Omzendbrief nr. 446. - Indienstneming van contractuelen ter vervanging van statutaire personeelsleden die wegens het jaarlijks vakantieverlof afwezig zijn in 1997.

Date :
28-04-1997
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 1997801908

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel M De overheidsdiensten waar de activiteiten niet afnemen gedurende de maanden juni, juli, augustus en september kunnen de afwezigheid van hun statutaire personeelsleden die met jaarlijks vakantieverlof zijn ondervangen door beroep te doen op seizoenpersoneel dat wordt in dienst genomen overeenkomstig artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 1 februari 1993 tot bepaling van de bijkomende of specifieke opdrachten in de besturen en andere diensten van de ministeries en in sommige instellingen van openbaar nut.
  Dit personeel kan worden in dienst genomen door overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten van tenminste vijftien jaar oud bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten rekening houdend met het volgende :
  1. voorrang wordt gegeven aan studenten die zich in een moeilijke sociale toestand bevinden;
  2. voor wat betreft de kinderbijslag, vormt de bezoldigde activiteit van de student geen hinderpaal voor het behoud van het recht op kinderbijslag wanneer de activiteit wordt uitgeoefend in het kader van een schriftelijke overeenkomst voor tewerkstelling van studenten;
  3. op fiskaal gebied, blijft de student die op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaakt van het gezin van zijn ouders ten hunne laste voor zover zijn bestaansmiddelen van het voorgaand jaar niet meer bedragen dan F 92 500 bruto of F 74 000 netto;
  indien de inkomsten van de student tussen de F 92 500 bruto en F 243 889 bruto (F 203 000 netto) liggen, is hij niet meer ten laste van zijn ouders maar hij moet geen belastingen betalen;
  voor de studenten waarvan de ouders alleenstaanden zijn, geldt een hogere grens voor de toegelaten bestaansmiddelen. Deze studenten mogen F 137 500 bruto (F 110 000 netto) verdienen zonder het statuut van persoon ten laste te verliezen. Gehandicapte studenten ten laste van een alleenstaande mogen zelfs een inkomen van F 183 750 bruto (F 147 000 netto) hebben;
  4. de studenten zullen bezoldigd worden op basis van de weddeschalen die van kracht zijn voor het federaal openbaar ambt (koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries en koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 juni 1996 en 4 oktober 1996);
  5. de studenten die in de loop van juli, augustus en september niet langer dan één maand werken zijn niet onderworpen aan de algemene sociale zekerheidsregeling der werknemers. Op hun loon is wel een solidariteitsbijdrage verschuldigd van 5 % ten laste van de werkgever en van 2,5 % ten laste van de werknemer (zie het KB van 23 december 1996 verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 1996).
  Voor de andere overeenkomsten zal bij voorkeur, door zich tot de gewestelijke diensten voor tewerkstelling te wenden, een beroep worden gedaan op uitkeringsgerechtigde volledig werklozen.
  Het behoort de administraties toe te beslissen of de contractuelen tewerkgesteld kunnen worden in diensten waarvan de dossiers confidentieel zijn. In bevestigend geval is het noodzakelijk in de arbeidsovereenkomst van deze contractuelen een bepaling op te nemen die hen verbiedt vertrouwelijke informatie bekend te maken waarvan ze kennis hebben uit hoofde van hun functie.
  De Inspecteur van Financiën, de Regeringscommissaris of de afgevaardigde van de Minister van Financiën zullen vóór de indienstneming hun machtiging geven.
  Het spreekt vanzelf dat de overeenkomsten inzake seizoenpersoneel, zoals elke arbeidsovereenkomst, slechts binnen de perken van het in het budgettair artikel 11.04 bepaald krediet kunnen worden gesloten, dit zonder een herverdeling tussen de basisallocaties 11.03 en 11.04 uit te sluiten.
  Deze omzendbrief houdt op van kracht te zijn op 1 oktober 1997.
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  A. FLAHAUT.