Huishoudelijk reglement van het algemeen Beheerscomité van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2000A22043
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1[1 Het Algemeen Beheerscomité vergadert ofwel op initiatief van de voorzitter, ofwel op verzoek van de Minister die de Sociale Zaken in zijn bevoegdheid heeft, ofwel op verzoek van ten minste drie leden.
Indien minstens drie werkende leden een vergadering willen bijeenroepen, richten zij hun verzoek schriftelijk of per e-mail aan de voorzitter met vermelding van het onderwerp van de vergadering.
Het Algemeen beheerscomité wordt bijeengeroepen door de voorzitter of, zo die verhinderd is, door een ondervoorzitter. De voorzitter mag zijn bevoegdheid tot bijeenroepen overdragen aan de administrateur-generaal van het Instituut.
De uitnodigingen met vermelding van de agenda en alle documenten die hiermee verband houden worden schriftelijk verzonden ten minste acht dagen vóór de datum van de vergadering; in spoedeisende gevallen mag die termijn worden verkort. De documenten die pas beschikbaar zijn na de verzendingsdatum en tot de dag vóór de vergadering, worden elektronisch bezorgd. In dat geval worden de leden daarvan op de hoogte gebracht via een elektronisch bericht.
Onverminderd de bepalingen van het 4e lid, worden vanaf een door het Algemeen Beheerscomité bepaalde datum alle documenten die verband houden met de agenda en met de verschillende punten op de agenda van de vergaderingen elektronisch ter beschikking gesteld van de leden van het Algemeen Beheerscomité en de personen die door laatstgenoemden gemachtigd zijn. De leden die uitdrukkelijk erom vragen, krijgen de documenten samen met de oproeping op papier.]1
Artikel 2 Alleen de aangelegenheden die op de agenda zijn ingeschreven, worden besproken.
Het algemeen Beheerscomité kan van deze bepaling afwijken indien de meerderheid van de aanwezige leden het beslist.
Artikel 3 De vergaderingen van het algemeen Beheerscomité zijn niet openbaar. De leden van het algemeen Beheerscomité en de ambtenaren van het Instituut die zijn vergaderingen bijwonen zijn ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter van de besproken documenten, alsmede van de beraadslagingen en van de stemmingen te eerbiedigen.
Artikel 4 Ingeval de voorzitter verhinderd is, wordt de vergadering voorgezeten door de oudste aanwezige ondervoorzitter. Indien ook de ondervoorzitters verhinderd zijn, wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid.
Artikel 5 De stemmingen geschieden bij handopheffing. Er wordt geheim gestemd wanneer ten minste drie leden erom verzoeken.
Artikel 6Het algemeen Beheerscomité kan voor de behandeling van bijzondere aangelegenheden personeelsleden van het Instituut alsmede andere bijzonder bevoegde personen ter raadpleging oproepen.
Ieder lid mag zich, met de instemming van de voorzitter, door een deskundige laten bijstaan voor de behandeling van bijzondere aangelegenheden die op de agenda zijn vermeld.
[2 Met het oog op het onderzoek van de haalbaarheid van de indicatoren die moeten worden toegepast voor de processen uit artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de responsabilisering van de verzekeringsinstellingen met betrekking tot het bedrag van hun administratiekosten, roept het Algemeen Beheerscomité voor elke verzekeringsinstelling twee vertegenwoordigers op om ze te horen. Bij dat onderzoek beschikt elke vertegenwoordiger van de verzekeringsinstellingen slechts over een raadgevende stem.]2
De bepalingen van artikel 3 zijn eveneens van toepassing voor de personen bedoeld onder leden 1 en 2. [2 De bepalingen van artikel 3 zijn eveneens van toepassing op de personen die worden bedoeld in lid 1, 2 en 3.]2
Artikel 7De notulen van de vergaderingen van het algemeen Beheerscomité die de besprekingen bondig samenvatten en de genomen beslissingen vermelden, worden in het Frans en het Nederlands opgesteld door toedoen van de administrateur-generaal of van de adjunct-administrateur-generaal van het Instituut bijgestaan door een personeelslid van de algemene Diensten aangewezen door de administrateur-generaal.
[3 De notulen worden uiterlijk binnen acht dagen vóór de datum van de volgende vergadering aan de leden gezonden. De opmerkingen in verband met de notulen moeten de administrateur-generaal binnen acht dagen na hun verzending schriftelijk of per e-mail worden meegedeeld, zoniet kunnen de beslissingen worden uitgevoerd.]3
[3 Derde lid opgeheven.]3
De notulen worden ondertekend door de voorzitter of door de voorzitter van de vergadering en door de administrateur-generaal; ze worden op de eerstvolgende vergadering ter definitieve goedkeuring voorgelegd.
Artikel 8 Voor de dringende aangelegenheden van minder belang mag de voorzitter de leden schriftelijk raadplegen.
Artikel 9 Indien een werkend lid verhinderd is een vergadering bij te wonen, kan de organisatie die hij vertegenwoordigt, hem vervangen door een plaatsvervangend lid.
Artikel 10 De leden van het algemeen Beheerscomité gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan ten aanzien van de verbintenissen van het Instituut.
Artikel 11Overeenkomstig artikel 181, eerste lid, van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de machten inzake dagelijks beheer van de administrateur-generaal van het Instituut als volgt omschreven :
1° uitvoering van de beslissingen van het algemeen Beheerscomité [4 ...]4;
2° inwendige organisatie van de algemene Diensten;
3° leiding van het personeel [4 ...]4;
4° verlenen van gewoon en omstandigheidsverlof aan het personeel [4 ...]4;
5° ontvangst en ondertekening van de briefwisseling met betrekking tot de algemene Diensten;
6° ondertekening van de kennisgevingen van ontvangst en van de ontlastingen die met name aan het Bestuur der Posterijen en der Spoorwegen moeten worden gegeven voor telegrammen, aangetekende brieven, colli's, enz.;
7° [4 ...]4 vastleggen van alle door een begrotingskrediet gedekte uitgaven met betrekking tot :
a) de wedden, lonen en allerhande vergoedingen verschuldigd aan het personeel van het Instituut;
b) de dienstreizen van de personeelsleden;
c) de ereloonstaten van advocaten, geneesheren, deskundigen en ministeriële ambtenaren;
d) het presentiegeld, de verblijfsvergoedingen en reiskosten in verband met de vergaderingen van de diverse raden, comités en commissies die binnen het Instituut werken;
8° ondertekening van de ordonnanties van betaling, van kredietopening, voorschotten, waarborgen of borgtochten of van regularisatie alsmede van cheques en overschrijvingen;
9° ondertekening van kwitanties en ontlastingen voor alle uit om het even welke hoofde aan het Instituut betaalde of gestorte sommen;
10° verdediging in rechte;
11° ondertekening van omzendbrieven en onderrichtingen van het Instituut uitgaande van de algemene Diensten;
12° voorzitterschap van het Basisoverlegcomité, van het Beheerscomité voor het maatschappelijk werk en de sociale Dienst alsmede van het beperkt Comité van dit Beheerscomité;
13° voorzitterschap van het in artikel 13 van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994 bedoelde Directiecomité [5 en van de in artikel 16 van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut bedoelde Directieraad]5;
14° vertegenwoordiging van het Instituut op de vergaderingen van de mede-eigenaars die het Instituut aanbelangen, deelneming aan de stemmingen, beslissingen en discussies in naam en voor rekening van het Instituut, dit alles met bevoegdheid van indeplaatsstelling.
Artikel 12 De administrateur-generaal mag de uitoefening van sommige bevoegdheden inzake dagelijks beheer overdragen aan een personeelslid van het Instituut en geeft het algemeen Beheerscomité hiervan kennis.
Artikel 13[6 ...]6 [6 De volgende bevoegdheden worden]6 aan de administrateur-generaal van het Instituut overgedragen :
I. vastleggen van alle door een begrotingskrediet gedekte uitgaven, buiten die van het dagelijks beheer, met betrekking tot :
a) het huren, onderhouden, verwarmen, verlichten of verbouwen van gebouwen of gebouwgedeelten bestemd voor de diensten van het Instituut;
b) het aankopen, huren en onderhouden van materiaal, meubilair, machines, voertuigen, kantoorbehoeften en andere kosten van dagelijks beheer;
II. in verband met het toekennen van overheidsopdrachten :
1° keuze van de wijze van toekenning van de opdracht, de bevoegdheid om het bijzondere lastencohier vast te leggen, de procedure in te zetten voor zover het voorwerp van de opdracht voorafgaandelijk werd goedgekeurd door het algemeen Beheerscomité.
Deze goedkeuring is evenwel niet vereist als de geraamde uitgave, zonder de belasting op de toegevoegde waarde, het bedrag van [7 85.000 EUR]7 niet overschrijdt.
Als het voorwerp van de opdracht is opgenomen in de begroting, opgesteld door het algemeen Beheerscomité geldt dit als voorafgaandelijke toestemming voor zover die is goedgekeurd door de toeziende overheid;
2° de kandidaten voor een opdracht te kunnen selecteren en opdrachten toe te kennen als het geraamde bedrag voor de opdracht, zonder de belasting op de toegevoegde waarde, [6 750.000 EUR]6 niet overschrijdt. Dit bedrag wordt echter verminderd tot [6 387.000 EUR]6 voor de opdrachten die worden getekend via een procedure zonder publiciteit.
Indien het geraamde bedrag van de opdracht hoger is dan [7 134.000 EUR]7 wordt de toekenning mee ondertekend door de voorzitter van het algemeen Beheerscomité.
In de loop van het eerste kalenderkwartaal wordt aan het algemeen Beheerscomité verslag uitgebracht over de toekenning van de opdrachten van meer dan [7 85.000 EUR]7 die ingevolge delegatie zijn genomen tijdens het voorgaande kalenderjaar;
3° af te kunnen wijken van de essentiële opdrachtclausules en -voorwaarden als de geraamde waarde niet hoger ligt dan [7 85.000 EUR]7 frank;
4° geldboetes voor vertraging in de uitvoering te kunnen opschorten, als het bedrag van de goedgekeurde offerte niet boven [7 85.000 EUR]7 ligt;
[7 De bedragen onder punt II van dit artikel worden vanaf 1 januari 2015 automatisch aangepast aan de drempels die zijn vastgelegd in artikel 32, 3°, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, wat betreft 2°, 2e lid, en aan de drempels die zijn vastgelegd in artikel 105, § 1, 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011, wat betreft 1°, 2e lid, 2°, 3e lid, 3° en 4°.]7
III. met betrekking tot het beheer van het menselijke potentieel :
1° vaststelling, herziening en verhoging van de wedden, overeenkomstig de statutaire regelen;
2° valorisatie van vorige diensten;
3° [6 ...]6;
4° achteruitstelling ter zake van de bevordering in wedde ten gevolge van de toekenning van de evaluatie " onvoldoende ";
5° ontslag aangevraagd door de personeelsleden;
6° indisponibiliteitstelling van personeelsleden van niveau [6 B, C en D]6;
7° indisponibiliteitstelling wanneer het personeelslid de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
8° wederopneming in dienst van de personeelsleden na afloop van hun disponibiliteit, zelfs als ze voortijdig geschiedt;
9° de stopzetting van hun functies voor de personeelsleden die de leeftijdsgrens bereiken;
10° pensionering van de personeelsleden en verlening van de eretitel;
11° pensionering van personeelsleden wegens tijdelijke of definitieve ongeschiktheid;
12° het op non-activiteit zonder wedde plaatsen van de personeelsleden die hun legerdienst of een daarmee gelijkgestelde dienst vervullen, en wederopneming van die personeelsleden in dienstactiviteit bij het verstrijken van het tijdvak van non-activiteit;
13° dienstschorsing zonder wedde van de stagedoende personeelsleden die hun legerdienst of een daarmee gelijkgestelde dienst vervullen, en wederopneming van die personeelsleden in dienstactiviteit bij het verstrijken van het tijdvak van dienstschorsing zonder wedde;
14° toekenning van verlof voor sociale promotie;
15° toekenning van verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen of ten behoeve van de voorzitter van deze groepen;
16° toekenning van verlof aan bepaalde ter beschikking van de Koning, een Prins of Prinses van België gestelde personeelsleden;
17° toekenning van het recht om, gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste vijf jaar, vóór de datum van het al dan niet vervroegd pensioen, halftijds te werken;
18° toekenning van het recht op de vierdagenweek;
19° voorlopige of tijdelijke aanwijzing van bepaalde personeelsleden;
20° vacantverklaring van betrekkingen en mededeling aan het personeel;
21° toepassing van het statuut inzake niet gewettigde afwezigheden van personeelsleden en de weerslag ervan op het stuk van hun administratieve stand;
22° erkenning van arbeidsongevallen en beroepsziekten en vaststelling van het percentage ervan;
23° schorsing in het belang van de dienst;
24° verlening van schadeloosstelling, wanneer de burgerlijke aansprakelijkheid van het R.I.Z.I.V. speelt, voor bedragen, die niet zijn gedekt door de verzekeringspolis (franchise en stoffelijke schade).
Artikel 14
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 15
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 16
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 17De voorlopige voorstellen inzake de aan ambtenaren en beambten van het Instituut op te leggen tuchtstraffen worden hetzij door de administrateur-generaal of door de adjunct-administrateur-generaal gedaan, hetzij door de leidend ambtenaar of door een ambtenaar [8 die ten minste in de klasse A 4 is gerangschikt]8 van de dienst waartoe de te bestraffen ambtenaar of beambte behoort.
[9 Tweede lid opgeheven.]9
Artikel 18[10 Het Algemeen Beheerscomité mag de persoon aanwijzen die het instituut in de Raad van Bestuur en/of de Algemene Vergadering van de MvM vertegenwoordigt.
Het Algemeen Beheerscomité bepaalt de wijze waarop die persoon hem verslag uitbrengt over de samenwerkingsvoorwaarden tussen het instituut en de MvM.]10
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-18/06, Art. 7, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Indien minstens drie werkende leden een vergadering willen bijeenroepen, richten zij hun verzoek schriftelijk of per e-mail aan de voorzitter met vermelding van het onderwerp van de vergadering.
Het Algemeen beheerscomité wordt bijeengeroepen door de voorzitter of, zo die verhinderd is, door een ondervoorzitter. De voorzitter mag zijn bevoegdheid tot bijeenroepen overdragen aan de administrateur-generaal van het Instituut.
De uitnodigingen met vermelding van de agenda en alle documenten die hiermee verband houden worden schriftelijk verzonden ten minste acht dagen vóór de datum van de vergadering; in spoedeisende gevallen mag die termijn worden verkort. De documenten die pas beschikbaar zijn na de verzendingsdatum en tot de dag vóór de vergadering, worden elektronisch bezorgd. In dat geval worden de leden daarvan op de hoogte gebracht via een elektronisch bericht.
Onverminderd de bepalingen van het 4e lid, worden vanaf een door het Algemeen Beheerscomité bepaalde datum alle documenten die verband houden met de agenda en met de verschillende punten op de agenda van de vergaderingen elektronisch ter beschikking gesteld van de leden van het Algemeen Beheerscomité en de personen die door laatstgenoemden gemachtigd zijn. De leden die uitdrukkelijk erom vragen, krijgen de documenten samen met de oproeping op papier.]1
Artikel 2 Alleen de aangelegenheden die op de agenda zijn ingeschreven, worden besproken.
Het algemeen Beheerscomité kan van deze bepaling afwijken indien de meerderheid van de aanwezige leden het beslist.
Artikel 3 De vergaderingen van het algemeen Beheerscomité zijn niet openbaar. De leden van het algemeen Beheerscomité en de ambtenaren van het Instituut die zijn vergaderingen bijwonen zijn ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter van de besproken documenten, alsmede van de beraadslagingen en van de stemmingen te eerbiedigen.
Artikel 4 Ingeval de voorzitter verhinderd is, wordt de vergadering voorgezeten door de oudste aanwezige ondervoorzitter. Indien ook de ondervoorzitters verhinderd zijn, wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid.
Artikel 5 De stemmingen geschieden bij handopheffing. Er wordt geheim gestemd wanneer ten minste drie leden erom verzoeken.
Artikel 6Het algemeen Beheerscomité kan voor de behandeling van bijzondere aangelegenheden personeelsleden van het Instituut alsmede andere bijzonder bevoegde personen ter raadpleging oproepen.
Ieder lid mag zich, met de instemming van de voorzitter, door een deskundige laten bijstaan voor de behandeling van bijzondere aangelegenheden die op de agenda zijn vermeld.
[2 Met het oog op het onderzoek van de haalbaarheid van de indicatoren die moeten worden toegepast voor de processen uit artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de responsabilisering van de verzekeringsinstellingen met betrekking tot het bedrag van hun administratiekosten, roept het Algemeen Beheerscomité voor elke verzekeringsinstelling twee vertegenwoordigers op om ze te horen. Bij dat onderzoek beschikt elke vertegenwoordiger van de verzekeringsinstellingen slechts over een raadgevende stem.]2
De bepalingen van artikel 3 zijn eveneens van toepassing voor de personen bedoeld onder leden 1 en 2. [2 De bepalingen van artikel 3 zijn eveneens van toepassing op de personen die worden bedoeld in lid 1, 2 en 3.]2
Artikel 7De notulen van de vergaderingen van het algemeen Beheerscomité die de besprekingen bondig samenvatten en de genomen beslissingen vermelden, worden in het Frans en het Nederlands opgesteld door toedoen van de administrateur-generaal of van de adjunct-administrateur-generaal van het Instituut bijgestaan door een personeelslid van de algemene Diensten aangewezen door de administrateur-generaal.
[3 De notulen worden uiterlijk binnen acht dagen vóór de datum van de volgende vergadering aan de leden gezonden. De opmerkingen in verband met de notulen moeten de administrateur-generaal binnen acht dagen na hun verzending schriftelijk of per e-mail worden meegedeeld, zoniet kunnen de beslissingen worden uitgevoerd.]3
[3 Derde lid opgeheven.]3
De notulen worden ondertekend door de voorzitter of door de voorzitter van de vergadering en door de administrateur-generaal; ze worden op de eerstvolgende vergadering ter definitieve goedkeuring voorgelegd.
Artikel 8 Voor de dringende aangelegenheden van minder belang mag de voorzitter de leden schriftelijk raadplegen.
Artikel 9 Indien een werkend lid verhinderd is een vergadering bij te wonen, kan de organisatie die hij vertegenwoordigt, hem vervangen door een plaatsvervangend lid.
Artikel 10 De leden van het algemeen Beheerscomité gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan ten aanzien van de verbintenissen van het Instituut.
Artikel 11Overeenkomstig artikel 181, eerste lid, van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de machten inzake dagelijks beheer van de administrateur-generaal van het Instituut als volgt omschreven :
1° uitvoering van de beslissingen van het algemeen Beheerscomité [4 ...]4;
2° inwendige organisatie van de algemene Diensten;
3° leiding van het personeel [4 ...]4;
4° verlenen van gewoon en omstandigheidsverlof aan het personeel [4 ...]4;
5° ontvangst en ondertekening van de briefwisseling met betrekking tot de algemene Diensten;
6° ondertekening van de kennisgevingen van ontvangst en van de ontlastingen die met name aan het Bestuur der Posterijen en der Spoorwegen moeten worden gegeven voor telegrammen, aangetekende brieven, colli's, enz.;
7° [4 ...]4 vastleggen van alle door een begrotingskrediet gedekte uitgaven met betrekking tot :
a) de wedden, lonen en allerhande vergoedingen verschuldigd aan het personeel van het Instituut;
b) de dienstreizen van de personeelsleden;
c) de ereloonstaten van advocaten, geneesheren, deskundigen en ministeriële ambtenaren;
d) het presentiegeld, de verblijfsvergoedingen en reiskosten in verband met de vergaderingen van de diverse raden, comités en commissies die binnen het Instituut werken;
8° ondertekening van de ordonnanties van betaling, van kredietopening, voorschotten, waarborgen of borgtochten of van regularisatie alsmede van cheques en overschrijvingen;
9° ondertekening van kwitanties en ontlastingen voor alle uit om het even welke hoofde aan het Instituut betaalde of gestorte sommen;
10° verdediging in rechte;
11° ondertekening van omzendbrieven en onderrichtingen van het Instituut uitgaande van de algemene Diensten;
12° voorzitterschap van het Basisoverlegcomité, van het Beheerscomité voor het maatschappelijk werk en de sociale Dienst alsmede van het beperkt Comité van dit Beheerscomité;
13° voorzitterschap van het in artikel 13 van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994 bedoelde Directiecomité [5 en van de in artikel 16 van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut bedoelde Directieraad]5;
14° vertegenwoordiging van het Instituut op de vergaderingen van de mede-eigenaars die het Instituut aanbelangen, deelneming aan de stemmingen, beslissingen en discussies in naam en voor rekening van het Instituut, dit alles met bevoegdheid van indeplaatsstelling.
Artikel 12 De administrateur-generaal mag de uitoefening van sommige bevoegdheden inzake dagelijks beheer overdragen aan een personeelslid van het Instituut en geeft het algemeen Beheerscomité hiervan kennis.
Artikel 13[6 ...]6 [6 De volgende bevoegdheden worden]6 aan de administrateur-generaal van het Instituut overgedragen :
I. vastleggen van alle door een begrotingskrediet gedekte uitgaven, buiten die van het dagelijks beheer, met betrekking tot :
a) het huren, onderhouden, verwarmen, verlichten of verbouwen van gebouwen of gebouwgedeelten bestemd voor de diensten van het Instituut;
b) het aankopen, huren en onderhouden van materiaal, meubilair, machines, voertuigen, kantoorbehoeften en andere kosten van dagelijks beheer;
II. in verband met het toekennen van overheidsopdrachten :
1° keuze van de wijze van toekenning van de opdracht, de bevoegdheid om het bijzondere lastencohier vast te leggen, de procedure in te zetten voor zover het voorwerp van de opdracht voorafgaandelijk werd goedgekeurd door het algemeen Beheerscomité.
Deze goedkeuring is evenwel niet vereist als de geraamde uitgave, zonder de belasting op de toegevoegde waarde, het bedrag van [7 85.000 EUR]7 niet overschrijdt.
Als het voorwerp van de opdracht is opgenomen in de begroting, opgesteld door het algemeen Beheerscomité geldt dit als voorafgaandelijke toestemming voor zover die is goedgekeurd door de toeziende overheid;
2° de kandidaten voor een opdracht te kunnen selecteren en opdrachten toe te kennen als het geraamde bedrag voor de opdracht, zonder de belasting op de toegevoegde waarde, [6 750.000 EUR]6 niet overschrijdt. Dit bedrag wordt echter verminderd tot [6 387.000 EUR]6 voor de opdrachten die worden getekend via een procedure zonder publiciteit.
Indien het geraamde bedrag van de opdracht hoger is dan [7 134.000 EUR]7 wordt de toekenning mee ondertekend door de voorzitter van het algemeen Beheerscomité.
In de loop van het eerste kalenderkwartaal wordt aan het algemeen Beheerscomité verslag uitgebracht over de toekenning van de opdrachten van meer dan [7 85.000 EUR]7 die ingevolge delegatie zijn genomen tijdens het voorgaande kalenderjaar;
3° af te kunnen wijken van de essentiële opdrachtclausules en -voorwaarden als de geraamde waarde niet hoger ligt dan [7 85.000 EUR]7 frank;
4° geldboetes voor vertraging in de uitvoering te kunnen opschorten, als het bedrag van de goedgekeurde offerte niet boven [7 85.000 EUR]7 ligt;
[7 De bedragen onder punt II van dit artikel worden vanaf 1 januari 2015 automatisch aangepast aan de drempels die zijn vastgelegd in artikel 32, 3°, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, wat betreft 2°, 2e lid, en aan de drempels die zijn vastgelegd in artikel 105, § 1, 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011, wat betreft 1°, 2e lid, 2°, 3e lid, 3° en 4°.]7
III. met betrekking tot het beheer van het menselijke potentieel :
1° vaststelling, herziening en verhoging van de wedden, overeenkomstig de statutaire regelen;
2° valorisatie van vorige diensten;
3° [6 ...]6;
4° achteruitstelling ter zake van de bevordering in wedde ten gevolge van de toekenning van de evaluatie " onvoldoende ";
5° ontslag aangevraagd door de personeelsleden;
6° indisponibiliteitstelling van personeelsleden van niveau [6 B, C en D]6;
7° indisponibiliteitstelling wanneer het personeelslid de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
8° wederopneming in dienst van de personeelsleden na afloop van hun disponibiliteit, zelfs als ze voortijdig geschiedt;
9° de stopzetting van hun functies voor de personeelsleden die de leeftijdsgrens bereiken;
10° pensionering van de personeelsleden en verlening van de eretitel;
11° pensionering van personeelsleden wegens tijdelijke of definitieve ongeschiktheid;
12° het op non-activiteit zonder wedde plaatsen van de personeelsleden die hun legerdienst of een daarmee gelijkgestelde dienst vervullen, en wederopneming van die personeelsleden in dienstactiviteit bij het verstrijken van het tijdvak van non-activiteit;
13° dienstschorsing zonder wedde van de stagedoende personeelsleden die hun legerdienst of een daarmee gelijkgestelde dienst vervullen, en wederopneming van die personeelsleden in dienstactiviteit bij het verstrijken van het tijdvak van dienstschorsing zonder wedde;
14° toekenning van verlof voor sociale promotie;
15° toekenning van verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen of ten behoeve van de voorzitter van deze groepen;
16° toekenning van verlof aan bepaalde ter beschikking van de Koning, een Prins of Prinses van België gestelde personeelsleden;
17° toekenning van het recht om, gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste vijf jaar, vóór de datum van het al dan niet vervroegd pensioen, halftijds te werken;
18° toekenning van het recht op de vierdagenweek;
19° voorlopige of tijdelijke aanwijzing van bepaalde personeelsleden;
20° vacantverklaring van betrekkingen en mededeling aan het personeel;
21° toepassing van het statuut inzake niet gewettigde afwezigheden van personeelsleden en de weerslag ervan op het stuk van hun administratieve stand;
22° erkenning van arbeidsongevallen en beroepsziekten en vaststelling van het percentage ervan;
23° schorsing in het belang van de dienst;
24° verlening van schadeloosstelling, wanneer de burgerlijke aansprakelijkheid van het R.I.Z.I.V. speelt, voor bedragen, die niet zijn gedekt door de verzekeringspolis (franchise en stoffelijke schade).
Artikel 14
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 15
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 16
<Opgeheven bij KB 2011-11-18/06, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
Artikel 17De voorlopige voorstellen inzake de aan ambtenaren en beambten van het Instituut op te leggen tuchtstraffen worden hetzij door de administrateur-generaal of door de adjunct-administrateur-generaal gedaan, hetzij door de leidend ambtenaar of door een ambtenaar [8 die ten minste in de klasse A 4 is gerangschikt]8 van de dienst waartoe de te bestraffen ambtenaar of beambte behoort.
[9 Tweede lid opgeheven.]9
Artikel 18[10 Het Algemeen Beheerscomité mag de persoon aanwijzen die het instituut in de Raad van Bestuur en/of de Algemene Vergadering van de MvM vertegenwoordigt.
Het Algemeen Beheerscomité bepaalt de wijze waarop die persoon hem verslag uitbrengt over de samenwerkingsvoorwaarden tussen het instituut en de MvM.]10
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-18/06, Art. 7, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 1: VARIA 2014-12-10/14, Art. 1, 003; Inwerkingtreding : 13-01-2015>
- 2: KB 2011-11-18/06, Art. 1, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 3: VARIA 2014-12-10/14, Art. 2, 003; Inwerkingtreding : 13-01-2015>
- 4: KB 2011-11-18/06, Art. 2, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 5: KB 2011-11-18/06, Art. 3, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 6: KB 2011-11-18/06, Art. 4, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 7: Ingevoegd bij KB 2011-11-18/06, Art. 7, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 8: KB 2011-11-18/06, Art. 6, 002; Inwerkingtreding : 12-12-2011>
- 9: VARIA 2014-12-10/14, Art. 4, 003; Inwerkingtreding : 13-01-2015>
- 10: VARIA 2014-12-10/14, Art. 3, 003; Inwerkingtreding : 13-01-2015>