We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.

Omzendbrief POL 52 betreffende wijziging van de graden van het middenkader bij de gemeentepolitie.

Date :
03-03-1995
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 1995801629

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel M1 1. In het koninklijk besluit van 13 oktober 1986 tot vaststelling van de graden van het personeel van de gemeentepolitie wordt artikel 1.B, punt 5. Hoofdinspecteur van politie, aangevuld als volgt :
  "Vanaf 1 juli 1995 kan deze graad enkel in een uitdovingskader voorkomen". Deze graad wordt dus behouden voor diegenen die er reeds in benoemd zijn.
  Om nieuwe bevorderingen in de graad van hoofdinspecteur in de toekomst onmogelijk te maken, zal het koninklijk besluit van 13 juli 1989 betreffende de opleiding en de bevordering tot de graden van inspecteur en hoofdinspecteur van politie vanaf 1 juli 1995 enkel nog van toepassing zijn op de bevordering tot inspecteur van politie.
  In het voormelde koninklijk besluit wordt artikel 7, dat de bevordering tot hoofdinspecteur regelt opgeheven en worden in artikel 9, eerste lid van het voormeld besluit, dat een afwijking voorziet in verband met het vereiste diploma, de woorden "en- hoofdinspecteur" geschrapt.
  De lopende bevorderingsprocedures tot hoofdinspecteur kunnen normaal worden afgehandeld, voor zover de uiterste inschrijvingsdatum voor het indienen van de kandidaturen vastgesteld is voor 1 juli 1995. Bij kaderwijzigingen moet de functie van hoofdinspecteur uit de organieke formatie geschrapt worden, en moet zolang een hoofdinspecteur in functie is, zijn betrekking buiten formatie vastgesteld worden.
  Inspecteurs en hoofdinspecteurs van politie met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings kunnen aanspraak maken op het gebruik van de titel van officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings, zoals de veldwachters die aangesteld zijn als officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings aanspraak kunnen maken op het gebruik van de titel van aangestelde veldwachter. Zij staan nochtans in de hiërarchie van de graden niet hoger dan de inspecteurs en hoofdinspecteurs van politie zonder deze hoedanigheid.
  Tevens wens ik de aandacht te vestigen op het koninklijk besluit van 20 juni 1994 tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de bezoldiging van het personeel van de openbare brandweerdiensten en het personeel van de gemeentepolitie, inzonderheid op bijlage I, punt I - stedelijke politie, waarin melding wordt gemaakt van een jaarlijks weddesupplement van 60 000 BEF voor de inspecteurs en hoofdinspecteurs van politie die bekleed zij n met de hoedanigheid van O.G.P.

Artikel M2 2. Het koninklijk besluit van 14 november 1986 houdende de alge- mene bepalingen betreffende de benoeming tot de graad van hoofdinspecteur eerste klasse bij de stedelijke politie wordt met ingang van 1 juli 1995 gewijzigd.
  Zo zal de gemeente in de toekomst de benoemingsprocedure kunnen voeren hetzij bij wijze van bevordering van kandidaten uit het eigen politiekorps, hetzij na een openbare oproep tot de kandidaten. Aldus blijft de mogelijkheid van de zogenaamd "laterale mobiliteit" behouden zonder dat deze zware, en soms overbodige procedure een verplichting is.
  Wat de benoemingsvoorwaarden zelf betreft, wordt de prioriteitsregeling die voorzien is in artikel 2, 3° van het voormelde koninklijk besluit behouden. Alleen wordt voor de titularissen van de graad van inspecteur van politie de anciënniteitsvereiste van 9 jaar bij de gemeentepolitie geschrapt.
  De voorwaarden inzake brevet, vermeld in artikel 2, 2°, van het besluit, blijven ongewijzigd.
  Het staat de gemeenten uiteraard vrij om bijkomende voorwaarden op te leggen aan de kandidaten.
  Ik verzoek U Mijnheer de Gouverneur, in het Bestuursmemoriaal de datum aan te duiden waarop deze omzendbrief bekendgemaakt werd in het Belgisch Staatsblad.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE