden uit alle personeelscategorieën gekozen worden]19 .
[20 Voor de toepassing van het vorige lid worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling in de hogeschool presteren op de datum van de sluiting van de verkiezingslijsten. Wordt als personeelslid beschouwd elk lid van het statutair personeel of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende elk van de drie jaren voorafgaand aan de datum van sluiting van de verkiezingslijsten. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]20
[20 Het mandaat van Directeur-Voorzitter heeft een vernieuwbare duur van vijf jaar en is onverenigbaar met het mandaat van Categoriedirecteur.
De Regering kan afwijken van de onverenigbaarheid bedoeld bij het vorige lid op met redenen omklede aanvraag van de academische overheid van de hogeschool. De aanvraag moet het advies van de organen voor plaatselijk overleg bevatten.]20
De Directeur-Voorzitter mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
[21 Wanneer een categoriedirecteur of een directeur-voorzitter gedurende meer dan één maand afwezig is wegens ziekte of ongeval, stelt het bestuurscollege de Regering voor een waarnemend categoriedirecteur of een waarnemend directeur-voorzitter aan te stellen, totdat de titelvoerende directeur terugkomt, en uiterlijk tot het einde van het mandaat van deze].21
Artikel 68 Voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen bepaalt de Regering de samenstelling en de werking (van de categorieraad,) van de pedagogische raad, de sociale raad en de departementsraad alsook (de samenstelling en) de werking van de raad van bestuur. <DFG 2006-06-30/38, Art. 51, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 68BIS[22 Wanneer de financiële situatie van de hogeschool die is ingericht door de Franse Gemeenschap of wanneer de eerbiediging van de wetten, decreten en verordeningen dit vereisen, kan de minister van het hoger onderwijs of, desgevallend, de hiertoe door de Regering aangewezen afgevaardigde, het betrokken beheersorgaan verplichten zich te beraden over ieder vraagstuk dat hij bepaalt en binnen de termijn die hij vastlegt.
Wanneer deze termijn verstreken is en het beheersorgaan geen beslissing genomen heeft of wanneer de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde niet akkoord gaat met de door dit orgaan genomen beslissing, kan de Regering of de door de Regering aangewezen afgevaardigde de beslissing nemen in plaats van het beheersorgaan.]22
Artikel 68TER [23 § 1. Onverminderd artikel 68, wanneer de financiële toestand van de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogeschool of de inachtneming van de wetten, decreten en reglementen het vergen, kan de Minister bevoegd voor het hoger onderwijs of, desgevallend, de daartoe door de Regering aangewezen afgevaardigde, een voorlopige administrateur en/of een begeleidingscomité aanstellen.
De voorlopige administrateur en/of het begeleidingscomité oefenen hun opdrachten uit onverminderd deze van de Regeringscommissaris. Hun opdrachten vullen elkaar aan.
§ 2. De voorlopige administrateur is geen personeelslid van de hogeschool en heeft geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer van deze.
Hij wordt voor een periode van maximum één jaar aangewezen. De minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde, kan op elk ogenblik een einde stellen aan zijn opdracht.
Binnen de door de minister of door de Regering aangewezen afgevaardigde bepaalde perken, treedt de voorlopige administrateur in de plaats van de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs en wordt hij de afgevaardigde ordonnateur.
Een keer per maand brengt de voorlopige administrateur verslag uit bij de raad van bestuur over de maatregelen die hij meent te treffen in het kader van zijn opdracht.
§ 3. Het begeleidingscomité is een collegiaal orgaan samengesteld uit minstens twee personen die geen personeelslid zijn van de hogeschool en geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer van deze hebben. Het wordt voor een periode van maximum één jaar aangewezen. De minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde, kan op elk ogenblik een einde stellen aan zijn opdracht.
Het begeleidingscomité kan met de volgende opdrachten belast worden :
1° een raadgevende opdracht en een opdracht als administratieve en organisatiesteun aan de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs;
2° een voogdijopdracht over geheel of deel van de opdrachten van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs;
3° een informatieopdracht bij de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde over geheel of deel van het beheer en de werking van de hogeschool, alsook de staat van zijn patrimonium;
4° een opdracht van administratief onderzoek.
In het geval bedoeld bij 2°, binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald door de minister of de afgevaardigde aangewezen door de Regering leggen de beheersorganen van de hogeschool, de Directeur-Voorzitter en/of de Categoriedirecteurs hun beslissingen aan het voorafgaande visum van het begeleidingscomité voor.
§ 4. Gedurende hun mandaat brengen de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité verslag aan de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde uit over het verloop van hun opdracht.
Op het einde van hun mandaat zenden de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité een schriftelijk verslag aan de minister of de door de Regering aangewezen afgevaardigde toe over het verloop van hun opdracht en de geldelijke toestand van de hogeschool.
§ 5. In het kader van de uitoefening van hun opdracht hebben de voorlopige administrateur en het begeleidingscomité toegang tot enig document, wat ook de drager, betreffende het beheer en de werking van de hogeschool, haar categorieën of haar patrimonium.
De leden van de beheersorganen, de Directeur-Voorzitter, de Categoriedirecteurs en de personeelsleden van de hogeschool werken samen met het begeleidingscomité en de voorlopige administrateur.
In het kader van de uitoefening van de opdracht bedoeld bij paragraaf 3, 4°, organiseert het begeleidingscomité hoorzittingen met inachtneming van het tegenspraakbeginsel en stelt processen-verbaal op. Het begeleidingscomité licht de leden van de beheersorganen, de Directeur-Voorzitter, de Categoriedirecteurs en de personeelsleden van de hogeschool die gehoord worden in dit kader in over het feit dat ze er niet toe gehouden worden samen te werken als ze bij de zaak zouden kunnen worden betrokken.
§ 6. De voorlopige administrateur geniet het geldelijke statuut van de directeur van het hoger onderwijs van het lange type in functie vóór 1 september 1996 of van Directeur-Voorzitter.
§ 7. Het Parlement van de Franse Gemeenschap wordt op de hoogte gehouden van de aanwijzing van een voorlopige administrateur en/of het begeleidingscomité bedoeld bij § 1.]23
Hoofdstuk 2. Het beheer van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen
Artikel 69De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen, opgericht in de vorm van een rechtspersoon, worden door bestuurs- en raadplegingsorganen beheerd waarvan ze voorzien worden na beslissing van de inrichtende machten.
De niet als rechtspersoon opgerichte hogescholen zijn voorzien van beheersorganen, alsook van de door hun inrichtende machten ingestelde adviesorganen.
In elke hogeschool is er ten minste een bestuursorgaan, een bestuurscollege, een pedagogische raad en een sociale raad.
Het bestuurscollege zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van het bestuursorgaan en neemt de beslissingen waarvoor het delegatie heeft gekregen.
De pedagogische raad moet door het bestuursorgaan en door het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de pedagogische middelen [24 ...]24.
De sociale raad moet door het bestuursorgaan (of door) het bestuurscollege worden geraadpleegd omtrent elke vraag in verband met de materiële en sociale voorwaarden voor de studenten. Het komt hem toe, in overleg met de bestuursorganen van de Hogeschool de beschikbare gelden voor de sociale behoeften van de studenten te beheren. <DFG 2006-06-30/38, Art. 52, 026; En vigueur : 15-09-2006>
[24 In het bestuursorgaan is het personeel vertegenwoordigd ten belope van minstens een vierde van de leden.
Een kandidaat kan geweigerd worden omdat hij syndicaal afgevaardigde is]24
Artikel 69BIS [25 Voor de hogescholen gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, bepaalt de Regering de nadere regels van werking en verkiezing van het Directiecollege en van de Categorieraad. ]25
Artikel 70Het bestuurscollege omvat de directeurs van de in artikel 71 bedoelde categorieën en wordt door de directeur-voorzitter voorgezeten.
De directeur-voorzitter wordt aangesteld door de inrichtende macht die hem uit [26 een lijst van drie kandidaten die door leden uit alle personeelscategorieën gekozen worden]26 kiest.
[27 Voor de toepassing van het vorige lid worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling in de hogeschool presteren op de datum van sluiting van de kieslijsten. Wordt geacht als lid van het personeel elk lid van het vastbenoemd personeel dat of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende ieder van de drie jaren die de datum van sluiting van de kieslijsten voorafgaan. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]27
[27 Het mandaat van Directeur-Voorzitter bedraagt een vernieuwbare duur van vijf jaar en is onverenigbaar met het mandaat van Categoriedirecteur.
De Regering kan van de onverenigbaarheid afwijken bedoeld bij het vorige lid op met redenen omkleed advies van de inrichtende macht. De aanvraag moet het advies bevatten van de organen voor plaatselijk overleg van de hogeschool.]27
De Directeur-voorzitter mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
Hoofdstuk 3. Gemeenschappelijke bepalingen voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde of ingerichte hogescholen
Artikel 71(Eerste lid geschrapt) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, a, 026; En vigueur : 15-09-2006>
In de hogescholen van de Franse Gemeenschap wordt elke categorie bestuurd door een directeur, benoemd door de Regering, die hem uit een lijst van drie [28 door alle personeelsleden]28 van de studiecategorie voorgedragen kandidaten kiest.
In de gesubsidieerde hogescholen wordt elke categorie bestuurd door een directeur, benoemd door de inrichtende macht uit een lijst van 3 [28 door alle personeelsleden]28 van de categorie voorgedragen kandidaten.
[29 Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden enkel in aanmerking genomen de personeelsleden die minstens een tiende van een volledige uurregeling van de betrokken categorie in de hogeschool presteren op de datum van sluiting van de kieslijsten. Wordt geacht als lid van het personeel elk lid van het vastbenoemd personeel dat of elke persoon die in contractueel verband staat met de hogeschool gedurende ieder van de drie jaren die de datum van sluiting van de kieslijsten voorafgaan. Een personeelslid is enkel op één stem gerechtigd.]29
(Indien er meer dan drie kandidaten zijn, [28 alle personeelsleden]28 van de betrokken studiecategorie wordt opgeroepen om drie kandidaten te kiezen op basis van een lijst samengesteld, naast de kandidaat (-ten), van alle leden van het onderwijzend personeel van de betrokken studiecategorie, die voldoen aan de voorwaarden bedoeld bij artikel 15 van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, b, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Het mandaat van categoriedirecteur duurt vijf jaar en mag vernieuwd worden.
Hij mag een onderwijsopdracht uitoefenen.
(Voor de hogescholen die een categorie paramedisch onderwijs organiseren en waarvan de directeur van de categorie paramedisch onderwijs geen houder is van een diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, afgeleverd door een faculteit geneeskunde en geeen lid is van de Orde der Geneesheren, wordt de wetenschappelijke controle uitgeoefend door een doctor in de genees-, heel- en verloskunde met een diploma dat werd afgeleverd door een faculteit geneeskunde, die lid is van de Orde der Geneesheren en de titel van " medisch adviseur " draagt.) <DFG 1998-06-30/40, Art. 12, 008; En vigueur : 01-08-1998>
(Elke categorie van de hogeschool is voorzien van een categorieraad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, c, 026; En vigueur : 15-09-2006>
De (categorieraad) moet, op eigen initiatief of op vraag van het bestuursorgaan van de hogeschool adviezen uitbrengen over kwesties die het departement aanbelangen. (Het advies van de categorieraad wordt aangevraagd voor elke wijziging van de uurregeling.) [30 Een departement kan categorieoverschrijdend zijn. In dit geval brengt de Departementsraad zijn adviezen uit aan de Categorieraden waartoe hij behoort.]30 <DFG 2006-06-30/38, Art. 54, d en e, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Elk departement kan een departementsraad hebben. Deze raad brengt adviezen uit ten bate van de categorieraad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, f, 026; En vigueur : 15-09-2006>
(Het bestuurscollege dient gedetailleerde verslagen in bij het beheersorgaan van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen of bij de raad van bestuur voor de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap, over de weigeringen tot inschrijving, het slagen van de studenten, de bestemming van de human resource en de aanwending van pedagogische middelen, op aanvraag van een lid van één van de hierboven bedoelde organen.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 47, g, 026; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 71BIS <Ingevoegd bij DFG 2007-05-25/51, Art. 2; En vigueur : 04-07-2007> § 1. In geval van samenvoeging van Hogescholen, kan in het voorstel tot samenvoeging, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat één of meer Directeur-Voorzitters van de samengevoegde Hogescholen hun mandaat zullen voleindigen binnen de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging. Is het niet het geval, dan wordt tot een aanwijzing overgegaan overeenkomstig, naargelang het geval, artikel 67, tweede lid, of artikel 70, tweede lid.
In het geval meerdere directeur-voorzitters aldus hun mandaat behouden, bepaalt het voorstel tot samenvoeging ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de directeur-voorzitters bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend. Het voorstel tot samenvoeging kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege.
Artikel 71TER <Ingevoegd bij DFG 2007-05-25/51, Art. 3; En vigueur : 04-07-2007> § 1. In geval van samenvoeging van Hogescholen, voleindigt de categoriedirecteur van een samengevoegde Hogeschool zijn mandaat in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging wanneer geen enkel van de andere samengevoegde scholen deze categorie bevat.
Wanneer eenzelfde categorie in meerdere samengevoegde Hogescholen bestaat, kan in het voorstel tot samenvoeging, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat één of meer directeurs van deze categorie hun mandaat zullen voleindigen binnen de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging. In het geval dat meerdere categoriedirecteurs aldus hun mandaat behouden, bepaalt het voorstel tot samenvoeging ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de categoriedirecteurs bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend binnen dezelfde categorie. Het voorstel tot samenvoeging kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege. Het kan ook, voor een maximale duur van vijf jaar, een afweging van de stemmen op het Directiecollege bepalen.
In afwijking van het tweede lid, wanneer binnen eenzelfde categorie van de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging, bepaald wordt ofwel dat het onderwijs verdeeld verstrekt wordt over twee vestigingen verwijderd van elkaar met meer dan vijf kilometer, ofwel dat twee onderwijsniveaus, een hoger onderwijs van het lange type en een hoger onderwijs van het korte type, ingericht worden op twee verschillende vestigingen, en wanneer, daarenboven, het voorstel tot samenvoeging bepaalt dat het onderwijs verstrekt op iedere vestiging, binnen de samengevoegde Hogeschool twee verscheidene departementen binnen dezelfde categorie zal uitmaken, kan voornoemd voorstel tot samenvoeging tevens bepalen dat twee directeurs die de leiding hebben, elk in één van de samengevoegde Hogescholen, van de betrokken categorie, de prerogatieven zullen uitoefenen van categoriedirecteur, elk voor één van beide departementen, in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging, en dit tot het einde van hun lopende mandaat.
§ 2. In geval van overdracht van de categorie van de ene Hogeschool naar een andere Hogeschool, voleindigt de directeur van de overgedragen categorie zijn mandaat in de aannemende Hogeschool wanneer deze categorie in deze Hogeschool niet bestond voor de overdracht.
Wanneer dezelfde categorie als deze die overgedragen wordt in de Hogeschool voor de overdracht bestond, kan in het voorstel tot overdracht, bedoeld bij artikel 62, § 1, bepaald worden dat de directeur van de overgedragen categorie zijn mandaat zal voleindigen binnen de aannemende Hogeschool. In dat geval, indien een directeur een mandaat in deze categorie uitoefende binnen de aannemende Hogeschool op het ogenblik van de overdracht, bepaalt het voorstel tot overdracht ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat het geheel van de prerogatieven van de categoriedirecteurs bedoeld bij de decreets- en reglementaire bepalingen niet gelijktijdig door meerdere mandatarissen kunnen worden uitgeoefend binnen dezelfde categorie. Het voorstel tot overdracht kan, nochtans, bepalen dat deze mandatarissen deel mogen nemen aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het directiecollege.
In afwijking van het tweede lid, wanneer binnen de categorie van de aannemende Hogeschool die een overdracht genoot, bepaald wordt ofwel dat het onderwijs verdeeld verstrekt wordt over twee vestigingen verwijderd van elkaar met meer dan vijf kilometer, ofwel dat twee onderwijsniveaus, een hoger onderwijs van het lange type en een hoger onderwijs van het korte type, ingericht worden op twee verschillende vestigingen, en dat, daarenboven, het voorstel tot overdracht bepaalt dat het onderwijs verstrekt op iedere vestiging, binnen de aannemende Hogeschool twee verscheidene departementen binnen dezelfde categorie zal uitmaken, kan voornoemd voorstel tot overdracht tevens bepalen dat de twee directeurs die de leiding hebben, de ene in de afstaande Hogeschool en de andere in de aannemende Hogeschool, van de betrokken categorie, de prerogatieven zullen uitoefenen van de categoriedirecteurs, elk voor één van beide departementen, in de aannemende Hogeschool, en dit tot het einde van hun lopende mandaat.
Hoofdstuk 4. (Samenstelling van de Sociale raad, de Pedagogische raad, de Categorieraad en de Departementsraad)
Artikel 72 In de door de Franse Gemeenschap ingerichte en gesubsidieerde hogescholen vertegenwoordigen :
1° ten minste een vierde van de leden de personeelsleden in de pedagogische raad, de sociale raad (Categorieraad) en de departementsraad; <DFG 2006-06-30/38, Art. 56, a, 027; En vigueur : 15-09-2006>
2° ten minste een derde van de leden het personeel in de pedagogische raad;
3° ten minste de helft van de leden de studenten in de sociale raad;
4° ten minste een vijfde van de leden de studenten in de (Categorieraad, en desnoods, de) departementsraad; <DFG 2006-06-30/38, Art. 56, b, 027; En vigueur : 15-09-2006>
5° ten minste een derde van de leden de studenten in de pedagogische raad.
Titel 5. Inspraak van de studenten
Hoofdstuk 1. Instelling van een studentenraad in de hogescholen
Artikel 73
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 74
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 2. Beschikbare middelen
Artikel 75
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 75BIS
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 3. Inspraak van de studenten in het beheer van de hogescholen
Artikel 76
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 4. Voorlichting van de studenten
Artikel 77
<Opgeheven bij DFG 2012-09-21/11, Art. 44,1°, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 5. Representatieve gemeenschapsorganisatie van de studenten
Artikel 78 (Opgeheven) <DFG 2003-06-12/39, Art. 47, 022; En vigueur : 01-09-2003>
Titel 6. Instelling van nieuwe organen
Hoofdstuk 1. Algemene raad van de hogescholen
Artikel 79
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Hoofdstuk 2. Pedagogische gemeenschapscommissie
Artikel 80
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Artikel 81
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Artikel 81BIS
<Opgeheven bij DFG 2015-06-25/12, Art. 11, 056; Inwerkingtreding : 15-09-2015>
Hoofdstuk 3. Cel voor pedagogische prospectie (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 82 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 83 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 84 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 65, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 4. Onderhandelingscomité (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 85 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 86 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 66, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Hoofdstuk 5. Net overschrijdende overlegraad
Artikel 87
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Artikel 88
<Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
Titel 7. Sociale toelagen
Artikel 89(§ 1. De Franse Gemeenschap komt bij middel van jaarlijkse toelagen, de sociale subsidies genaamd, tegemoet aan de financiering van de sociale behoeften van de studenten.) <DFR 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996>
§ 2. Deze sociale toelagen worden specifiek op de begroting uitgetrokken.
[§ 3. De in § 1 bedoelde sociale subsidies worden berekend op grond van het aantal subsidieerbare studenten op 1 februari van het jaar voor het begrotingsjaar. [31 Vanaf het begrotingsjaar [32 2015]32 wordt een bedrag van [32 71,12 euros]32 toegekend, per subsidieerbare student, aan elke hogeschool. Vanaf het begrotingsjaar [32 2017]32, wordt dat bedrag jaarlijks aangepast aan de schommeling van het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van het jaar vooraf.]31 [33 [34 Wordt toegevoegd aan dit bedrag, het bedrag bedoeld bij artikel 21quater, § 3, a)]34, van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen.]33] <DFG 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996> <DFG 2006-12-15/84, Art. 14, 028; En vigueur : 01-01-2007>
[§ 4. De sociale subsidies zijn het voorwerp van driemaandelijkse betalingen.] <DFR 1996-09-09/35, Art. 56, 002; En vigueur : 01-09-1996>
§ 5. [opgeheven] <DFG 2006-12-15/84, Art. 14, 028; En vigueur : 01-01-2007>
[§ 6. De Regering kan het bij § 3 bedoeld bedrag verhogen.] <DFG 2006-06-30/38, Art. 69, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 90De in artikel 89 bedoelde sociale toelagen dienen voor de werking van de [5 in artikel 10 van het decreet van 21 september 2012 betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten in het hoger onderwijs]5 bedoelde studentenraad,(rechtstreekse of onrechtstreeksesociale hulpverlening aan studenten) de sociale diensten, de oriëntering, de studententehuizen en -restaurants, voor de bouw, modernisering, verruiming en aanpassing van de voor die doeleinden bestemde gebouwen. <DFG 1999-02-08/37, Art. 61, 010; En vigueur : 01-01-1999>
(De Regering vult desgevallend deze lijst aan en bepaalt minima en maxima voor de aanwending van iedere categorie bedoeld bij het eerste lid, met inachtneming van het derde lid.
[35 De sociale subsidies bedoeld in artikel 89 kunnen gebruikt worden voor de uitvoering van het decreet van 30 januari 2014 betreffende het inclusief hoger onderwijs binnen de perken bepaald in artikel 31 van dit decreet.]35
De academische criteria kunnen niet in aanmerking worden genomen voor de toelaatbaarheid en de toelating van studenten tot de subsidie toegekend door de Sociale raad.) <DFG 2006-06-30/38, Art. 70, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 91Vóór (1 december) maakt de sociale raad een begroting voor het volgende begrotingsjaar op, na advies van de studentenraad. <DFG 2001-12-20/63, Art. 5, 018; En vigueur : 01-01-2002>
De begroting maakt een onderscheid tussen de verrichtingen ten laste van het lopende begrotingsjaar en die ten laste van de saldi van de vorige jaren.
De raad houdt een volledige boekhouding bij, die hij met zijn rekeningen jaarlijks aan een bedrijfsrevisor voorlegt.
Hij overhandigt de Regering vóór 31 maart een jaarrekening voor het vorige begrotingsjaar en een jaarrekening met :
1° de verantwoording van het financieel beheer in het vorige begrotingsjaar;
2° de personeelsbezetting;
3° de inventaris van het eigen vermogen;
4° het verslag van de bedrijfsrevisor of van de fungerende ontvanger;
5° een verslag over de juiste bestemming van de bijdragen van de Gemeenschap;
[36 6° een uiteenzetting over het beleid gevolgd door de Sociale Raad bij het aanwenden van de sociale subsidies;
- 7° de criteria voor de toekenning van financiële steun ten behoeve van studenten;
- 8° de beschrijving van de juridische, oriëntatie- en plaatsingsdiensten voor de studentenjobs, verricht in het kader van de aanwending van sociale subsidies;
- 9° de mogelijke medewerking met andere Hogescholen of universitaire instellingen inzake sociale diensten.]36
Artikel 91BIS<Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 71; En vigueur : 15-09-2006> De Sociale raden van meerdere inrichtingen voor hoger onderwijs, in de zin van artikel 6, § 1, van het decreet van 31 maart 2004, kunnen tot 30 % van hun subsidies verdelen met als doel gemene projecten te kunnen verwezenlijken of sommige uitgaven te verdelen of optimaliseren. Voor het beheer van deze uitgaven, vaardigt iedere Sociale raad een vertegenwoordiger af van het bestuurspersoneel en een vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel en twee vertegenwoordigers van de studenten die zetelen in een inrichtingoverschrijdende sociale raad. Iedere beslissing genomen door deze inrichtingoverschrijdende sociale raad kan een veto oplopen bij een meerderheid van de stemmen uitgaande van één van de partner sociale raden.
Artikel 91TER <Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 72; En vigueur : 15-09-2006> Wanneer het bedrag van de reservemiddelen van de sociale raad twee maal het bedrag overschrijdt van de subsidies toegekend gedurende het vorige begrotingsjaar, wordt de som die dat bedrag overschrijdt uitgetrokken op de volgende toelagen en gestort op het " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur "(Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs) ingesteld door het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur ".
Artikel 91QUATER <Ingevoegd bij DFG 2006-06-30/38, Art. 73; En vigueur : 15-09-2006> De individuele dossiers ingediend door de studenten bij de Sociale raad worden anoniem behandeld.
De leden van de Sociale raad worden tot het beroepsgeheim gehouden tijdens de uitoefening van hun mandaat wanneer ze individuele aanvragen van studenten onderzoeken.
De Sociale raad wijst één of meer refertepersonen aan. Deze persoon is belast met het behandelen van de dossiers van aanvraag om tussenkomst van de Sociale raad ingediend door de studenten. Ze zorgt ervoor dat de dossiers of hun samenvatting, overgezonden aan de Sociale raad om beslissing, geen persoonlijke gegeven bevatten die ertoe zouden kunnen leiden de student te identificeren. De refertepersoon kan niet lid zijn van de Sociale raad en wordt tot het beroepsgeheim gehouden.
De Regering kan terzake bijzondere bepalingen treffen.
Titel 8. Samenwerking van hogescholen
Artikel 92 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 74, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 93 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 75, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Titel 9. Het beslechten van belangenconflicten in de hogescholen
Artikel 94Bij een belangenconflict in een orgaan van een hogeschool, tussen de vertegenwoordigers van departementen of die van onderwijstypes, of tussen de componenten van organen van de hogeschool, over alle materies betreffende de hogeschool buiten de naleving van het projekt kan een verzoek tot bemiddeling ingediend worden bij de pedagogische gemeenschapscommissie door elke component van een orgaan van de hogeschool.
De Commissie hoort de partijen, eventueel bijgestaan door hun representatieve organisatie, en streeft verzoening tussen de partijen na.
Titel 10. Opheffings, overgangsen slotbepalingen
Artikel 95 Het decreet dd. 27 oktober 1994 houdende algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen wordt opgeheven.
Artikel 96 De artikelen 2, 1e lid, 2bis, 2ter, 2quater, 3, 5, 5bis, § 1, a, b, c, e, § 2, § 3, a, b, 6, 7, 8, 9, 9bis, § 2, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs gelden niet voor de hogescholen.
In dezelfde wet wordt in artikel 2ter " en 1993-1994 en 1994-1995 " vervangen door " 1993-1994, 1994-1995 en 1995-1996 ".
Artikel 97 Voor de hoger-onderwijsinstellingen van de gesubsidieerde netten heeft de niet-naleving van de in de artikelen 51 t/m 57 gestelde verplichtingen het definitief verlies van het recht op toelagen tot gevolg.
Voor de instellingen van het net georganiseerd door de Franse Gemeenschap heeft de niet-naleving van die artikelen de sluiting van de hoger-onderwijsinstelling tot gevolg.
Artikel 98 Voor hoger-onderwijsinstellingen van het gesubsidieerd net heeft de niet-naleving van de in de artikelen 26, 27 en 37 voorkomende bepalingen het verlies van het recht op toelagen, tot een beloop van 20 % tot gevolg.
Voor de instellingen van het net georganiseerd door de Franse Gemeenschap heeft de niet-naleving van die bepalingen het verlies van de middelen, bestemd voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs, tot een beloop van 20 %, tot gevolg.
De niet-naleving van de bepalingen wordt vastgesteld door de Regering.
De vermindering van de toelagen of werkingskredieten door de Regering ingevolge artikel 10, § 7, beloopt 20 %.
Artikel 99 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 76, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 100 Bij de oprichting van de hogeschool bestaat het bestuurscollege, in afwijking van de artikelen 67 en 70, van rechtswege uit de directeurs, adjunct-directeurs en onderdirecteurs van de hoger-onderwijsinstellingen die de hogeschool samenstellen.
(Tweede lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 77, a, 027; En vigueur : 15-09-2006>
(Derde lid opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 77, b, 027; En vigueur : 15-09-2006>
De inrichtende macht benoemt de categoriale directeurs onder de leden van rechtswege van het bestuurscollege. De categoriale directeurs, benoemd ingevolge het voorgaande lid, worden overeenkomstig artikel 71 vervangen.
(In geval van samenvoeging van Hogescholen of overdracht van de categorie van de ene Hogeschool naar de andere, behoudt de categoriedirecteur benoemd overeenkomstig het vorig lid zijn ambt, naargelang het geval, in de Hogeschool voortkomend uit de samenvoeging of in de aannemende Hogeschool. Artikel 71 is op hem echter van toepassing. Voor de toepassing van deze bepaling, wordt hij geacht een mandaat uit te oefenen.) <DFG 2007-05-25/51, Art. 4, 030; En vigueur : 04-07-2007>
Artikel 101 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 78, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 102 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 79, 027; En vigueur : 15-09-2006>
Artikel 103
<Opgeheven bij DFG 2007-12-13/52, Art. 22, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
Artikel 104 Alle bepalingen van wetten, decreten en reglementen betreffende de instellingen voor hoger onderwijs gelden mutatis mutandis voor de hogescholen totdat de Raad of de Regering ze eventueel wijzigt of afschaft.
Artikel 105 (Opgeheven) <DFG 2006-06-30/38, Art. 80, 027; En vigueur : 15-09-2006>ve studentenorganisaties in hoger-onderwijsinstellingen erkennen.
Artikel 106 De wet van 22 december 1986 op de intercommunale verenigingen is toepasselijk op hogescholen samengesteld uit hoger-onderwijsinstellingen die door ten minste 2 gemeenten georganiseerd waren, onverminderd de artikelen 69 t/m 72.
Artikel 107 Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, behalve artikel 61, § 4, dat op 1 september 1998 in werking treedt.
- 1: DFG 2011-10-20/23, Art. 1, 043; Inwerkingtreding : 15-09-2011>
- 2: Ingevoegd bij DFG 2014-04-11/33, Art. 7, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 3: DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 4: DFG 2009-02-19/61, Art. 6, 039; Inwerkingtreding : 24-05-2009>
- 5: DFG 2014-04-11/33, Art. 7, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 6: Ingevoegd bij DFG 2014-04-11/33, Art. 9, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 7: DFG 2016-06-16/22, Art. 10, 058; Inwerkingtreding : 15-09-2016>
- 8: DFG 2014-04-11/33, Art. 6, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 9: DFG 2010-12-01/08, Art. 1, 041; Inwerkingtreding : 15-09-2010>
- 10: DFG 2014-04-11/33, Art. 12, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 11: Ingevoegd bij DFG 2008-01-11/35, Art. 41, 032; Inwerkingtreding : 01-09-2007>
- 12: DFG 2016-06-16/22, Art. 9, 058; Inwerkingtreding : 15-09-2016>
- 13: DFG 2016-06-16/22, Art. 8, 058; Inwerkingtreding : 15-09-2016>
- 14: DFG 2014-04-11/33, Art. 4, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 15: DFG 2014-04-11/33, Art. 5, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 16: DFG 2014-04-11/33, Art. 3, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 17: DFG 2014-04-11/33, Art. 2, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 18: DFG 2010-12-01/08, Art. 7, 041; Inwerkingtreding : 15-09-2010>
- 19: DFG 2011-03-17/05, Art. 3, 042; Inwerkingtreding : 01-03-2011>
- 20: DFG 2010-12-01/08, Art. 3, 041; Inwerkingtreding : 15-09-2008>
- 21: DFG 2014-04-11/33, Art. 11, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 22: Opgeheven bij DFG 2013-11-07/50, Art. 165, 050; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 23: DFG 2007-07-19/59, Art. 3, 031; Inwerkingtreding : 15-09-2007>
- 24: DFG 2008-05-09/75, Art. 8, 035; Inwerkingtreding : 03-07-2008>
- 25: DFG 2012-09-21/11, Art. 39, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 26: DFG 2014-04-11/27, Art. 11, 053; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
- 27: DFG 2013-07-17/33, Art. 35, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
- 28: DFG 2014-01-30/43, Art. 33, 052; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 29: DFG 2014-12-18/21, Art. 76, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- 30: DFG 2012-07-12/18, Art. 62, 046; Inwerkingtreding : 11-08-2012>
- 31: DFG 2009-02-19/61, Art. 5, 039; Inwerkingtreding : 24-05-2009>
- 32: DFG 2014-04-11/33, Art. 10, 054; Inwerkingtreding : 21-08-2014>
- 33: DFG 2009-02-19/61, Art. 4, 039; Inwerkingtreding : 24-05-2009>
- 34: DFG 2015-07-14/05, Art. 20, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- 35: DFG 2009-02-19/61, Art. 2, 039; Inwerkingtreding : 24-05-2009>
- 36: DFG 2009-02-19/61, Art. 3, 039; Inwerkingtreding : 24-05-2009>