Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van podiumtechnicus licht
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2009202831
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1 Voor het beroep van podiumtechnicus licht, met de overeenkomstige titel van podiumtechnicus licht, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel voor de SERV-beroepencluster 'podiumtechniek', met als uniek volgnummer 07/16 als vermeld in artikel 1, 16°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 4 juni 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
Artikel N Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van podiumtechnicus licht
Algemene informatie :
1° standaardnummer : 07/16;
2° classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro;
3° brondocument : SERV-beroepscompetentieprofiel 'podiumtechnicus licht' (SERV,2008).
Standaard :
Omschrijving van het beroep :
De podiumtechnicus licht ontwerpt technische lichtplannen voor diverse podiumevenementen, plaatst lichtapparatuur op een veilige manier en stelt ze in en bedient ze tijdens de voorstelling zodat een optimale werking, in overeenstemming met het artistieke concept, gegarandeerd is.
Kerncompetenties :
De podiumtechnicus licht kan
1. een technisch lichtplan uitwerken;
2. lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
3. lichtapparatuur instellen;
4. lichtapparatuur bedienen;
5. problemen opsporen en verhelpen;
6. overleggen;
7. samenwerken;
8. veilig werken.
Kerncompetentie 1 : een technisch lichtplan uitwerken
Succescriteria :
1° reikt technische oplossingen aan de ontwerper/regisseur aan om een artistiek concept te realiseren, rekening houdend met de beperkingen en mogelijkheden van locatie en middelen;
2° zet de gebruikte lichtapparatuur en de posities ervan op een technisch plan uit;
3° documenteert het lichtplan met patch-, trekken-, materiaal- en cuelijsten;
4° kiest alternatieven wanneer bepaalde lichtapparatuur niet aanwezig is, met respect voor het artistieke concept.
Kerncompetentie 2 : lichtapparatuur plaatsen en aansluiten
Succescriteria :
1° plaatst spots of hangt spots in de trekken of riggingpunten volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal;
2° houdt zich aan de maximale gespreide belastbaarheid en de maximale puntlast bij het bevestigen van voorwerpen aan trekken of riggingpunten;
3° beveiligt alle voorwerpen aan de trekken of riggingpunten met een veiligheidskabel die sterk genoeg is om het gewicht te beveiligen, zodat de valhoogte tot een minimum beperkt wordt zonder bewegende onderdelen te hinderen;
4° brengt de op het lichtplan vermelde toebehoren (kleurenfilters, messen, gobo's, scrollers, flappen, iris en shutters) in of op de spots aan;
5° controleert spanning en veiligheidsvoorzieningen op het stroomnet vooraleer er elektrische apparatuur op aan te sluiten;
6° sluit spots via (multi)kabels aan op de dimmerkast zodat ze functioneren, de kabels niet getorst worden en de aansluitingen getraceerd kunnen worden;
7° belast de fasen van de dimmers evenwichtig, zodat het maximale rendement uit de stroombron wordt gehaald en overbelasting vermeden wordt;
8° legt de nodige verbindingen tussen dimmerkast, bewegende spots en de digitale lichttafel.
Kerncompetentie 3 : lichtapparatuur instellen
Succescriteria :
1° adresseert dimmers en andere apparatuur;
2° patcht de lichttafel zodat de inkomende lijnen (en parameters voor bewegend licht) op de gewenste kanalen worden geplaatst;
3° richt spots volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal;
4° slaat per lichtstand de parameters van de spots en de overgangstijden op, rekening houdend met de lichtdocumentatie, de mogelijkheden van de zaal en de wensen van de regisseur of lichtontwerper.
Kerncompetentie 4 : lichtapparatuur bedienen
Succescriteria :
5° volgt visuele en gegeven cues op;
6° zorgt dat lichtstanden en timing altijd in verhouding zijn tot de artistieke vereisten van de voorstelling;
7° zorgt voor een alternatief bij het uitvallen van een bepaalde spot om een gelijkaardig resultaat te bekomen;
8° zorgt voor een alternatief wanneer de voorgeprogrammeerde lichtstand niet in overeenstemming is met de positie of de actie van een artiest.
