Milieuovereenkomst betreffende de terugnameplicht voor afvalolie

Date :
06-02-2012
Language :
French Dutch
Size :
12 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2011031633

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Sectie IE 1. Voorwerp van de overeenkomst

Artikel 1 § 1. Deze overeenkomst heeft tot doel het vastleggen van de uitvoeringsmodaliteiten voor de terugnameplicht voor afvalolie overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juni 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering.
  § 2. De overeenkomst heeft tot doel de preventie te stimuleren en het beheer van afvalolie te verbeteren door een selectieve inzameling en passende verwerking van afvalolie, rekening houdend met de organisatorische, technische, economische en ecologische randvoorwaarden.
  § 3. De overeenkomst heeft eveneens tot doel een harmonisering tussen de drie gewesten van de modaliteiten met betrekking tot de uitvoering van de terugnameplicht.
  § 4. Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de inzamelwijzen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zal onderhavige overeenkomst een evaluatiefase omvatten van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van in voege treden van onderhavige overeenkomst. Op dat ogenblik zal het mogelijk zijn om de resultaten te vergelijken met de vastgelegde doelstellingen en, desgevallend, de bestaande inzamelwijzen aan te passen.

Sectie IE 2. Begrippen en definities
Artikel 2 § 1. De begrippen en definities vermeld in de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, het besluit van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van afvalolie, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002 tot vaststelling van de lijst van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering zijn van toepassing op deze overeenkomst, rekening houdend met het toepassingsgebied en de hiernavolgende definities.
  § 2. Voor de toepassing van onderhavige overeenkomst wordt verstaan onder :
  1° Olie : alle soorten smeerolie en industriële olie, op minerale, synthetische, plantaardige of dierlijke basis, in het bijzonder oliën voor motoren, oliën voor transmissiesystemen alsmede oliën voor machines, turbines, vloeistoffen voor warmteoverdracht en hydraulische oliën.
  2° Afvalolie : afvalolie in de betekenis van artikel 2 van het besluit van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van afvalolie.
  3° Producent van olie : elke natuurlijke of rechtspersoon die oliën produceert en ze op de Belgische markt brengt;
  4° Invoerder van olie : elke natuurlijke of rechtspersoon, andere dan de producent van olie, die olie invoert en ze op de Belgische markt brengt, of die ze invoert voor eigen gebruik binnen zijn eigen industriële of commerciële inrichting(en).
  5° Producent van afvalolie : elke natuurlijke of rechtspersoon die door zijn activiteiten afvalolie produceert;
  6° Regeneratie van afvalolie : regeneratie in de betekenis van artikel 2 van het besluit van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van afvalolie.
  7° R9-verwerking : de R9-verwerking zoals gedefinieerd in bijlage III van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering.
  8° VZW ter sturing : vereniging zonder winstoogmerk ter sturing en coördinatie van de overeenkomst (milieuovereenkomst), opgericht door de organisaties overeenkomstig artikel 18 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering, met als doel het bereiken van de doelstellingen van de overeenkomst.
  9° Afvalstoffencodes : de codes vermeld in de lijst met afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen opgesteld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002.
  10° Het Instituut : Leefmilieu Brussel - BIM, het Brussels Instituut voor Milieubeheer, opgericht bij koninklijk besluit van 8 maart 1989 ter oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd en aangevuld door de wet van 16 juni 1989, gewijzigd door de ordonnanties van 30 juli 1992, 27 april 1995 en 29 maart 2001.
  11° Net Brussel : Gewestelijk Agentschap voor Netheid, opgericht door de ordonnantie van 19 juli 1990.
  12° Lid : elk lid van een van de ondertekenende organisaties dat zijn mandaat heeft gegeven aan de representatieve organisatie en dat, gezien zijn activiteiten, onderworpen is aan de terugnameplicht voor afvalolie en de uitvoering van zijn terugnameplicht aan Valorlub toevertrouwt.
  13° Deelnemer : elke producent of invoerder van olie die een toetredingsovereenkomst heeft afgesloten met Valorlub en die de uitvoering van zijn terugnameplicht aan Valorlub toevertrouwt.
  14° Valorlub : de VZW ter sturing en coördinatie (opgericht op 14 december 2004 en waarvan de statuten in het Frans werden gepubliceerd in de bijlage bij het Belgisch Staatsblad van 28 februari 2005 en in het Nederlands in de bijlage bij het Belgisch Staatsblad van 12 januari 2005) en die door haar deelnemers de verplichtingen in onderhavige overeenkomst, overeenkomstig artikel 18 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering, toevertrouwd krijgt.

Sectie IE 3. Toepassingsgebied
Artikel 3 § 1. De milieuovereenkomst bindt de ondertekenende partijen evenals hun leden en deelnemers.
  De lijst van de leden en deelnemers wordt ingediend bij het Instituut binnen de maand na de inwerkingtreding van de overeenkomst. Ze wordt vervolgens bijgewerkt en uiterlijk op 31 maart van elk jaar bij het Instituut ingediend.
  De organisaties en Valorlub verbinden zich ertoe om respectievelijk hun leden en deelnemers in te lichten over de verplichtingen die voortvloeien uit onderhavige overeenkomst.
  § 2. De terugnameplicht is slechts van toepassing op de volgende types afvalolie :
  

  
08 03 19 Dispersieolie afkomstig van de productie, formulering, distributie en het gebruik van drukinkt
12 01 06 Halogeenhoudende minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen
12 01 07 Halogeenvrije minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen
12 01 08 Halogeenhoudende emulsies en oplossingen voor machinale bewerking
12 01 09 Halogeenvrije emulsies en oplossingen voor machinale bewerking
12 01 10 Synthetische machineolie
12 01 19 Biologisch gemakkelijk afbreekbare machineolie
13 01 04 Gechloreerde emulsies
13 01 05 Niet-gechloreerde emulsies
13 01 09 Gechloreerde minerale hydraulische olie
13 01 10 Niet-gechloreerde minerale hydraulische olie
13 01 11 Synthetische hydraulische olie
13 01 12 Biologisch gemakkelijk afbreekbare hydraulische olie
13 01 13 Overige hydraulische olie
13 02 04 Gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 05 Niet-gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 06 Synthetische motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 07 Biologisch gemakkelijk afbreekbare motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 08 Overige motor-, transmissie- en smeerolie
13 03 06 Niet onder 13 03 01 vallende gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 03 07 Niet-gechloreerde minerale olie voor isolatie en vloeistof voor warmteoverdracht
13 03 08 Synthetische olie voor isolatie en vloeistof voor warmteoverdracht
13 03 09 Biologisch gemakkelijk afbreekbare olie voor isolatie en vloeistof voor warmteoverdracht
13 03 10 Overige olie voor isolatie en vloeistof voor warmteoverdracht
13 08 02 Overige emulsies
13 08 99 Niet elders genoemd olieafval
20 01 26
  ______
Afvalolie, ingezameld door of in opdracht van de publiekrechtelijke rechtspersonen verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval of door de inzamelpunten opgericht op initiatief van Valorlub, en die niet onder 20 01 25 valt.

§ 3. De milieuovereenkomst is van toepassing op de afvalolie van huishoudelijke en bedrijfsmatige oorsprong, afkomstig van olie op de Belgische markt gebracht door de leden en deelnemers.
  § 4. De milieuovereenkomst is niet van toepassing op :
  - frituurolie en frituurvetten of andere voedingsolie;
  - polychloorbifenylen en polychloorterfenylen met hogere concentraties dan die vermeld in artikel 15, oplosmiddelen, schoonmaakproducten, detergenten, antivries, remvloeistoffen, brandstoffen en andere stoffen;
  - hydraulische vloeistoffen op basis van water en/of glycol.

Hoofdstuk 2. Preventie en bewustmaking
Artikel 4 § 1. Valorlub neemt de nodige initiatieven ter bevordering van de kwantitatieve en kwalitatieve preventie. Deze initiatieven hebben onder meer betrekking op :
  - de bewustmaking van zowel de particuliere als de bedrijfsmatige gebruiker, op het vlak van het optimale gebruik van olie en de manier om zich van afvalolie te ontdoen. De bewustmaking beoogt onder meer een herinnering aan het verbod op het mengen van afvalolie met PCB's of andere gevaarlijke afvalstoffen, het toevoegen of mengen in afvalolie van eender welke vreemde stoffen zoals water, oplosmiddelen, schoonmaakproducten, dierlijke of plantaardige oliën, detergenten, antivries, remvloeistoffen, andere brandstoffen en andere stoffen.
  - de bewustmaking van de erkende en/of vergunde actoren in de inzamel- en verwerkingsketen met het oog op een verbetering van de doeltreffendheid en de veiligheid van de inzameling en verwerking van de afvalolie. Met het oog daarop werkt Valorlub samenwerkingsovereenkomsten uit die moeten worden nageleefd door de erkende of vergunde actoren (vervoerders, inzamelaars, verwerkingscentra). Deze overeenkomsten vermelden onder meer de modaliteiten voor de inzameling en/of verwerking van de afvalolie, de transport- en opslagvoorwaarden, de omstandigheden voor het nemen en analyseren van stalen afvalolie, de verplichting tot weging van de afvalolie. Met het oog op het bereiken van de doelstellingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering, zal Valorlub de noodzaak onderzoeken van een gedeeltelijke of geheel gescheiden inzameling van hydraulische olie, motorolie, olie voor warmteoverdracht, machineolie of andere types afvalolie. De samenwerkingsovereenkomst zet de actoren aan om procedures voor milieucertificeringen toe te passen. Deze overeenkomsten zullen voor advies worden voorgelegd aan het Instituut, dat binnen een termijn van 40 dagen hierover uitspraak doet.
  Valorlub neemt initiatieven ter bevordering van het gebruik van biologisch afbreekbare olie voor toepassingen in verloren smering.
  § 2. Valorlub werkt een preventieplan uit dat de samenwerkingsovereenkomst(en) vermeld in § 1 bevat alsmede een beschrijving van de geplande initiatieven ter bevordering van de kwalitatieve en kwantitatieve preventie. Dit preventieplan definieert de evaluatiecriteria hiervoor.
  De samenwerkingsovereenkomst(en) en het preventieplan maken integraal deel uit van het beheersplan vermeld in artikel 11. Het preventieplan wordt jaarlijks geëvalueerd en, indien nodig, aangepast.

Hoofdstuk 3. Inzameling en verwerking van afvalolie
Sectie IE 1. Inzameling
Artikel 5 § 1. De uitvoering van onderhavige overeenkomst heeft tot doel de inzameling van alle inzamelbare afvalolie afkomstig van olie op de Belgische markt gebracht of ingevoerd voor eigen gebruik in hun inrichting(en) door de leden en deelnemers.
  § 2. De afvalolie moet worden ingezameld op een manier die leidt tot een inzamelgraad van 100 %. De inzamelgraad uitgedrukt in percenten wordt gedefinieerd als de verhouding van het gewicht van de ingezamelde afvalolie tot het totale gewicht van de inzamelbare afvalolie.
  § 3. Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de inzamelwijzen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zal onderhavige overeenkomst een evaluatiefase omvatten van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst. Op dat ogenblik zal het mogelijk zijn om de inzamelresultaten in het Brussels Hoofdstedelijk gewest te evalueren in het licht van de doelstellingen vastgelegd in alinea 2, en, desgevallend, de bestaande inzamelwijzen aan te passen.
  § 4. De hoeveelheden inzamelbare afvalolie worden jaarlijks bepaald in gemeenschappelijk overleg tussen de partijen, op basis van de hoeveelheden nieuwe olie op de markt gebracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bepaald volgens artikel 12 § 4, 1°, of ingevoerd voor eigen gebruik in hun inrichting(en) door de producenten en invoerders die lid of deelnemer zijn. Hierbij houdt men rekening met enerzijds de uitgevoerde nieuwe olie en anderzijds met de verliezen tijdens het gebruik van de olie.
  § 5. Voor het eerste jaar van de uitvoering van onderhavige overeenkomst, worden de berekeningswijze voor de hoeveelheden inzamelbare afvalolie vermeld in een bijlage bij dit document. Voor de daaropvolgende jaren wordt de berekeningswijze voor de hoeveelheden inzamelbare afvalolie bepaald op basis van een objectieve studie die zal worden gefinancierd door VALORLUB maar uitgevoerd en gecertificeerd door een onafhankelijk bureau, ten laatste 12 maanden na het in voege treden van deze overeenkomst. Deze studie zal binnen dezelfde termijn aan het Instituut worden overhandigd en door het Instituut worden gevalideerd binnen een termijn van 40 dagen. Indien er binnen deze termijn geen reactie komt van het Instituut, zal de studie worden beschouwd als goedgekeurd.
  § 6. De berekeningswijze van de hoeveelheden inzamelbare afvalolie kan worden herzien in overleg met alle partijen, met name naar aanleiding van technologische evoluties.

  Subsectie 1A. - Specifieke beschikkingen voor afvalolie van huishoudelijke oorsprong

Artikel 6 § 1. De deelnemers van Valorlub zijn verplicht zich te organiseren met het oog op de inzameling van afvalolie afkomstig van gezinnen. Het staat hen volledig vrij om een inzamelnetwerk op te zetten, aangepast aan hun wensen, zolang de inzameldoelstellingen worden bereikt.
  § 2. Daartoe zullen de deelnemers van Valorlub een inzamelnetwerk opzetten met op zijn minst vier permanente inzamelpunten. Via dit netwerk zullen particulieren hun afvalolie kunnen inleveren zonder aankoopverplichting.
  Onder permanent inzamelpunt wordt verstaan een inzamelpunt dat zes dagen per week toegankelijk is voor particulieren, tijdens de gebruikelijke openingsuren van de kleinhandel.
  De toegang tot en aflevering bij het in deze paragraaf vermelde netwerk is gratis voor afvalolie van huishoudelijke oorsprong. Valorlub zal instaan voor de kosten van de inzameling en de verwerking van de afvalolie die via dit netwerk wordt ingezameld.
  De modaliteiten voor de creatie van deze inzamelpunten zullen worden vastgelegd door VALORLUB, dat het Instituut zal informeren om te voldoen aan de reglementering houdende de inzameling van afvalolie.
  § 3. Voor de modaliteiten betreffende de inzameling van de afvalolie afkomstig van gezinnen via de openbare inzamelpunten, zal Valorlub een overeenkomst kunnen sluiten met de publiekrechtelijke rechtspersonen en/of het ANB die belast zijn met het beheer van deze inzamelpunten.
  De toegang tot en aflevering bij het in deze paragraaf vermelde netwerk is gratis voor afvalolie van huishoudelijke oorsprong.
  § 4. De verantwoordelijken van de selectieve inzamelpunten vermeld in § 2 en § 3 verbinden zich ertoe samen te werken en alle noodzakelijke maatregelen te treffen om de kwaliteit en de veiligheid van de ingezamelde afvalolie te verhogen. Deze beschikkingen worden in gezamenlijk overleg getroffen door de vermelde verantwoordelijke, Valorlub en het Instituut. De nodige maatregelen moeten worden getroffen om alle vervuiling van de ingezamelde afvalolie te vermijden en de kwaliteit ervan te garanderen.
  § 5. In het kader van de terugnameplicht verbinden Valorlub en zijn leden en deelnemers zich ertoe bij te dragen tot de bewustmaking van particulieren teneinde ze te stimuleren om hun afvalolie zonder bijmenging in te leveren bij de inzamelpunten vermeld in de §§ 2 en 3.
  § 6. De kleinhandelaars die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nieuwe olie verkopen moeten op een zichtbare plaats in elk van hun verkooppunten een duidelijk leesbare kennisgeving aanbrengen die particulieren informeert over het netwerk van inzamelpunten vermeld in §§ 2 en 3 alsook de praktische modaliteiten om deze te bereiken, en die particulieren aanmoedigt zich te wenden tot deze inzamelpunten voor het zich ontdoen van hun afvalolie die als huishoudelijk afval wordt beschouwd. De kleinhandelaars die aan deze voorwaarde voldoen, zullen gedurende de geldigheidsperiode van onderhavige milieuovereenkomst worden vrijgesteld van de verplichting om afvalolie van huishoudelijke oorsprong, die hen wordt aangeboden door particulieren, te aanvaarden.
  Valorlub legt het sensibiliseringsmateriaal dat het ter beschikking stelt van kleinhandelaars voorafgaandelijk voor advies voor aan het Instituut. Het Instituut beschikt over een termijn van 40 dagen om zijn advies te geven. Het sensibiliseringsmateriaal kan indien nodig worden aangepast, op vraag van het Instituut, gemotiveerd op basis van de beschikkingen van de geldende reglementering en/of onderhavige overeenkomst.
  § 7. Valorlub verbindt zich ertoe de selectief ingezamelde afvalolie van gezinnen te laten verwerken in overeenstemming met de voorschriften in artikel 8.

  Subsectie 1B. - Specifieke beschikkingen voor afvalolie van bedrijfsmatige oorsprong

Artikel 7 § 1. De inzameling van afvalolie afkomstig van bedrijfsmatige activiteiten gebeurt via het inleveren door de professionele gebruikers aan erkende inzamelaars/vervoerders en/of aan door de bevoegde overheid vergunde verwerkingsbedrijven. Vanaf het in werking treden van de overeenkomst mag afvalolie van bedrijfsmatige oorsprong bij inzameling niet worden gemengd met afvalolie afkomstig van de inzameling vermeld in artikel 6.
  § 2. Het beheersplan moet een overzicht bevatten van de acties die moeten worden uitgevoerd ten aanzien van de ondernemingen en de andere tussenhandelaars en/of bedrijfsmatige verbruikers, inclusief de binnenscheepvaart, teneinde de doelstellingen van onderhavige overeenkomst te bereiken. Tevens moet het een overzicht bevatten van de initiatieven voor het invoeren van een methode van opvolging van de hoeveelheden afvalolie en de verwerking ervan.
  § 3. Wanneer men vaststelt dat de afvalolie werd vermengd met PCB's of andere gevaarlijke afvalstoffen of eender welke vreemde stof zoals water, oplosmiddelen, schoonmaakproducten, dierlijke of plantaardige oliën, detergenten, antivries, remvloeistoffen of andere brandstoffen, draagt de bedrijfsmatige ontdoener ervan de bijkomende kosten voor de verwerking van deze mengeling van afvalstoffen.

Sectie IE 2. Verwerking
Artikel 8 § 1. De afvalolie moet worden verwerkt volgens de beste beschikbare technieken die geen overdreven kosten tot gevolg hebben, en overeenkomstig de geldende regionale, federale en Europese regelgeving.
  § 2. De ingezamelde afvalolie wordt derwijze verwerkt dat volgende doelstellingen worden behaald :
  - regeneratie of ander hergebruik : minstens 60 %;
  - hoofdgebruik als brandstof of andere vorm om energieproductie : maximum 40 %.

Sectie IE 3. Evaluatie van de doelstellingen
Artikel 9 Binnen de twee maanden na het aflopen van het eerste jaar van het in voege treden van de milieuovereenkomst, zal Valorlub, samen met het Instituut, de resultaten van de inzameling en verwerking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest evalueren in het licht van de doelstellingen gedefinieerd in artikel 5.
  In het geval dat de doelstellingen niet worden bereikt, moet Valorlub binnen de twee maanden aan het Instituut een plan ter goedkeuring voorleggen voor de resterende duur van de overeenkomst met daarin duidelijk gedefinieerde acties teneinde de resultaten op het vlak van de inzameling, recyclage en valorisatie te bereiken. Dit strategische plan zal na een jaar geëvalueerd worden.
  Als het na afloop van deze termijn van oordeel is dat de geboekte vooruitgang niet voldoende is, behoudt het Gewest zich het recht voor om onderhavige overeenkomst te verbreken en aan de deelnemers van Valorlub, tussenhandelaars en kleinhandelaars te vragen om te voldoen aan hun terugnameplicht op de wijze zoals beschreven in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering.

Artikel 10 Nihil.

Hoofdstuk 5. VZW ter sturing
Sectie IE 1. Taken van de VZW ter sturing Valorlub
Artikel 11 § 1. De organisaties hebben VALORLUB, het organisme ter sturing en coördinatie van de overeenkomst, opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de beschikkingen van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, zoals gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
  Met het oog op het bereiken van zijn doelstellingen bestaat een van de belangrijkste taken van VALORLUB erin het grootst mogelijke aantal natuurlijke of rechtspersonen die olie produceren of invoeren aan te moedigen om deelnemer te worden van VALORLUB.
  § 2. Valorlub stelt elk jaar een beheersplan voor ter uitvoering van het strategisch plan vermeld in artikel 9. Dat plan wordt uiterlijk op 31 oktober van elk jaar voorafgaand aan het kalenderjaar van zijn uitvoering ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut.
  Het Instituut keurt het uitvoeringsplan goed, vraagt bijkomende informatie of weigert het uitvoeringsplan binnen de twee maanden. Indien er geen antwoord komt binnen deze termijn, wordt het plan als goedgekeurd beschouwd. Als het Instituut dit plan weigert, meldt het zijn beslissing aan VALORLUB in een aangetekende brief met vermelding van het motief voor de weigering. VALORLUB moet dan binnen een termijn van drie maanden een herzien plan indienen dat rekening houdt met de kritiek van het Instituut. Er kan ook beroep worden aangetekend bij de Minister van Leefmilieu.
  § 3. Valorlub staat in voor :
  1° de opstelling en uitvoering van het jaarlijkse beheersplan, dat op zijn minst de volgende zaken omvat :
  - het preventieplan;
  - de bepaling van de potentiële hoeveelheid inzamelbare afvalolie;
  - een overzicht van de acties ten aanzien van de ondernemingen en de gezinnen;
  - een overzicht van de acties met betrekking tot de inzameling en verwerking van de afvalolie;
  - het financiële plan;
  - het opvolgingsverslag.
  2° de rapportering voorzien in artikel 12 van deze overeenkomst;
  3° de informatiedoorstroming naar alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van onderhavige overeenkomst;
  4° de evaluatie van de terugname van de afvalolie overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 7 van deze overeenkomst en de evaluatie van de verwerking van de ingezamelde afvalolie.
  5° de kwalitatieve en statistische opvolging van de inzameling, de voorbehandeling en de verwerking van de afvalolie;
  6° de uitvoering van de controle van de verkregen resultaten en de uitvoering van de andere beschikkingen van onderhavige overeenkomst;
  7° de financiering en de uitvoering van onderhavige overeenkomst en de terugnameplicht alsook het beheer van de bijbehorende financiële middelen overeenkomstig sectie 4 van hoofdstuk 5 van onderhavige overeenkomst.
  8° De uitvoering van de acties vermeld in artikel 4 van onderhavige overeenkomst.
  § 4. Valorlub zal de optimale harmonisatie op administratief en logistiek vlak nastreven. Alle partijen overleggen met elkaar aangaande de werkingsmodaliteiten van Valorlub.
  § 5. Valorlub verbindt zich ertoe zijn doelstellingen in alle transparantie na te streven.
  § 6. Het Instituut wordt in de hoedanigheid van permanente waarnemer van het Gewest uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur van Valorlub, alsmede op de algemene vergaderingen en op elke andere vergadering ter voorbereiding van de beslissingen die moeten worden genomen door de raad van bestuur, zonder evenwel te beschikken over stemrecht. Een kopie van alle verslagen van de raad van bestuur wordt naar het Instituut verzonden.

Sectie IE 2. Informatieverplichtingen
Artikel 12 § 1. Valorlub verstrekt aan het Instituut alle informatie die deze nuttig acht ter evaluatie van de doelstellingen die overeenkomstig onderhavige overeenkomst moeten worden verwezenlijkt en alle informatie die nuttig geacht wordt ter verwezenlijking van de algemene doelstellingen inzake controle van de uitvoering van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering.
  § 2. Valorlub en het Gewest waarborgen de vertrouwelijkheid van de marktgegevens van de betrokken individuele ondernemingen (bij wijze van voorbeeld, zonder beperkend te zijn : handel in nieuwe olie, ondernemingen voor inzameling en verwerking van afvalolie) met inachtneming van de beschikkingen van de ordonnantie van 29 augustus 1991 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 3. Teneinde de doelstellingen van onderhavige overeenkomst te verwezenlijken, verbindt Valorlub zich tot de organisatie van informatie- en bewustmakingscampagnes. De intensiteit, de vorm en de inhoud van de informatie- en bewustmakingscampagnes worden aangepast al naargelang van de bereikte resultaten.
  De ontwerpen van de campagnes zullen voor advies worden voorgelegd aan het Instituut, dat een uitspraak doet binnen een termijn van 40 dagen. Indien de informatiecampagnes niet in overeenstemming zijn met de beschikkingen van onderhavige overeenkomst of nadelig zijn voor de campagnes van algemeen nut die door het Gewest worden gevoerd, is Valorlub verplicht om zijn informatiecampagnes navenant aan te passen.
  § 4. Valorlub moet vóór 31 mei van elk jaar aan het Instituut een verslag overmaken dat de volgende gegevens vermeldt met betrekking tot het voorgaande jaar :
  1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in kilogram, die binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de leden en deelnemers op de markt wordt gebracht, alsmede de olie die door hen werd ingevoerd voor eigen gebruik binnen hun bedrijfsmatige inrichting(en).
  De op de markt gebrachte hoeveelheden worden berekend op basis van de in België op de markt gebrachte hoeveelheden olie en gebruik makend van een verdeelsleutel voor de verdeling van de landelijke hoeveelheden tussen de gewesten. Deze verdeelsleutel wordt gezamenlijk overeengekomen door Valorlub en de gewesten.
  2° de totale hoeveelheid afvalolie, uitgedrukt in kilogram, die binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt ingezameld, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen afvalolie van huishoudelijke oorsprong en van bedrijfsmatige oorsprong;
  3° de installaties waarin de ingezamelde afvalolie werd verwerkt en hun verwerkingswijze;
  4° de totale hoeveelheden afvalolie, uitgedrukt in kilogram, die respectievelijk terechtkomen in de kanalen voor regeneratie, R9-verwerking, energetische valorisatie;
  5° de totale hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram, basisolie en andere nuttige componenten, respectievelijk afkomstig van regeneratie en R9-verwerking;
  6° de totale hoeveelheid afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram, afkomstig van de verwerking van afvalolie, die verwijderd moet worden;
  Valorlub meldt ook, binnen dezelfde termijn, aan het Instituut de vooruitzichten inzke de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in kilogram, die door de leden en deelnemers in de loop van het lopende jaar op de markt wordt gebracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 5. De in onderhavige overeenkomst vermelde commerciële gegevens worden ingezameld bij de leden en deelnemers door bemiddeling van een externe entiteit die wordt aangewezen door Valorlub. De aldus verkregen gegevens worden door de externe entiteit opgenomen in een globaal verslag dat al de leden en deelnemers bestrijkt, en wel derwijze dat het onmogelijk is om er marktgegevens (bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot : prijzen, kosten), en/of marktaandelen van individuele ondernemingen uit af te leiden. Valorlub ziet erop toe dat de externe entiteit die werd aangewezen om de voorvermelde inlichtingen in te zamelen, gepaste waarborgen biedt inzake de vertrouwelijke verwerking van de overgemaakte gegevens. Daartoe wordt een vertrouwelijkheidovereenkomst getekend.
  § 6. Valorlub laat minstens één keer per jaar, door een onafhankelijk controleorganisme aangewezen in overleg met het Instituut, de naleving door de actoren, betrokken bij het beheer van de afvalolie, van de samenwerkingsovereenkomst zoals opgenomen in artikel 4, § 1, controleren.

Sectie IE 3. Deelneming aan Valorlub
Artikel 13 Valorlub kan geen deelneming weigeren van een producent of invoerder van olie voor dewelke de terugnameplicht beschreven in onderhavige overeenkomst van toepassing is, behalve indien er ernstige redenen zijn, die aan het Instituut gemotiveerd moeten worden.

Sectie IE 4. Financiering
  Subsectie 4A. - Algemene aspecten

Artikel 14 § 1. VALORLUB wordt gefinancierd door bijdragen van de leden en deelnemers. De jaarlijkse individuele bijdrage wordt berekend door de vaste eenheidsbijdrage per liter te vermenigvuldigen met de hoeveelheid olie op de markt gebracht of verkocht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of ingevoerd voor eigen gebruik in zijn inrichting(en) door elk lid of deelnemer.
  § 2. De eenheidsbijdrage is gedifferentieerd naar het type olie en het volume van de verpakking. De hoogte van de eenheidsbijdrage wordt vastgelegd door VALORLUB derwijze dat het de verbintenissen aangegaan in onderhavige overeenkomst kan nakomen. De bijdrage kan jaarlijks worden aangepast op basis van, onder meer, de werkelijke kosten voor inzameling en verwerking.
  § 3. De berekening van de eenheidsbijdrage en de motivering dienen voor advies te worden voorgelegd aan het Instituut, dat overlegt met de andere Gewesten en binnen een termijn van 40 dagen uitspraak doet.
  § 4. De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar waarvoor het lid of deelnemer het bewijs niet kan leveren dat hij aan de terugnameplicht heeft voldaan terwijl hij eraan onderworpen was, of, in het andere geval, vanaf 1 januari 2007. De bijdrage is opeisbaar volgens de modaliteiten bepaald in het deelnemingscontract.
  § 5. De boekhouding van het organisme moet worden ontworpen op een wijze die het mogelijk maakt om duidelijk en ondubbelzinnig de relatieve inkomsten en uitgaven te identificeren met betrekking tot enerzijds de olie van huishoudelijke oorsprong en anderzijds de olie van bedrijfsmatige oorsprong evenals de eigen werkingskosten.
  § 6. Indien de regelgeving zulks oplegt, rekenen al de deelnemers of leden het bedrag van hun bijdrage aan Valorlub op dezelfde wijze door in de verkoopprijs van de nieuwe olie die ze op de markt brengen, met een duidelijke vermelding dat het gaat om een milieubijdrage voor het toekomstige beheer van afvalolie. In dat geval rekenen de tussenhandelaars en de garagehouders alsook de hele distributieketen op hun beurt ditzelfde bedrag door in hun verkoopprijs.
  § 7. Indien echter geen enkele bestaande reglementaire beschikking de praktijk vermeld in § 6 oplegt, bepaalt elk lid en deelnemer individueel of, en desgevallend de wijze waarop de bijdragen een invloed zullen hebben op hun prijzen en/of hun andere verkoopvoorwaarden. Deze bepaling zal gebeuren zonder raadpleging van, noch overleg met andere leden en/of deelnemers en/of met Valorlub, en zonder beraadslaging met deze andere leden en/of deelnemers en/of Valorlub.
  § 8. Elke onderneming die een deelnemingsovereenkomst sluit met Valorlub na de oprichting ervan, verbindt er zich toe alle verplichtingen zoals beschreven in onderhavige overeenkomst uit te voeren voor zover ze op deze onderneming betrekking hebben, met inbegrip van de verplichtingen eisbaar vóór de datum van deelneming aan Valorlub.
  § 9. Elk jaar laat Valorlub op zijn kosten de jaarrekeningen controleren door een bedrijfsrevisor die werd aangesteld na raadpleging van het Instituut.
  Het verslag dat wordt opgesteld door de bedrijfsrevisor wordt overgemaakt aan het Instituut.
  Dit jaarverslag verschaft een precies beeld van de financieringswijze van het collectieve systeem.

  Subsectie 4B. - Afvalolie van huishoudelijke oorsprong ingezameld in de inzamelpunten gedefinieerd in artikel 6, § 2- § 3

Artikel 15 § 1. Indien wordt vastgesteld dat de afvalolie afkomstig van gezinnen en ingezameld via de circuits vermeld in artikel 6, §§ 2 en 3, verontreinigd is met meer dan 50 mg/kg PCB's/PCT's, zal de meerkost van de verwerking van deze vloeistof, prorata de hoeveelheden op de markt gebracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de leden en deelnemers van VALORLUB, als volgt worden gedragen :
  - door VALORLUB, voor zover de beschikkingen van artikel 6, §§ 4 en 5, worden nageleefd en het volume verontreinigde afvalolie niet meer bedraagt dan 5 % van de afvalolie van huishoudelijke oorsprong, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - gezamenlijk door Valorlub en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, a rato van elk 50 % van de kosten, voor de volumes boven de hoeveelheid bepaald in de vorige alinea.
  § 2. Bij toepassing van artikel 3, 2°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 ter invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering, zal Valorlub de inzameling en verwerking van afvalolie van huishoudelijke oorsprong ingezameld door het ANB financieren prorata de hoeveelheden op de markt gebracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de leden en deelnemers van VALORLUB. De modaliteiten van deze financiering zullen worden gedefinieerd in de overeenkomsten vermeld in artikel 6, § 4, van onderhavige overeenkomst.

  Subsectie 4C. - Afvalolie van bedrijfsmatige oorsprong

Artikel 16 § 1. Valorlub kan aan de producenten van afvalolie van bedrijfsmatige oorsprong een forfaitair bedrag betalen. Dit forfaitair bedrag wordt bepaald in functie van de hoeveelheden en het type olie, de marktvoorwaarden voor afvalolie alsook de inzamel- en verwerkingsmethode. Daartoe dient de producent van de afvalolie een attest van inzameling en verwerking voor te leggen, afgeleverd door een ophaler van afvalolie waarmee Valorlub een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten.
  § 2. VALORLUB betaalt aan de erkende inzamelaars waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten, een forfaitair bedrag dat wordt bepaald in functie van de hoeveelheden en het soort afvalolie en de inzamel- en de verwerkingsmethode. Met het oog daarop verstrekken de inzamelaars aan VALORLUB de informatie met betrekking tot de gerealiseerde inzameling en verwerking, overeenkomstig de voorschriften in artikel 12, § 4.
  § 3. VALORLUB betaalt elk lid of elke deelnemer, op diens expliciet verzoek, een bedrag terug voor de hoeveelheid nieuwe olie die hij geproduceerd of ingevoerd heeft en die hij heeft geleverd aan een handelaar die de olie geëxporteerd heeft. Het terug te betalen bedrag komt overeen met de bijdrage die de deelnemer aan VALORLUB heeft betaald naar aanleiding van het op de markt brengen van deze hoeveelheid nieuwe olie. Daartoe informeert het lid of de deelnemer VALORLUB over de hoeveelheden geëxporteerde olie middels een verklaring op erewoord, verstrekt door de handelaar aan het lid of de deelnemer of via een door het lid of de deelnemer gemandateerde derde.
  VALORLUB regelt de terugbetaling jaarlijks via een regularisatie op de jaarlijkse definitieve aangifte van het lid of de deelnemer.
  § 4. VALORLUB bepaalt jaarlijks de forfaitaire bedragen beschreven in §§ 1 en 2 op een wijze dat de doelstellingen van onderhavige overeenkomst kunnen worden bereikt en dat de terugnameplicht in haar geheel kan worden nageleefd.

Hoofdstuk 6. Verbintenissen van het Gewest
Artikel 17 § 1. Het Gewest zal initiatieven nemen ten aanzien van de overheden van de andere Gewesten zodat in de drie Gewesten de regelgeving inzake de terugnameplicht voor afvalolie van zowel huishoudelijke als bedrijfsmatige oorsprong zo veel mogelijk geharmoniseerd wordt.
  § 2. Het Gewest verbindt zich tot de controle van de strikte toepassing door alle actoren van de terugnameplicht en de verbalisering van de overtredingen. Het Gewest verbindt zich ertoe om de vereiste controles te laten uitvoeren bij alle actoren.
  § 3. Teneinde de uitvoering van onderhavige overeenkomst mogelijk te maken en de acties van Valorlub, de organisaties, de leden en de deelnemers te ondersteunen, verbindt het Gewest zich ertoe, indien de realisatie van de terugnameplicht het vereist, en na overleg met Valorlub, alle nodige aanvullende wettelijke maatregelen te treffen.
  § 4 Het Gewest engageert zich om, bij de goedkeuring van individuele afvalbeheersplannen ingediend door andere ondernemingen dan de ondernemingen gebonden door onderhavige overeenkomst, principes te laten gelden welke gelijkaardig zijn aan de verplichtingen die worden opgelegd aan de ondernemingen die gebonden zijn door onderhavige overeenkomst.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Sectie IE 1. Begeleidingscomité
Artikel 18 § 1. In geval van een geschil zal er een begeleidingscommissie worden samengesteld. De samenstelling zal worden bepaald afhankelijk van de aard van het geschil. Deze commissie bestaat altijd uit twee vertegenwoordigers van Valorlub en twee vertegenwoordigers van het Gewest.
  De commissie is belast met de bemiddeling van eventuele geschillen die kunnen optreden in het kader van de uitvoering van onderhavige overeenkomst.
  § 2. De beslissingen van de begeleidingscommissie worden in consensus genomen. Bij gebrek aan consensus rapporteert de begeleidingscommissie aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
  § 3. In geval van een geschil en in afwachting van bemiddeling, zet Valorlub zijn activiteiten voort op de wijze van vóór het geschil.

Sectie IE 2. Duur en opzegging van de overeenkomst
Artikel 19 § 1. Onderhavige milieuovereenkomst treedt in werking tien dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. Onderhavige overeenkomst wordt gesloten voor een termijn van vijf jaar.

Sectie IE 3. Wijzigingen
Artikel 20 § 1. De bepalingen van onderhavige milieuovereenkomst zullen worden aangepast aan een eventuele wijziging van de Europese wetgeving op dit gebied of aan elke andere verplichting die voortvloeit uit het internationale recht.
  § 2. Onderhavige overeenkomst kan ook worden gewijzigd overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie betreffende de milieuovereenkomsten.

Sectie IE 4. Ontbinding
Artikel 21 Onderhavige overeenkomst kan worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van zes maanden in acht wordt genomen.
  De kennisgeving van de opzeg gebeurt, op straffe van nietigheid, bij een ter post aangetekende brief aan de ondertekenaars van de overeenkomst. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving.

Sectie IE 5. Bevoegdheidsclausule
Artikel 22 Elk geschil dat uit deze overeenkomst ontstaat of ermee verband houdt en waarvoor geen oplossing kan worden gevonden in de Begeleidingscommissie, beschreven in artikel 18 van onderhavige overeenkomst, wordt voorgelegd aan de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement van Brussel.

Sectie IE 6. Slotbepalingen
Artikel 23 De overeenkomst werd afgesloten te Brussel, op 6 februari 2012, en werd ondertekend door de vertegenwoordigers van alle partijen.
  Elke partij erkent haar exemplaar van de overeenkomst te hebben ontvangen.
  
  Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
  Ch. PICQUE
  De Minister van Leefmilieu van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
  Mevr. E. HUYTEBROECK
  Voor de organisaties :
  De VZW Belgische Petroleum Federatie :
  P. BRES
  De VZW Lubricants Association Belgium :
  Ch. DEVROEY
  De VZW Belgische Federatie voor de Handel en Diensten :
  D. MICHEL
  De VZW Belgische Confederatie van de Autohandel en -reparatie en van de Aanverwante Sectoren, Federauto :
  F. VAN HOE
  De VZW Valorlub :
  L. DEURINCK