Ministerieel besluit waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie wordt toegekend krachtens het besluit-van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen.

Date :
22-02-1999
Language :
French Dutch
Size :
5 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1999027293

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° vereiste plafondhoogte : 2,30 m voor de dagvertrekken en 2,10 m voor de nachtvertrekken en de sanitaire ruimten;
  [1 2° de bruikbare oppervlakte van een vertrek : de oppervlakte gemeten tussen de binnenwanden die een vertrek, een deel van een vertrek of een binnenruimte afbakenen. Indien de vereiste hoogte onder het plafond niet gewaarborgd is over de gehele oppervlakte van het vertrek, deel van het vertrek of binnenruimte, wordt de bruikbare oppervlakte als volgt berekend :
   A. voor de delen onder de dakhelling :
   a) op 100 % indien de hoogte onder het plafond hoger is dan de vereiste hoogte onder het plafond;
   a) op 50 % indien de hoogte onder het plafond tussen 1,00 m ligt en de vereiste hoogte onder het plafond;
   c) op 0 % indien de hoogte onder het plafond lager is dan 1,00 m;
   B. voor de delen onder een horizontaal plafond : op 0 % indien de hoogte onder het plafond lager is dan de vereiste hoogte onder het plafond.
   De grondinneming van de trappen, horizontaal gemeten, wordt daarvan afgetrokken;
   3° woonvertrek : elk vertrek ander dan de hallen, de gangen, de sanitaire lokalen, kelders, niet-ingerichte zolders, onbewoonbare bijgebouwen, garages, lokalen voor beroepsgebruik en lokalen die geen binnendeur naar de woning hebben.
   De lokalen met volgende kenmerken worden eveneens uitgesloten :
   a) een grondoppervlakte, onder de vereiste hoogte onder het plafond, van minder dan 4 m2;
   b) een breedte die stelselmatig kleiner is dan 1,50 m;
   c) een plankenvloer waarvan alle kanten op meer dan 1,00 m onder het niveau van de aangrenzende gronden liggen;
   d) een totaal gebrek aan natuurlijke verlichting;
   4° de bruikbare oppervlakte van de woning : de som van de bruikbare oppervlakten van de woonvertrekken. De grondinneming van de trappen, horizontaal gemeten, wordt daarvan afgetrokken.]1
  5° [2 de oppervlakte van de vensteropeningen : de oppervlakte van de glazen delen van de openingen naar buiten van het woonvertrek met een rechtstreekse inval van natuurlijk licht.]2
  6° [3 ...]3

Artikel 2De woningen waarvoor een renovatiepremie wordt aangevraagd, moeten ten minste één van de onderstaande ongezondheidsoorzaken vertonen.
  1° Op bouwtechnisch vlak : technische gebreken die één of verscheidene van de volgende kenmerken aantasten.
  a) de stabiliteit en de stevigheid van het gebouw op het vlak van funderingen, dragende buiten- en binnenmuren, dakwerk en draagconstructies (gebinte, holle balken, ..) en de doorgangsmogelijkheden op de vloeren,
  b) de waterdichtheid van buitenmuren en kelders, van het dakwerk, het buitenmetselwerk, planken- en tegelvloeren,
  c) de natuurlijke verlichting en de verluchting :
  1. de natuurlijke verlichting van de woonvertrekken, door een raamoppervlakte die minder bedraagt dan :
  - [2 1/10]2 of [2 1/12]2 van de vloeroppervlakte van het betrokken dagvertrek al naar gelang dat vertrek al dan niet verlicht wordt door een vensteropening in een verticale muur,
  - [2 1/12]2 of [2 1/12]2 van de vloeroppervlakte van het betrokken nachtvertrek al naar gelang dat vertrek al dan niet verlicht wordt door een vensteropening in een verticale muur,
  2. [3 de ventilatie van de woonvertrekken en de sanitaire lokalen door een onvoldoende mogelijkheid tot rechtstreekse ventilatie door de vrije lucht, namelijk :
   - voor de keuken, de bad- of waskamers en WC's : het ontbreken van een gedwongen ventilatie en van een opening, een rooster of een buis naar de buitenkant van het gebouw, met een vrije doorsnede, in geopende stand, van minstens 140 cm2 voor de keuken en bad- of waskamers en 70 cm2 voor de WC's;
   - voor de andere woonvertrekken : het ontbreken van luchtaanvoer (roosters, vensters...) waarvan de vrije doornsnede in geopende stand minstens 0,08 % van de oppervlakte van de plankenvloer van het vertrek bedraagt.]3
  3. beide samen door een plafondhoogte van minder dan de vereiste hoogte bepaald in artikel 1,1°;
  Opmerking : Een eventuele aanvraag om van deze normen af te wijken, wordt aan een rechtvaardigingsverslag van de schatter onderworpen,
  d) veiligheid in de woning inzake elektriciteitsinstallatie en gasvoorziening, trappen en overlopen, doorgangsmogelijkheden op de vloeren, en schoorstenen;
  e) hygiëne inzake watervoorziening, sanitaire installaties en afvoer van afvalwater;
  f) de gezondheid van de bewoners, wegens een belangrijke concentratie van radon (meer dan 400 Bq/m3) in de woonvertrekken van de woning.
  2° Op het vlak van de bewoning : de niet-naleving van de hierna bepaalde bewoningsnormen (de in aanmerking genomen samenwonende personen zijn uitsluitend ascendenten en afstammelingen van de aanvrager en in voorkomend geval, van zijn echtgenote of de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont) :
  a) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de woning :
  - voor een woning die door één persoon wordt bewoond : 32 m2;
  - voor een woning die door een (echt)paar wordt bewoond : 38 m2;
  - de bovenvermelde minimumwaarden worden verhoogd met 6 m2 per bijkomende persoon voor wie geen bijkomende slaapkamer wordt vereist, en met 12 m2 per bijkomende persoon voor wie een bijkomende slaapkamer wordt vereist, op grond van de volgende tabel :

  Bewoners
  --   
  Aantal nodige     1    2    3    4    5    6    7    8    9    10
  slaapkamers
  1                 32   38
  2                      44   50   56   62
  3                           56   62   68   74   80   86
  4                                68   74   80   86   92   98   104
  5                                     80   86   92   98   104  110


  Boven 10 bewoners of 5 slaapkamers worden deze waarden verhoogd met 6 m2 per bijkomende persoon en met 6 m2 per bijkomende slaapkamer;
  b) dagvertrekken :
  - een woonkamer,
  - een keuken met een [1 bruikbare oppervlakte]1 van minstens 4 m2 of, bij gebreke hiervan, een speciaal ingerichte kookboek met verluchting naar buiten toe,
  c) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de dagvertrekken :
  - voor een woning die door één persoon wordt bewoond : 16 m2;
  - de bovenvermelde minimumwaarde wordt verhoogd met 4 m2 per bijkomende persoon, op grond van de volgende tabel :

  Bewoners                 1    2    3    4    5    6    7    8    9    10
  Bewoonbare
  oppervlakte van de       16   20   24   28   32   36   40   44   48   52
  dagvertrekken(in m2)


  Boven 10 bewoners worden deze waarden verhoogd met 4 m2 per bijkomende persoon.
  d) nachtvertrekken :
  - één slaapkamer per alleenstaande persoon of per (echt)paar;
  - één slaapkamer per kind of per groep van twee kinderen van hetzelfde geslacht jonger dan 21 jaar;
  - het betrekken van een slaapkamer door drie kinderen van hetzelfde geslacht, jonger dan 21 jaar, wordt toegelaten wanneer de grootte van de kamer (minimum 12 m2), de verluchting en indeling ervan dat mogelijk maken met inachtneming van de voorwaarden inzake hygiëne en comfort;
  - het betrekken van een slaapkamer door twee kinderen van hetzelfde geslacht, onder wie ten minste één ouder dan 20 jaar, wordt toegelaten wanneer deze samenwoning o.m. wegens het klein leeftijdsverschil het harmonisch leefklimaat van deze kinderen niet in het gedrang brengt;
  e) minimale [1 bruikbare oppervlakte]1 van de nachtvertrekken :
  - bewoning door één persoon : 6,50 m2;
  - bewoning door twee personen : 9 m2;
  f) sanitaire ruimten :
  - een WC [4 binnenhuis]4 met spoelinrichting die uitsluitend door het gezin gebruikt wordt, die goed verlucht is en niet naar een dagvertrek doorloopt;
  - een badkamer of een goed verluchte waskamer [4 met warm water]4;
  g) voor een appartement gelegen in een gebouw met een winkel op de benedenverdieping : beschikken over een toegang tot het openbaar wegennet, die van de winkelruimte gescheiden is.
  Opmerking : Het ongeboren kind komt in aanmerking voor de toepassing van de onder de punten a), c), d) en e), bedoelde normen.

Artikel 3De saneringswerken waarvoor een premie toegekend kan worden, moeten verplicht één of verscheidene in artikel 2 bepaalde ongezondheidfactoren verhelpen, in de lijst van werken voorkomen met inachtneming van de hierna bepaalde voorrangsorde. Ieder werk, van nrs. 1 tot en met 21 in de lijst, moet volledig uitgevoerd zijn om in aanmerking te komen [7 met uitzondering van werk 7A]7.
  Bovendien moeten alle werken uitgevoerd worden met het oog op een zuinig beheer van het gebouw. De kosten van een voor de berekening van de premie in aanmerking genomen werk kan forfaitair beperkt worden tot het geraamde bedrag van werken die goedkoper zijn dan degene die uitgevoerd zijn, maar de vastgestelde ongezondheidoorzaak wel kunnen verhelpen. De werken komen slechts in aanmerking indien ze door geregistreerde ondernemingen van de bouwsector uitgevoerd worden.
  Wanneer de schatter beoordeelt of bepaalde werken al dan niet in aanmerking kunnen komen, moet hij ook rekening houden met de richtlijnen die het bestuur hem heeft medegedeeld o.m. ter gelegenheid van de door hem bijgewoonde voorlichtingsvergadering.
  Werken die voor een subsidie in aanmerking komen :
  Dakwerk
  1. (Prioriteit 1). Vervanging van de bekleding (minimum 50 % van de totale oppervlakte of een gehele dakhelling), met inbegrip van dakvensters, dakramen en gelijkgestelde elementen (volgens de onder nr. 4 vastgestelde normen indien de dakverdieping niet in woonvertrek ingericht is) [2 , verplicht vergezeld van een isolatie die voldoet aan de normen bedoeld in artikel 7, § 7, 3, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 31 januari. Die verplichting wordt niet opgelegd indien de dakverdieping niet in woonvertrek ingericht is en indien de dakisolatie afbraakwerken vereist]2.
  2. (Prioriteit 1). Aanpassing van het gebinte [3 , verplicht vergezeld van een isolatie die de normen bedoeld in artikel 7, § 7, 3, van het voornoemd besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 naleeft]3.
  3. (Prioriteit 1). Vervanging van elk element of elke inrichting voor de verzameling en de afvoer van regenwater.
  4. (Prioriteit 2). Installatie van iedere inrichting die voor de natuurlijke verlichting en/of de verluchting van de niet in woonvertrek ingerichte dakverdieping zorgt (één vensteropening per helling indien de dakverdieping niet gedeeld is of per lokaal indien ze wel gedeeld is).
  Muren
  5. (Prioriteit 1). Droogmaking van de muren.
  6. (Prioriteit 1). Versterking van de onstabiele muren of sloping en totale wederopbouw van die muren zonder 30 % van de oppervlakte van de buitenmuren (oppervlakte van vensteropeningen en gemeenschappelijke muren inbegrepen) te mogen overschrijden.
  Buitenmetselwerk
  [8 7A. (Prioriteit 2) Vervanging van het glazen buitenmetselwerk (deuren en raamwerk) dat niet voldoet aan de criteria bedoeld in onderstaande rubriek "Isolatie", of van de beglazing van dit buitenmetselwerk;
   7B. (Prioriteit 1). Vervanging van niet-glazen deuren of waarvan de beglazing minder dan de helft van de oppervlakte van de vensteropening vertegenwoordigt.]8
  Vloeren
  8. (Prioriteit 1). Vervanging van de draagconstructies (gebinte, holle balken,...) en de vloeroppervlakte van één of verscheidene lokalen.
  9. (Prioriteit 2). Vervanging van de vloeroppervlakte en de onderlagen van één of verscheidene lokalen, met inbegrip van de plinten.
  Natuurlijke verlichting en verluchting
  10A. (Prioriteit 2). Natuurlijke verlichting en verluchting van de woonvertrekken, met uitzondering van de keukens : conformiteit met de in artikel 2,1°,c), bepaalde normen.
  10B. (Prioriteit 1). Verluchting van de keukens en sanitaire ruimten:
  conformiteit met de in artikel 2,1°,c), bepaalde normen.
  Veiligheid
  11. (Prioriteit 1). Aanpassing van de elektriciteits- en/of gasinstallatie, met uitzondering van de vervanging van verwarmingsapparaten of van toestellen voor de productie van warm water, en installatiegedeelten die niet noodzakelijk zijn voor een minimumcomfort (telefoon, kabeltelevisie, buitenverlichting,...).
  12. (Prioriteit 1). Vervanging van de binnentrap, met inbegrip van de vereiste bijbehorende werken.
  13. (Prioriteit 1). Overtrekken van schachten van schoorstenen, met inbegrip van herstelling of wederopbouw van de schoorsteentoppen en aanvullende onderdelen.
  Hygiëne
  14. (Prioriteit 2). Plaatsing van een tappunt voor drinkwater boven de gootsteen in de keuken.
  15. (Prioriteit 1). Plaatsing van een inrichting voor de afvoer van afvalwater of totale vervanging van de bestaande inrichting, overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften.
  16. (Prioriteit 1). Plaatsing van een eerste WC met spoelinrichting, die aangesloten is op de openbare riolering of op een afvoersysteem overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften. De WC dient in een verlucht lokaal te staan dat enkel via een sas naar een dagvertrek doorloopt.
  17. (Prioriteit 2). Plaatsing van een eerste badkamer.
  Overbewoning
  18. (Prioriteit 1). Vergrotings- of verbouwingswerken om aan de in artikel 2,2°, bepaalde normen te voldoen zonder dat de daaruit voortvloeiende [1 bruikbare oppervlakte]1 meer dan 30 % groter is dan de minimale [1 bruikbare oppervlakte]1, en voor zover de aanvankelijke [1 bruikbare oppervlakte]1 meer bedraagt dan de helft van de minimale [1 bruikbare oppervlakte]1, zoals in dezelfde normen bepaald.
  In het verslag moet de schatter de geplande werken nader bepalen en aantonen dat de woning overbewoond is op grond van een onvoldoende [1 bruikbare oppervlakte]1 en/of het gebrek aan onontbeerlijk geachte woonvertrekken.
  Deze werken komen niet in aanmerking wanneer de aanvrager zich ertoe verbindt de woning te verhuren, behalve indien de woning niet aan de in artikel 2,2°, bepaalde mimmumvoorwaarde beantwoordt (32 m2).
  Opmerking : Het betrekken van een slaapkamer door twee kinderen van hetzelfde geslacht, jonger dan 21 jaar, vormt krachtens artikel 2 geen ongezondheidoorzaak. Indien de aanvrager echter van mening is dat deze samenwoning o.m, wegens het klein leeftijdsverschil of de handicap van één van beiden het harmonisch leefklimaat van deze kinderen in het gedrang brengt, kan de inrichting van een bijkomende slaapkamer in aanmerking komen als afwijking die aan het bestuur ter beoordeling wordt voorgelegd en op grond van een met redenen omkleed verslag.
  Toegang
  19. (Prioriteit 2). Aanleg van een toegang tot het openbaar wegennet, die van de winkelruimte gescheiden is.
  Huiszwam
  20. (Prioriteit 1). Alle werken om de huiszwam of andere zwammen met gelijksoortige effecten weg te werken, door vervanging of behandeling van de aangetaste onroerende elementen.
  Radon
  21. (Prioriteit 2). Plaatsing van elk toestel voor de ventilatie met de buitenlucht van kelders en/of ventilatieholten (aanleg van kelderramen of plaatsing van een systeem voor gedwongen luchtverversing) [4 In afwijking van de bepalingen van het eerste lid kunnen die werken in aanmerking worden genomen indien alle werken van eerste prioriteit die nodig zijn om de woning gezond te maken, niet worden uitgevoerd.]4.
  Isolatie
  [5 Opmerking : isolatiewerken komen slechts in aanmerking indien zij betrekking hebben op één van bovenvermelde werken die voor een premie in aanmerking komen, en indien ze de normen bepaald bij artikel 7, § 7, 3° van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 naleven.
   Bij isolatie van het dak of van de plankenvloer van de zolder moet de aanvrager beschikken over een kostenraming van de aannemer die de werken heeft uitgevoerd waarin wordt vermeld dat de norm wordt nageleefd.
   Wat betreft het buitenmetselwerk met dubbele beglazing bedoeld in de posten 1, 4, 7A, 10, 16, 17 en/of 18 moet de thermische transmissiecoëfficient van het geheel ramen + beglazing (Uf) gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K.]5

Artikel 4[1 Indien de aanvrager zich ertoe verbindt de woning te verhuren of ze kosteloos ter beschikking van een bloed- of aanverwante te stellen, moeten alle werken die in de in artikel 4 bedoelde lijst voorkomen, en nodig zijn om de ongezondheidoorzaken in de woning te verhelpen, verplicht worden uitgevoerd, met uitzondering van de werken nr. 4, 7A, 10A, 17 en 21.]1

Artikel 5 Specifieke werken in lokalen die niet voor bewoning bestemd zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden krachtens artikel 6, § 1, 4e lid, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999, in aanmerking komen voor werken in het dakwerk, in de muren, in het buitenmetselwerk (met uitzondering van de garagedeuren) en in de elektriciteitsinstallatie.

Artikel 6 De uitvoering van werken die krachtens de regelgeving niet voor een subsidie in aanmerking komen (aangevatte werken, gemeenschappelijke werken voor verscheidene woningen wanneer ze uitgesloten zijn,...), kan vereist worden bij het opmaken van de verklaring omtrent de voltooiing van de werken indien de aanwezigheid van de te verhelpen ongezondheidfactor onverenigbaar is met de regels voor de toekenning van de premie, o.m. wat de inachtneming van de voorrangsorde betreft.

Artikel 7[1 Overeenkomstig artikel 7, § 7, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 februari 2010, wordt het totaal bedrag van de toegekende premie voor de isolatie van het dak, van de muren of van de plankenvloeren beperkt tot de isolatie van een maximale oppervlakte van 100 m2 voor het dak, 120 m2 voor de muren en 80 m2 voor de plankenvloer, met inbegrip van de oppervlakten die in aanmerking worden genomen in het kader van de toekenning van de premies ter bevordering van rationeel energiegebruik ingesteld bij het ministerieel besluit van 22 maart 2010.]1

Artikel 8[1 Het natuurlijk isolatiemateriaal bedoeld in artikel 7, § 7, 1°, van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot invoering van een premie voor de renovatie van verbeterbare woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 februari 2010, wordt bepaald als volgt : materiaal samengesteld uit minstens 85 % plantenvezels, dierlijke vezels of cellulose.]1

Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op 1 maart 1999.
  Namen, 22 februari 1999.
  W. TAMINIAUX