Omzendbrief nr. 431 van 12 juni 1996. - Terugvordering van aan het actieve of op rust zijnde overheidspersoneel ten onrechte betaalde bezoldigingen en pensioenen.

Date :
12-06-1996
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 1996801763

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel M (Om technische redenen wordt deze omzendbrief onderverdeeld in de volgende fictieve artikelen : art. M1-M3).

Artikel M1 1. De eerste periode verstrijkt op de datum waarop de fiche 281 en de samenvattende opgave 325 door de uitbetalingsdienst wordt ingediend bij de Administratie der Directe Belastingen. Behoudens verlenging die hun zou worden toegestaan, dienen de uitbetalingsdiensten die fiches en opgave in principe in te leveren voor 1 maart van het jaar na dat waarop die documenten betrekking hebben.
  Indien in die eerste periode ten onrechte gedane betalingen werden vastgesteld en de uitbetalingsdienst in dezelfde periode het nodige heeft gedaan om die ten onrechte uitgekeerde bedragen terug te vorderen, zal bij het opstellen van de fiches 281 en opgave 325 rekening worden gehouden met de gevraagde terugvordering.
  Dit brengt mee dat de fiscale toestand van de belastingplichtige onmiddellijk juist wordt vastgesteld daar er, bij de opmaak van de fiche en de samenvattende opgave, reeds met de gevraagde terugvordering rekening wordt gehouden.
  De financiële afwikkeling enerzijds tussen de belastingplichtige en de uitbetalingsdienst zal dan ook kunnen gebeuren door de terugbetaling van het door de belastingplichtige ten onrechte ontvangen nettobedrag aan de uitbetalingsdienst, en anderzijds door regularisatie van de bedrijfsvoorheffing tussen de uitbetalingsdienst en de Administratie van de directe belastingen.

Artikel M2 2. De tweede periode vangt aan na het verstrijken van de eerste periode. Behoudens hogervermelde afwijking vangt de tweede periode dus aan op 1 maart van het jaar na dat waarop de fiches en opgave betrekking hebben.
  Dit heeft voor gevolg dat de ten onrechte betaalde bedragen, waarvoor de uitbetalingsdienst slechts in die tweede periode de terugbetaling vraagt, normaal zowel het nettobedrag als de ingehouden voorheffing omvatten : derhalve het belastbaar bedrag. Op het ogenblik dat de uitbetalingsdienst de terugvordering van dat belastbaar bedrag vraagt, levert hij aan de betrokkene een negatief attest 281.25 af.
  Een exemplaar van datzelfde attest 281.25 zal door de uitbetalingsdienst via een versnelde procedure worden meegedeeld aan de Administratie der directe belastingen, aan dewelke eveneens onderrichtingen werden gegeven ten einde de fiscale toestand van de betrokken belastingplichtigen ten spoedigste te regulariseren.
  Die snellere regularisatie van de fiscale toestand heeft voor gevolg dat de betrokken belastingplichtige ook vlugger over de nodige fondsen zal beschikken om - voor zover dat nog niet gebeurde - het belastbaar bedrag aan de uitbetalingsdienst terug te storten.

Artikel M3 Indien ondanks deze nieuwe regeling, sommige actieve of op rust zijnde personeelsleden, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toch nog moeilijkheden zouden ondervinden bij de terugbetaling van de teruggevorderde bedragen dan kan volgende uitzonderingsregeling misschien een oplossing bieden :
  1. indien het de betrokkene niet mogelijk is het nettobedrag bij éénmalige storting terug te betalen, mag de terugbetaling worden gespreid op basis van een voorstel van de betrokkene dat door zijn uitbetalingsdienst kan worden aanvaard;
  2. wat betreft de terugbetaling van het verschil tussen het netto- en het belastbaar bedrag kan de betrokkene, bij met gegronde redenen omkleed verzoek, vragen de terugbetaling uit te stellen tot op het ogenblik dat de Administratie der directe belastingen rekening zal hebben gehouden met het door de uitbetalingsdienst afgeleverde fiscaal attest 281.25 en de daaruit voortvloeiende aanslag desgevallend zal hebben geleid tot de uitkering van de aan de belastingplichtige toekomende fondsen.
  Indien, uiterlijk na verloop van die periode, de betrokkene het vorenbedoeld verschil niet heeft teruggestort, wordt hij daartoe bij gewone brief, en desgevallend nog eens per aangetekend schrijven, aangemaand.
  Wanneer hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt uiteindelijk het dossier voor invordering toegezonden aan de Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
  Tot slot wens ik de overheidsdiensten te vragen het nodige te doen opdat de personeelsleden op de hoogte worden gebracht van deze nieuwe regeling.
  De Minister van Financiën,
  Ph. Maystadt.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  A. Flahaut.