We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.
Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1995050957
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.
Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden verstaan.
Hoofdstuk 2. Bepalingen
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het Centraal akkoord van 7 december 1994, van titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van 20 december 1994 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot bepaling van de doelstellingen en de procedure voor het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, en heeft directe uitwerking.
Artikel 3 Overeenkomstig titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt het principe van de toepassing van een regeling van conventioneel brugpensioen in deze sector aanvaard voor het werkend personeel (met uitsluiting van de werknemers die langdurig ziek zijn) dat voor deze formule opteert en tussen 1 januari 1995 en 31 december 1996 de leeftijd van 55 jaar bereikt.
Artikel 4 De leeftijd van het brugpensioen van de bedienden die 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsuitkeringen, wordt op 55 jaar gebracht vanaf 1 januari 1995.
Artikel 5 De toepassing van de verschillende bepalingen overeenkomstig artikelen 3 en 4 is evenwel aan volgende voorwaarden onderworpen :
a) het brugpensioen op 55 jaar zal toegestaan worden voor zover de bediende een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen, kan getuigen en dat hij 15 jaar in dezelfde onderneming heeft gewerkt;
b) voor de bediende die met brugpensioen wenst te gaan op 55 jaar onder de voorwaarden bepaald onder a) wordt een aanvullende vergoeding toegekend tot de leeftijd van 65 jaar;
c) de aanvullende vergoeding die wordt toegekend aan de bruggepensioneerde bediende van 55 jaar is gelijk aan de helft van het verschil tussen het gemiddeld maandloon berekend op jaar basis en de werkloosheidsvergoeding.
Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de toepassingsmodaliteiten inzake de werkloosheidsuitkeringen, zoals is bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad;
d) zowel voor de bruggepensioneerden als voor de bejaarde werknemers is er verplichting tot vervanging in de zin van het interprofessioneel akkoord van 7 december 1994.
De controle zal worden uitgevoerd door de instanties van het huidige paritair subcomité eind december 1995 en eind december 1996.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 6 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 april 1996.
(Voor het KB., zie %%1996-04-24/41%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.
Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden verstaan.
Hoofdstuk 2. Bepalingen
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het Centraal akkoord van 7 december 1994, van titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van 20 december 1994 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot bepaling van de doelstellingen en de procedure voor het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, en heeft directe uitwerking.
Artikel 3 Overeenkomstig titel II van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt het principe van de toepassing van een regeling van conventioneel brugpensioen in deze sector aanvaard voor het werkend personeel (met uitsluiting van de werknemers die langdurig ziek zijn) dat voor deze formule opteert en tussen 1 januari 1995 en 31 december 1996 de leeftijd van 55 jaar bereikt.
Artikel 4 De leeftijd van het brugpensioen van de bedienden die 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsuitkeringen, wordt op 55 jaar gebracht vanaf 1 januari 1995.
Artikel 5 De toepassing van de verschillende bepalingen overeenkomstig artikelen 3 en 4 is evenwel aan volgende voorwaarden onderworpen :
a) het brugpensioen op 55 jaar zal toegestaan worden voor zover de bediende een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen, kan getuigen en dat hij 15 jaar in dezelfde onderneming heeft gewerkt;
b) voor de bediende die met brugpensioen wenst te gaan op 55 jaar onder de voorwaarden bepaald onder a) wordt een aanvullende vergoeding toegekend tot de leeftijd van 65 jaar;
c) de aanvullende vergoeding die wordt toegekend aan de bruggepensioneerde bediende van 55 jaar is gelijk aan de helft van het verschil tussen het gemiddeld maandloon berekend op jaar basis en de werkloosheidsvergoeding.
Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de toepassingsmodaliteiten inzake de werkloosheidsuitkeringen, zoals is bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale Arbeidsraad;
d) zowel voor de bruggepensioneerden als voor de bejaarde werknemers is er verplichting tot vervanging in de zin van het interprofessioneel akkoord van 7 december 1994.
De controle zal worden uitgevoerd door de instanties van het huidige paritair subcomité eind december 1995 en eind december 1996.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 6 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 april 1996.
(Voor het KB., zie %%1996-04-24/41%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET