Koninklijk besluit tot bepaling van de bevoegdheid, de samenstelling en de nadere werkingsregelen van de paritaire toezichtscomités bij de vakantiefondsen.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1971080504
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
I. _ Bevoegdheid.
Artikel 1 De paritaire toezichtscomités bij de vakantiefondsen hebben tot opdracht :
1° de mogelijkheid tot eventuele uitbreiding der voordelen, die kunnen toegekend worden in uitvoering van de wetgeving op de jaarlijkse vakantie, te onderzoeken;
2° de middelen tot vermindering van de algemene onkosten van het fonds op te zoeken en voor te stellen.
Artikel 2 Voor het volbrengen der bij artikel 1 voorziene opdracht, kan ieder paritair toezichtscomité :
1° de geschriften en de winst- en verliesrekening van het vakantiefonds, alsook elk document, waarvan het nazicht hem gewenst voorkomt, onderzoeken;
2° aan het vakantiefonds het opmaken van alle statistieken, schattingen, enz. welke het nodig acht, vragen;
3° aan de raad van beheer van het vakantiefonds alle nuttige opmerkingen maken;4° aan de Minister van Sociale Voorzorg iedere aangelegenheid deel uitmakend van zijn bevoegdheid voorleggen.
II. _ Samenstelling.
Artikel 3 Het paritair toezichtscomité is samengesteld uit :
a) een voorzitter en een ondervoorzitter;
b) vier werkende en vier plaatsvervangende leden;
c) een secretaris en een adjunct-secretaris;
d) een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale Voorzorg.
Twee werkende en twee plaatsvervangende leden vertegenwoordigen de bij het vakantiefonds aangesloten werkgevers; twee werkende en twee plaatsvervangende leden vertegenwoordigen de werknemers van de bedrijfstak waarvan het vakantiefonds afhangt.
De voorzitter en de ondervoorzitter worden gekozen onder de personen die bevoegd zijn in sociale aangelegenheden.
De personen die deel uitmaken van het paritair toezichtscomité worden benoemd door de Minister van Sociale Voorzorg.
Met het oog op de benoeming van de leden vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en de leden vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties, verzoekt de Minister van Sociale Voorzorg de in de paritaire comités vertegenwoordigde werkgevers- en werknemersorganisaties lijsten met dubbel zoveel kandidaten in te dienen als er mandaten toe te wijzen zijn.
Artikel 4 Het ambt in de schoot van het paritair toezichtscomité is onverenigbaar met dit uitgeoefend in de schoot van de raad van beheer van het vakantiefonds, met dit van aangestelde in dienst van dit fonds en met de hoedanigheid van personeelslid bij de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie.
Artikel 5 De mandaten, voorzien bij artikel 3 worden verleend voor een termijn van vier jaar. Zij zijn hernieuwbaar.
In geval van ontslag, van overlijden of anderszins, beeindigt het plaatsvervangend lid het mandaat van zijn voorganger.
III. _ Werking.
Artikel 6 De voorzitter belegt de vergaderingen van het paritair toezichtscomité op eigen initiatief of op verzoek van minstens de helft der leden.
Het paritair toezichtscomité vergadert minstens eenmaal per jaar ten zetel van het vakantiefonds.
Artikel 7 De verantwoordelijke bestuurder van het vakantiefonds kan door de voorzitter van het paritair toezichtscomité uitgenodigd worden om de zittingen bij te wonen.
Artikel 8 Het paritair toezichtscomité kan, indien nodig, een reglement van inwendige orde opstellen, dat de modaliteiten van zijn werking nader bepaalt.
Artikel 9 De mandaten in de paritaire toezichtscomités zijn onbezoldigd.
De personen die zitting hebben in de schoot van dit comité hebben echter recht, voor zover zij niet in de openbare sector te werk gesteld worden, op een presentiegeld, waarvan het bedrag bepaald wordt door de Minister van Sociale Voorzorg.
Bij voorkomend geval, worden aan de personen die zitting hebben in de schoot van dit comité verblijfsvergoedingen en de terugbetaling van de reiskosten toegekend, overeenkomstig de reglementering die geldt voor de adviseurs van de ministeries.
Deze lasten alsook de administratieve werkingskosten van het paritair toezichtscomité worden gedragen door het betrokken vakantiefonds.
Artikel 10 Het besluit van de Regent van 11 mei 1946 betreffende de bevoegdheid, de werking en de samenstelling der paritaire toezichtscomités bij de verlofkassen, wordt opgeheven.
Artikel 11 Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 1 De paritaire toezichtscomités bij de vakantiefondsen hebben tot opdracht :
1° de mogelijkheid tot eventuele uitbreiding der voordelen, die kunnen toegekend worden in uitvoering van de wetgeving op de jaarlijkse vakantie, te onderzoeken;
2° de middelen tot vermindering van de algemene onkosten van het fonds op te zoeken en voor te stellen.
Artikel 2 Voor het volbrengen der bij artikel 1 voorziene opdracht, kan ieder paritair toezichtscomité :
1° de geschriften en de winst- en verliesrekening van het vakantiefonds, alsook elk document, waarvan het nazicht hem gewenst voorkomt, onderzoeken;
2° aan het vakantiefonds het opmaken van alle statistieken, schattingen, enz. welke het nodig acht, vragen;
3° aan de raad van beheer van het vakantiefonds alle nuttige opmerkingen maken;4° aan de Minister van Sociale Voorzorg iedere aangelegenheid deel uitmakend van zijn bevoegdheid voorleggen.
II. _ Samenstelling.
Artikel 3 Het paritair toezichtscomité is samengesteld uit :
a) een voorzitter en een ondervoorzitter;
b) vier werkende en vier plaatsvervangende leden;
c) een secretaris en een adjunct-secretaris;
d) een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale Voorzorg.
Twee werkende en twee plaatsvervangende leden vertegenwoordigen de bij het vakantiefonds aangesloten werkgevers; twee werkende en twee plaatsvervangende leden vertegenwoordigen de werknemers van de bedrijfstak waarvan het vakantiefonds afhangt.
De voorzitter en de ondervoorzitter worden gekozen onder de personen die bevoegd zijn in sociale aangelegenheden.
De personen die deel uitmaken van het paritair toezichtscomité worden benoemd door de Minister van Sociale Voorzorg.
Met het oog op de benoeming van de leden vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en de leden vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties, verzoekt de Minister van Sociale Voorzorg de in de paritaire comités vertegenwoordigde werkgevers- en werknemersorganisaties lijsten met dubbel zoveel kandidaten in te dienen als er mandaten toe te wijzen zijn.
Artikel 4 Het ambt in de schoot van het paritair toezichtscomité is onverenigbaar met dit uitgeoefend in de schoot van de raad van beheer van het vakantiefonds, met dit van aangestelde in dienst van dit fonds en met de hoedanigheid van personeelslid bij de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie.
Artikel 5 De mandaten, voorzien bij artikel 3 worden verleend voor een termijn van vier jaar. Zij zijn hernieuwbaar.
In geval van ontslag, van overlijden of anderszins, beeindigt het plaatsvervangend lid het mandaat van zijn voorganger.
III. _ Werking.
Artikel 6 De voorzitter belegt de vergaderingen van het paritair toezichtscomité op eigen initiatief of op verzoek van minstens de helft der leden.
Het paritair toezichtscomité vergadert minstens eenmaal per jaar ten zetel van het vakantiefonds.
Artikel 7 De verantwoordelijke bestuurder van het vakantiefonds kan door de voorzitter van het paritair toezichtscomité uitgenodigd worden om de zittingen bij te wonen.
Artikel 8 Het paritair toezichtscomité kan, indien nodig, een reglement van inwendige orde opstellen, dat de modaliteiten van zijn werking nader bepaalt.
Artikel 9 De mandaten in de paritaire toezichtscomités zijn onbezoldigd.
De personen die zitting hebben in de schoot van dit comité hebben echter recht, voor zover zij niet in de openbare sector te werk gesteld worden, op een presentiegeld, waarvan het bedrag bepaald wordt door de Minister van Sociale Voorzorg.
Bij voorkomend geval, worden aan de personen die zitting hebben in de schoot van dit comité verblijfsvergoedingen en de terugbetaling van de reiskosten toegekend, overeenkomstig de reglementering die geldt voor de adviseurs van de ministeries.
Deze lasten alsook de administratieve werkingskosten van het paritair toezichtscomité worden gedragen door het betrokken vakantiefonds.
Artikel 10 Het besluit van de Regent van 11 mei 1946 betreffende de bevoegdheid, de werking en de samenstelling der paritaire toezichtscomités bij de verlofkassen, wordt opgeheven.
Artikel 11 Onze Minister van Sociale Voorzorg is belast met de uitvoering van dit besluit.