Kerncompetentie 5 : problemen opsporen en verhelpen
Succescriteria :
1° meet spanning, stroom en weerstand met een universeel meettoestel en vergelijkt de gemeten met de te verwachten en de afgeleide waarden;
2° zoekt fouten in lichtsystemen door uitsluiting van de mogelijke oorzaken;
3° schakelt de stroomtoevoer van een elektrische installatie uit vooraleer er werkzaamheden aan uit te voeren;
4° vervangt onderdelen van spots (lampen, lenzen, spiegels en condensoren) volgens de gebruiksaanwijzing;
5° bepaalt de benodigde stroomsterkte in functie van de kabelsectie bij het vervangen van zekeringen;
6° vervangt zekeringen van de gebruikte toestellen volgens de technische specificaties;
7° vervangt connectoren, zodat het kabelomhulsel in de connector geklemd zit en de kabel van de stroomtoevoer niet kan losgetrokken worden.
Kerncompetentie 6 : overleggen
Succescriteria :
1° bespreekt de artistieke aspecten van het lichtplan en de impact ervan op andere ontwerpen, zodat het lichtontwerp in overeenstemming is met de artistieke wensen en met de andere technische ontwerpen van de voorstelling;
2° legt knelpunten met betrekking tot de lichttechniek in de productie uit aan de ontwerper/regisseur of aan de toneelmeester;
3° bespreekt financiële en logistieke aspecten van het lichtplan (kostprijs, veiligheid, transporteerbaarheid, ...), zodat de geplande voorstelling effectief gerealiseerd kan worden;
4° past de woordenschat aan bij het bespreken van de productie met mensen zonder technische achtergrond.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° een technisch lichtplan uitwerken;
2° lichtapparatuur instellen.
Kerncompetentie 7 : samenwerken
Succescriteria :
1° geeft duidelijke en eenduidige mondelinge en schriftelijke aanwijzingen aan collega's en assistenten bij het bedienen van de volgspot en bij het plaatsen en inhangen van lichtapparatuur, zodat deze veilig en overeenkomstig het lichtplan opgebouwd wordt;
2° wisselt functionele informatie uit met collega's over de verdeling, uitvoering en voortgang van het werk, zodat de op- en afbouw en de voorstelling vlot en veilig kunnen verlopen;
3° volgt gemaakte afspraken op (i.v.m. opbouw, voorstelling en afbouw).
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
2° lichtapparatuur instellen.
Kerncompetentie 8 : veilig werken
Succescriteria :
1° legt kabels vast zodat er niet over gestruikeld kan worden;
2° gebruikt rolsteigers en ladders zodat ze niet kunnen bewegen of omvallen;
3° gebruikt gereedschap alleen voor het werk waarvoor het gemaakt is;
4° past hef- en tiltechnieken toe;
5° verwittigt de collega's op het podium vooraleer een trek of riggingpunt te laten zakken;
6° meldt gevaarlijke situaties en potentiële risicosituaties aan de verantwoordelijke;
7° gebruikt valbeveiliging bij het werken op hoogte.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
2° lichtapparatuur instellen.
Richtlijnen voor de beoordeling
1° De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken :
a) een rollenspel met een ontwerper of regisseur rond het opstellen van technische lichtdocumentatie. Na het rollenspel moet de kandidaat de gevraagde lichtdocumentatie uitwerken.
b) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context. De kandidaat krijgt de opdracht om :
§ fouten te zoeken in een lichtopstelling en ze te herstellen of verhelpen. De foutopstelling moet bestaan uit een combinatie van de fouten die beschreven worden in de verklarende woordenlijst (zie verder);
§ een 3-fasenspanning te meten en aan de hand van de zekeringen het beschikbare vermogen en de meest geschikte kabelsectie te bepalen aan de hand van een tabel;
§ een lichtopstelling te installeren aan de trekken, trussen of het grid op basis van een lichtplan en op hoogte te richten op basis van mondelinge instructies. De opstelling omvat minimaal :
- 10 spots, waarvan minimum 2 profielspots, 1 geautomatiseerde spot, 1 gasontladingsarmatuur, 1 dimbare TL, 1 volgspot en hun accessoires;
- 1 programmeerbare lichttafel met DMX 512 en softpatching;
- dimmers die DMX 512 aanstuurbaar zijn.
§ een lichtopstelling te programmeren en te bedienen op basis van een scenario of cue-lijst;
§ de opgebouwde opstellingen af te breken en op te bergen in samenwerking met derde(n).
c) criteriumgericht interview, waarbij de kandidaat verduidelijking dient te geven bij de uitgewerkte lichtdocumentatie en bij de praktische proef (keuze van materiaal, de wijze van installeren, instellen en bedienen en berekeningen).
2° De kandidaat wordt tijdens het installeren en afbreken van de lichtopstelling bijgestaan door een assistent.
3° Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. De betekenis van de puntenschaal is de volgende :
a) 1 = het gedrag wordt niet geobserveerd;
b) 2 = onzeker over het geobserveerde gedrag;
c) 3 = het gedrag wordt geobserveerd.
4° De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur, pauzes niet inbegrepen :
a) 1 uur voorbereidingstijd waarin de kandidaat de kans krijgt om het materiaal te leren kennen en vragen te stellen;
b) 7 uur voor de praktische proeven inclusief rollenspel en criteriumgericht interview.
5° De kandidaat krijgt minimum 1 week op voorhand de technische gegevens van de gebruikte podiumtechnische apparatuur ter beschikking.
6° Er kan maximum 1 persoon tegelijk per 2 beoordelaars worden beoordeeld.
7° In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig wat betreft :
a) de ruimte :
§ alle ruimtes moeten volledig 100 % verduisterbaar zijn;
§ de scèneoppervlakte (dit is de effectief bruikbare oppervlakte waarop kan gespeeld worden) moet minstens 5 x 5 m bedragen - naast en achter de scène is een oppervlakte voorzien om afstopping mogelijk te maken;
§ de minimumhoogte onder de ophangpunten voor het licht bedraagt 4 m;
§ een zekeringkast met 3-fasige en mono-fasige uitgangen;
§ een tabel van kabelsecties.
b) het lichtmateriaal :
§ de nodige voedingen (minimum 32A) moeten worden voorzien om zowel het eigen als gehuurd materiaal aan te sluiten;
§ minimum 2 x 6 kan. van 2KW DMX aangestuurde dimmers;
§ het verdient aanbeveling om meerdere stuurtafels te voorzien van verschillende merken - in elk geval moet er een stuurtafel voorzien worden die programeerbaar is en die voldoet aan de volgende eisen : minimum 24 geheugens, submasters, crossfade met tijdinstelling, DMX 512, softpatching en mogelijkheid om bewegend licht te sturen (in de lichttafel zelf of via een aparte console). De kandidaat mag, indien gewenst, zelf een stuurtafel meebrengen. Deze moet aan dezelfde eisen voldoen;
§ 6 PC's met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 fresnels met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 profiels met kabel, iris en messen, gobo en filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 pars met filterhouder, kabel, haak en verschillende types lampen;
§ 6 horizonbatterijen met kabel, haak en filterhouder;
§ 1 gasontladingsarmatuur die mechanisch gedimd kan worden, met accessoires (flappen, haak en kabels);
§ 1 dimbare TL;
§ 1 geautomatiseerde spot van minimum 12 kanalen met haak, voedingskabel en veiligheidskabel;
§ 1 volgspot met toebehoren;
§ toebehoren :
- 2 vloerstatieven en 2 statieven 3m;
- voldoende DMX kabels om alle toestellen te koppelen;
- voldoende voedingskabels om alle dimmers aan te sluiten in verschillende configuraties;
- voldoende spanningskabels om alle spots en andere apparatuur aan te sluiten in verschillende configuraties;
- voldoende multikabels met de nodige doorlusblokken en snakes;
- filters en gobo's : assortiment kleuren voldoende om alle spots te kleuren in een 10-tal verschillende kleuren, basisset gobo's;
- scrollers (kleurenwisselaars).
c) de theatermechanica :
§ trekken, trussen of grid.
d) hulpmiddelen :
§ ladders van verschillende hoogte;
§ stelling voor het richten van licht, voldoende hoog om veilig aan het grid te werken;
§ voldoende karren om alle materialen op te stockeren en te verplaatsen;
§ basisuitrusting gereedschap voor op de scène : onder andere multimeter, schroevendraaiers, sleutels;
§ handschoenen;
§ veiligheidshelm.
e) verbruiksmaterialen :
§ gaffertape in verschillende kleuren;
§ metaltape;
§ lampen;
§ connectoren;
§ zekeringen.
8° De kandidaat brengt de eigen veiligheidsschoenen mee naar het testcentrum. Indien gewenst mag hij ook een eigen lichttafel en laptop meebrengen. De lichttafel moet voldoen aan dezelfde minimumeisen als de lichttafel in het testcentrum.
9° Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen :
a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen;
b) de opdrachten binnen de voorziene tijd volledig af te werken.
Verklarende woordenlijst
1° Fouten : lamp stuk, zekering slaat af, differentieelschakelaar slaat af, kabel beschadigd (mogelijke kabels : voedingskabels, stuurkabels en multikabels), stekker beschadigd, kabels verkeerd aangesloten, toestel uitgeschakeld, stroomtoevoer uitgeschakeld, fout in de dimmerkast
Leeswijzer
Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden.
Omschrijving van het beroep
De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoel-stelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep.
Kerncompetenties
Kerncompetenties zijn de competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties.
Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelings-instrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen.
Succescriteria
Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeg-gen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moe-ten oriënteren.
Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt.
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd.
Opmerkingen
In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken.
Kennisvereisten
In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan.
Richtlijnen voor de beoordeling
De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,...
Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld.
De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen.
Verklarende woordenlijst
Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van podiumtechnicus licht.
Brussel, 4 juni 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 4 juni 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
Artikel N Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van podiumtechnicus licht
Algemene informatie :
1° standaardnummer : 07/16;
2° classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro;
3° brondocument : SERV-beroepscompetentieprofiel 'podiumtechnicus licht' (SERV,2008).
Standaard :
Omschrijving van het beroep :
De podiumtechnicus licht ontwerpt technische lichtplannen voor diverse podiumevenementen, plaatst lichtapparatuur op een veilige manier en stelt ze in en bedient ze tijdens de voorstelling zodat een optimale werking, in overeenstemming met het artistieke concept, gegarandeerd is.
Kerncompetenties :
De podiumtechnicus licht kan
1. een technisch lichtplan uitwerken;
2. lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
3. lichtapparatuur instellen;
4. lichtapparatuur bedienen;
5. problemen opsporen en verhelpen;
6. overleggen;
7. samenwerken;
8. veilig werken.
Kerncompetentie 1 : een technisch lichtplan uitwerken
Succescriteria :
1° reikt technische oplossingen aan de ontwerper/regisseur aan om een artistiek concept te realiseren, rekening houdend met de beperkingen en mogelijkheden van locatie en middelen;
2° zet de gebruikte lichtapparatuur en de posities ervan op een technisch plan uit;
3° documenteert het lichtplan met patch-, trekken-, materiaal- en cuelijsten;
4° kiest alternatieven wanneer bepaalde lichtapparatuur niet aanwezig is, met respect voor het artistieke concept.
Kerncompetentie 2 : lichtapparatuur plaatsen en aansluiten
Succescriteria :
1° plaatst spots of hangt spots in de trekken of riggingpunten volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal;
2° houdt zich aan de maximale gespreide belastbaarheid en de maximale puntlast bij het bevestigen van voorwerpen aan trekken of riggingpunten;
3° beveiligt alle voorwerpen aan de trekken of riggingpunten met een veiligheidskabel die sterk genoeg is om het gewicht te beveiligen, zodat de valhoogte tot een minimum beperkt wordt zonder bewegende onderdelen te hinderen;
4° brengt de op het lichtplan vermelde toebehoren (kleurenfilters, messen, gobo's, scrollers, flappen, iris en shutters) in of op de spots aan;
5° controleert spanning en veiligheidsvoorzieningen op het stroomnet vooraleer er elektrische apparatuur op aan te sluiten;
6° sluit spots via (multi)kabels aan op de dimmerkast zodat ze functioneren, de kabels niet getorst worden en de aansluitingen getraceerd kunnen worden;
7° belast de fasen van de dimmers evenwichtig, zodat het maximale rendement uit de stroombron wordt gehaald en overbelasting vermeden wordt;
8° legt de nodige verbindingen tussen dimmerkast, bewegende spots en de digitale lichttafel.
Kerncompetentie 3 : lichtapparatuur instellen
Succescriteria :
1° adresseert dimmers en andere apparatuur;
2° patcht de lichttafel zodat de inkomende lijnen (en parameters voor bewegend licht) op de gewenste kanalen worden geplaatst;
3° richt spots volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal;
4° slaat per lichtstand de parameters van de spots en de overgangstijden op, rekening houdend met de lichtdocumentatie, de mogelijkheden van de zaal en de wensen van de regisseur of lichtontwerper.
Kerncompetentie 4 : lichtapparatuur bedienen
Succescriteria :
5° volgt visuele en gegeven cues op;
6° zorgt dat lichtstanden en timing altijd in verhouding zijn tot de artistieke vereisten van de voorstelling;
7° zorgt voor een alternatief bij het uitvallen van een bepaalde spot om een gelijkaardig resultaat te bekomen;
8° zorgt voor een alternatief wanneer de voorgeprogrammeerde lichtstand niet in overeenstemming is met de positie of de actie van een artiest.
Kerncompetentie 5 : problemen opsporen en verhelpen
Succescriteria :
1° meet spanning, stroom en weerstand met een universeel meettoestel en vergelijkt de gemeten met de te verwachten en de afgeleide waarden;
2° zoekt fouten in lichtsystemen door uitsluiting van de mogelijke oorzaken;
3° schakelt de stroomtoevoer van een elektrische installatie uit vooraleer er werkzaamheden aan uit te voeren;
4° vervangt onderdelen van spots (lampen, lenzen, spiegels en condensoren) volgens de gebruiksaanwijzing;
5° bepaalt de benodigde stroomsterkte in functie van de kabelsectie bij het vervangen van zekeringen;
6° vervangt zekeringen van de gebruikte toestellen volgens de technische specificaties;
7° vervangt connectoren, zodat het kabelomhulsel in de connector geklemd zit en de kabel van de stroomtoevoer niet kan losgetrokken worden.
Kerncompetentie 6 : overleggen
Succescriteria :
1° bespreekt de artistieke aspecten van het lichtplan en de impact ervan op andere ontwerpen, zodat het lichtontwerp in overeenstemming is met de artistieke wensen en met de andere technische ontwerpen van de voorstelling;
2° legt knelpunten met betrekking tot de lichttechniek in de productie uit aan de ontwerper/regisseur of aan de toneelmeester;
3° bespreekt financiële en logistieke aspecten van het lichtplan (kostprijs, veiligheid, transporteerbaarheid, ...), zodat de geplande voorstelling effectief gerealiseerd kan worden;
4° past de woordenschat aan bij het bespreken van de productie met mensen zonder technische achtergrond.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° een technisch lichtplan uitwerken;
2° lichtapparatuur instellen.
Kerncompetentie 7 : samenwerken
Succescriteria :
1° geeft duidelijke en eenduidige mondelinge en schriftelijke aanwijzingen aan collega's en assistenten bij het bedienen van de volgspot en bij het plaatsen en inhangen van lichtapparatuur, zodat deze veilig en overeenkomstig het lichtplan opgebouwd wordt;
2° wisselt functionele informatie uit met collega's over de verdeling, uitvoering en voortgang van het werk, zodat de op- en afbouw en de voorstelling vlot en veilig kunnen verlopen;
3° volgt gemaakte afspraken op (i.v.m. opbouw, voorstelling en afbouw).
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
2° lichtapparatuur instellen.
Kerncompetentie 8 : veilig werken
Succescriteria :
1° legt kabels vast zodat er niet over gestruikeld kan worden;
2° gebruikt rolsteigers en ladders zodat ze niet kunnen bewegen of omvallen;
3° gebruikt gereedschap alleen voor het werk waarvoor het gemaakt is;
4° past hef- en tiltechnieken toe;
5° verwittigt de collega's op het podium vooraleer een trek of riggingpunt te laten zakken;
6° meldt gevaarlijke situaties en potentiële risicosituaties aan de verantwoordelijke;
7° gebruikt valbeveiliging bij het werken op hoogte.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° lichtapparatuur plaatsen en aansluiten;
2° lichtapparatuur instellen.
Richtlijnen voor de beoordeling
1° De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken :
a) een rollenspel met een ontwerper of regisseur rond het opstellen van technische lichtdocumentatie. Na het rollenspel moet de kandidaat de gevraagde lichtdocumentatie uitwerken.
b) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context. De kandidaat krijgt de opdracht om :
§ fouten te zoeken in een lichtopstelling en ze te herstellen of verhelpen. De foutopstelling moet bestaan uit een combinatie van de fouten die beschreven worden in de verklarende woordenlijst (zie verder);
§ een 3-fasenspanning te meten en aan de hand van de zekeringen het beschikbare vermogen en de meest geschikte kabelsectie te bepalen aan de hand van een tabel;
§ een lichtopstelling te installeren aan de trekken, trussen of het grid op basis van een lichtplan en op hoogte te richten op basis van mondelinge instructies. De opstelling omvat minimaal :
- 10 spots, waarvan minimum 2 profielspots, 1 geautomatiseerde spot, 1 gasontladingsarmatuur, 1 dimbare TL, 1 volgspot en hun accessoires;
- 1 programmeerbare lichttafel met DMX 512 en softpatching;
- dimmers die DMX 512 aanstuurbaar zijn.
§ een lichtopstelling te programmeren en te bedienen op basis van een scenario of cue-lijst;
§ de opgebouwde opstellingen af te breken en op te bergen in samenwerking met derde(n).
c) criteriumgericht interview, waarbij de kandidaat verduidelijking dient te geven bij de uitgewerkte lichtdocumentatie en bij de praktische proef (keuze van materiaal, de wijze van installeren, instellen en bedienen en berekeningen).
2° De kandidaat wordt tijdens het installeren en afbreken van de lichtopstelling bijgestaan door een assistent.
3° Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. De betekenis van de puntenschaal is de volgende :
a) 1 = het gedrag wordt niet geobserveerd;
b) 2 = onzeker over het geobserveerde gedrag;
c) 3 = het gedrag wordt geobserveerd.
4° De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur, pauzes niet inbegrepen :
a) 1 uur voorbereidingstijd waarin de kandidaat de kans krijgt om het materiaal te leren kennen en vragen te stellen;
b) 7 uur voor de praktische proeven inclusief rollenspel en criteriumgericht interview.
5° De kandidaat krijgt minimum 1 week op voorhand de technische gegevens van de gebruikte podiumtechnische apparatuur ter beschikking.
6° Er kan maximum 1 persoon tegelijk per 2 beoordelaars worden beoordeeld.
7° In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig wat betreft :
a) de ruimte :
§ alle ruimtes moeten volledig 100 % verduisterbaar zijn;
§ de scèneoppervlakte (dit is de effectief bruikbare oppervlakte waarop kan gespeeld worden) moet minstens 5 x 5 m bedragen - naast en achter de scène is een oppervlakte voorzien om afstopping mogelijk te maken;
§ de minimumhoogte onder de ophangpunten voor het licht bedraagt 4 m;
§ een zekeringkast met 3-fasige en mono-fasige uitgangen;
§ een tabel van kabelsecties.
b) het lichtmateriaal :
§ de nodige voedingen (minimum 32A) moeten worden voorzien om zowel het eigen als gehuurd materiaal aan te sluiten;
§ minimum 2 x 6 kan. van 2KW DMX aangestuurde dimmers;
§ het verdient aanbeveling om meerdere stuurtafels te voorzien van verschillende merken - in elk geval moet er een stuurtafel voorzien worden die programeerbaar is en die voldoet aan de volgende eisen : minimum 24 geheugens, submasters, crossfade met tijdinstelling, DMX 512, softpatching en mogelijkheid om bewegend licht te sturen (in de lichttafel zelf of via een aparte console). De kandidaat mag, indien gewenst, zelf een stuurtafel meebrengen. Deze moet aan dezelfde eisen voldoen;
§ 6 PC's met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 fresnels met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 profiels met kabel, iris en messen, gobo en filterhouder, haak en veiligheidskabel;
§ 6 pars met filterhouder, kabel, haak en verschillende types lampen;
§ 6 horizonbatterijen met kabel, haak en filterhouder;
§ 1 gasontladingsarmatuur die mechanisch gedimd kan worden, met accessoires (flappen, haak en kabels);
§ 1 dimbare TL;
§ 1 geautomatiseerde spot van minimum 12 kanalen met haak, voedingskabel en veiligheidskabel;
§ 1 volgspot met toebehoren;
§ toebehoren :
- 2 vloerstatieven en 2 statieven 3m;
- voldoende DMX kabels om alle toestellen te koppelen;
- voldoende voedingskabels om alle dimmers aan te sluiten in verschillende configuraties;
- voldoende spanningskabels om alle spots en andere apparatuur aan te sluiten in verschillende configuraties;
- voldoende multikabels met de nodige doorlusblokken en snakes;
- filters en gobo's : assortiment kleuren voldoende om alle spots te kleuren in een 10-tal verschillende kleuren, basisset gobo's;
- scrollers (kleurenwisselaars).
c) de theatermechanica :
§ trekken, trussen of grid.
d) hulpmiddelen :
§ ladders van verschillende hoogte;
§ stelling voor het richten van licht, voldoende hoog om veilig aan het grid te werken;
§ voldoende karren om alle materialen op te stockeren en te verplaatsen;
§ basisuitrusting gereedschap voor op de scène : onder andere multimeter, schroevendraaiers, sleutels;
§ handschoenen;
§ veiligheidshelm.
e) verbruiksmaterialen :
§ gaffertape in verschillende kleuren;
§ metaltape;
§ lampen;
§ connectoren;
§ zekeringen.
8° De kandidaat brengt de eigen veiligheidsschoenen mee naar het testcentrum. Indien gewenst mag hij ook een eigen lichttafel en laptop meebrengen. De lichttafel moet voldoen aan dezelfde minimumeisen als de lichttafel in het testcentrum.
9° Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen :
a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen;
b) de opdrachten binnen de voorziene tijd volledig af te werken.
Verklarende woordenlijst
1° Fouten : lamp stuk, zekering slaat af, differentieelschakelaar slaat af, kabel beschadigd (mogelijke kabels : voedingskabels, stuurkabels en multikabels), stekker beschadigd, kabels verkeerd aangesloten, toestel uitgeschakeld, stroomtoevoer uitgeschakeld, fout in de dimmerkast
Leeswijzer
Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden.
Omschrijving van het beroep
De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoel-stelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep.
Kerncompetenties
Kerncompetenties zijn de competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties.
Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelings-instrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen.
Succescriteria
Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeg-gen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moe-ten oriënteren.
Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt.
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd.
Opmerkingen
In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken.
Kennisvereisten
In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan.
Richtlijnen voor de beoordeling
De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,...
Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld.
De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen.
Verklarende woordenlijst
Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van podiumtechnicus licht.
Brussel, 4 juni 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE