Koninklijk besluit genomen ter uitvoering van de wet van 12 april 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en tot overplaatsing van sommige personeelsleden in dienst bij de parketten of verbonden aan een probatiecommissie.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1999009701
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1 De personeelsleden bij de parketten die met toepassing van de wet van 12 april 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en tot overplaatsing van sommige personeelsleden in dienst bij de parketten of verbonden aan een probatiecommissie, overgaan naar de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie zijn vermeld in bijlage 1.
Artikel 2 § 1. De in artikel 1 bedoelde vastbenoemde personeelsleden die bekleed waren met één van de graden die hieronder in de linkerkolom worden vermeld, worden ambtshalve benoemd tot de graad die naast hun graad in de rechterkolom staat en daarmee overeenstemt:
bemiddelingsadviseur adjunct-adviseur
bemiddelingsassistent justitieassistent
maatschappelijk assistent justitieassistent
probatieassistent justitieassistent
eerstaanwezend probatieassistent eerstaanwezend justitie assistent
§ 2. De personeelsleden die krachtens § 1 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de anciënniteit welke verkregen was in de graad waarmee ze vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit waren bekleed.
§ 3. De geldelijke anciënniteit die deze personeelsleden hebben verkregen, wordt geacht verkregen te zijn in de weddeschaal die overeenstemt met hun graad en die zij genieten vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 3 De wedde van de personeelsleden die krachtens artikel 2 ambtshalve benoemd worden in een andere graad, wordt vastgesteld in de weddeschaal die overeenkomstig bijlage 2 overeenstemt met deze graad.
Artikel 4 De geslaagden voor een vergelijkend wervingsexamen voor de graad van probatieassistent behouden tijdens de geldigheidsduur van het vergelijkend examen hun aanspraken op benoeming tot de bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van sommige administratieve en geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie die bekleed zijn met een bijzondere graad, opgerichte graad van justitieassistent.
Artikel 5 De probatieassistenten en eerstaanwezend probatieassistenten die op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit in dienst blijven bij de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen worden ambtshalve benoemd tot respectievelijk de graad van maatschappelijk assistent en eerstaanwezend maatschappelijk assistent.
Artikel 6 In de tabel gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de rijksbesturen kunnen titularis zijn, worden, onder het opschrift "I. Alfabetische rangschikking van de Nederlandse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel" en onder het opschrift "II. Alfabetische rangschikking van de Franse benamingen. Afdeling A, Administratief personeel", de vermeldingen van de volgende graden ingevoegd onder de rubriek "geschrapte graden":
- in rang 26 ;
probatieassistent
- in rang 28:
eerstaanwezend probatieassistent.
Artikel 7 Het koninklijk besluit van 1 februari 1995 tot vaststelling van de personeelsformatie van de maatschappelijke assistenten, van de bemiddelingsassistenten en van de bemiddelingsadviseurs bij de parketten en het koninklijk besluit van 28 november 1997 tot bepaling van het statuut en van het ambt van sommige ambtenaren verbonden aan een probatiecommissie en tot vaststelling van geldelijke bepalingen ten gunste van deze ambtenaren, worden opgeheven.
Artikel 8 De wet van 12 april 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en tot overplaatsing van sommige personeelsleden in dienst bij de parketten of verbonden aan een probatiecommissie en de wet van 7 mei 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, treden in werking.
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Artikel 10 Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 juni 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Begroting,
H.VANROMPUY
Bijlage.
Artikel N1 Bijlage 1. 1. Statutairen. (Lijst niet opgenomen door technische redenen.)
2. Contractuelen. (Lijst niet opgenomen door technische redenen)
Artikel N2 Bijlage 2. Conversietabel van de graden en de eraan verbonden weddeschalen.
Graad waarmee Weddeschaal Graad Weddeschaal
de ambtenaar verbonden waarmee verbonden
bekleed was aan deze de aan deze
graad ambtenaar graad
bekleed
wordt
Bemiddelingsassistent 26F Justitieassistent 26F
Bemiddelingsassistent 26I Justitieassistent 26I
Maatschappelijk 26F Justitieassistent 26F
assistent
Maatschappelijk 26I Justitieassistent 26I
assistent
Probatieassistent 26F Justitieassistent 26F
Probatieassistent 26I Justitieassistent 26I
Eerstaanwezend 28E Eerstaanwezend 28E
probatieassistent justitieassistent
Eerstaanwezend 28F Eerstaanwezend 28F
probatieassistent justitieassistent
Bemiddelingsadviseur 10A Adjunct-adviseur 10A
Bemiddelingsadviseur 10B Adjunct-adviseur 10B
Bemiddelingsadviseur 10C Adjunct-adviseur 10C
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 juni 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
Artikel 2 § 1. De in artikel 1 bedoelde vastbenoemde personeelsleden die bekleed waren met één van de graden die hieronder in de linkerkolom worden vermeld, worden ambtshalve benoemd tot de graad die naast hun graad in de rechterkolom staat en daarmee overeenstemt:
bemiddelingsadviseur adjunct-adviseur
bemiddelingsassistent justitieassistent
maatschappelijk assistent justitieassistent
probatieassistent justitieassistent
eerstaanwezend probatieassistent eerstaanwezend justitie assistent
§ 2. De personeelsleden die krachtens § 1 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de anciënniteit welke verkregen was in de graad waarmee ze vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit waren bekleed.
§ 3. De geldelijke anciënniteit die deze personeelsleden hebben verkregen, wordt geacht verkregen te zijn in de weddeschaal die overeenstemt met hun graad en die zij genieten vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 3 De wedde van de personeelsleden die krachtens artikel 2 ambtshalve benoemd worden in een andere graad, wordt vastgesteld in de weddeschaal die overeenkomstig bijlage 2 overeenstemt met deze graad.
Artikel 4 De geslaagden voor een vergelijkend wervingsexamen voor de graad van probatieassistent behouden tijdens de geldigheidsduur van het vergelijkend examen hun aanspraken op benoeming tot de bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van sommige administratieve en geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie die bekleed zijn met een bijzondere graad, opgerichte graad van justitieassistent.
Artikel 5 De probatieassistenten en eerstaanwezend probatieassistenten die op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit in dienst blijven bij de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen worden ambtshalve benoemd tot respectievelijk de graad van maatschappelijk assistent en eerstaanwezend maatschappelijk assistent.
Artikel 6 In de tabel gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de rijksbesturen kunnen titularis zijn, worden, onder het opschrift "I. Alfabetische rangschikking van de Nederlandse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel" en onder het opschrift "II. Alfabetische rangschikking van de Franse benamingen. Afdeling A, Administratief personeel", de vermeldingen van de volgende graden ingevoegd onder de rubriek "geschrapte graden":
- in rang 26 ;
probatieassistent
- in rang 28:
eerstaanwezend probatieassistent.
Artikel 7 Het koninklijk besluit van 1 februari 1995 tot vaststelling van de personeelsformatie van de maatschappelijke assistenten, van de bemiddelingsassistenten en van de bemiddelingsadviseurs bij de parketten en het koninklijk besluit van 28 november 1997 tot bepaling van het statuut en van het ambt van sommige ambtenaren verbonden aan een probatiecommissie en tot vaststelling van geldelijke bepalingen ten gunste van deze ambtenaren, worden opgeheven.
Artikel 8 De wet van 12 april 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en tot overplaatsing van sommige personeelsleden in dienst bij de parketten of verbonden aan een probatiecommissie en de wet van 7 mei 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, treden in werking.
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Artikel 10 Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 juni 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Begroting,
H.VANROMPUY
Bijlage.
Artikel N1 Bijlage 1. 1. Statutairen. (Lijst niet opgenomen door technische redenen.)
2. Contractuelen. (Lijst niet opgenomen door technische redenen)
Artikel N2 Bijlage 2. Conversietabel van de graden en de eraan verbonden weddeschalen.
Graad waarmee Weddeschaal Graad Weddeschaal
de ambtenaar verbonden waarmee verbonden
bekleed was aan deze de aan deze
graad ambtenaar graad
bekleed
wordt
Bemiddelingsassistent 26F Justitieassistent 26F
Bemiddelingsassistent 26I Justitieassistent 26I
Maatschappelijk 26F Justitieassistent 26F
assistent
Maatschappelijk 26I Justitieassistent 26I
assistent
Probatieassistent 26F Justitieassistent 26F
Probatieassistent 26I Justitieassistent 26I
Eerstaanwezend 28E Eerstaanwezend 28E
probatieassistent justitieassistent
Eerstaanwezend 28F Eerstaanwezend 28F
probatieassistent justitieassistent
Bemiddelingsadviseur 10A Adjunct-adviseur 10A
Bemiddelingsadviseur 10B Adjunct-adviseur 10B
Bemiddelingsadviseur 10C Adjunct-adviseur 10C
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 juni 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY