Huishoudelijk reglement overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 16 mei 1995 betreffende de organisatie van de examens met het oog op het bekomen van het stuurbrevet voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk, voor zekere categorieën van pleziervaartuigen.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1995051651
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
1. Algemeenheden.
Artikel 1 De examencommissie van .............................. (naam van de vereniging), erkend onder het nummer .............. en hierna genoemd Commissie, organiseert volgens de bepalingen van punt 4 van dit reglement de theoretische examens met het oog op het behalen van de beperkte en algemene stuurbrevetten overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 1993 en het ministerieel besluit van 16 mei 1995.
Artikel 2 De Commissie bestaat uit drie leden, waarvan een voorzitter en een secretaris. Voor elk van de leden wordt een plaatsvervanger aangeduid. De leden en plaatsvervangers worden aangewezen door het hoogste bestuursorgaan van de organisatie, die tegelijk de functie en de duur van het mandaat vaststelt.
Artikel 3 De lijst van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart te Brussel. In geval van nietgoedkeuring wordt een nieuw voorstel overgemaakt aan dit Bestuur.
Artikel 4 De Commissie kan slechts geldig vergaderen indien alle leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn. Indien een lid verhinderd is neemt het tijdig de nodige maatregelen om zich te laten vervangen.
Artikel 5 De beslissingen van de Commissie worden bij meerderheid van stemmen genomen; elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 6 De beslissingen van de Commissie worden in een proces-verbaal opgenomen. Het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart kan op verzoek dit proces-verbaal opvragen.
2. Plaats en datum van het examen.
Artikel 7 De Commissie beslist over de datum en de plaats waar deze examens zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 5, van het ministerieel besluit.
Artikel 8 De examens voor het beperkt en het algemeen stuurbrevet kunnen gelijktijdig op dezelfde dag georganiseerd worden.
Artikel 9 De plaats en datum van het examen alsook de samenstelling van de Commissie, worden bekendgemaakt aan het Bestuur per aangetekend schrijven uiterlijk 60 dagen vóór de aanvang van het examen. Bijkomende publiciteit voor het examen kan geschieden op eenvoudige beslissing van de Commissie.
3. Inschrijving voor het examen.
Artikel 10 De inschrijving voor het examen geschiedt uitsluitend op de formulieren zoals bedoeld in bijlage 2 bij het ministerieel besluit.
Voor deelname aan het examen is een examengeld van ............... te betalen.
Het bedrag van het examengeld dient uiterlijk ............... dagen vóór de datum van het examen gestort te worden op rekening nr. ...............
van .............................. (naam van het organisme) met vermelding van naam en adres van de kandidaat en referenties van het examen.
Artikel 11 § 1. Enkel de behoorlijk ingevulde formulieren met het ingevulde attest van geneeskundig onderzoek en voorzien van de nodige fiscale zegels en kopie van het identiteitsbewijs, komen in aanmerking.
§ 2. Onvolledige formulieren worden met opgave van de redenen teruggestuurd naar de aanvrager.
§ 3. De behoorlijk ingevulde aanvraagformulieren worden in volgorde van ontvangst geklasseerd.
Artikel 12 De uiterste datum voor de inschrijving van het examen is ............... dagen vóór de datum van het examen.
Artikel 13 § 1. Het aantal deelnemers per examenzitting wordt beperkt tot ............... Dit aantal kan door de Commissie, bij eenvoudige stemming, gewijzigd worden voor de toekomstige examens. Indien het aantal inschrijvingen het aantal plaatsen overtreft, wordt een ranglijst van de kandidaten opgemaakt in volgorde van ontvangst van het dossier.
§ 2. De kandidaten die weerhouden zijn worden hiervan in kennis gesteld door middel van een uitnodiging, die plaats en datum van het examen, alsook de vermelding "algemeen" of "beperkt" stuurbrevet omvat.
§ 3. De kandidaten die niet weerhouden zijn voor de examenzitting worden hiervan in kennis gesteld. Zij worden bij voorrang ingeschreven voor de eerstvolgende examenzitting en hiervan in kennis gesteld.
Artikel 14 De organisatie stuurt uiterlijk 30 dagen vóór de datum van het examen aan het Bestuur een lijst met naam, voornamen en adres van de weerhouden kandidaten. De organisatie is verantwoordelijk voor de juistheid van deze gegevens, overeenkomstig de identiteitskaart van de kandidaat of een als dusdanig geldend document.
4. Praktische organisatie.
Artikel 15 De Commissie gaat na of het lokaal en het meubilair voor de examens voldoen aan de vereisten. In het bijzonder dient er voldoende ruimte te zijn tussen de individuele zitplaatsen voor de kandidaten.
Artikel 16 De Commissie organiseert het toezicht voor de ganse duur van het examen. Onafhankelijk van dit toezicht kan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart een ambtenaar als toezichter afvaardigen.
Artikel 17 De examenvragen die door het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart opgesteld zijn, dienen de laatste werkdag vóór het examen door één van de leden van de Commissie bij het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, Aarlenstraat 104, te 1040 Brussel, afgehaald te worden. Tegelijk wordt voor elk van de kandidaten een op naam gesteld origineel antwoordformulier overhandigd. Het lid van de Commissie tekent voor ontvangst van al deze documenten.
De voorzitter van de Commissie of zijn plaatsvervanger is gehouden de vragen en de kopieën te bewaren derwijze er geen inzage van mogelijk is vóór de aanvang van het examen. Indien een onregelmatigheid met betrekking tot het bewaren van de vragen zich voordoet, is de voorzitter er toe gehouden onverwijld hiervan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart op de hoogte te brengen. In dit geval mag het examen niet plaatsvinden zonder de instemming van het Bestuur, dat de passende maatregelen zal treffen.
Artikel 18 Om tot het examen toegelaten te worden, dient de kandidaat zich aan te bieden met de uitnodiging en zijn identiteitsbewijs of een als dusdanig geldend document.
De persoon die belast is met het toezicht, gaat na of de identiteit van de kandidaat correspondeert met het aanvraagformulier. Van zodra het examen aanvangt, wordt niemand meer toegelaten tot dit examen. Tijdens het examen mogen de kandidaten hun plaats niet verlaten.
Artikel 19 De organisatie stelt bij de aanvang van het examen aan elke kandidaat de vragenlijst, kladpapier en het op naam gesteld origineel antwoordformulier ter beschikking.
De kandidaten mogen geen eigen papier gebruiken.
Artikel 20 De antwoorden worden genoteerd met zwarte of blauwe balpen op het originele antwoordformulier.
Artikel 21 De kandidaten mogen schrijf- en tekengerei alsook een zakrekenmachine (niet-programmeerbaar) gebruiken.
5. Verloop van het examen.
Artikel 22 Het examen is schriftelijk en omvat een aantal meerkeuze- vragen.
Artikel 23 De kandidaten beschikken over 2 uur om het examen af te leggen. Indien nodig kan de tijdsduur met 30 minuten verlengd worden.
Artikel 24 § 1. Niemand mag het examenlokaal verlaten tenzij na inlevering van de examenbundel, omvattend de vragenlijst, het antwoordformulier en de kladpapieren.
§ 2. Als bewijs van ontvangst wordt de oproeping tot het examen afgestempeld en aan de kandidaat overhandigd.
6. Toekenning der punten.
Artikel 25 Alle originele antwoordformulieren, met inbegrip van de niet- ingevulde, worden de dag van het examen zelf, indien dit een werkdag is, en zoniet de eerstvolgende werkdag, door de zorgen van de Commissie per aangetekend schrijven overgemaakt aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, t.a.v. de Heer Directeur-generaal, Aarlenstraat 104, te 1040 Brussel.
Bij de beoordeling wordt door het Bestuur uitsluitend rekening gehouden met de antwoorden op het antwoordformulier, met uitsluiting van de antwoorden op het klad of de vragenlijst.
Artikel 26 De lijst met de resultaten van het examen wordt overgemaakt aan de Commissie.
7. Bekendmaking der resultaten.
Artikel 27 De kandidaten worden door de Commissie schriftelijk in kennis gesteld van hun resultaten.
Artikel 28 § 1. De Commissie houdt de lijst der geslaagde kandidaten bij, met vermelding van het behaalde aantal punten.
§ 2. De Commissie houdt in afwachting van de voldoende praktijkervaring van de kandidaat het aanvraagformulier bij.
8. Archivering.
Artikel 29 Alle documenten met betrekking tot het examen worden voor een termijn van twee jaar bewaard onder toezicht van de erkende organisatie.
Indien het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart het nuttig acht, kunnen examendossiers voor raadpleging opgevraagd worden.
Artikel 30 De examenbundels worden geklasseerd per kandidaat en per examenzitting.
9. Bijeenroeping van de commissie.
Artikel 31 § 1. Behoudens de examenzittingen kan de voorzitter de Commissie samenroepen voor overleg.
§ 2. Elk lid van de Commissie kan de voorzitter verzoeken de Commissie samen te roepen met opgave van de redenen. Indien de voorzitter niet ingaat op de vraag tot samenroeping, dient hij schriftelijk de leden van zijn weigering op de hoogte te brengen binnen de 14 dagen.
§ 3. De voorzitter duidt plaats en datum van de vergaderingen aan, stelt de dagorde samen en ondertekent de uitnodigingen. De uitnodigingen worden ten minste vijf dagen vóór de datum van de vergadering overgemaakt aan de leden.
Artikel 32 De voorzitter leidt de vergadering en ondertekent het proces- verbaal dat na afloop opgesteld wordt door de secretaris. Ingeval van betwisting door een lid van de Commissie, wordt hiervan akte genomen op het proces-verbaal en door het betrokken lid ondertekend.
Artikel 33 Alle betwistingen betreffende dit reglement dienen aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart te worden voorgelegd.
Door de ondertekening van dit reglement verbindt de organisatie zich er toe de bepalingen van de wet van 21 mei 1991, het koninklijk besluit van 2 juni 1993 en het ministerieel besluit van 16 mei 1995 na te leven en neemt zij akte van het feit dat bij niet naleving van de hoger vermelde bepalingen de erkenning door de Minister kan ingetrokken worden.
Opgemaakt te .............................., de ...............................
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 mei 1995.
De Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven,
E. DI RUPO
Artikel 1 De examencommissie van .............................. (naam van de vereniging), erkend onder het nummer .............. en hierna genoemd Commissie, organiseert volgens de bepalingen van punt 4 van dit reglement de theoretische examens met het oog op het behalen van de beperkte en algemene stuurbrevetten overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 1993 en het ministerieel besluit van 16 mei 1995.
Artikel 2 De Commissie bestaat uit drie leden, waarvan een voorzitter en een secretaris. Voor elk van de leden wordt een plaatsvervanger aangeduid. De leden en plaatsvervangers worden aangewezen door het hoogste bestuursorgaan van de organisatie, die tegelijk de functie en de duur van het mandaat vaststelt.
Artikel 3 De lijst van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart te Brussel. In geval van nietgoedkeuring wordt een nieuw voorstel overgemaakt aan dit Bestuur.
Artikel 4 De Commissie kan slechts geldig vergaderen indien alle leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn. Indien een lid verhinderd is neemt het tijdig de nodige maatregelen om zich te laten vervangen.
Artikel 5 De beslissingen van de Commissie worden bij meerderheid van stemmen genomen; elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 6 De beslissingen van de Commissie worden in een proces-verbaal opgenomen. Het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart kan op verzoek dit proces-verbaal opvragen.
2. Plaats en datum van het examen.
Artikel 7 De Commissie beslist over de datum en de plaats waar deze examens zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 5, van het ministerieel besluit.
Artikel 8 De examens voor het beperkt en het algemeen stuurbrevet kunnen gelijktijdig op dezelfde dag georganiseerd worden.
Artikel 9 De plaats en datum van het examen alsook de samenstelling van de Commissie, worden bekendgemaakt aan het Bestuur per aangetekend schrijven uiterlijk 60 dagen vóór de aanvang van het examen. Bijkomende publiciteit voor het examen kan geschieden op eenvoudige beslissing van de Commissie.
3. Inschrijving voor het examen.
Artikel 10 De inschrijving voor het examen geschiedt uitsluitend op de formulieren zoals bedoeld in bijlage 2 bij het ministerieel besluit.
Voor deelname aan het examen is een examengeld van ............... te betalen.
Het bedrag van het examengeld dient uiterlijk ............... dagen vóór de datum van het examen gestort te worden op rekening nr. ...............
van .............................. (naam van het organisme) met vermelding van naam en adres van de kandidaat en referenties van het examen.
Artikel 11 § 1. Enkel de behoorlijk ingevulde formulieren met het ingevulde attest van geneeskundig onderzoek en voorzien van de nodige fiscale zegels en kopie van het identiteitsbewijs, komen in aanmerking.
§ 2. Onvolledige formulieren worden met opgave van de redenen teruggestuurd naar de aanvrager.
§ 3. De behoorlijk ingevulde aanvraagformulieren worden in volgorde van ontvangst geklasseerd.
Artikel 12 De uiterste datum voor de inschrijving van het examen is ............... dagen vóór de datum van het examen.
Artikel 13 § 1. Het aantal deelnemers per examenzitting wordt beperkt tot ............... Dit aantal kan door de Commissie, bij eenvoudige stemming, gewijzigd worden voor de toekomstige examens. Indien het aantal inschrijvingen het aantal plaatsen overtreft, wordt een ranglijst van de kandidaten opgemaakt in volgorde van ontvangst van het dossier.
§ 2. De kandidaten die weerhouden zijn worden hiervan in kennis gesteld door middel van een uitnodiging, die plaats en datum van het examen, alsook de vermelding "algemeen" of "beperkt" stuurbrevet omvat.
§ 3. De kandidaten die niet weerhouden zijn voor de examenzitting worden hiervan in kennis gesteld. Zij worden bij voorrang ingeschreven voor de eerstvolgende examenzitting en hiervan in kennis gesteld.
Artikel 14 De organisatie stuurt uiterlijk 30 dagen vóór de datum van het examen aan het Bestuur een lijst met naam, voornamen en adres van de weerhouden kandidaten. De organisatie is verantwoordelijk voor de juistheid van deze gegevens, overeenkomstig de identiteitskaart van de kandidaat of een als dusdanig geldend document.
4. Praktische organisatie.
Artikel 15 De Commissie gaat na of het lokaal en het meubilair voor de examens voldoen aan de vereisten. In het bijzonder dient er voldoende ruimte te zijn tussen de individuele zitplaatsen voor de kandidaten.
Artikel 16 De Commissie organiseert het toezicht voor de ganse duur van het examen. Onafhankelijk van dit toezicht kan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart een ambtenaar als toezichter afvaardigen.
Artikel 17 De examenvragen die door het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart opgesteld zijn, dienen de laatste werkdag vóór het examen door één van de leden van de Commissie bij het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, Aarlenstraat 104, te 1040 Brussel, afgehaald te worden. Tegelijk wordt voor elk van de kandidaten een op naam gesteld origineel antwoordformulier overhandigd. Het lid van de Commissie tekent voor ontvangst van al deze documenten.
De voorzitter van de Commissie of zijn plaatsvervanger is gehouden de vragen en de kopieën te bewaren derwijze er geen inzage van mogelijk is vóór de aanvang van het examen. Indien een onregelmatigheid met betrekking tot het bewaren van de vragen zich voordoet, is de voorzitter er toe gehouden onverwijld hiervan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart op de hoogte te brengen. In dit geval mag het examen niet plaatsvinden zonder de instemming van het Bestuur, dat de passende maatregelen zal treffen.
Artikel 18 Om tot het examen toegelaten te worden, dient de kandidaat zich aan te bieden met de uitnodiging en zijn identiteitsbewijs of een als dusdanig geldend document.
De persoon die belast is met het toezicht, gaat na of de identiteit van de kandidaat correspondeert met het aanvraagformulier. Van zodra het examen aanvangt, wordt niemand meer toegelaten tot dit examen. Tijdens het examen mogen de kandidaten hun plaats niet verlaten.
Artikel 19 De organisatie stelt bij de aanvang van het examen aan elke kandidaat de vragenlijst, kladpapier en het op naam gesteld origineel antwoordformulier ter beschikking.
De kandidaten mogen geen eigen papier gebruiken.
Artikel 20 De antwoorden worden genoteerd met zwarte of blauwe balpen op het originele antwoordformulier.
Artikel 21 De kandidaten mogen schrijf- en tekengerei alsook een zakrekenmachine (niet-programmeerbaar) gebruiken.
5. Verloop van het examen.
Artikel 22 Het examen is schriftelijk en omvat een aantal meerkeuze- vragen.
Artikel 23 De kandidaten beschikken over 2 uur om het examen af te leggen. Indien nodig kan de tijdsduur met 30 minuten verlengd worden.
Artikel 24 § 1. Niemand mag het examenlokaal verlaten tenzij na inlevering van de examenbundel, omvattend de vragenlijst, het antwoordformulier en de kladpapieren.
§ 2. Als bewijs van ontvangst wordt de oproeping tot het examen afgestempeld en aan de kandidaat overhandigd.
6. Toekenning der punten.
Artikel 25 Alle originele antwoordformulieren, met inbegrip van de niet- ingevulde, worden de dag van het examen zelf, indien dit een werkdag is, en zoniet de eerstvolgende werkdag, door de zorgen van de Commissie per aangetekend schrijven overgemaakt aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, t.a.v. de Heer Directeur-generaal, Aarlenstraat 104, te 1040 Brussel.
Bij de beoordeling wordt door het Bestuur uitsluitend rekening gehouden met de antwoorden op het antwoordformulier, met uitsluiting van de antwoorden op het klad of de vragenlijst.
Artikel 26 De lijst met de resultaten van het examen wordt overgemaakt aan de Commissie.
7. Bekendmaking der resultaten.
Artikel 27 De kandidaten worden door de Commissie schriftelijk in kennis gesteld van hun resultaten.
Artikel 28 § 1. De Commissie houdt de lijst der geslaagde kandidaten bij, met vermelding van het behaalde aantal punten.
§ 2. De Commissie houdt in afwachting van de voldoende praktijkervaring van de kandidaat het aanvraagformulier bij.
8. Archivering.
Artikel 29 Alle documenten met betrekking tot het examen worden voor een termijn van twee jaar bewaard onder toezicht van de erkende organisatie.
Indien het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart het nuttig acht, kunnen examendossiers voor raadpleging opgevraagd worden.
Artikel 30 De examenbundels worden geklasseerd per kandidaat en per examenzitting.
9. Bijeenroeping van de commissie.
Artikel 31 § 1. Behoudens de examenzittingen kan de voorzitter de Commissie samenroepen voor overleg.
§ 2. Elk lid van de Commissie kan de voorzitter verzoeken de Commissie samen te roepen met opgave van de redenen. Indien de voorzitter niet ingaat op de vraag tot samenroeping, dient hij schriftelijk de leden van zijn weigering op de hoogte te brengen binnen de 14 dagen.
§ 3. De voorzitter duidt plaats en datum van de vergaderingen aan, stelt de dagorde samen en ondertekent de uitnodigingen. De uitnodigingen worden ten minste vijf dagen vóór de datum van de vergadering overgemaakt aan de leden.
Artikel 32 De voorzitter leidt de vergadering en ondertekent het proces- verbaal dat na afloop opgesteld wordt door de secretaris. Ingeval van betwisting door een lid van de Commissie, wordt hiervan akte genomen op het proces-verbaal en door het betrokken lid ondertekend.
Artikel 33 Alle betwistingen betreffende dit reglement dienen aan het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart te worden voorgelegd.
Door de ondertekening van dit reglement verbindt de organisatie zich er toe de bepalingen van de wet van 21 mei 1991, het koninklijk besluit van 2 juni 1993 en het ministerieel besluit van 16 mei 1995 na te leven en neemt zij akte van het feit dat bij niet naleving van de hoger vermelde bepalingen de erkenning door de Minister kan ingetrokken worden.
Opgemaakt te .............................., de ...............................
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 mei 1995.
De Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven,
E. DI RUPO