Decreet houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2012029158
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Optieraden en personeelsformatie in hogere kunstscholen
Artikel 1 In artikel 23 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), worden de woorden " het pedagogisch project van de hogere kunstschool " vervangen door de woorden " het pedagogische en artistieke project van de hogere kunstschool ".
Artikel 2 In artikel 57 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt paragraaf één vervangen door hetgeen volgt:
" § 1. Elke hogere kunstschool staat onder de leiding van een directeur, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid wordt toegekend.
Een hogere kunstschool die meerdere studiegebieden telt krijgt een betrekking van directeur van een studiegebied, per bijkomend studiegebied, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid wordt toegekend voor vijf jaar.
Wordt een bijkomende betrekkingseenheid toegekend krachtens het vorige lid, dan kan de Inrichtende Macht, na advies van de Pedagogische beheersraad, de duur beperken van het mandaat van de directeur van een studiegebied in deze betrekking tot de duur die overblijft voor het of de mandaat(mandaten) dat (die) lopend is (zijn) van directeur van een studiegebied.
De directeur van een studiegebied wordt door de Inrichtende Macht aangewezen, overeenkomstig de wervingsprocedure toepasselijk op de aanwijzing van de directeurs van de hogere kunstscholen.
De directeur van het studiegebeid heeft de leiding van het gebied waarvoor hij wordt aangewezen. Hij handelt onder het gezag van de directeur van de hogere kunstschool.
Een hogere kunstschool die enkel één studiegebied inricht en die ten minste 500 financierbare studenten telt, krijgt een betrekking van adjunct-directeur toegewezen, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid voor vijf jaar wordt toegekend.
Een hogere kunstschool die enkel één studiegebied inricht en die ten minste 800 financierbare studenten telt, krijgt een tweede betrekking van adjunct-directeur toegewezen, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid voor vijf jaar wordt toegekend.
In afwijking van het tweede lid, wordt de hogere kunstschool die meerdere studiegebieden en meer dan 500 financierbare studenten voor het academiejaar 2010-2011 telde, wordt onderworpen aan de bepaling bedoel bij het zesde lid voor zover de toestand ongewijzigd blijft. ".
Hoofdstuk 2. Toegang tot de studies, opleidingen en academische graden
Sectie 1. Wijzigingen aan het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen
Artikel 3 In artikel 22, § 1, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordende volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij 5° wordt de zin " Dat attest geeft toegang tot de afdeling(en) van het in hogescholen georganiseerde hoger onderwijs die het vermeldt; " door de volgende zin vervangen " Dat attest geeft toegang tot de afdeling(en) en, desgevallend, de subafdelingen van het in hogescholen georganiseerde hoger onderwijs die het vermeldt; ";
2° de paragraaf wordt aangevuld met de punten 10° en 11° luidend als volgt :
" 10° ofwel een attest van slagen voor het examen dat toegang verleent tot universitaire studie;
11° ofwel een beslissing van niveaugelijkwaardigheid uitgereikt met toepassing van artikel 44 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ".
Artikel 4 In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2006, worden de woorden " met deze vermeld in de artikelen 15 en 18, § 1, of houder " vervangen door de woorden " met deze vermeld in de artikelen 15 en 18, § 1, uitgereikt door de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap of de Federale Staat of houder ".
Artikel 5 In artikel 26 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
" § 5. Het bewijs dat de student aan de toegangsvoorwaarden voldoet en dat hij niet in de in § 2, 2°, bedoelde gevallen van weigering verkeert, valt ten laste van de student. Het kan gegeven worden door elk degelijk officieel bewijsstuk of bij ontstentenis ervan, door een verklaring op erewoord die de student ondertekent.
In geval van bedrog bij de inschrijving verliest de student onmiddellijk zijn hoedanigheid van regelmatig ingeschreven student, alsmede alle rechten verbonden aan deze hoedanigheid en de rechtsuitwerking verbonden aan het slagen voor de proeven gedurende het betrokken academiejaar. Het inschrijvingsgeld gestort aan de inrichting wordt definitief aan de inrichting toegewezen. De student mag tot geen instelling voor hoger onderwijs worden toegelaten, in ongeacht welke hoedanigheid, en dit gedurende de vijf volgende academiejaren. ".
Artikel 6 In artikel 31, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De in de tijd verspreide programmering van zijn activiteiten en de ermee gepaard gaande evaluaties maken deel uit van een overeenkomst met de overheid van de hogeschool gesloten, ten laatste op 1 december van het academiejaar, op eensluidend advies van de Pedagogische raad, en die jaarlijks herzien kan worden. Bij gebrek aan een advies binnen de veertien dagen na de aanvraag van de student, wordt het advies geacht eensluidend te zijn. De Regering kan van de datum van 1 december op met redenen omkleed advies van de Pedagogische raad afwijken. ".
Artikel 7 In artikel 81bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, aangevuld bij het decreet van 18 juli 2008, worden de woorden " om de drie jaar " vervangen door de woorden " Elk jaar ".
Sectie 2. Wijzigingen aan het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
Artikel 8 Artikel 48 van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 209, wordt met een paragraaf 4, luidend als volgt, aangevuld :
" § 4. In afwijking van de bepalingen van artikel 4, § 1, kunnen de doctoren in de geneeskunde, doctoren in de diergeneeskunde, apothekers, ingenieurs of geaggregeerden van het hoger onderwijs die deeltijds verworven zijn in een ambt van hoogleraar of docent vóór 15 september 2009, aanspraak maken op een deeltijdse aanstelling in het ambt dat zij bekleden. De doctoren in de geneeskunde, doctoren in de diergeneeskunde, apothekers, ingenieurs of geaggregeerden van het hoger onderwijs die in vast verband benoemd of verworven zijn in een ambt van meester-assistent vóór 15 september 2009, aanspraak maken op een aanstelling in het ambt docent. ".
Artikel 9 In de kolom " Vereiste bekwaamheidsbewijzen " van de toe te kennen cursus " Kantoorautomatisering " van de bijlage 1 bij hetzelfde decreet, wordt een punt e., luidend als volgt, ingevoegd :
" e. het diploma van stenotypiste en typiste - tekstverwerking in de inrichtingen voor secundair onderwijs en hoger onderwijs van het korte type uitgereikt door een examencommissie van de Franse Gemeenschap. ".
Sectie 3. Wijzigingen aan het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs
Artikel 10 In artikel 6, § 2, van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, opnieuw ingevoerd door het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " De directeur van de Hogere Kunstschool, op voorstel van de pedagogische beheersraad, legt de lesroosters en de wijzigingen ervan ter goedkeuring voor aan de Regering. De lesroosters worden door de Regering goedgekeurd, volgens de procedure die zij bepaalt. " vervangen door de woorden " De directeur van de Hogere Kunstschool, op voorstel van de pedagogische beheersraad, legt de lesroosters en de wijzigingen ervan ter goedkeuring voor aan de Regering. Deze verplichting is niet van toepassing op de lesroosters die niet gewijzigd werden in vergelijking met de vooraf goedgekeurde lesroosters. De lesroosters worden door de Regering goedgekeurd, volgens de procedure die zij bepaalt. ".
Artikel 11 In artikel 11, derde lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de beeldende kunsten, visuele kunsten en ruimtekunsten, " opgeheven.
Artikel 12 In artikel 14 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij § 1, eerste lid, wordt het woord " wekelijkse " opgeheven;
2° bij § 5, derde lid, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de muziek, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de muziek, ", opgeheven.
Artikel 13 In artikel 19 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door het volgend lid :
" Voor ieder studiejaar is de lesrooster minimum 30 uur en maximum 40 uur cursus per week. ";
2° in paragraaf 4 worden de woorden " het domein van de toneelkunst " vervangen door de woorden " het domein van de toneelkunst en van de woordkunsten ";
3° in paragraaf 5, derde lid, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de toneelkunst en de woordkunsten, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de toneelkunst en de woordkunsten, " opgeheven.
Artikel 14 In artikel 23, derde lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de vertoningskunsten en de technieken voor de verspreiding en de communicatie, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de vertoningskunsten en de technieken voor de verspreiding en de communicatie, " opgeheven.
Artikel 15 In artikel 25 van hetzelfde decreet worden de woorden " op het betrokken gebied " vervangen door de woorden " voor de in aanmerking genomen optie en, op het gebied van muziek, op het betrokken gebied. ".
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 16 In artikel 37 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), laatst gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008, worden de punten 11°, 12°, 13°, 14° en 15° opgeheven.
Artikel 17 Artikel 38, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt met de volgende zin aangevuld :
" Er wordt een toelatingsproef ingericht overeenkomstig artikel 25 van het decreet. ".
Artikel 18 In artikel 41bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij 1° worden de woorden " van dezelfde cursus " vervangen door de woorden " van dezelfde optie en, op het gebied van de muziek, in dezelfde specialiteit ";
2° bij 2° worden de woorden " van dezelfde cursus " vervangen door de woorden " van dezelfde optie en, op het gebied van de muziek, in dezelfde specialiteit ".
Artikel 19 Artikel 41ter van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008, wordt opgeheven.
Artikel 20 In artikel 41ter/1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de woorden " master met een didactische finaliteit of van een graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs " vervangen door de woorden " master met een didactische finaliteit of van een graad van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs of van een graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs ".
Artikel 21 In artikel 41quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006, wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 22 In hoofdstuk III van titel IV van het tweede deel van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006, wordt een artikel 41quater/1 ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 41quater/1. - Onder de door de Regering vast te stellen algemene voorwaarden, met het oog op de toelating tot de studies, maakt de directeur, na het advies van de pedagogische beheersraad te hebben ingewonnen, de kennis en de bekwaamheid van studenten geldig die ze door hun persoonlijke of beroepservaring hebben verworven. De studenten die deze geldigmaking genieten, worden vrijgesteld van de overeenstemmende delen van het studieprogramma.
De ervaring bedoeld bij het vorige lid moet overeenstemmen met minstens vijf jaar activiteiten, waarbij er geen rekening wordt gehouden met de jaren hogere studies die ze niet met succes zouden hebben gevolgd. Op het einde van een evaluatieprocedure ingericht door een examencommissie van onderwijzers van de betrokken optie, beslist de directeur, op advies van de pedagogische beheersraad, of de kennis en de bekwaamheid van de student voldoen om de studies met succes te volgen.
De Regering kan de inrichting bepalen van proeven tot geldigmaking van de verworven bekwaamheden en de minimumvoorwaarden vastleggen waaraan deze studenten moeten voldoen. ".
Artikel 23 In artikel 41quinquies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008 worden de woorden " de bepalingen van het voorafgaande artikel " vervangen door de woorden " de bepalingen van artikel 41quater en 41quater/1 ".
Artikel 24 In artikel 47, § 1, van hetzelfde decreet, aangevuld bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " en door de leden van de beraadslagingscommissie " vervangen door de woorden " en de secretaris van de examencommissie. ";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Artikel 25 In artikel 49, § 1, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 28 november 2008, worden de woorden " van een bepaalde afdeling " vervangen door de woorden " van een bepaalde afdeling of, op het gebied van muziek, van een bepaalde specialiteit ".
Sectie 5. Wijzigingen aan het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten
Artikel 26 In artikel 33, § 2, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, worden de woorden " De titels van de opties worden bepaald door de instelling " vervangen door de woorden " De titels van de opties en van de gespecialiseerde specialiteiten worden bepaald door de instelling ".
Artikel 27 In artikel 51, § 4, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid :
" Voor de toepassing van het eerste lid worden beschouwd als Belgische universiteiten de inrichtingen voor hoger onderwijs in de Vlaamse of Duitstalige Gemeenschappen, de Federale Staat en de Koninklijke Militaire School voor zover zij gelijkwaardige bekwaamheidsbewijzen of graden uitreiken. "
Artikel 28 In artikel 54, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden die studies van een tweede cyclus bekrachtigen " vervangen door de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden of bewijzen of graden uitgereikt in de Vlaamse Gemeenschap, in de Duitstalige Gemeenschap, door de Federale Staat of de Koninklijke militaire school, die studies van een tweede cyclus bekrachtigen ".
Artikel 29 In artikel 55, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden die studies van een tweede cyclus bekrachtigen " vervangen door de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden of bewijzen of graden uitgereikt in de Vlaamse Gemeenschap, in de Duitstalige Gemeenschap, door de Federale Staat of de Koninklijke militaire school, die studies van een tweede cyclus bekrachtigen ".
Artikel 30 In de afdeling 5e van hoofdstuk III van titel III van Deel II van hetzelfde decreet wordt een artikel 60bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 60bis. In afwijking van de algemene voorwaarden bepaald bij de artikelen 54 en 55, mits inachtneming van de aanvullende voorwaarden erin vervat, kan de academische overheid ook houders van een buitenlands(e) bekwaamheidsbewijs of graad die (dat), in het oorspronkelijke systeem, rechtstreeks toegang verleent tot doctorale opleidingen of studies en activiteiten betreffende de voorbereiding van een proefschrift tot de studies toelaten, zelfs als deze studies bekrachtigd worden door bekwaamheidsbewijzen of graden die niet georganiseerd worden in afzonderlijke cycli of in minstens vijf jaar.
Deze toelating moet uitzonderlijk zijn en met redenen omkleed worden op basis, onder andere, van het formele en authentieke bewijs van deze bekwaamheid om doctorale studies te volgen in het oorspronkelijke systeem.
De studenten die in deze context toegelaten worden, worden gelijkgesteld met deze toegelaten krachtens artikel 54, eerste lid, 5°, of van artikel 55, eerste lid, 5°. ".
Artikel 31 Artikel 63, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt op de volgende wijze aangevuld :
" Wat betreft de opleidingen die tot de beroepen bedoeld in de Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties leiden, moeten de programma's aan de vereisten bepaald in deze richtlijn en haar bijlage voldoen. De CIUF deelt om het jaar aan de Regering een met redenen omkleed advies mee waarbij wordt bevestigd dat deze vereisten in acht worden genomen door de academische overheid. ".
Artikel 32 In artikel 68 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2005, wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidend als volgt :
" § 1bis. Wanneer ze studiepunten geldig maakt die verworven werden in het kader van voorafgaande studies, kan de examencommissie niet meer studiepunten geldig maken als deze toegekend door de examencommissie van de inrichting waar de overeenstemmende lessen gevolgd, geëvalueerd en bekrachtigd werden.
Onverminderd de overgangsbepalingen met betrekking tot de oude bekwaamheidsbewijzen en academische graden, inzonderheid deze van artikel 182, in de systemen die het slagen niet expliciet in studiepunten uitdrukken, kan de examencommissie niet meer dan 60 studiepunten per geslaagd voltijds studiejaar geldig verklaren. ".
Sectie 6. Wijzigingen aan het decreet van 28 november 2008 tot integratie van de "Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux" in de "Université de Liège", oprichting van de "Université de Mons" door de fusie van de "Université de MonsHainaut" en de "Faculté polytechnique de Mons", herstructurering van de universitaire machtigingen en herfinanciering van de Universiteiten
Artikel 33 Artikel 20 van het decreet van 28 november 2008 tot integratie van de "Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux" in de "Université de Liège", oprichting van de "Université de Mons" door de fusie van de "Université de Mons-Hainaut" en de "Faculté polytechnique de Mons", herstructurering van de universitaire machtigingen en herfinanciering van de Universiteiten, wordt met het volgende lid aangevuld :
" In afwijking van artikel 51ter van dezelfde wet zal het mandaat van Secretaris aangesteld in 2011 door de raad van bestuur van de " Université de Liège " een duur van vijf jaar bedragen. ".
Hoofdstuk 3. Tuchtregeling
Sectie 1. Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van het bestuursen toegevoegd personeel, administratief personeel, hulppersoneel voor onderzoek, beheerspersoneel, de kinderverzorgsters, werkopzichters en tekenaars, het paramedisch en gespecialiseerd personeel van de universiteiten en de universitaire faculteit van de Franse Gemeenschap
Artikel 34 In artikel 62novies van het koninklijk besluit van 30 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van het bestuurs- en toegevoegd personeel, administratief personeel, hulppersoneel voor onderzoek, beheerspersoneel, de kinderverzorgsters, werkopzichters en tekenaars, het paramedisch en gespecialiseerd personeel van de universiteiten en de universitaire faculteit van de Franse Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 22 oktober 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het zesde streepje vervangen door wat volgt :
" - de tuchtschorsing;
de afzetting. ";
2° in paragraaf 6, a), worden de woorden " behalve de afzetting " vervangen door de woorden " behalve de tuchtschorsing en de afzetting ".
Sectie 2. Wijzigingen aan het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuursen onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
Artikel 35 In artikel 52, eerste lid, van het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 36 In artikel 90 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " , tot een ontslag bij tuchtmaatregel " ingevoegd tussen de woorden " tot een plaatsing in een disciplinaire inactiviteit " en de woorden " en tot een ontheffing ";
2° in het derde lid wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier ".
Artikel 37 In artikel 99, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° in geval van de tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting. ".
Artikel 38 In artikel 149 van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° het ontslag wegens een zware fout. ".
Artikel 39 In artikel 169, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7° ".
Artikel 40 In artikel 193, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° indien ze ontslagen werden wegens een zware fout of indien ze ontslagen werden bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 41 In artikel 227 van hetzelfde decreet wordt 7° vervangen als volgt :
" 7° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 42 In artikel 262, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " ontslag van ambtswege " vervangen door de woorden " ontslag bij tuchtmaatregel ".
Artikel 43 In artikel 272, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet worden de woorden " van ontslag van ambtswege " vervangen door de woorden " van ontslag bij tuchtmaatregel ".
Sectie 3. Wijzigingen aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 44 In artikel 169, tweede lid, 5°, van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), worden de woorden " 5°, 6° en 7° " vervangen door de woorden " 5°, 6°, 7° et 8° ".
Artikel 45 In artikel 170, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 5°, 6° en 7° " vervangen door de woorden " 5°, 6°, 7° en 8° ".
Artikel 46 In artikel 171, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt 7° vervangen als volgt :
" 7° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 47 In artikel 209, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° in geval van de tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting; ".
Artikel 48 In artikel 288, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 49 In artikel 324, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet worden de woorden " van ambtswege worden ontslagen " vervangen door de woorden " bij tuchtmaatregel worden ontslagen ";
Artikel 50 In artikel 416, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7° ; ".
Artikel 51 In artikel 417, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7; ".
Artikel 52 In artikel 419, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° het ontslag wegens een zware fout. ".
Artikel 53 In artikel 455, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° indien ze ontslagen werden wegens een zware fout of indien ze ontslagen werden bij tuchtmaatregel; ".
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, hogere kunstscholen en hogere instituten voor architectuur
Artikel 54 In artikel 10, § 1, 9°, van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, hogere kunstscholen en hogere instituten voor architectuur, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, worden de woorden " van een ontslag bij tuchtmaatregel, " ingevoegd tussen de woorden " Niet het voorwerp hebben uitgemaakt " en de woorden " van een afzetting ".
Artikel 55 In artikel 15, eerste lid, 9°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " van een ontslag bij tuchtmaatregel, " ingevoegd tussen de woorden " Niet het voorwerp hebben uitgemaakt " en de woorden " van een afzetting ".
Artikel 56 In artikel 35, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4° of 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° of 7° ".
Artikel 57 In artikel 36, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4° of 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° of 7° ".
Artikel 58 In artikel 43 van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° de afzetting in de officiële inrichtingen of het ontslag wegens een zware fout in de gesubsidieerde vrije inrichtingen. ".
Artikel 59 In artikel 60, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° bij tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel, afzetting of ontslag wegens een zware fout; ".
Hoofdstuk 4. Financiering van de studenten en van de instellingen
Sectie 1. Wijziging van de wet van 12 augustus 1911 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de "Katholieke Universiteit te LeuvenUniversité Catholique de Louvain", aan de "Vrije Universiteit Brussel", aan de "Université libre de Bruxelles", en waarbij aan de "Katholieke Universiteit te LeuvenUniversité Catholique de Louvain" machtiging wordt verleend een Franstalige en een Nederlandstalige universiteit op te richten
Artikel 60 In artikel 3, § 2, van de wet van 12 augustus 1911 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de "Katholieke Universiteit te Leuven - Université Catholique de Louvain", aan de "Vrije Universiteit Brussel", aan de "Université libre de Bruxelles", en waarbij aan de "Katholieke Universiteit te Leuven - Université Catholique de Louvain" machtiging wordt verleend een Franstalige en een Nederlandstalige universiteit op te richten, gewijzigd bij de wetten van 11 maart 1954 en 28 mei 1970, worden de woorden " 1 000 000 frank " vervangen door de woorden " 750.000 euro ".
Sectie 2. Wijziging van de wet van 5 juli 1920 tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de universiteiten van Gent en Luik
Artikel 61 In artikel 3 van de wet van 5 juli 1920 tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de universiteiten van Gent en Luik, gewijzigd bij de wet van 11 maart 1954, worden de woorden " 100 000 frank " vervangen door de woorden " 750.000 euro ".
Sectie 3. Wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling
Artikel 62 In artikel 27, § 1, vierde lid, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " wordt verdeeld naar rata van het aantal studiepunten behaald in deze instellingen " vervangen door de woorden " wordt overeenkomstig het vorige lid bepaald door het totaal van de studiepunten behaald in het geheel van de instellingen en wordt toegewezen aan één van die, overeenkomstig de overeenkomst bedoeld in artikel 29, § 2, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. De instellingen storten daarna de financiële compensatie onder elkaar volgens de overeenkomst waaraan ze gebonden zijn. "
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen
Artikel 63 Artikel 5 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, vervangen bij het decreet van 30 juni 2006, wordt aangevuld als volgt :
" Wanneer de student gekozen heeft voor de verdeling van de cursussen van een studiecyclus over een aantal academiejaren dat hoger is dan het aantal jaren voorzien in het programma in de zin van artikel 31, § 1, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, zal het slechts voor de helft in aanmerking worden genomen voor de financiering tijdens het eerste jaar; het saldo zal integraal overgedragen worden naar het tweede vespreidingsjaar. ".
Artikel 64 In artikel 6, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onder d) tussen de woorden " wier echtgenoot(ote) " en de woorden " in België verblijft " worden de woorden " of de wettelijk samenwonend" ingevoegd;
2° k) wordt vervangen als volgt : anderen dan die vermeld onder punten a) tot j). Die studenten mogen echter naar rata van hoogstens 1 per cent van het aantal Belgische studenten die op het voorafgaande academiejaar in de betrokken Hogeschool regelmatig ingeschreven waren, in aanmerking komen. ".
Artikel 65 In artikel 8, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, worden de woorden " behalve in de afdeling kinesitherapie, vertalen-tolken en logopedie, " ingevoegd tussen de woorden " van het universitaire onderwijs " en de woorden " zonder geslaagd te zijn, ".
Artikel 66 In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 13 december 2007, wordt 4° aangevuld als volgt : " , alsook de som van de weddenkosten voor de vast benoemden personeelsleden die verwijderd worden in het kader van de moederschapsbescherming met toepassing van de federale bepalingen inzake moederschapsbescherming. ".
Sectie 5. Wijziging aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 67 In de titel IIbis van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2010, wordt artikel 57bis artikel 57quater.
Sectie 6. Wijzigingen aan het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een "Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur" (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs)
Artikel 68 Artikel 2 van het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een "Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur" (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs), wordt aangevuld als volgt :
" Dit Fonds wordt als volgt in twee gedeeltes gedeeld :
1° één gedeelte om als cofinanciering de gelijke middelen afkomstig uit het Fonds van de Europese Unie aan te vullen die ten doel hebben de studentenmobiliteit binnen deze Unie te bevorderen overeenkomstig de wetgeving;
2° een ander gedeelte om elke vorm van studentenmobiliteit te ondersteunen, in de zin van dit decreet.
Elk jaar, op advies van de Hoge Raad voor Mobiliteit bedoeld in artikel 8, bepaalt de Regering de verdeling betreffende deze twee gedeeltes waarbij één onder wie niet lager dan 20 % kan zijn. ".
Artikel 69 In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden " Belgische of buitenlandse ".
Artikel 70 In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Voor de studenten die een studietoelage genieten met toepassing van het decreet van 7 november 1983 tot regeling van de studietoelagen en -leningen, mag het totaal bedrag van de mobiliteitsbeurs afkomstig uit het gecofinancierde gedeelte van het Fonds niet lager zijn dan 400 euro per maand, na aftrek van de andere hulpmiddelen voor mobiliteit waarvoor de student in aanmerking zou komen. ".
Artikel 71 Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. Met het oog op een eerlijke verdeling van de middelen, zijn de inrichtingen voor hoger onderwijs ertoe gehouden alle andere hulpmiddelen voor studentenmobiliteit aan de Raad bedoeld in artikel 8 mee te delen die ze aan de begunstigden van het Fonds toekennen. "
Hoofdstuk 5. De wedden
Artikel 72 Artikel 36 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 34.560,95 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 37.013,35 euro, 39.465,75 euro, 41.918,15 euro, 44.370,55 euro, 46.822,95 euro, 49.275,35 euro, 51.727,75 euro en 54.180,15 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 73 Artikel 37, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 december 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, van een vaste wedde, berekend op basis van 4.320,13 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 2.160,07 euro en meer dan 34.561,02 euro zouden kunnen krijgen. ".
Artikel 74 Artikel 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 40.431,94 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 43.961,87 euro, 47.491,80 euro, 51.021,73 euro, 54.551,66 euro, 58.081,59 euro en 61.611,52 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 75 Artikel 39 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een vaste wedde, berekend op basis van 4.716,52 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 37.732,14 euro zouden kunnen krijgen. ".
Artikel 76 Artikel 39bis van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 45.262,40 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 50.018,51 euro, 54.774,62 euro, 59.530,72 euro, 64.286,84 euro en 69.042,95 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 77 Artikel 39ter, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een vaste wedde, berekend op basis van 5.120,29 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 40.962,30 euro zouden kunnen krijgen. ".
Hoofdstuk 6. Gerechtelijke bijstand en psychologische noodhulp
Artikel 78 Artikel 1 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2002, wordt aangevuld met het volgende lid :
" Artikel 28 is ook van toepassing op de personeelsleden die hun ambten in het niet-universitair hoger onderwijs uitoefenen, bedoeld bij :
- het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
- het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten);
- het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;
- het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor Architectuur. ".
Artikel 79 In artikel 28, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2002, worden de woorden " , in een inrichting voor het niet-universitair hoger onderwijs " ingevoegd tussen het woord " secundair " en de woorden " en in het centrum ".
Hoofdstuk 7. Inwerkingtredingen
Artikel 80 Dit decreet treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
- de artikelen 3 tot 9 en 63 tot 65 die in werking treden vanaf het academiejaar 2011-2012;
- artikel 68 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2012;
- de artikelen 26 tot 30, 32, 33, 62 en 69 tot 71 die uitwerking hebben met ingang van het academiejaar 2012-2013;
- de artikelen 72 tot 77 die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2010.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 23 maart 2012.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Vicepresident en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLET
De Vicepresident en Minister van Begroting, Financiën en Sport,
A. ANTOINE
De Minister van Hoger Onderwijs,
J.-C. MARCOURT
De Minister van Jeugd,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. F. LAANAN
De Minister van Leerplichtonderwijs en van Onderwijs voor Sociale Promotie,
Mevr. M.-D. SIMONET
Artikel 1 In artikel 23 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), worden de woorden " het pedagogisch project van de hogere kunstschool " vervangen door de woorden " het pedagogische en artistieke project van de hogere kunstschool ".
Artikel 2 In artikel 57 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt paragraaf één vervangen door hetgeen volgt:
" § 1. Elke hogere kunstschool staat onder de leiding van een directeur, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid wordt toegekend.
Een hogere kunstschool die meerdere studiegebieden telt krijgt een betrekking van directeur van een studiegebied, per bijkomend studiegebied, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid wordt toegekend voor vijf jaar.
Wordt een bijkomende betrekkingseenheid toegekend krachtens het vorige lid, dan kan de Inrichtende Macht, na advies van de Pedagogische beheersraad, de duur beperken van het mandaat van de directeur van een studiegebied in deze betrekking tot de duur die overblijft voor het of de mandaat(mandaten) dat (die) lopend is (zijn) van directeur van een studiegebied.
De directeur van een studiegebied wordt door de Inrichtende Macht aangewezen, overeenkomstig de wervingsprocedure toepasselijk op de aanwijzing van de directeurs van de hogere kunstscholen.
De directeur van het studiegebeid heeft de leiding van het gebied waarvoor hij wordt aangewezen. Hij handelt onder het gezag van de directeur van de hogere kunstschool.
Een hogere kunstschool die enkel één studiegebied inricht en die ten minste 500 financierbare studenten telt, krijgt een betrekking van adjunct-directeur toegewezen, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid voor vijf jaar wordt toegekend.
Een hogere kunstschool die enkel één studiegebied inricht en die ten minste 800 financierbare studenten telt, krijgt een tweede betrekking van adjunct-directeur toegewezen, voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid voor vijf jaar wordt toegekend.
In afwijking van het tweede lid, wordt de hogere kunstschool die meerdere studiegebieden en meer dan 500 financierbare studenten voor het academiejaar 2010-2011 telde, wordt onderworpen aan de bepaling bedoel bij het zesde lid voor zover de toestand ongewijzigd blijft. ".
Hoofdstuk 2. Toegang tot de studies, opleidingen en academische graden
Sectie 1. Wijzigingen aan het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen
Artikel 3 In artikel 22, § 1, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordende volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij 5° wordt de zin " Dat attest geeft toegang tot de afdeling(en) van het in hogescholen georganiseerde hoger onderwijs die het vermeldt; " door de volgende zin vervangen " Dat attest geeft toegang tot de afdeling(en) en, desgevallend, de subafdelingen van het in hogescholen georganiseerde hoger onderwijs die het vermeldt; ";
2° de paragraaf wordt aangevuld met de punten 10° en 11° luidend als volgt :
" 10° ofwel een attest van slagen voor het examen dat toegang verleent tot universitaire studie;
11° ofwel een beslissing van niveaugelijkwaardigheid uitgereikt met toepassing van artikel 44 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ".
Artikel 4 In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2006, worden de woorden " met deze vermeld in de artikelen 15 en 18, § 1, of houder " vervangen door de woorden " met deze vermeld in de artikelen 15 en 18, § 1, uitgereikt door de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap of de Federale Staat of houder ".
Artikel 5 In artikel 26 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
" § 5. Het bewijs dat de student aan de toegangsvoorwaarden voldoet en dat hij niet in de in § 2, 2°, bedoelde gevallen van weigering verkeert, valt ten laste van de student. Het kan gegeven worden door elk degelijk officieel bewijsstuk of bij ontstentenis ervan, door een verklaring op erewoord die de student ondertekent.
In geval van bedrog bij de inschrijving verliest de student onmiddellijk zijn hoedanigheid van regelmatig ingeschreven student, alsmede alle rechten verbonden aan deze hoedanigheid en de rechtsuitwerking verbonden aan het slagen voor de proeven gedurende het betrokken academiejaar. Het inschrijvingsgeld gestort aan de inrichting wordt definitief aan de inrichting toegewezen. De student mag tot geen instelling voor hoger onderwijs worden toegelaten, in ongeacht welke hoedanigheid, en dit gedurende de vijf volgende academiejaren. ".
Artikel 6 In artikel 31, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De in de tijd verspreide programmering van zijn activiteiten en de ermee gepaard gaande evaluaties maken deel uit van een overeenkomst met de overheid van de hogeschool gesloten, ten laatste op 1 december van het academiejaar, op eensluidend advies van de Pedagogische raad, en die jaarlijks herzien kan worden. Bij gebrek aan een advies binnen de veertien dagen na de aanvraag van de student, wordt het advies geacht eensluidend te zijn. De Regering kan van de datum van 1 december op met redenen omkleed advies van de Pedagogische raad afwijken. ".
Artikel 7 In artikel 81bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, aangevuld bij het decreet van 18 juli 2008, worden de woorden " om de drie jaar " vervangen door de woorden " Elk jaar ".
Sectie 2. Wijzigingen aan het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
Artikel 8 Artikel 48 van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 209, wordt met een paragraaf 4, luidend als volgt, aangevuld :
" § 4. In afwijking van de bepalingen van artikel 4, § 1, kunnen de doctoren in de geneeskunde, doctoren in de diergeneeskunde, apothekers, ingenieurs of geaggregeerden van het hoger onderwijs die deeltijds verworven zijn in een ambt van hoogleraar of docent vóór 15 september 2009, aanspraak maken op een deeltijdse aanstelling in het ambt dat zij bekleden. De doctoren in de geneeskunde, doctoren in de diergeneeskunde, apothekers, ingenieurs of geaggregeerden van het hoger onderwijs die in vast verband benoemd of verworven zijn in een ambt van meester-assistent vóór 15 september 2009, aanspraak maken op een aanstelling in het ambt docent. ".
Artikel 9 In de kolom " Vereiste bekwaamheidsbewijzen " van de toe te kennen cursus " Kantoorautomatisering " van de bijlage 1 bij hetzelfde decreet, wordt een punt e., luidend als volgt, ingevoegd :
" e. het diploma van stenotypiste en typiste - tekstverwerking in de inrichtingen voor secundair onderwijs en hoger onderwijs van het korte type uitgereikt door een examencommissie van de Franse Gemeenschap. ".
Sectie 3. Wijzigingen aan het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs
Artikel 10 In artikel 6, § 2, van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, opnieuw ingevoerd door het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " De directeur van de Hogere Kunstschool, op voorstel van de pedagogische beheersraad, legt de lesroosters en de wijzigingen ervan ter goedkeuring voor aan de Regering. De lesroosters worden door de Regering goedgekeurd, volgens de procedure die zij bepaalt. " vervangen door de woorden " De directeur van de Hogere Kunstschool, op voorstel van de pedagogische beheersraad, legt de lesroosters en de wijzigingen ervan ter goedkeuring voor aan de Regering. Deze verplichting is niet van toepassing op de lesroosters die niet gewijzigd werden in vergelijking met de vooraf goedgekeurde lesroosters. De lesroosters worden door de Regering goedgekeurd, volgens de procedure die zij bepaalt. ".
Artikel 11 In artikel 11, derde lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de beeldende kunsten, visuele kunsten en ruimtekunsten, " opgeheven.
Artikel 12 In artikel 14 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij § 1, eerste lid, wordt het woord " wekelijkse " opgeheven;
2° bij § 5, derde lid, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de muziek, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de muziek, ", opgeheven.
