We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.
We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken inzake luchtvervoer, en bijlagen I en II, gedagtekend te Moskou, 5 juni 1958.

Date :
05-06-1958
Language :
French Dutch
Size :
6 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1958060550

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1 1. Ieder der Overeenkomstsluitende Partijen verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in de Bijlage I tot deze overeenkomst omschreven rechten voor het instellen der erin voorziene luchtlijnen (hierna vernoemd " contractuele lijnen ").
  2. De vliegroutes der luchtvaartuigen op de contractuele lijnen en de overeenkomstige luchtcorridors, opgelegd voor het overvliegen der grenzen, worden vastgesteld door ieder der Overeenkomstsluitende Partijen voor wat zijn grondgebied betreft.

Artikel 2 1. De exploitatie der contractuele lijnen zal kunnen aanvangen van zodra ieder der Overeenkomstsluitende Partijen de luchtvervoeronderneming zal hebben aangewezen belast met de exploitatie van deze lijnen.
  2. Alle technische en commerciële kwesties betrekking hebbend op de vlucht der luchtvaartuigen, op het vervoer der passagiers, bagages, vracht en post op de contractuele lijnen, evenals alle kwesties betrekking hebbend op de commerciële samenwerking, in het bijzonder de vaststelling der dienstregelingen, der frekwenties, der vervoertarieven, der technische gronddiensten voor de luchtvaartuigen en de financiële en boekhoudkundige regelingen, zullen het voorwerp uitmaken van schikkingen tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvervoerondernemingen.
  3. De door de aangewezen ondernemingen op de contractuele lijnen aangeboden vervoerscapaciteit zal in rechtstreekse verhouding staan tot de verkeersbehoeften op deze lijnen tussen de eindpunten gelegen op het grondgebied der Overeenkomstsluitende Partijen en vastgesteld door de aangewezen ondernemingen die zich hierbij zullen laten leiden door de principes van volledige gelijkheid der rechten en de eerbied voor hun wederzijdse belangen.

Artikel 3 Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen behoudt zich het recht voor de rechten, vermeld in de Bijlage I tot deze overeenkomst, tijdelijk in te trekken of ze te herroepen indien zij geen voldoende bewijzen bezit dat een overwegend deel van de eigendom van, of het werkelijk toezicht op de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming toehoort aan onderhorigen of aan organismen van deze Partij of wanneer de aangewezen luchtvaartonderneming zich niet gedraagt naar de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel 4 1. Ten einde de veiligheid der vluchten op de contractuele lijnen te verzekeren zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen ten behoeve van de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij de radio-, optische- en meteorologische hulpdiensten verschaffen evenals de andere diensten nodig voor de uitvoering dezer vluchten; zij zal aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de kenmerken van deze hulpmiddelen en de inlichtingen betreffende de basis- en uitwijkluchthavens waar de landingen kunnen worden uitgevoerd, evenals de vliegroutes binnen de grenzen van haar grondgebied mededelen.
  2. De kwesties betreffende de veiligheid der vluchten zullen behandeld worden in de Bijlage II tot deze Overeenkomst en zullen tot de bevoegdheid der luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen behoren. Wijzigingen of amendementen zullen naderhand kunnen worden aangebracht aan deze Bijlage bij schriftelijke overeenkomst tussen de voornoemde luchtvaartautoriteiten.
  3. De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen wijzigingen kunnen overeenkomen, aan te brengen aan de Bijlage I tot deze Overeenkomst en aan de routes vermeld in de tabellen 1 en 2 van deze Bijlage. Deze wijzigingen zullen later bekrachtigd worden door een uitwisseling van diplomatieke nota's.

Artikel 5 1. De motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen en andere materialen evenals de hulpuitrusting bestemd voor de luchtvaartuigen van de aangewezen onderneming van een der Overeenkomstsluitende Partijen, uitsluitend voor de behoeften van haar exploitaties, zullen op het grondgebied der andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle tolrechten, belastingen en andere taksen gedurende de duur van het depot op dit grondgebied.
  2. De luchtvaartuigen die de contractuele lijnen bedienen, evenals de reserves aan brandstof en smeerolie, de reservedelen, de uitrusting en de proviandering die zich aan boord bevinden der luchtvaartuigen van de onderneming aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, zullen op het grondgebied der andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle tolrechten, inspectietaksen en andere, zelfs in het geval waar de vermelde materialen zouden gebruikt worden door deze luchtvaartuigen gedurende het overvliegen van dit grondgebied, maar buiten het geval waar zij aan derden zouden worden overgedragen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 6 1. De wetten en reglementen welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, het binnenkomen en het vertrek der luchtvaartuigen die internationale vluchten uitvoeren, evenals de exploitatie en de navigatie van deze luchtvaartuigen tijdens hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied regelen, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de onderneming aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
  2. De wetten en reglementen welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen of het vertrek van de passagiers, bemanningen of vracht beheersen, inzonderheid de regelen betreffende de formaliteiten inzake paspoort, douane, wisselverrichtingen, gezondheid en quarantaine, zullen van toepassing zijn bij het binnenkomen of het vertrek van het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij, op de passagiers, bemanningen of vracht van de luchtvaartuigen van de onderneming aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 7 1. De luchtvaartuigen van de onderneming aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen moeten, bij de vluchten boven het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, de voor de indernationale vluchten voorgeschreven onderscheidingstekens hunner nationaliteit voeren en moeten voorzien zijn van een inschrijvingsbewijs, een bewijs van luchtwaardigheid en de andere boordbescheiden voorgeschreven door de luchtvaartautoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen, evenals van de vergunning voor de radio-installaties. De piloten en andere leden van de bemanning moeten houder zijn van de reglementaire vergunningen.
  2. Al de hogervermelde bescheiden, uitgereikt of geldig erkend door een der Overeenkomstsluitende Partijen, zullen als geldig erkend worden op het grondgebied der andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 8 1. Ingeval een luchtvaartuig van de onderneming, aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een noodlanding maakt of enig ander voorval overkomt, zal de Partij op wier grondgebied dit voorval heeft plaats gehad, zonder dralen de andere Partij daarvan verwittigen; zij zal de vereiste maatregelen treffen met het oog op een onderzoek naar de oorzaken van het voorval en zal dringend aan de door dit voorval getroffen bemanningsleden en passagiers alle nodige hulp verstrekken en de bewaking verzekeren van het luchtvaartuig en van de zich aan boord bevindende bagage, post en vracht.
  2. De Overeenkomstsluitende Partij, die het onderzoek leidt, zal de resultaten ervan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen.
  De Overeenkomstsluitende Partij aan dewelke het luchtvaartuig toebehoort zal het recht hebben waarnemers aan te duiden dewelke het verloop van het onderzoek zullen bijwonen.

Artikel 9 1. Met het oog op het regelen der vraagstukken van luchtvervoer en bijstand aan de luchtvaartuigen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen aan de aangewezen ondernemingen die de contractuele lijnen exploiteren, het recht verlenen vertegenwoordigers en hun adjuncten te handhaven op de punten vermeld in de tabellen 1 en 2 van de Bijlage I tot deze overeenkomst.
  De Overeenkomstsluitende Partijen zullen, op basis van wederkerigheid, de voorwaarden trachten te scheppen die aan deze vertegenwoordigers en hun adjuncten zullen toelaten zich met succes van hun verplichtingen te kwijten.
  Het aantal van deze vertegenwoordigers en van hun adjuncten zal bij overeenkomst tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen ondernemingen bepaald worden.
  2. De vertegenwoordigers waarvan melding gemaakt wordt in dit artikel, hun adjuncten, evenals de leden van de bemanningen der luchtvaartuigen van de ondernemingen aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, moeten onderhorigen zijn van deze Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 10 In het geval dat een der Overeenkomstsluitende Partijen in de onmogelijkheid is de contractuele lijnen uit te baten, door het feit van een derde Staat, dewelke het overvliegen van zijn grondgebied verbiedt, zullen de beide Overeenkomstsluitende Partijen de vluchten door hun luchtvaartuigen op deze lijnen schorsen gedurende gans de duur van dit verbod.

Artikel 11 Deze Overeenkomst zal in werking treden vanaf de dag van haar ondertekening, en zal geldig zijn tot op het ogenblik dat een der Overeenkomstsluitende Partijen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij kennis zal geven van haar verlangen ze op te zeggen, in welk geval de overeenkomst zal ophouden gevolg te hebben zes maand na de datum der overhandiging van de kennisgeving der opzegging aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  Bijlagen.

Artikel N1 Bijlage I. Tot de overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken, in datum van 5 juni 1958.
  1. De Regering van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken wijst aan, voor de exploitatie der luchtlijnen vermeld in Tabel 1 van deze bijlage, de Algemene Directie van de Burgerlijke Luchtvloot bij de Raad der Ministers van de U.S.S.R. (Aéroflot).
  2. De regering van het Koninkrijk België wijst aan, voor de exploitatie van de luchtlijnen aangeduid in Tabel 2 van deze bijlage, de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (Sabena).
  3. De door de Regering van het Koninkrijk België aangewezen luchtvervoeronderneming zal, op het grondgebied der U.S.S.R., op de punten vermeld in de Tabel 2, het recht genieten de passagiers, post en vracht van de internationale verbindingen op te nemen en af te zetten, evenals het recht gebruik te maken van de uitwijkhavens en de middelen om de vluchten op de contractuele lijnen te verzekeren.
  4. De door de Regering van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken aangewezen luchtvervoerondernemingen zal op het Belgisch grondgebied, op de punten vermeld in de Tabel 1, het recht genieten de passagiers, post en vracht der internationale verbindingen op te nemen en af te zetten, evenals het recht gebruik te maken van de uitwijkhavens en de middelen om de vluchten op de contractuele lijnen te verzekeren.
  5. Het voorkeurrecht voor het vervoer tussen de punten gelegen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen en punten gelegen op het grondgebied van een zich op de vluchtroutes der contractuele lijnen bevinden derde Staat, zal toehoren aan de onderneming aangewezen door deze Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 1N1 Contractuele lijnen. <V 1975-06-25/31, Art. 1>
  Tabel I.
  Voor de Sovjet-luchtvaartuigen :
  1. Moskou en/of Leningrad - twee tussenliggende punten - Brussel, in beide richtingen;
  2. Een punt in Europa - Brussel-Moskou-Tokio - twee verder dan Tokio gelegen punten, in beide richtingen;
  3. Moskou - tussenliggende punten in Europa - Brussel - punten in Europa, in Afrika, in Midden- en Zuid-Amerika, in beide richtingen.
  Tabel II.
  Voor de Belgische luchtvaartuigen :
  1. Brussel - tussenliggende punten - Moskou en/of Leningrad, in beide richtingen;
  2. Brussel - Moskou - Tokio, in beide richtingen.
  Opmerkingen :
  1. De tussenliggende punten op de in de tabellen I en II sub 1 vermelde contractuele lijnen worden vrijelijk gekozen door de aangewezen luchtvaartondernemingen.
  2. De door de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken aangewezen luchtvaartonderneming kan bij de exploitatie van de in tabel I, sub 2, vermelde contractuele lijn vrijelijk :
  - één van de navolgende punten in Europa kiezen : Rome - Frankfurt-am-Main - Madrid;
  - twee verder dan Tokio gelegen punten kiezen, te weten Manilla en een op later tijdstip te kiezen punt.
  3. De aangewezen luchtvaartondernemingen kunnen op de contractuele lijnen tussenliggende en verderliggende punten overslaan.

Artikel N2 Bijlage II.
  Tot de overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken, in datum van 5 juni 1958.

Artikel 1N2 Algemene bepalingen.
  1. De Overeenkomstsluitende Partijen gaan de verbintenis aan alle onontbeerlijke maatregelen te treffen om een veilige en doelmatige exploitatie der contractuele lijnen te verzekeren.
  Te dien einde zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen aan de luchtvaartuigen der door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming, alle radio-elektrische, optische, meteorologische en andere hulp verschaffen, nodig voor de exploitatie der contractuele lijnen.
  2. De inlichtingen en hulp verleend door elk der Overeenkomstsluitende Partijen, overeenkomstig de beschikkingen van deze bijlage, moeten voldoende zijn om de billijke vragen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming te bevredigen.

Artikel 2N2 Verstrekte inlichtingen.
  3. De inlichtingen verstrekt door ieder der Overeenkomstsluitende Partijen moeten de onontbeerlijke gegevens bevatten betreffende :
  de basisluchthavens en de uitwijkhavens gebruikt voor de exploitatie der contractuele lijnen;
  de vliegroutes binnen de grenzen van het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij;
  de radio en andere hulpmiddelen voor het vliegen, het naderen en de landing;
  de reglementering van het luchtverkeer en de methodes en procedures der controlediensten.
  4. De inlichtingen moeten eveneens alle overeenkomstige meteorologische kennisgevingen omvatten, dewelke dienen verstrekt te worden, zo vóór als tijdens de vlucht, op de contractuele lijnen.
  De luchtvaartautoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen moeten elkaar wederkerig de codes mededelen die zullen gebruikt worden voor het overmaken der meteorologische inlichtingen en zich akkoord stellen nopens de onontbeerlijke perioden voor transmissie der meteorologische vooruitzichten, rekening gehouden met de dienstregelingen vastgesteld voor de contractuele lijnen.
  5. De luchtvaartautoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen zullen de voortdurende verspreiding verzekeren van alle wijzigingen aangebracht aan de inlichtingen die dienen verstrekt te worden overeenkomstig de punten 3 en 4 van deze bijlage, en zullen de onmiddellijke overmaking verzekeren van de hierop betrekking hebbende waarschuwingen. Deze verspreiding dient te geschieden door " notams " overgemaakt hetzij bij telex met schriftelijke bevestiging achteraf, hetzij enkel onder schriftelijke vorm, op voorwaarde dat de bestemmeling ze te bekwame tijd kan ontvangen. De per telex of andere middelen overgemaakte " notams " zullen opgesteld worden bij middel van de internationale code der " notams ". De " notams " zullen opgemaakt worden in de Russische of Engelse taal.
  6. De uitwisseling der inlichtingen bij middel van " notams " dient te beginnen van bij het invoege treden van de Overeenkomst inzake luchtvervoer afgesloten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 3N2 Vliegplan en procedures der controlediensten.
  7. De bemanningen der luchtvaartuigen, gebruikt op de contractuele lijnen, door de onderneming aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, moeten vertrouwd zijn met de procedures der controlediensten, toegepast door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
  8. De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen moeten voor iedere vlucht aan de bemanningen van de luchtvaartuigen der door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming, alle aanvullende schriftelijke en mondelinge inlichtingen verschaffen betreffende :
  de luchthavens;
  de hulpmiddelen voor de navigatie en het landen;
  de meteorologische inlichtingen en vooruitzichten betrekking hebbende op de route en de bestemming- en uitwijkluchthavens.
  9. Voor iedere vlucht moet de vliegtuiggezagvoerder het vliegplan voor goedkeuring door de instanties van de controledienst van het land waar de vlucht begint, voorleggen. De vlucht dient te geschieden overeenkomstig het goedgekeurd vliegplan.
  Een wijziging aan het vliegplan is niet toegelaten dan met de machtiging van de belanghebbende controle-instantie, tenzij zich buitengewone omstandigheden voordoen dewelke het nemen van onmiddellijke maatregelen vereisen.
  In dergelijke gevallen zal de belanghebbende controle-instantie binnen de kortst mogelijke tijdspanne op de hoogte gebracht worden van de aan het vliegplan aangebrachte wijziging.
  10. De vliegtuiggezagvoerder zal zich schikken naar de onderrichtingen die hem zullen medegedeeld worden door de controlediensten.
  11. De vliegtuiggezagvoerder moet het ononderbroken luisteren verzekeren op de zendfrekwentie van de controle-instantie van dewelke hij afhangt; hij zal de overseining der berichten verzekeren op de zendfrekwenties van die instantie en onmiddellijk ontvangst melden van de onderrichtingen die hem gegeven worden.
  12. In het geval waar er geen andere schikking tussen de luchtvaartautoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen zou bestaan, moet de verbinding tussen de luchtvaartuigen en de overeenstemmende controle-instantie geschieden per radio-telefonie, in de Russische taal, voor de verbindingen met de stations in de Sovjet-Unie, en in de Engelse taal, voor de verbindingen met de stations in België. Indien de verbinding per radiotelefonie onmogelijk zal gebruik gemaakt worden van de radiotelegrafie in internationale code " Q ".

Artikel 4N2 Uitrusting der luchtvaartuigen.
  13. De luchtvaartuigen gebruikt op de contractuele lijnen door de onderneming aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, moeten zoveel mogelijk uitgerust zijn voor het gebruik der navigatie- en landingssystemen in gebruik op het grondgebied der andere Overeenkomstsluitende Partij.
  14. De luchtvaartuigen gebruikt op de contractuele lijnen moeten uitgerust zijn met radioposten begrijpende de overeenkomende radiofrekwenties, om verbindingen te kunnen tot stand brengen met de land-radiostations, gevestigd op het grondgebied der andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 5N2 Vlucht- en controleprocedures.
  15. Voor de in deze bijlage aangeduide doelen, zullen de vlucht-, controle- en andere procedures, van kracht op het grondgebied van ieder der Overeenkomstsluitende Partijen, toegepast worden.
  Bij dezelfde gelegenheid zullen de luchtvaartautoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen in het belang van de veiligheid, en in de mate van het mogelijke, trachten de verschillen te verminderen, die de bestaande procedures zouden vertonen.

Artikel 6N2 Verbindingsmiddelen.
  16. Met het oog op de uitwisseling der inlichtingen, die onontbeerlijk zijn voor de exploitatie der contractuele lijnen, erin begrepen de overmaking der " notams ", en met het doel het luchtverkeer te regelen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen voor zoveel als nodig, een wederzijdse rechtstreekse draad- of radioverbinding tot stand brengen tussen de eindpunten en tussenliggende punten der contractuele lijnen; deze verbinding kan eveneens gebruikt worden voor de uitwisseling der inlichtingen tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen ondernemingen, met het oog op het verzekeren van een regelmatige en voldoening gevende exploitatie der contractuele lijnen.

Artikel 7N2 Aanvullende en bijzondere vluchten.
  17. De aanvullende en bijzondere vluchten, overeengekomen tussen de ondernemingen aangewezen door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen, kunnen uitgevoerd worden na voorafgaande kennisgeving door de belanghebbende onderneming. Deze kennisgeving aan de bevoegde luchtvaartautoriteiten zal moeten geschieden ten laatste vier en twintig uur voor het vertrek van het luchtvaartuig.

Artikel 8N2 Taksen. 18. De taksen en andere vormen van betaling, verschuldigd voor het gebruik der luchthavens, installaties en technische hulpmiddelen op het grondgebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen, zullen geïnd worden overeenkomstig de taksbarema's en tarieven officieel vastgesteld en van toepassing op dat grondgebied.