Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2007000740
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1 Artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking wordt vervangen als volgt :
" Art. 3. Volgende bewakingsagenten hebben tijdens de uitvoering van hun werkzaamheden te allen tijde een communicatiemogelijkheid met een oproepcentrale of met een verantwoordelijke van een interne bewakingsdienst :
1° zij die mobile bewakingsactiviteiten uitvoeren;
2° zij die statische bewakingsactiviteiten uitvoeren op plaatsen waar er geen andere bewakingsagenten of derden geacht worden aanwezig te zijn;
3° zij die activiteiten uitvoeren van winkelinspectie. "
Artikel 2 Artikel 4, c), van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Artikel 3 Artikel 7, § 1, a), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. § 1. De bewakingsagent die activiteiten van winkelinspectie uitoefent, voert zijn activiteiten uit in overeenkomst met de bepalingen zoals voorzien in artikel 8, § 6ter, van de wet, en volgens de volgende procedure :
a) hij kan een winkelklant, verdacht van diefstal, slechts aanspreken, op voorwaarde dat hij duidelijk zichtbaar drager is van de identificatiekaart of een herkenningsteken, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van de wet; "
Artikel 4 De artikelen 1 en 2 treden in werking drie maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 26 juli 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.
" Art. 3. Volgende bewakingsagenten hebben tijdens de uitvoering van hun werkzaamheden te allen tijde een communicatiemogelijkheid met een oproepcentrale of met een verantwoordelijke van een interne bewakingsdienst :
1° zij die mobile bewakingsactiviteiten uitvoeren;
2° zij die statische bewakingsactiviteiten uitvoeren op plaatsen waar er geen andere bewakingsagenten of derden geacht worden aanwezig te zijn;
3° zij die activiteiten uitvoeren van winkelinspectie. "
Artikel 2 Artikel 4, c), van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Artikel 3 Artikel 7, § 1, a), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. § 1. De bewakingsagent die activiteiten van winkelinspectie uitoefent, voert zijn activiteiten uit in overeenkomst met de bepalingen zoals voorzien in artikel 8, § 6ter, van de wet, en volgens de volgende procedure :
a) hij kan een winkelklant, verdacht van diefstal, slechts aanspreken, op voorwaarde dat hij duidelijk zichtbaar drager is van de identificatiekaart of een herkenningsteken, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van de wet; "
Artikel 4 De artikelen 1 en 2 treden in werking drie maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 26 juli 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.