Artikel 13 In artikel 19 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door het volgend lid :
" Voor ieder studiejaar is de lesrooster minimum 30 uur en maximum 40 uur cursus per week. ";
2° in paragraaf 4 worden de woorden " het domein van de toneelkunst " vervangen door de woorden " het domein van de toneelkunst en van de woordkunsten ";
3° in paragraaf 5, derde lid, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de toneelkunst en de woordkunsten, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de toneelkunst en de woordkunsten, " opgeheven.
Artikel 14 In artikel 23, derde lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " de houders van het diploma van licentiaat in de vertoningskunsten en de technieken voor de verspreiding en de communicatie, de studenten die studies volgen die leiden tot de graad van licentiaat in de vertoningskunsten en de technieken voor de verspreiding en de communicatie, " opgeheven.
Artikel 15 In artikel 25 van hetzelfde decreet worden de woorden " op het betrokken gebied " vervangen door de woorden " voor de in aanmerking genomen optie en, op het gebied van muziek, op het betrokken gebied. ".
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 16 In artikel 37 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), laatst gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008, worden de punten 11°, 12°, 13°, 14° en 15° opgeheven.
Artikel 17 Artikel 38, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt met de volgende zin aangevuld :
" Er wordt een toelatingsproef ingericht overeenkomstig artikel 25 van het decreet. ".
Artikel 18 In artikel 41bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° bij 1° worden de woorden " van dezelfde cursus " vervangen door de woorden " van dezelfde optie en, op het gebied van de muziek, in dezelfde specialiteit ";
2° bij 2° worden de woorden " van dezelfde cursus " vervangen door de woorden " van dezelfde optie en, op het gebied van de muziek, in dezelfde specialiteit ".
Artikel 19 Artikel 41ter van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008, wordt opgeheven.
Artikel 20 In artikel 41ter/1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de woorden " master met een didactische finaliteit of van een graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs " vervangen door de woorden " master met een didactische finaliteit of van een graad van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs of van een graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs ".
Artikel 21 In artikel 41quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006, wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 22 In hoofdstuk III van titel IV van het tweede deel van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006, wordt een artikel 41quater/1 ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 41quater/1. - Onder de door de Regering vast te stellen algemene voorwaarden, met het oog op de toelating tot de studies, maakt de directeur, na het advies van de pedagogische beheersraad te hebben ingewonnen, de kennis en de bekwaamheid van studenten geldig die ze door hun persoonlijke of beroepservaring hebben verworven. De studenten die deze geldigmaking genieten, worden vrijgesteld van de overeenstemmende delen van het studieprogramma.
De ervaring bedoeld bij het vorige lid moet overeenstemmen met minstens vijf jaar activiteiten, waarbij er geen rekening wordt gehouden met de jaren hogere studies die ze niet met succes zouden hebben gevolgd. Op het einde van een evaluatieprocedure ingericht door een examencommissie van onderwijzers van de betrokken optie, beslist de directeur, op advies van de pedagogische beheersraad, of de kennis en de bekwaamheid van de student voldoen om de studies met succes te volgen.
De Regering kan de inrichting bepalen van proeven tot geldigmaking van de verworven bekwaamheden en de minimumvoorwaarden vastleggen waaraan deze studenten moeten voldoen. ".
Artikel 23 In artikel 41quinquies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2008 worden de woorden " de bepalingen van het voorafgaande artikel " vervangen door de woorden " de bepalingen van artikel 41quater en 41quater/1 ".
Artikel 24 In artikel 47, § 1, van hetzelfde decreet, aangevuld bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " en door de leden van de beraadslagingscommissie " vervangen door de woorden " en de secretaris van de examencommissie. ";
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Artikel 25 In artikel 49, § 1, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 28 november 2008, worden de woorden " van een bepaalde afdeling " vervangen door de woorden " van een bepaalde afdeling of, op het gebied van muziek, van een bepaalde specialiteit ".
Sectie 5. Wijzigingen aan het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten
Artikel 26 In artikel 33, § 2, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, worden de woorden " De titels van de opties worden bepaald door de instelling " vervangen door de woorden " De titels van de opties en van de gespecialiseerde specialiteiten worden bepaald door de instelling ".
Artikel 27 In artikel 51, § 4, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid :
" Voor de toepassing van het eerste lid worden beschouwd als Belgische universiteiten de inrichtingen voor hoger onderwijs in de Vlaamse of Duitstalige Gemeenschappen, de Federale Staat en de Koninklijke Militaire School voor zover zij gelijkwaardige bekwaamheidsbewijzen of graden uitreiken. "
Artikel 28 In artikel 54, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden die studies van een tweede cyclus bekrachtigen " vervangen door de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden of bewijzen of graden uitgereikt in de Vlaamse Gemeenschap, in de Duitstalige Gemeenschap, door de Federale Staat of de Koninklijke militaire school, die studies van een tweede cyclus bekrachtigen ".
Artikel 29 In artikel 55, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden die studies van een tweede cyclus bekrachtigen " vervangen door de woorden " een of meerdere buitenlandse bewijzen of graden of bewijzen of graden uitgereikt in de Vlaamse Gemeenschap, in de Duitstalige Gemeenschap, door de Federale Staat of de Koninklijke militaire school, die studies van een tweede cyclus bekrachtigen ".
Artikel 30 In de afdeling 5e van hoofdstuk III van titel III van Deel II van hetzelfde decreet wordt een artikel 60bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 60bis. In afwijking van de algemene voorwaarden bepaald bij de artikelen 54 en 55, mits inachtneming van de aanvullende voorwaarden erin vervat, kan de academische overheid ook houders van een buitenlands(e) bekwaamheidsbewijs of graad die (dat), in het oorspronkelijke systeem, rechtstreeks toegang verleent tot doctorale opleidingen of studies en activiteiten betreffende de voorbereiding van een proefschrift tot de studies toelaten, zelfs als deze studies bekrachtigd worden door bekwaamheidsbewijzen of graden die niet georganiseerd worden in afzonderlijke cycli of in minstens vijf jaar.
Deze toelating moet uitzonderlijk zijn en met redenen omkleed worden op basis, onder andere, van het formele en authentieke bewijs van deze bekwaamheid om doctorale studies te volgen in het oorspronkelijke systeem.
De studenten die in deze context toegelaten worden, worden gelijkgesteld met deze toegelaten krachtens artikel 54, eerste lid, 5°, of van artikel 55, eerste lid, 5°. ".
Artikel 31 Artikel 63, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt op de volgende wijze aangevuld :
" Wat betreft de opleidingen die tot de beroepen bedoeld in de Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties leiden, moeten de programma's aan de vereisten bepaald in deze richtlijn en haar bijlage voldoen. De CIUF deelt om het jaar aan de Regering een met redenen omkleed advies mee waarbij wordt bevestigd dat deze vereisten in acht worden genomen door de academische overheid. ".
Artikel 32 In artikel 68 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2005, wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidend als volgt :
" § 1bis. Wanneer ze studiepunten geldig maakt die verworven werden in het kader van voorafgaande studies, kan de examencommissie niet meer studiepunten geldig maken als deze toegekend door de examencommissie van de inrichting waar de overeenstemmende lessen gevolgd, geëvalueerd en bekrachtigd werden.
Onverminderd de overgangsbepalingen met betrekking tot de oude bekwaamheidsbewijzen en academische graden, inzonderheid deze van artikel 182, in de systemen die het slagen niet expliciet in studiepunten uitdrukken, kan de examencommissie niet meer dan 60 studiepunten per geslaagd voltijds studiejaar geldig verklaren. ".
Sectie 6. Wijzigingen aan het decreet van 28 november 2008 tot integratie van de "Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux" in de "Université de Liège", oprichting van de "Université de Mons" door de fusie van de "Université de MonsHainaut" en de "Faculté polytechnique de Mons", herstructurering van de universitaire machtigingen en herfinanciering van de Universiteiten
Artikel 33 Artikel 20 van het decreet van 28 november 2008 tot integratie van de "Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux" in de "Université de Liège", oprichting van de "Université de Mons" door de fusie van de "Université de Mons-Hainaut" en de "Faculté polytechnique de Mons", herstructurering van de universitaire machtigingen en herfinanciering van de Universiteiten, wordt met het volgende lid aangevuld :
" In afwijking van artikel 51ter van dezelfde wet zal het mandaat van Secretaris aangesteld in 2011 door de raad van bestuur van de " Université de Liège " een duur van vijf jaar bedragen. ".
Hoofdstuk 3. Tuchtregeling
Sectie 1. Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van het bestuursen toegevoegd personeel, administratief personeel, hulppersoneel voor onderzoek, beheerspersoneel, de kinderverzorgsters, werkopzichters en tekenaars, het paramedisch en gespecialiseerd personeel van de universiteiten en de universitaire faculteit van de Franse Gemeenschap
Artikel 34 In artikel 62novies van het koninklijk besluit van 30 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van het bestuurs- en toegevoegd personeel, administratief personeel, hulppersoneel voor onderzoek, beheerspersoneel, de kinderverzorgsters, werkopzichters en tekenaars, het paramedisch en gespecialiseerd personeel van de universiteiten en de universitaire faculteit van de Franse Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 22 oktober 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het zesde streepje vervangen door wat volgt :
" - de tuchtschorsing;
de afzetting. ";
2° in paragraaf 6, a), worden de woorden " behalve de afzetting " vervangen door de woorden " behalve de tuchtschorsing en de afzetting ".
Sectie 2. Wijzigingen aan het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuursen onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
Artikel 35 In artikel 52, eerste lid, van het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 36 In artikel 90 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " , tot een ontslag bij tuchtmaatregel " ingevoegd tussen de woorden " tot een plaatsing in een disciplinaire inactiviteit " en de woorden " en tot een ontheffing ";
2° in het derde lid wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier ".
Artikel 37 In artikel 99, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° in geval van de tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting. ".
Artikel 38 In artikel 149 van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° het ontslag wegens een zware fout. ".
Artikel 39 In artikel 169, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7° ".
Artikel 40 In artikel 193, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° indien ze ontslagen werden wegens een zware fout of indien ze ontslagen werden bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 41 In artikel 227 van hetzelfde decreet wordt 7° vervangen als volgt :
" 7° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 42 In artikel 262, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " ontslag van ambtswege " vervangen door de woorden " ontslag bij tuchtmaatregel ".
Artikel 43 In artikel 272, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet worden de woorden " van ontslag van ambtswege " vervangen door de woorden " van ontslag bij tuchtmaatregel ".
Sectie 3. Wijzigingen aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 44 In artikel 169, tweede lid, 5°, van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), worden de woorden " 5°, 6° en 7° " vervangen door de woorden " 5°, 6°, 7° et 8° ".
Artikel 45 In artikel 170, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 5°, 6° en 7° " vervangen door de woorden " 5°, 6°, 7° en 8° ".
Artikel 46 In artikel 171, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, wordt 7° vervangen als volgt :
" 7° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 47 In artikel 209, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° in geval van de tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel of afzetting; ".
Artikel 48 In artikel 288, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel; ".
Artikel 49 In artikel 324, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet worden de woorden " van ambtswege worden ontslagen " vervangen door de woorden " bij tuchtmaatregel worden ontslagen ";
Artikel 50 In artikel 416, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7° ; ".
Artikel 51 In artikel 417, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4°, 5° en 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° en 7; ".
Artikel 52 In artikel 419, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° het ontslag wegens een zware fout. ".
Artikel 53 In artikel 455, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° indien ze ontslagen werden wegens een zware fout of indien ze ontslagen werden bij tuchtmaatregel; ".
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, hogere kunstscholen en hogere instituten voor architectuur
Artikel 54 In artikel 10, § 1, 9°, van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, hogere kunstscholen en hogere instituten voor architectuur, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, worden de woorden " van een ontslag bij tuchtmaatregel, " ingevoegd tussen de woorden " Niet het voorwerp hebben uitgemaakt " en de woorden " van een afzetting ".
Artikel 55 In artikel 15, eerste lid, 9°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " van een ontslag bij tuchtmaatregel, " ingevoegd tussen de woorden " Niet het voorwerp hebben uitgemaakt " en de woorden " van een afzetting ".
Artikel 56 In artikel 35, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4° of 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° of 7° ".
Artikel 57 In artikel 36, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, worden de woorden " 4° of 6° " vervangen door de woorden " 4°, 5°, 6° of 7° ".
Artikel 58 In artikel 43 van hetzelfde decreet wordt 6° vervangen als volgt :
" 6° het ontslag bij tuchtmaatregel;
7° de afzetting in de officiële inrichtingen of het ontslag wegens een zware fout in de gesubsidieerde vrije inrichtingen. ".
Artikel 59 In artikel 60, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 8° vervangen als volgt :
" 8° bij tuchtsanctie, ontslag bij tuchtmaatregel, afzetting of ontslag wegens een zware fout; ".
Hoofdstuk 4. Financiering van de studenten en van de instellingen
Sectie 1. Wijziging van de wet van 12 augustus 1911 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de "Katholieke Universiteit te LeuvenUniversité Catholique de Louvain", aan de "Vrije Universiteit Brussel", aan de "Université libre de Bruxelles", en waarbij aan de "Katholieke Universiteit te LeuvenUniversité Catholique de Louvain" machtiging wordt verleend een Franstalige en een Nederlandstalige universiteit op te richten
Artikel 60 In artikel 3, § 2, van de wet van 12 augustus 1911 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de "Katholieke Universiteit te Leuven - Université Catholique de Louvain", aan de "Vrije Universiteit Brussel", aan de "Université libre de Bruxelles", en waarbij aan de "Katholieke Universiteit te Leuven - Université Catholique de Louvain" machtiging wordt verleend een Franstalige en een Nederlandstalige universiteit op te richten, gewijzigd bij de wetten van 11 maart 1954 en 28 mei 1970, worden de woorden " 1 000 000 frank " vervangen door de woorden " 750.000 euro ".
Sectie 2. Wijziging van de wet van 5 juli 1920 tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de universiteiten van Gent en Luik
Artikel 61 In artikel 3 van de wet van 5 juli 1920 tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de universiteiten van Gent en Luik, gewijzigd bij de wet van 11 maart 1954, worden de woorden " 100 000 frank " vervangen door de woorden " 750.000 euro ".
Sectie 3. Wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling
Artikel 62 In artikel 27, § 1, vierde lid, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instelling, laatst gewijzigd bij het decreet van 1 december 2010, worden de woorden " wordt verdeeld naar rata van het aantal studiepunten behaald in deze instellingen " vervangen door de woorden " wordt overeenkomstig het vorige lid bepaald door het totaal van de studiepunten behaald in het geheel van de instellingen en wordt toegewezen aan één van die, overeenkomstig de overeenkomst bedoeld in artikel 29, § 2, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. De instellingen storten daarna de financiële compensatie onder elkaar volgens de overeenkomst waaraan ze gebonden zijn. "
Sectie 4. Wijzigingen aan het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen
Artikel 63 Artikel 5 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, vervangen bij het decreet van 30 juni 2006, wordt aangevuld als volgt :
" Wanneer de student gekozen heeft voor de verdeling van de cursussen van een studiecyclus over een aantal academiejaren dat hoger is dan het aantal jaren voorzien in het programma in de zin van artikel 31, § 1, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, zal het slechts voor de helft in aanmerking worden genomen voor de financiering tijdens het eerste jaar; het saldo zal integraal overgedragen worden naar het tweede vespreidingsjaar. ".
Artikel 64 In artikel 6, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onder d) tussen de woorden " wier echtgenoot(ote) " en de woorden " in België verblijft " worden de woorden " of de wettelijk samenwonend" ingevoegd;
2° k) wordt vervangen als volgt : anderen dan die vermeld onder punten a) tot j). Die studenten mogen echter naar rata van hoogstens 1 per cent van het aantal Belgische studenten die op het voorafgaande academiejaar in de betrokken Hogeschool regelmatig ingeschreven waren, in aanmerking komen. ".
Artikel 65 In artikel 8, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, worden de woorden " behalve in de afdeling kinesitherapie, vertalen-tolken en logopedie, " ingevoegd tussen de woorden " van het universitaire onderwijs " en de woorden " zonder geslaagd te zijn, ".
Artikel 66 In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 13 december 2007, wordt 4° aangevuld als volgt : " , alsook de som van de weddenkosten voor de vast benoemden personeelsleden die verwijderd worden in het kader van de moederschapsbescherming met toepassing van de federale bepalingen inzake moederschapsbescherming. ".
Sectie 5. Wijziging aan het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)
Artikel 67 In de titel IIbis van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2010, wordt artikel 57bis artikel 57quater.
Sectie 6. Wijzigingen aan het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een "Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur" (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs)
Artikel 68 Artikel 2 van het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een "Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur" (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs), wordt aangevuld als volgt :
" Dit Fonds wordt als volgt in twee gedeeltes gedeeld :
1° één gedeelte om als cofinanciering de gelijke middelen afkomstig uit het Fonds van de Europese Unie aan te vullen die ten doel hebben de studentenmobiliteit binnen deze Unie te bevorderen overeenkomstig de wetgeving;
2° een ander gedeelte om elke vorm van studentenmobiliteit te ondersteunen, in de zin van dit decreet.
Elk jaar, op advies van de Hoge Raad voor Mobiliteit bedoeld in artikel 8, bepaalt de Regering de verdeling betreffende deze twee gedeeltes waarbij één onder wie niet lager dan 20 % kan zijn. ".
Artikel 69 In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden " Belgische of buitenlandse ".
Artikel 70 In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Voor de studenten die een studietoelage genieten met toepassing van het decreet van 7 november 1983 tot regeling van de studietoelagen en -leningen, mag het totaal bedrag van de mobiliteitsbeurs afkomstig uit het gecofinancierde gedeelte van het Fonds niet lager zijn dan 400 euro per maand, na aftrek van de andere hulpmiddelen voor mobiliteit waarvoor de student in aanmerking zou komen. ".
Artikel 71 Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. Met het oog op een eerlijke verdeling van de middelen, zijn de inrichtingen voor hoger onderwijs ertoe gehouden alle andere hulpmiddelen voor studentenmobiliteit aan de Raad bedoeld in artikel 8 mee te delen die ze aan de begunstigden van het Fonds toekennen. "
Hoofdstuk 5. De wedden
Artikel 72 Artikel 36 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 34.560,95 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 37.013,35 euro, 39.465,75 euro, 41.918,15 euro, 44.370,55 euro, 46.822,95 euro, 49.275,35 euro, 51.727,75 euro en 54.180,15 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 73 Artikel 37, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 december 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, van een vaste wedde, berekend op basis van 4.320,13 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 2.160,07 euro en meer dan 34.561,02 euro zouden kunnen krijgen. ".
Artikel 74 Artikel 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 40.431,94 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 43.961,87 euro, 47.491,80 euro, 51.021,73 euro, 54.551,66 euro, 58.081,59 euro en 61.611,52 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 75 Artikel 39 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een vaste wedde, berekend op basis van 4.716,52 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 37.732,14 euro zouden kunnen krijgen. ".
Artikel 76 Artikel 39bis van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een aanvangswedde van 45.262,40 euro, die opeenvolgend om de drie jaar tot 50.018,51 euro, 54.774,62 euro, 59.530,72 euro, 64.286,84 euro en 69.042,95 euro vermeerderd wordt. ".
Artikel 77 Artikel 39ter, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 februari 2009, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt :
" vanaf 1 december 2010, een vaste wedde, berekend op basis van 5.120,29 euro per jaarlijks wekelijks uur van een inrichting bedoeld in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat ze minder dan 40.962,30 euro zouden kunnen krijgen. ".
Hoofdstuk 6. Gerechtelijke bijstand en psychologische noodhulp
Artikel 78 Artikel 1 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2002, wordt aangevuld met het volgende lid :
" Artikel 28 is ook van toepassing op de personeelsleden die hun ambten in het niet-universitair hoger onderwijs uitoefenen, bedoeld bij :
- het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
- het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten);
- het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;
- het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor Architectuur. ".
Artikel 79 In artikel 28, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2002, worden de woorden " , in een inrichting voor het niet-universitair hoger onderwijs " ingevoegd tussen het woord " secundair " en de woorden " en in het centrum ".
Hoofdstuk 7. Inwerkingtredingen
Artikel 80 Dit decreet treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
- de artikelen 3 tot 9 en 63 tot 65 die in werking treden vanaf het academiejaar 2011-2012;
- artikel 68 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2012;
- de artikelen 26 tot 30, 32, 33, 62 en 69 tot 71 die uitwerking hebben met ingang van het academiejaar 2012-2013;
- de artikelen 72 tot 77 die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2010.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 23 maart 2012.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Vicepresident en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLET
De Vicepresident en Minister van Begroting, Financiën en Sport,
A. ANTOINE
De Minister van Hoger Onderwijs,
J.-C. MARCOURT
De Minister van Jeugd,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. F. LAANAN
De Minister van Leerplichtonderwijs en van Onderwijs voor Sociale Promotie,
Mevr. M.-D. SIMONET