Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen . - Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 1995. - Werkzekerheid voor de sector "Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning", voormalig genoemd "Sector Bijzondere Opvang" van Kind en Gezin, Kinderdag- en nachtverblijven en Kinderopvangcentra .
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1995062755
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de inrichtingen en diensten welke ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en voor zover zij erkend worden via Kind en Gezin. Meer bepaald is deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing op de voormalige Kinderopvangcentra en Kinderdag- en nachtverblijven uit de sector "Bijzondere Opvang" van Kind en Gezin, bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 april 1995 genoemd als "Centra voor Kinderzorg- en Gezinsondersteuning".
Onder werknemers wordt verstaan, het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel.
Artikel 2 De werkgevers waarvan sprake in artikel 1 hierboven, garanderen werkzekerheid aan het regulier tewerkgesteld personeel dat gemiddeld aanwezig was tijdens het eerste kwartaal van het jaar 1995, en dit op het niveau van de voorziening.
Onder regulier personeel wordt verstaan, al het tewerkgestelde personeel, met uitzondering van de bijzondere statuten DAC, IBF of tewerkgestelden uit het sociaal fonds, dit omwille van de onderscheiden financieringsbasis van deze laatsten.
Artikel 3 Partijen acteren evenwel dat zich verschuivingen in de functie-uitoefening kunnen voordoen die het gevolg zijn van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 april 1995 houdende de erkenning en de subsidiëring van de "Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning".
Artikel 4 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 april 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1996.
(Voor het KB, zie %%1996-10-04/53%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Onder werknemers wordt verstaan, het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel.
Artikel 2 De werkgevers waarvan sprake in artikel 1 hierboven, garanderen werkzekerheid aan het regulier tewerkgesteld personeel dat gemiddeld aanwezig was tijdens het eerste kwartaal van het jaar 1995, en dit op het niveau van de voorziening.
Onder regulier personeel wordt verstaan, al het tewerkgestelde personeel, met uitzondering van de bijzondere statuten DAC, IBF of tewerkgestelden uit het sociaal fonds, dit omwille van de onderscheiden financieringsbasis van deze laatsten.
Artikel 3 Partijen acteren evenwel dat zich verschuivingen in de functie-uitoefening kunnen voordoen die het gevolg zijn van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 april 1995 houdende de erkenning en de subsidiëring van de "Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning".
Artikel 4 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 april 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1996.
(Voor het KB, zie %%1996-10-04/53%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET